ECLI:NL:TAHVD:2026:328 Hof van Discipline 's Gravenhage 260454

ECLI: ECLI:NL:TAHVD:2026:328
Datum uitspraak: 15-10-2026
Datum publicatie: 16-10-2026
Zaaknummer(s): 260454
Onderwerp: Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Verwijzing
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Klacht over de deken (artikel 46c lid 5 Advocatenwet) niet verwezen. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt, zoals het toelaten van stukken of het voeren van regie.

Beslissing van de voorzitter van

het Hof van Discipline

van 15 oktober 2026

in de zaak 260454

naar aanleiding van de klacht van:

klager

over:

mr. I. Aardoom-Fuchs

advocaat te Den Haag

verweerster

1 HET VERZOEK

1.1 De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht van 30 september 2026 van verweerster. Hierin heeft verweerster een klacht van klager van 22 september 2026  onder de aandacht gebracht van de voorzitter van het hof. Zij heeft verzocht om deze klacht niet te verwijzen. Verweerster heeft erop gewezen dat zij in de behandeling van de klacht van klager tegen drie advocaten wacht op een aangepaste versie van de repliek. Verweerster heeft de hoop dat klager een aangepaste versie van zijn repliek zal sturen, waarnaar de klachtprocedure kan worden voortgezet.

1.2 Klager heeft in zijn klacht opgemerkt dat verweerster misbruik maakt van haar machtspositie.

2 DE BEOORDELING

2.1 Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht tegen een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.

2.2 De voorzitter stelt vast dat de klacht betrekking heeft op de wijze waarop verweerster het onderzoek naar de klacht van klager tegen drie advocaten, mr. [X] (stagiaire), mr. [Y] (patroon) en mr. [Z] (klachtenfunctionaris) uitvoert. Uit de stukken maakt de voorzitter op dat aan klager is gevraagd per klachtzaak te repliceren en de onderliggende stukken toe te voegen. Dit om overzicht te behouden en ter voorkoming van misverstanden. Omdat verweerster de mails die klager in reactie op dit verzoek heeft gestuurd niet goed kan volgen, heeft zij nogmaals verzocht om de repliek, de inventarislijst en de onderliggende documenten (genummerd) in één e-mail op te nemen, opdat deze e-mail naar mr. [Z] kan worden gestuurd en hij hierop kan reageren (dupliek). In de klachtzaak tegen mr. [Y] heeft verweerster aan klager om, indien er klachten zijn waarop hij nog een reactie wenst van mr. [Y], de klacht kort te formuleren. In de klachtzaak tegen mr. [X] is een vergelijkbare tekst gestuurd.

2.3 Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt (zoals het toelaten van stukken of het voeren van regie). Klager kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over mr. [X], mr. [Y] en mr. [Z] laten toetsen door de Raad van Discipline (hierna: de raad). Binnen de kaders van die procedure kan klager al zijn bezwaren over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen onder de aandacht van de raad brengen. Daarom zal de voorzitter de klacht over de deken niet verwijzen.

3 BESLISSING

De voorzitter van het Hof van Discipline:

wijst het verzoek tot verwijzing af.


Deze beslissing is genomen op 15 oktober 2026 door mr. J.D. Streefkerk, plaatsvervangend voorzitter.

De beslissing is verzonden op 15 oktober 2026.