We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 1-50 van de 47978 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:94 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-325/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in echtscheidingszaak. Het was de taak van verweerster om de belangen van de vrouw te behartigen. De vrouw had aan verweerster verteld dat klagers melding bij TAF, dat hij vanaf aanvang verzekering had gerookt, in strijd met de waarheid was. De vrouw wilde bewerkstelligen dat de premieverhoging en vordering tot nabetaling ongedaan werden gemaakt. Om dat doel te bereiken moest verweerster TAF namens de vrouw aanschrijven en het standpunt van de vrouw aan TAF overbrengen. De raad is van oordeel dat verweerster genoegzaam gemotiveerd heeft toegelicht dat en waarom het in het kader van de behartiging van de belangen van haar cliënte van belang was om in de brief aan TAF melding te maken het gedrag van klager. Niet gebleken dat verweerster structureel heeft bijgedragen aan de escalatie van echtscheidingsgeschillen en heeft nodeloos regelingen in de weg gestaan. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:95 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-740/DB/OB

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:89 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-305/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat zij een origineel document, waarin de afspraken zijn vastgelegd, eenzijdig heeft gewijzigd en de door haar gewijzigde versie vervolgens als het originele document heeft gepresenteerd. Gegrond, schorsing van vier weken waarvan twee weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:96 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-328/DB/ZWB

    Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door de eigen advocaat. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door te weigeren een procedure te starten. Ook is niet gebleken dat zij onjuist advies heeft gegeven over de geldigheid van het Noord-Macedonische testament. Klager is akkoord gegaan met het versturen van een brief waarin de namen van getuigen werden genoemd, zodat de klacht dat verweerster dit zonder toestemming heeft gedaan niet slaagt. Ook niet gebleken dat het dossier onvolledig is overgedragen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:90 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-227/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerster in het verweerschrift van 18 februari 2025 en in het verweerschrift van 1 mei 2025 feiten gesteld waarvan zij de onwaarheid kende of redelijkerwijs kon kennen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:97 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-433/DB/OB

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in medische tuchtprocedures. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuistheden heeft verkondigd. Het stond verweerder vrij om het standpunt van zijn cliënt(e) naar voren te brengen. Niet gebleken dat verweerder zich onnodig grievend heeft uitgelaten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:91 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-061/DB/LI

    Verzet. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:236 Hof van Discipline 's Gravenhage 250244

    Het hof onderschrijft het oordeel van de raad. Duidelijk is dat klaagster van mening is dat verweerder haar zaak niet goed heeft behandeld, klaagster heeft echter niet op overtuigende wijze onderbouwd dat de dienstverlening van verweerder niet voldoende was. Het hof onderschrijft het oordeel van de raad dat het aan verweerder was om te bepalen welke argumenten relevant zijn om in de gerechtelijke procedure in te brengen. Verweerder is - als dominus litis - niet verplicht uitvoering te geven aan alle verzoeken van zijn cliënte. Zo was verweerder niet verplicht om in zijn processtuk uitvoeriger dan hij heeft gedaan in te gaan op de nieuwe identiteit van klaagster en haar familieafkomst, uitsluitend omdat klaagster dit wilde.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:92 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-298/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening deels gegrond en deels ongegrond. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat zij geen gevolg heeft gegeven aan het in klaagsters e-mail van 22 juli 2024 geformuleerde verzoek om een procedure ex artikel 12 Sv aanhangig te maken. Verweerster heeft de e-mail van klaagster van 22 juli 2024 naar eigen zeggen door de vakantie over het hoofd gezien. Ofschoon dit naar het oordeel van de raad onzorgvuldig is, ziet de raad geen aanleiding om aan verweerster een maatregel op te leggen. Uit de overgelegde stukken blijkt namelijk dat klaagster gedurende de behandeling van de zaak een zeer groot aantal zeer uitvoerige, vaak moeilijk te doorgronden, e-mails heeft gestuurd. De raad acht daarom voorstelbaar, dat verweerster het verzoek van klaagster over het hoofd heeft kunnen zien. Om die reden ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:237 Hof van Discipline 's Gravenhage 250388

    Het betreft een klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een arbeidsrechtelijk geschil. De Raad van Discipline heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof ziet op basis van het onderzoek in hoger beroep geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de raad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:93 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-379/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Verweerster heeft in de zaken M en A niet gehandeld zoals het een behoorlijk advocaat betaamt omdat de kwaliteit van verweersters dienstverlening in deze zaken ondermaats was. Verweerster is namelijk niet ter zitting verschenen en de door verweerster ingediende processtukken bevatten onjuistheden en onvolledigheden, onder meer als gevolg van ontoereikende kennis van en ervaring met het huurrecht en het gebruik van een AI-tool. Dit alles levert een schending op van de in artikel 10a Advocatenweten genoemde kernwaarden integriteit en deskundigheid. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:238 Hof van Discipline 's Gravenhage 260010

    Klacht tegen eigen advocaat. Bij de raad is de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard, verweerder is in beroep gekomen. Het beroep slaagt niet. Het aanwenden van de derdengelden ter voldoening van zijn eigen declaraties niet is geschied conform het bepaalde in de Voda. Verweerder heeft verklaard dat hij de afspraken schriftelijk aan klaagster had moeten bevestigen.Behoudens bijzondere omstandigheden, die zich naar het oordeel van het hof hier niet voordoen, staat het een advocaat niet vrij om een rechtsmiddel aan te wenden zonder dat daarvoor door de cliënt voorafgaande toestemming is gegeven. Uit de stukken valt geen toestemming van klaagster af te leiden voor het instellen van beroep in de PGB-kwestie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:162 Raad van Discipline Amsterdam 26-133/A/A

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een kwestie over onderhuur van een woning. Volgens klager heeft verweerder in berichten aan klager onjuiste standpunten ingenomen en heeft hij klager op een onbetamelijke wijze onder druk gezet. De raad acht de klacht ongegrond. Verweerder heeft de belangen van zijn cliënten gediend op een wijze die niet onbetamelijk was.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:156 Raad van Discipline Amsterdam 26-111/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht is deels gegrond en deels ongegrond. Uit het klachtdossier blijkt dat verweerder steken heeft laten vallen in de communicatie met klaagster. Zo heeft verweerder, toen de beslistermijn van de IND afliep, geen contact met klaagster opgenomen, terwijl zowel zijzelf, als medewerkers van Vluchtelingenwerk, wel op verschillende manieren hebben geprobeerd in contact te komen met verweerder. Verweerder heeft te weinig transparantie betracht richting zijn cliënt over de voortgang en de ontwikkelingen in de procedure. Pas op 3 december 2024 heeft verweerder namens klaagster de IND aangeschreven, maar in die correspondentie heeft hij kennelijk klaagster niet gekend of meegenomen, aangezien zij zelf op 12 december 2024 opheldering vraagt aan verweerder over de vraag of er daadwerkelijk een schrijven aan de IND is uitgegaan. Op zitting heeft de verschenen kantoorgenoot van verweerder erkend dat er problemen spelen op het gebied van de verwerking van contactverzoeken van cliënten en aangegeven dat dit op kantoor een verbeterpunt is. Aan verweerder kan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klachtonderdeel b), waarin klaagster verweerder verwijt dat hij niet reageerde op overnameverzoeken van de nieuwe advocaten, mist naar het oordeel van de raad feitelijke grondslag. Mede gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerder ziet de raad aanleiding aan verweerder een zware maatregel op te leggen, namelijk een voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van zijn praktijk voor de duur van vier weken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:163 Raad van Discipline Amsterdam 26-139/A/A

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster is een onderneming, gerund door B. Een oud kantoorgenoot van verweerder heeft B bijgestaan bij zijn echtscheiding. Verweerder staat een medewerker bij van klaagster. Na een eerste bericht aan klaagster meldt B de mogelijke belangenverstrengeling. Verweerder trekt zich daarop terug. De klacht ziet op de gang van zaken rondom de terugtrekking en inspanningen van verweerder om voor de medewerker een nieuwe advocaat te vinden. De raad is van oordeel dat verweerder heeft gehandeld zoals dat mag worden verwacht in een situatie als deze. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2932

    Klacht tegen anesthesioloog kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest en uiteindelijk geopereerd. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de anesthesioloog. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de anesthesioloog onvoldoende invulling heeft gegeven aan zijn rol als eindverantwoordelijke voor het pijnbeleid van klager. Dit had gelet op de complexe pijnproblematiek en de ernstige pijnklachten van klager, wel op zijn weg gelegen. Van de anesthesioloog had verwacht mogen worden dat hij zich er persoonlijk van had vergewist of het pijnbeleid toereikend en in gesprek was gegaan met klager, hetgeen niet is gebeurd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart daarom de klacht gegrond en legt aan de anesthesioloog de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:157 Raad van Discipline Amsterdam 26-065/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:233 Hof van Discipline 's Gravenhage 260285

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46 c lid 5 Advocatenwet. De klacht tegen de deken Zeeland-West-Brabant betreft de werkwijze van de deken en het verzoek om informatie naar aanleiding van de klacht van klager over mr. Van K. Klager kan het dekenonderzoek desgewenst bij de behandeling van de klacht door de raad van discipline aan de orde stellen als hij daar ontevreden over is. Dit rechtvaardigt geen nieuwe klacht. Daarom zal de voorzitter de klacht tegen de deken niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:164 Raad van Discipline Amsterdam 26-157/A/A

    Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerster heeft klager gedurende enkele jaren bijgestaan in een familierechtkwestie. Verweerster heeft klager enkele maanden bijgestaan bij een kwestie rondom zijn verblijfsvergunning. Klager verwijt verweerster dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over de mogelijkheid om een onafhankelijke verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan te vragen. De raad oordeelt dat verweerster klager voldoende heeft voorgelicht. Zij heeft dit echter onvoldoende schriftelijk vastgelegd. Hoewel zij klager niet meer bijstond in verband met zijn verblijfsstatus, had zij dit toch moeten doen, omdat zij het belang van klager bij een onafhankelijke verblijfsvergunning kenden en op de hoogte was van zijn situatie. De raad acht de klacht gegrond, maar legt geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2934

    Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest, waar hij door de chirurg is geopereerd. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. De chirurg zag klager voor het eerst op de operatiekamer. Hoewel het beter was geweest als de chirurg eerder met klager had gesproken, is dit onvoldoende om hem een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:158 Raad van Discipline Amsterdam 26-094/A/A

    Raadsbeslissing; klacht (deels) gegrond. Verweerder heeft een marktplaatsaccount aangemaakt onder een valse naam, met als doel aankopen te doen bij verkopers die mogelijk inbreuk maakten op het merkrecht van zijn cliënte zonder bekend te maken dat hij de advocaat van deze cliënte was. Daarmee heeft verweerder onbetamelijk gehandeld. Op het moment dat de feiten waar de klacht op ziet zich voordeden was verweerder pas vier maanden advocaat en werkte hij onder verantwoordelijkheid van zijn patroon. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat de aan hem verweten werkwijze gangbare praktijk is binnen zijn kantoor en zijn patroon heeft dat bevestigd. Hoewel verweerder in beginsel zelf verantwoordelijk is voor zijn handelen ziet de raad in deze specifieke omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:234 Hof van Discipline 's Gravenhage 260270

    Verzoek om verwijzing klacht op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet afgewezen. De voorzitter constateert dat de klachten van klager betrekking hebben op procedurele voorschriften van de deken die bedoeld zijn om het klachtonderzoek door de deken op zorgvuldige wijze te laten verlopen. Het klachtrecht is niet bedoeld om dergelijke voorschriften/beslissingen van procedurele aard van de deken in het kader van een lopend klachtonderzoek ter discussie te stellen. Klager kan zijn klacht over bedoelde advocaten na afronding van het onderzoek door de deken, en na betaling van het griffierecht, door de deken ter kennis laten brengen van de Raad van Discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Binnen de kaders van die procedure kan klager desgewenst ook naar voren brengen waarom het onderzoek door de deken naar de mening van klager niet deugt. Daarom zal de voorzitter de klachten over de deken niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:152 Raad van Discipline Amsterdam 26-464/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerster dat zij hem bij de rechtbank onterecht heeft beschuldigd van het uiten van bedreigingen richting haar cliënte. Klacht is kennelijk ongegrond. Alhoewel van een familierechtadvocaat een zekere terughoudendheid mag worden verwacht in het doen van uitlatingen, stond het verweerster in de omstandigheden van dit geval vrij om dit standpunt in het belang van haar cliënte naar voren te brengen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:165 Raad van Discipline Amsterdam 25-848/A/NH

    Beslissing op verzet. Klaagster is lid van een VvE. Verweerster staat de VvE bij, maar ook de twee andere leden van de VvE. Klaagster heeft erover geklaagd dat dat niet kan. De voorzitter heeft de klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en gedeeltelijk kennelijk ongegrond. De raad acht het verzet gegrond. Uit de beslissing van de voorzitter blijkt niet dat hij heeft getoetst aan het kader dat door het hof van discipline is gegeven in ECLI:NL:TAHVD:2022:16. De raad verwijst de zaak naar een zitting voor de verdere behandeling van de klacht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3263

    .

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:159 Raad van Discipline Amsterdam 26-114/A/A

    Raadbeslissing; gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager rechtstreeks te benaderen, terwijl zij wist dat hij werd bijgestaan door een advocaat. Daarnaast heeft zij zich in haar sommatiebrief ongepast en dreigend uitgelaten. Bij de bepaling van de maatregel heeft de raad meegewogen dat verweerster haar fout ten aanzien van het rechtstreeks aanschrijven van klager zelf heeft ingezien en na ontdekking heeft rechtgezet. Gelet daarop en mede in aanmerking nemend dat verweerster niet eerder met de tuchtrechter in aanraking is gekomen, acht de raad de maatregel van een waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:235 Hof van Discipline 's Gravenhage 260257 260258

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt (zoals het toelaten van stukken). Klager kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over mr. S laten toetsen door de raad van discipline. Binnen de kaders van die procedure kan klager al zijn bezwaren over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen onder de aandacht van de raad van discipline brengen. Daarom zal de voorzitter de klacht over de deken niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:153 Raad van Discipline Amsterdam 26-459/A/A 26-462/A/A

    Voorzittersbeslissing; Twee opvolgende klachten over de advocaat wederpartij (van klagers ex-partner) in een familierechtszaak kennelijk ongegrond met waarschuwing misbruik van recht. Klager heeft inmiddels drie klachten ingediend over verweerder. De klachten betreffen stuk voor stuk de bijstand van verweerder aan de ex-partner van klager. De voorzitter is er ambtshalve mee bekend dat klager over de voormalig advocaat van zijn ex-partner ook vier klachten heeft ingediend. Klager is erop gewezen dat het tuchtrecht er niet voor is bedoeld om onbeperkt ruimte te geven aan klagers om hun onvrede over advocaten telkens opnieuw, in iets andere vorm, maar met op hoofdlijnen dezelfde soort klachten, aan de orde te stellen. Klager moet er daarom ernstig rekening mee houden dat een volgende klacht die op enigerlei wijze samenhangt met de eerder ingediende klachten, niet meer (inhoudelijk) in behandeling wordt genomen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2935

    Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:160 Raad van Discipline Amsterdam 25-898/A/A

    Raadsbeslissing; zeer uitgebreide klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:154 Raad van Discipline Amsterdam 26-088/A/A 26-103/A/A

    Raadsbeslissing. De raad is van oordeel dat verweerders in ieder geval tot en met 30 april 2025 feitelijk de advocaten waren van meerdere vennootschappen. Er bestond een risico op een belangenconflict. De raad is in deze zaak van oordeel dat klaagsters voldoende rechtstreeks belang hebben bij hun klacht en dat verweerders bij het verlenen van hun rechtsbijstand duidelijker hadden moeten zijn over de positie van de onderlinge vennootschappen en de gevolgen van een eventueel tegenstrijdig belang tussen de partijen. Toen dat tegenstrijdig belang zich eenmaal had geopenbaard hadden verweerders dit op tafel moeten leggen en hierover in openheid met L. B.V. en de vennootschappen moeten overleggen. Door daar onvoldoende oog voor te hebben, hebben verweerders gehandeld op een wijze die botst met de kernwaardes van de advocatuur. De klacht is daarom gegrond. De raad legt de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:158 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2933

    Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:161 Raad van Discipline Amsterdam 26-074/A/A

    Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerder heeft klager bijgestaan bij een familierechtelijke kwestie. Verweerder heeft afgewacht met het indienen van een verzoek tot een voorlopige voorziening met toewijzing van de woning aan klager als doel. Verweerder heeft de reden van het afwachten gedeeld met klager, maar niet schriftelijk vastgelegd. Verweerder is daarmee tekortgeschoten. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:155 Raad van Discipline Amsterdam 26-030/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2904

    Klacht tegen een internist. De echtgenote van klager is gedurende negen dagen opgenomen geweest op de afdeling interne geneeskunde van een ziekenhuis. Daar is een neusmaagsonde geplaatst. Klager verwijt de internist dat zij bij het ontslag uit het ziekenhuis onzorgvuldig heeft gehandeld, omdat zij (a) de patiënte en klager twee uur heeft laten wachten op een ontslaggesprek, (b) de patiënte en klager niet of onvoldoende heeft geïnformeerd over het gebruik van de sonde en de daarmee samenhangende risico’s bij het gebruik, alsmede de voorgeschreven medicatie, en (c) in de zorgoverdracht en een brief aan de huisarts geen of onvoldoende instructie heeft gegeven over het gebruik van de voorgeschreven medicatie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel (b) gegrond en legt aan de internist een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager over klachtonderdeel (c) en het incidenteel beroep van de internist over klachtonderdeel (b).

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8705

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. Klager, de echtgenoot van een patiënte met Alzheimer, verwijt de GZ-psycholoog onder meer dat zij een voorgenomen verhuizing van patiënte heeft geïnitieerd en verzwegen, de familie niet heeft betrokken bij de besluitvorming, buiten het multidisciplinair overleg om heeft gehandeld, onvoldoende uitleg heeft gegeven over de verhuizing en niet in het belang van patiënte heeft gehandeld. Het college oordeelt dat verweerster niet verantwoordelijk was voor de communicatie met de familie of het initiëren van de verhuizing, dat zij heeft gehandeld in samenspraak met de betrokken zorgverleners en dat de overwegingen voor de voorgenomen verhuizing voldoende waren gemotiveerd. Ook is niet gebleken dat zij buiten haar professionele rol is getreden of de belangen van patiënte heeft veronachtzaamd. De klacht wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:157 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-746/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8622

    Verwijten aan huisarts dat zij klager niet naar een oogarts maar naar een optometrist heeft gestuurd, dat zij klager niet zelf heeft uitgenodigd op haar spreekuur, dat zij zijn klachten niet serieus heeft genomen, dat zij onvoldoende heeft gedaan om ervoor te zorgen dat klager eerder bij de oogarts terecht kon en dat zij achteraf haar fout niet heeft erkend. De klacht is in zoverre gegrond, dat de huisarts in de door klager in een herhaald e-consult geuite klachten aanleiding had moeten zien om contact met klager op te nemen, hetzij telefonisch hetzij door hem uit te nodigen op het spreekuur, om die klachten uit te vragen en deugdelijk te kunnen beoordelen of een verwijzing met spoed alsnog in de rede lag. De klacht is voor het overige ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:158 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-624/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder de raad en het hof van discipline in zijn schriftelijke stukken die hij in de eerdere klachtprocedure bij de raad en/of het hof heeft ingediend, heeft misleid met zijn standpunten over de adviesaanvraag en (de inhoud van) het advies aan het OM met als doel om de tuchtrechtelijke toetsing van zijn handelen te frustreren. De mededelingen over de adviesaanvraag en het advies die verweerder in deze procedure worden verweten zijn gedaan in de periode dat verweerder nog aan zijn geheimhoudingsplicht gebonden was en dat dit van invloed was op welke mededelingen verweerder daarover wel en niet kon doen. Klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:21 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/03

    Spoedtestament. De notaris bezoekt een testateur met spoed thuis en spreekt af dat zij de volgende ochtend zal terugkomen voor de wijziging van het testament. ’s-Nachts overlijdt de testateur. Omdat hij zijn testament kort daarvoor ook al twee keer had gewijzigd, het om een ingrijpende wijziging ging en degene die daardoor begunstigd zou worden het initiatief tot dienstverlening had genomen, was de notaris alert op de mogelijkheid van beïnvloeding en heeft zij bewust enige bedenktijd ingebouwd. In de gegeven omstandigheden vindt de kamer dat niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Wel had de communicatie met de klaagster over het moment waarop de notaris zou terugkomen beter gekund, maar dat is onvoldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:159 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-574/DH/DH

    Verzet

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9186

    Klaagster verwijt huisarts dat hij heeft geweigerd haar zoontje van acht jaar naar de oogarts te verwijzen en dat hij klaagster (in aanwezigheid van haar kinderen) respectloos en intimiderend heeft benaderd en hen zonder reden naar buiten heeft geduwd. De juistheid van het medisch dossier geldt voor het college in beginsel als uitgangspunt voor de beoordeling van een klacht. Klaagster heeft geen feiten of omstandigheden aangedragen op basis waarvan het college kan concluderen dat hetgeen de huisarts over het consult en de (wijze van) communicatie in het medisch dossier heeft genoteerd, onjuist is. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:17 Kamer voor het notariaat Den Haag 26-18

    De notaris was verzocht om de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster in behandeling te nemen. Klaagster verwijt de notaris onder andere onvoldoende duidelijkheid over haar rol, structureel negeren van correspondentie en schijn van partijdigheid. De klacht is op alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7425

    Huisarts heeft klager eenmalig op consult gezien in de Penitentiaire Inrichting wegens knieklachten. De huisarts heeft klager verwezen naar de fysiotherapeut. Klacht over nalatig handelen, te weten onvoldoende informatie over de behandeling, risico’s en eventuele andere mogelijkheden, en ten onrechte geen verwijzing naar het ziekenhuis, kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:155 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-368/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil over de verblijfplaats van het kind. Verweerster heeft zich in haar processtuk polariserend en onnodig grievend uitgelaten door te stellen dat klaagster de meest vreselijke dingen verzint, waarbij zij doelt op huiselijk geweld en een gewelddadige relatie. Verweerster had deze vergaande stelling niet op deze manier, zonder enig voorbehoud of nuance, mogen innemen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:161 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-344/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de curator kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9389

    Klacht van IGJ over huisarts over langdurig, structureel en ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens patiënte tijdens behandelrelatie van 25 jaar. Huisarts erkent dat tussen hem en de 22 jaar jongere - kwetsbare - patiënte een vriendschappelijke relatie is ontstaan, die is overgegaan in een ruim drie jaar durende seksuele relatie. De huisarts heeft met deze relatie de professionele grenzen ernstig overschreden. Hij heeft zich door de bijzondere kwetsbaarheid van patiënte niet laten weerhouden. Hij was zich bewust van de ongeoorloofdheid van deze relatie, maar heeft de relatie jarenlang laten voortduren en steeds intensiever laten worden, totdat hij zelfs bewust heeft afgezien van anticonceptie en patiënte zwanger van hem is geworden. De huisarts heeft de behandelrelatie laten voortbestaan, totdat patiënte vijf jaar na het einde van de relatie zelf naar een andere huisarts is overgestapt. Het college beschouwt de handelwijze van de huisarts als bijzonder kwalijk. De kans op herhaling lijkt klein, nu de huisarts de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en zijn praktijk inmiddels heeft beëindigd. Ondanks dat hij stelt dat hij niet meer als arts werkzaam wil zijn, heeft de huisarts zich echter niet uit het BIG-register laten uitschrijven. De door de huisarts aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende om met een lichtere maatregel dan de maatregel van doorhaling te volstaan. Het college ziet verder aanleiding om bij wijze van voorlopige voorziening de bevoegdheid van de huisarts te schorsen om de aan de inschrijving in het register verbonden bevoegdheden uit te oefenen en om de huisarts, voor het geval hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet is ingeschreven in het BIG-register, het recht te ontzeggen om opnieuw in het BIG-register te worden ingeschreven.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:156 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-750/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:162 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-409/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een curator is deels niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9315

    Klacht van patiënt tegen radioloog kennelijk ongegrond. Verwijt dat de radioloog een MRI-scan van de prostaat van klager in 2017 niet zorgvuldig heeft beoordeeld. De radioloog heeft aangevoerd dat hij de beelden zorgvuldig heeft beoordeeld waarbij de kans op klinische prostaatkanker onwaarschijnlijk was, aan de hand van PI-RADS versie 2 (uit 2015).