Zoekresultaten 1-50 van de 47474 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:125 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-855/AL/NN
- Datum publicatie: 28-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:125
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. De raad kan niet vaststellen dat verweerder de handtekening van de heer Y op de vaststellingsovereenkomst (vso) heeft laten vervalsen. Geen van partijen heeft het betreffende document van de vso dat overgelegd en ter zitting is het ook niet duidelijk geworden hoe de heer X namens de heer Y heeft getekend en of daar bijvoorbeeld ‘in opdracht’ of ‘per opdracht’ bij is gezet, zodat de raad over de gang van zaken rondom de door de heer X namens de heer Y gezette handtekening verder niet kan oordelen. Verder oordeelt de raad dat de omstandigheid dat de heer Y de vso voorafgaand aan zijn akkoord niet had gelezen, dat hij niet wist waar hij akkoord mee ging en dat het hem pas later duidelijk werd wat werkelijk was vastgelegd, verweerder niet kan worden verweten. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9330
- Datum publicatie: 28-05-2026
- Datum uitspraak: 27-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:124
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een huisarts. De klachtonderdelen die gaan over het structureel weigeren van adequate zorg, een onjuist dossier en het weigeren het dossier te overleggen zijn onvoldoende onderbouwd. De voorzitter kan voorts niet vaststellen dat de huisarts de afspraken over een derde verwijzing die tijdens de zitting van de geschillencommissie zijn gemaakt, niet nakomt. Door eerst een gesprek met de klachtenfunctionaris te hebben, houdt de huisarts zich juist aan de gemaakte afspraak. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9218
- Datum publicatie: 28-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:125
Voorzittersbeslissing. Bij klaagster is voor de tweede keer een zwelling in de borst ontdekt. Klaagster verwijt de chirurg dat zij een onnodige en overbodige medische interventie heeft verricht, en dat er een operatie zou zijn gepland. Er lijkt hier sprake te zijn van een misverstand, de chirurgische opties moesten nog verkend en besproken worden. Een gesprek hierover stond gepland, geen operatie. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:165 Hof van Discipline 's Gravenhage 260167
- Datum publicatie: 28-05-2026
- Datum uitspraak: 28-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:165
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46 c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om het hof te verzoeken te interveniëren in een lopend klachtonderzoek van een deken, waartoe het hof overigens ook geen wettelijke bevoegdheid heeft. Evenmin is het klachtrecht bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt (zoals het hanteren van termijnen).
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:124 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-267/AL/MN
- Datum publicatie: 28-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:124
Voorzittersbeslissing over de eigen advocaat in een letselschadeclaim. Naar het oordeel van de voorzitter is verweerster op zorgvuldige wijze voor klager opgetreden. Verweerster was bij haar handelen beperkt door het juridisch kader van een letselschadezaak. Niettemin heeft zij de van klager ontvangen berichten op zijn verzoek ook aan de wederpartij, medisch adviseur en deskundige verstrekt. Vast staat dat die informatie van klager door de deskundige ook in zijn beoordeling is betrokken. Toen verweerster bemerkte dat klager en zij uiteenlopende visies op de wijze van aanpak van de zaak kregen, heeft zij klager gewezen op de mogelijkheid om een second opinion via DAS te vragen. Gezien de stand van zaken in het dossier, de constatering van verweerster dat zij - anders dan klager - geen redelijke kans van slagen meer zag, kon verweerster niet anders dan besluiten om met haar werkzaamheden in de zaak van klager te stoppen. Dat heeft zij naar het oordeel van de voorzitter op zorgvuldige wijze gedaan door klager tijdig en duidelijk te wijzen op de ophanden zijnde verjaring en zijn mogelijkheden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8918
- Datum publicatie: 27-05-2026
- Datum uitspraak: 27-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:74
Klacht tegen bedrijfsarts deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk van onvoldoende gewicht. Klager maakt de bedrijfsarts verschillende verwijten over de consulten en het door haar gegeven advies. De klacht is deels kennelijk van onvoldoende gewicht, voor zover de bedrijfsarts in een periodieke evaluatie (die tevens naar de werkgever is gestuurd) heeft omschreven dat klager boos van het consult is vertrokken. Weliswaar is deze omschrijving op zichzelf klachtwaardig te achten, echter de bedrijfsarts heeft zich, direct nadat klager nog diezelfde dag zijn onvrede hierover kenbaar had gemaakt, rekenschap gegeven van deze foutieve vermelding, dit direct adequaat gewijzigd en de aangepaste versie aan zowel klager als de werkgever gestuurd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:121 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-126/AL/GLD
- Datum publicatie: 27-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:121
Voorzittersbeslissing. De klacht van een derde wordt deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:122 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-183/AL/NN
- Datum publicatie: 27-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:122
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:123 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-198/AL/MN
- Datum publicatie: 27-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:123
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:62 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-257/DB/ZWB
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:62
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Voor zover de klacht betrekking heeft op schending van de AVG is de raad niet bevoegd. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder feiten heeft gesteld waarvan hij de onjuistheid kende of behoorde te kennen, noch dat hij zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8994
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:123
Klaagster is deels kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht en de klacht is voor het overige kennelijk ongegrond. Klaagster vindt dat de behandelend psychotherapeut van haar ex-partner door ernstig en herhaaldelijk onprofessioneel handelen haar veiligheid en welzijn en dat van haar 6-jarige dochter in gevaar heeft gebracht. Voor zover klaagster klaagt over handelingen in het kader van de behandeling van haar ex-partner, is zij niet-ontvankelijk. In de klachtonderdelen over het handelen van de psychotherapeut jegens klaagster als naaste, is zij wel ontvankelijk. Die klachtonderdelen verklaart het college kennelijk ongegrond.Zie ook: A2025/8691 (verweerder in hoedanigheid van psychiater).
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9054
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:73
Klacht tegen een arts gegrond. In juni 2021 ontving de inspectie een ontslagmelding van de werkgever van de arts. Hij had (wetenschappelijk) onderzoek verricht op een aantal patiënten zonder de hierbij behorende waarborgen in acht te nemen. De inspectie besloot vervolgens een tuchtklacht in te dienen. Het college legt de maatregel van een berisping op en weegt daarbij mee dat de arts op meerdere punten tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en extra zorgvuldigheid had moeten betrachten bij deze kwetsbare groep patiënten.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:63 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-258/DB/ZWB
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:63
Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde. Voor zover de klacht strafrechtelijke kwalificaties bevat is de raad niet bevoegd. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder feiten heeft gesteld waarvan hij de onjuistheid kende of behoorde te kennen, noch dat hij zich onnodig grievend over klager heeft uitgelaten.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:64 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-256/DB/ZWB
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:64
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in de hoedanigheid van deken. De voorzitter stelt vast dat de klacht ziet op optreden van verweerster in de periode van 7 juni 2021 tot 17 maart 2022. De voorzitter overweegt dat klaagster, die al ruim 25 jaar werkzaam is als advocaat, bekend mag worden verondersteld met de wettelijke regeling van de vervaltermijnen voor tuchtklachten. Klaagster heeft zich bij brief van 2 mei 2025, derhalve na het verstrijken van de in artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet bedoelde termijn, met een klacht over verweerster tot het Hof van Discipline gewend. Niet is gebleken dat klaagster niet eerder dan op 2 mei 2025 heeft kunnen klagen. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is geen sprake. Dat sprake zou zijn van de in artikel 46g lid 2 Advocatenwet bedoelde situatie is voorts evenmin gebleken. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:104 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2825
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:104
.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8737
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:119
Klager verwijt de psychiater dat zij verkeerde medicatie heeft voorgeschreven en dat zij geen afbouwschema hanteerde toen zij de medicatie had aangepast. De psychiater heeft zich vergist bij het voorschrijven van het antipsychoticum en dit direct hersteld door alsnog het afgesproken antipsychoticum voor te schrijven. De psychiater toegelicht dat klager in crisis was en moest starten met een antipsychoticum. Welk middel het uiteindelijk zou worden, was minder relevant. Het college acht de vergissing niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Volgens het college heeft de psychiater, toen zij dit opmerkte, adequaat gehandeld. Ook de rest van de klacht wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:105 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2025/2826
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:105
.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9031
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:120
De ex-partner van klaagster is enige tijd in behandeling geweest bij een arts in opleiding tot specialist (aios) psychiatrie en verweerder - een psychiater - als zijn supervisor. Tijdens deze opname heeft de aios – die toen net drie maanden als aios aan het werk was – een melding gedaan bij Veilig Thuis omdat er zorgen waren over de dynamiek tussen klaagster en haar ex-partner en de gevolgen daarvan voor het opvoedklimaat voor hun minderjarige kinderen. Klaagster verwijt de psychiater onder meer dat deze melding onzorgvuldig en onjuist is geweest. Het college verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond. Volgens het college voldoet de melding niet aan de eisen van zorgvuldigheid zoals bedoeld in de KNMG-meldcode kindermishandeling. De psychiater had zich, als supervisor, ervan moeten vergewissen dat de melding aan de eisen van zorgvuldigheid beantwoordde voordat deze aan Veilig Thuis werd gestuurd. Het college verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de psychiater een waarschuwing op.Zie ook: A2025/9033 (zaak tegen aios).
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:106 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2025/2827
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:106
.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9033
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:121
De ex-partner van klaagster is enige tijd in behandeling geweest bij een arts in opleiding tot specialist (aios / verweerder) psychiatrie en een psychiater, zijn supervisor. Tijdens deze opname heeft de aios – die toen net drie maanden als aios aan het werk was – een melding gedaan bij Veilig Thuis omdat er zorgen waren over de dynamiek tussen klaagster en haar ex-partner en de gevolgen daarvan voor het opvoedklimaat voor hun minderjarige kinderen. Klaagster verwijt de aios onder meer dat deze melding onzorgvuldig en onjuist is geweest. Het college verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond. Volgens het college voldoet de melding niet aan de eisen van zorgvuldigheid zoals bedoeld in de KNMG-meldcode kindermishandeling. De aios had de melding bovendien aan zijn supervisor moeten voorleggen, voordat hij deze aan Veilig Thuis stuurde. Van een arts die een melding doet bij Veilig Thuis mag verlangd worden dat deze een grote mate van zorgvuldigheid betracht. Het college houdt er rekening mee dat de aios nog maar kort in opleiding was en legt een waarschuwing op.Zie ook: A2025/9031 (zaak tegen supervisor van aios).
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:107 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2025/2982
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:107
.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8691
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:122
Klaagster is deels kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht en de klacht is voor het overige kennelijk ongegrond. Klaagster vindt dat de behandelend psychiater van haar ex-partner door ernstig en herhaaldelijk onprofessioneel handelen haar veiligheid en welzijn en dat van haar 6-jarige dochter in gevaar heeft gebracht. Voor zover klaagster klaagt over handelingen in het kader van de behandeling van haar ex-partner, is zij niet-ontvankelijk. In de klachtonderdelen over het handelen van de psychiater jegens klaagster als naaste, is zij wel ontvankelijk. Die klachtonderdelen verklaart het college kennelijk ongegrond.Zie ook: A2025/8994 (verweerder in hoedanigheid van psychotherapeut).
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:162 Hof van Discipline 's Gravenhage 260040
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:162
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Klager heeft om aanwijzing van een advocaat verzocht voor een huurgeschil. Zoals de deken terecht heeft aangegeven, moeten huurgeschillen worden aangebracht bij de kantonrechter. Voor een procedure bij de kantonrechter is geen bijstand van een advocaat vereist. Klager mag zelf een procedure voor de kantonrechter starten. Nu op grond van artikel 13 Advocatenwet door de deken alleen een advocaat kan worden aangewezen in zaken waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven, dan wel bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden, is het hof van oordeel dat de deken klagers verzoek om aanwijzing terecht heeft afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:105 Raad van Discipline Amsterdam 26-281/A/NH
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:105
Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk vanwege een niet-verschoonbare termijnoverschrijding.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/26, 27 en 28
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:13
De kamer voor het notariaat Den Haag heeft een tegen haar wrakingskamer gericht wrakingsverzoek op grond van artikel 2 lid 2 van het Wrakingsprotocol kamers voor het notariaat ter behandeling doorgeleid naar de kamer voor het notariaat ’s-Hertogenbosch.De wrakingskamer van de kamer voor het notariaat ’s-Hertogenbosch heeft het vervolgens tegen haar gerichte wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld, omdat de verzoeker evident misbruik maakt van het wrakingsinstrument, met het kennelijke doel de voortgang van de procedure te frustreren. Om die reden heeft de wrakingskamer ’s-Hertogenbosch ook bepaald dat een volgend verzoek tot wraking van haar tuchtrechters niet meer in behandeling zal worden genomen.Het tegen de wrakingskamer Den Haag gerichte wrakingsverzoek is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen. Verder heeft de wrakingskamer ’s-Hertogenbosch bepaald dat ook een volgend wrakingsverzoek tegen de leden van de wrakingskamer Den Haag niet meer in behandeling zal worden genomen wegens misbruik van dit middel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:163 Hof van Discipline 's Gravenhage 260008
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:163
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Verweerder is bij beslissing van de raad van 8 december geschorst in de uitoefening van zijn praktijk als advocaat op grond van artikel 60ab lid 1 Advocatenwet. De raad heeft daarbij de termijn als bedoeld in artikel 60ab lid 5 Advocatenwet (indienen dekenbezwaar) op zes weken bepaald. Verweerder heeft zich op 18 december 2025 uitgeschreven als advocaat. De deken heeft daarop besloten om geen dekenbezwaar in te dienen. Uit artikel 60ab lid 5 Advocatenwet volgt dat de schorsing na de termijn van zes weken van rechtswege vervalt als niet binnen die termijn een dekenbezwaar is ingediend. Nu dat niet is gebeurd, is de aan verweerder opgelegde schorsing in de uitoefening van zijn praktijk als advocaat komen te vervallen. Gelet hierop heeft verweerder geen belang meer bij een beoordeling van de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8274
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:118
Gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het college oordeelt dat de fysiotherapeut ten aanzien van de communicatie met klager en het beëindigen van de behandelrelatie met de dochter van klager onzorgvuldig heeft gehandeld en niet het belang van haar minderjarige patiënt voorop heeft gesteld. Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Het college volstaat in dit geval met een gegrondverklaring zonder de oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:164 Hof van Discipline 's Gravenhage 260005
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:164
Het verzet tegen voorzittersbeslissing waarbij een klacht niet is verwezen is ongegrond. Voor zover klager heeft aangevoerd dat de voorzittersbeslissing is genomen zonder dat sprake is geweest van hoor-en wederhoor, wijst het hof erop dat er in de procedure in verzet invulling is gegeven aan dit beginsel door het bieden van de mogelijkheid van verweer, re- en dupliek. Hiervan is door klager en verweerster ook gebruikgemaakt. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Klager heeft de mogelijkheid gehad om bij de Raad van Discipline zijn standpunt over het dekenbezwaar, de wijze van totstandkoming ervan en het handelen van de deken in dat kader naar voren te brengen. Van die mogelijkheid heeft klager gebruik gemaakt. Dat betekent dat klager niet alsnog zijn bezwaren over -het handelen van- de deken aan de orde kan stellen door middel van een klacht tegen de deken. Daar is het klachtrecht niet voor bedoeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9507
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:75
Klacht tegen verzekeringsarts. Klaagster heeft in het kader van een Ziektewetbeoordeling twee telefonische consulten gehad bij de verzekeringsarts. Klaagster maakt de verzekeringsarts verschillende verwijten over deze consulten en de verslaglegging daarvan. Het college verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:101 Raad van Discipline Amsterdam 26-284/A/NH
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:101
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over verweerder in hoedanigheid van deken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:159 Hof van Discipline 's Gravenhage 260085
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:159
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Naar het oordeel van het hof heeft de deken zich terecht op het standpunt gesteld dat de procedure waarvoor klager om aanwijzing van een advocaat heeft verzocht bij de kantonrechter kan worden gevoerd. Bijstand van een advocaat is daarbij niet vereist. Ook onderschrijft het hof het standpunt van de deken dat het starten van een executiegeschil -in kort geding- geen redelijke kans van slagen heeft nu vaststaat dat het vonnis en de dwangbevelen waarvan klager schorsing wenst alle onaantastbaar zijn. Terecht heeft de deken erop gewezen dat voor uitspraken waartegen geen rechtsmiddelen (meer) openstaan slechts grond voor schorsing bestaat ingeval van -kort gezegd- misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW). Datzelfde geldt voor dwangbevelen die onaantastbaar zijn.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8601
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:76
Ongegronde klacht over de zorg aan de dochter van klaagster (cliente). Cliente verbleef in een woonvoorziening. De klacht gaat er onder meer over dat de huisarts er voor heeft gezorgd dat een verklaring werd afgegeven die volgens klaagster heeft geleid tot het toepassen van onvrijwillige zorg onder de Wet zorg en dwang.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:102 Raad van Discipline Amsterdam 26-279/A/A
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:102
Voorzittersbeslissing; klacht is kennelijk ongegrond. Het staat verweerster vrij om een zaak al dan niet aan te nemen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8602
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:77
Ongegronde klacht over de zorg aan de dochter van klaagster (cliente). Cliente verbleef in een woonvoorziening. De klacht gaat er onder meer over dat de huisarts namens zijn college een verklaring heeft afgegeven die volgens klaagster heeft geleid tot het toepassen van onvrijwililge zorg onder de Wet zorg en dwang.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:160 Hof van Discipline 's Gravenhage 260042
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:160
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft aan klaagster een advocaat aangewezen voor het hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter. Vervolgens heeft klaagster een herhaald verzoek gedaan om aanwijzing van een advocaat voor dezelfde procedure. Het hof is van oordeel dat de deken op goede gronden heeft geweigerd aan klaagsters herhaalde verzoek te voldoen. Het standpunt van de deken dat het feit dat de aangewezen advocaat zich heeft onttrokken geen reden geeft voor aanwijzing van een nieuwe advocaat wordt door het hof onderschreven. De deken heeft er terecht op gewezen dat de aangewezen advocaat ‘dominus litis’ is. Het hof onderschrijft de toelichting van de deken dat de advocaat – in overleg met klaagster – de strategie bepaalt in de zaak. De advocaat mag geen handelingen verrichten tegen klaagsters wil, maar wanneer er sprake is van een verschil van mening over wat in de procedure naar voren moet worden gebracht, kan klaagster de advocaat niet dwingen bepaalde argumenten aan te voeren of om bepaalde incidenten op te werpen. Wanneer er geen overeenstemming kan worden bereikt over de strategie in de zaak, mag de aangewezen advocaat zich onttrekken. De deken heeft bij de eerste aanwijzing al te kennen gegeven dat dit geen reden zal zijn om een nieuwe advocaat aan te wijzen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:103 Raad van Discipline Amsterdam 26-272/A/A 26-276/A/A
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:103
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. Geen sprake van rauwelijks dagvaarden, het niet-meewerken aan verplaatsing zittingsdatum of het doen van valse verklaringen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8506
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:71
Klacht tegen (cosmetisch) arts gegrond. Doorhaling en onmiddellijke schorsing. Informed consent: kans op complicatie faciale parese (gezichtsverlamming) had moeten worden genoemd. Bij cosmetische ingrepen geldt een verzwaarde informatieplicht. De dossiervoering is onder de maat, de arts had patiënte na de operatie moeten zien, de arts heeft zijn eigen kunnen overschat, de diagnostiek na de operatie was onvoldoende, de inrichting van de zorg in de kliniek was onvoldoende: de operatiekamer voldeed niet voor een dergelijk lange ingreep.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9439
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:78
Voorzittersbeslissing, kennelijk ongegrond. Klacht van dochter van (inmiddels overleden) patiënte. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden door de naam van de instelling waar patiënte verbleef te delen met een familielid. Verweerder ontkent dit.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:161 Hof van Discipline 's Gravenhage 260041
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:161
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat voor de procedure die klager wil voeren verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat niet noodzakelijk is. Het betreft een procedure bij de kantonrechter, waarvoor geen verplichte procesvertegenwoordiging geldt. De verplichting voor de deken om op grond van artikel 13 Advocatenwet een advocaat aan te wijzen geldt alleen voor personen die een advocaat zoeken voor een procedure waarbij een advocaat verplicht is of voor een procedure waarin zij uitsluitend door een advocaat kunnen worden bijgestaan.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:104 Raad van Discipline Amsterdam 26-270/A/A
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:104
Voorzittersbeslissing; klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van klachtenfunctionaris kennelijk ongegrond. Vertrouwen advocatuur niet geschaad.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:12 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/21, 22 en 23
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:12
De kamer voor het notariaat Den Haag heeft een tegen haar wrakingskamer gericht wrakingsverzoek op grond van artikel 2 lid 2 van het Wrakingsprotocol kamers voor het notariaat ter behandeling doorgeleid naar de kamer voor het notariaat ’s-Hertogenbosch.De wrakingskamer van de kamer voor het notariaat ’s-Hertogenbosch heeft het vervolgens tegen haar gerichte wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld, omdat de verzoeker evident misbruik maakt van het wrakingsinstrument, met het kennelijke doel de voortgang van de procedure te frustreren. Om die reden heeft de wrakingskamer ’s-Hertogenbosch ook bepaald dat een volgend verzoek tot wraking van haar tuchtrechters niet meer in behandeling zal worden genomen.Het tegen de wrakingskamer Den Haag gerichte wrakingsverzoek is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen. Verder heeft de wrakingskamer ’s-Hertogenbosch bepaald dat ook een volgend wrakingsverzoek tegen de leden van de wrakingskamer Den Haag niet meer in behandeling zal worden genomen wegens misbruik van dit middel.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9123
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:72
Klacht tegen plastisch chirurg ongegrond. Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij medisch onzorgvuldig en verwijtbaar heeft gehandeld door haar niet volledig te informeren over de risico’s en het resultaat van de uitgevoerde ingrepen bij een praktijk voor cosmetische behandelingen. Daarbij heeft de plastisch chirurg volgens klaagster te grote borstimplantaten geïndiceerd en geplaatst. Ook de hersteloperatie is volgens klaagster niet zorgvuldig uitgevoerd. De plastisch chirurg zou ook niet aan zijn dossierplicht hebben voldaan. Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg heeft voldaan aan de verzwaarde informatieplicht. De grootte van de protheses waren de wens van klaagster en in samenspraak is hiertoe besloten.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9440
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:79
Voorzittersbeslissing, kennelijk ongegrond. Klacht van dochter van (inmiddels overleden) patiënte. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zonder goede grond weigert om een schriftelijke bevestiging te geven dat haar moeder wilsonbekwaam was.
-
ECLI:NL:TSCTS:2026:3 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2026-03 (2025.V8-WR123 ANNA JOHANNA)
- Datum publicatie: 21-05-2026
- Datum uitspraak: 21-05-2026
- ECLI:NL:TSCTS:2026:3
De zaak gaat over een aanvaring tussen twee vissersschepen op 14 oktober 2024 om 03:19 uur op de Noordzee ten westen van Ouddorp/Stellendam. De stomende garnalenkotter ZK147 De Kim (De Kim) is daar toen met haar voorzijde tegen de achterzijde van het vissende visserschip WR123 Anna Johanna (Anna Johanna) gevaren. Beide schepen raakten beschadigd; persoonlijke ongevallen hebben zich niet voorgedaan. De inspecteur maakt de schippers van beide schepen een verwijt. Het verwijt aan de schipper van de Anna Johanna – waar deze zaak over gaat – is dat hij geen goede uitkijk heeft gehouden, terwijl dat wel nodig was vanwege het gevaar van een aanvaring door, in dit geval, De Kim. Daarnaast verwijt de inspecteur hem dat hij is uitgevaren ondanks dat de geneeskundige verklaring van de plaatsvervangend schipper al anderhalve maand verlopen was, terwijl kort daarvoor nog een waarschuwing was gegeven door inspecteurs van de ILT. Zonder geldige medische keuring is het vaarbevoegdheidsbewijs niet geldig en voldeed de bemanning dus niet aan de eisen van het ‘certificaat minimale bemanningssterkte (visserij)’. Het Tuchtcollege acht de verwijten gegrond en legt de schipper van de Anna Johanna de maatregel op van een voorwaardelijke schorsing van de vaarbevoegdheid voor de duur van drie (3) weken en een geldboete van € 1.500,-.
-
ECLI:NL:TSCTS:2026:2 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2026-02 (2025.V7-ZK147 DE KIM)
- Datum publicatie: 21-05-2026
- Datum uitspraak: 21-05-2026
- ECLI:NL:TSCTS:2026:2
De zaak gaat over een aanvaring tussen twee vissersschepen op 14 oktober 2024 om 03:19 uur op de Noordzee ten westen van Ouddorp/Stellendam. De stomende garnalenkotter ZK147 De Kim (De Kim) is daar toen met haar voorzijde tegen de achterzijde van het vissende visserschip WR123 Anna Johanna (Anna Johanna) gevaren. Beide schepen raakten beschadigd; persoonlijke ongevallen hebben zich niet voorgedaan.De inspecteur maakt de schippers van beide schepen een verwijt. Het verwijt aan de schipper van De Kim – waar deze zaak over gaat – is dat hij geen (correcte) inschatting van het aanvaringsgevaar met de Anna Johanna heeft gemaakt voordat hij de brug verliet en dat hij de brug vervolgens onbemand heeft achtergelaten. Daarnaast verwijt de inspecteur hem dat hij is uitgevaren terwijl zijn geneeskundige verklaring al één jaar en acht maanden niet meer geldig was; daardoor was zijn vaarbevoegdheidsbewijs evenmin geldig en voldeed de bemanning dus ook niet aan de eisen van het ‘certificaat minimale bemanningssterkte (visserij)’. Het Tuchtcollege acht de verwijten gegrond en legt betrokkene de maatregel op van een schorsing van de vaarbevoegdheid voor de duur van acht weken, waarvan vier weken voorwaardelijk, alsmede een geldboete van € 2.000,-.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8511
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 20-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:91
Ongegronde klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Nabestaanden klagen over de spoedoverplaatsing van patiënt naar een andere woonzorglocatie, het niet tijdig en onvoldoende informeren van de familie en over het medicatiebeleid. Dementie in combinatie met zeer ernstig probleemgedrag. Noodsituatie en het waarborgen van veiligheid van patiënt, medebewoners en zorgverleners. Meerdere keren met familie gesproken over overplaatsing in het belang van patiënt. Familie stond daar niet voor open. Geen aanknopingspunt voor onzorgvuldig medicatiebeleid .
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:156 Hof van Discipline 's Gravenhage 250119
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:156
Deze procedure betreft een klacht die is ingediend door klaagster en een andere klaagster, hierna aangeduid als klaagster respectievelijk klaagster sub 2 (hierna gezamenlijk: klaagsters). Samenhang met 250108D. De Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) heeft klaagster sub 2 niet-ontvankelijk verklaard in alle klachtonderdelen. Daartegen is klaagster sub 2 niet opgekomen. De raad heeft geoordeeld dat verweerder in strijd met de kernwaarde (financiële) integriteit heeft gehandeld, omdat het door hem gedreven Advocatenkantoor, waarvan verweerder (middellijk) enig aandeelhouder en enig bestuurder is, excessief heeft gedeclareerd. De raad heeft verweerder een schorsing voor de duur van twaalf weken opgelegd. Verweerder komt van die beslissing in hoger beroep. Ook klaagster komt in hoger beroep.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8711
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 20-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:92
Kennelijk ongegronde klacht psychiater. Klager stelt dat verweerster in een intakeverslag ten onrechte een DSM-classificatie heeft opgenomen, dat zij veel informatie heeft weggelaten ten opzichte van het besprokene en niet-besproken zaken wel heeft opgenomen. Verder heeft verweerster volgens klager zonder zijn toestemming (medische) gegevens verspreid en heeft zij niet toegelicht wie klager voor het intakegesprek heeft aangemeld. Het college is van oordeel dat klager kan worden ontvangen in zijn klacht, maar dat die klacht kennelijk ongegrond is. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Het intakeverslag zet op voldoende inzichtelijke en consistente wijze uiteen op welke gronden de beschrijvende diagnose en (bijkomende) DSM-classificatie steunen. De feiten, omstandigheden en bevindingen die verweerster heeft opgenomen zijn naar het oordeel van het college relevant en adequaat. Verweerster heeft het intakeverslag gedeeld met klagers huisarts, die hem had verwezen. Blijkens de toestemmingsverklaring is daarvoor namens klager toestemming verleend. Dat verweerster het intakeverslag hiernaast nog met anderen heeft gedeeld, kan het college niet vaststellen. Feiten of omstandigheden waaruit dit blijkt zijn niet aangedragen. De vraag wie klager heeft verwezen is door de maatschappelijk werkster beantwoord.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:103 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2984
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:103
Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, hierna patiënte, was in april 2022 opgenomen in het ziekenhuis vanwege ondervoeding door slikproblemen en aldaar is een neusmaagsonde geplaatst. Patiënte kreeg als thuismedicatie macrogol voorgeschreven. Na ontslag bleef patiënte last houden van de sonde en ondervond zij meerdere klachten, zoals misselijkheid, braken en het uitspugen van de sonde. In mei 2023 kreeg patiënte een PEG-J sonde. Klager vindt – kort gezegd – dat de huisarts in de zorg omtrent de voorgeschreven medicatie, de sonde(voeding) en de klachten van patiënte tekort is geschoten. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:157 Hof van Discipline 's Gravenhage 250108D
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:157
Dekenbezwaar. Samenhang met 250119. De raad heeft geoordeeld dat verweerder in strijd heeft gehandeld met de kernwaarde financiële integriteit (artikel 10a Advocatenwet), omdat het onder zijn verantwoordelijkheid gedreven Advocatenkantoor, waarvan verweerder (middellijk) enig aandeelhouder en enig bestuurder is, excessief heeft gedeclareerd. De raad heeft verweerder een schorsing voor de duur van twaalf weken opgelegd. Verweerder komt van die beslissing in hoger beroep.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 950
- Volgende pagina zoekresultaten