Zoekresultaten 1-50 van de 47441 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:162 Hof van Discipline 's Gravenhage 260040
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:162
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Klager heeft om aanwijzing van een advocaat verzocht voor een huurgeschil. Zoals de deken terecht heeft aangegeven, moeten huurgeschillen worden aangebracht bij de kantonrechter. Voor een procedure bij de kantonrechter is geen bijstand van een advocaat vereist. Klager mag zelf een procedure voor de kantonrechter starten. Nu op grond van artikel 13 Advocatenwet door de deken alleen een advocaat kan worden aangewezen in zaken waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven, dan wel bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden, is het hof van oordeel dat de deken klagers verzoek om aanwijzing terecht heeft afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:105 Raad van Discipline Amsterdam 26-281/A/NH
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:105
Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk vanwege een niet-verschoonbare termijnoverschrijding.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/26, 27 en 28
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:13
De kamer voor het notariaat Den Haag heeft een tegen haar wrakingskamer gericht wrakingsverzoek op grond van artikel 2 lid 2 van het Wrakingsprotocol kamers voor het notariaat ter behandeling doorgeleid naar de kamer voor het notariaat ’s-Hertogenbosch.De wrakingskamer van de kamer voor het notariaat ’s-Hertogenbosch heeft het vervolgens tegen haar gerichte wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld, omdat de verzoeker evident misbruik maakt van het wrakingsinstrument, met het kennelijke doel de voortgang van de procedure te frustreren. Om die reden heeft de wrakingskamer ’s-Hertogenbosch ook bepaald dat een volgend verzoek tot wraking van haar tuchtrechters niet meer in behandeling zal worden genomen.Het tegen de wrakingskamer Den Haag gerichte wrakingsverzoek is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen. Verder heeft de wrakingskamer ’s-Hertogenbosch bepaald dat ook een volgend wrakingsverzoek tegen de leden van de wrakingskamer Den Haag niet meer in behandeling zal worden genomen wegens misbruik van dit middel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:163 Hof van Discipline 's Gravenhage 260008
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:163
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Verweerder is bij beslissing van de raad van 8 december geschorst in de uitoefening van zijn praktijk als advocaat op grond van artikel 60ab lid 1 Advocatenwet. De raad heeft daarbij de termijn als bedoeld in artikel 60ab lid 5 Advocatenwet (indienen dekenbezwaar) op zes weken bepaald. Verweerder heeft zich op 18 december 2025 uitgeschreven als advocaat. De deken heeft daarop besloten om geen dekenbezwaar in te dienen. Uit artikel 60ab lid 5 Advocatenwet volgt dat de schorsing na de termijn van zes weken van rechtswege vervalt als niet binnen die termijn een dekenbezwaar is ingediend. Nu dat niet is gebeurd, is de aan verweerder opgelegde schorsing in de uitoefening van zijn praktijk als advocaat komen te vervallen. Gelet hierop heeft verweerder geen belang meer bij een beoordeling van de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8274
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:118
Gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het college oordeelt dat de fysiotherapeut ten aanzien van de communicatie met klager en het beëindigen van de behandelrelatie met de dochter van klager onzorgvuldig heeft gehandeld en niet het belang van haar minderjarige patiënt voorop heeft gesteld. Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Het college volstaat in dit geval met een gegrondverklaring zonder de oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:164 Hof van Discipline 's Gravenhage 260005
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:164
Het verzet tegen voorzittersbeslissing waarbij een klacht niet is verwezen is ongegrond. Voor zover klager heeft aangevoerd dat de voorzittersbeslissing is genomen zonder dat sprake is geweest van hoor-en wederhoor, wijst het hof erop dat er in de procedure in verzet invulling is gegeven aan dit beginsel door het bieden van de mogelijkheid van verweer, re- en dupliek. Hiervan is door klager en verweerster ook gebruikgemaakt. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Klager heeft de mogelijkheid gehad om bij de Raad van Discipline zijn standpunt over het dekenbezwaar, de wijze van totstandkoming ervan en het handelen van de deken in dat kader naar voren te brengen. Van die mogelijkheid heeft klager gebruik gemaakt. Dat betekent dat klager niet alsnog zijn bezwaren over -het handelen van- de deken aan de orde kan stellen door middel van een klacht tegen de deken. Daar is het klachtrecht niet voor bedoeld.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:101 Raad van Discipline Amsterdam 26-284/A/NH
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:101
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over verweerder in hoedanigheid van deken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:159 Hof van Discipline 's Gravenhage 260085
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:159
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Naar het oordeel van het hof heeft de deken zich terecht op het standpunt gesteld dat de procedure waarvoor klager om aanwijzing van een advocaat heeft verzocht bij de kantonrechter kan worden gevoerd. Bijstand van een advocaat is daarbij niet vereist. Ook onderschrijft het hof het standpunt van de deken dat het starten van een executiegeschil -in kort geding- geen redelijke kans van slagen heeft nu vaststaat dat het vonnis en de dwangbevelen waarvan klager schorsing wenst alle onaantastbaar zijn. Terecht heeft de deken erop gewezen dat voor uitspraken waartegen geen rechtsmiddelen (meer) openstaan slechts grond voor schorsing bestaat ingeval van -kort gezegd- misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW). Datzelfde geldt voor dwangbevelen die onaantastbaar zijn.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:102 Raad van Discipline Amsterdam 26-279/A/A
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:102
Voorzittersbeslissing; klacht is kennelijk ongegrond. Het staat verweerster vrij om een zaak al dan niet aan te nemen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:160 Hof van Discipline 's Gravenhage 260042
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:160
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft aan klaagster een advocaat aangewezen voor het hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter. Vervolgens heeft klaagster een herhaald verzoek gedaan om aanwijzing van een advocaat voor dezelfde procedure. Het hof is van oordeel dat de deken op goede gronden heeft geweigerd aan klaagsters herhaalde verzoek te voldoen. Het standpunt van de deken dat het feit dat de aangewezen advocaat zich heeft onttrokken geen reden geeft voor aanwijzing van een nieuwe advocaat wordt door het hof onderschreven. De deken heeft er terecht op gewezen dat de aangewezen advocaat ‘dominus litis’ is. Het hof onderschrijft de toelichting van de deken dat de advocaat – in overleg met klaagster – de strategie bepaalt in de zaak. De advocaat mag geen handelingen verrichten tegen klaagsters wil, maar wanneer er sprake is van een verschil van mening over wat in de procedure naar voren moet worden gebracht, kan klaagster de advocaat niet dwingen bepaalde argumenten aan te voeren of om bepaalde incidenten op te werpen. Wanneer er geen overeenstemming kan worden bereikt over de strategie in de zaak, mag de aangewezen advocaat zich onttrekken. De deken heeft bij de eerste aanwijzing al te kennen gegeven dat dit geen reden zal zijn om een nieuwe advocaat aan te wijzen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:103 Raad van Discipline Amsterdam 26-272/A/A 26-276/A/A
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:103
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. Geen sprake van rauwelijks dagvaarden, het niet-meewerken aan verplaatsing zittingsdatum of het doen van valse verklaringen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:161 Hof van Discipline 's Gravenhage 260041
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:161
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat voor de procedure die klager wil voeren verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat niet noodzakelijk is. Het betreft een procedure bij de kantonrechter, waarvoor geen verplichte procesvertegenwoordiging geldt. De verplichting voor de deken om op grond van artikel 13 Advocatenwet een advocaat aan te wijzen geldt alleen voor personen die een advocaat zoeken voor een procedure waarbij een advocaat verplicht is of voor een procedure waarin zij uitsluitend door een advocaat kunnen worden bijgestaan.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:104 Raad van Discipline Amsterdam 26-270/A/A
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:104
Voorzittersbeslissing; klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van klachtenfunctionaris kennelijk ongegrond. Vertrouwen advocatuur niet geschaad.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:12 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/21, 22 en 23
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:12
De kamer voor het notariaat Den Haag heeft een tegen haar wrakingskamer gericht wrakingsverzoek op grond van artikel 2 lid 2 van het Wrakingsprotocol kamers voor het notariaat ter behandeling doorgeleid naar de kamer voor het notariaat ’s-Hertogenbosch.De wrakingskamer van de kamer voor het notariaat ’s-Hertogenbosch heeft het vervolgens tegen haar gerichte wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld, omdat de verzoeker evident misbruik maakt van het wrakingsinstrument, met het kennelijke doel de voortgang van de procedure te frustreren. Om die reden heeft de wrakingskamer ’s-Hertogenbosch ook bepaald dat een volgend verzoek tot wraking van haar tuchtrechters niet meer in behandeling zal worden genomen.Het tegen de wrakingskamer Den Haag gerichte wrakingsverzoek is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen. Verder heeft de wrakingskamer ’s-Hertogenbosch bepaald dat ook een volgend wrakingsverzoek tegen de leden van de wrakingskamer Den Haag niet meer in behandeling zal worden genomen wegens misbruik van dit middel.
-
ECLI:NL:TSCTS:2026:3 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2026-03 (2025.V8-WR123 ANNA JOHANNA)
- Datum publicatie: 21-05-2026
- Datum uitspraak: 21-05-2026
- ECLI:NL:TSCTS:2026:3
De zaak gaat over een aanvaring tussen twee vissersschepen op 14 oktober 2024 om 03:19 uur op de Noordzee ten westen van Ouddorp/Stellendam. De stomende garnalenkotter ZK147 De Kim (De Kim) is daar toen met haar voorzijde tegen de achterzijde van het vissende visserschip WR123 Anna Johanna (Anna Johanna) gevaren. Beide schepen raakten beschadigd; persoonlijke ongevallen hebben zich niet voorgedaan. De inspecteur maakt de schippers van beide schepen een verwijt. Het verwijt aan de schipper van de Anna Johanna – waar deze zaak over gaat – is dat hij geen goede uitkijk heeft gehouden, terwijl dat wel nodig was vanwege het gevaar van een aanvaring door, in dit geval, De Kim. Daarnaast verwijt de inspecteur hem dat hij is uitgevaren ondanks dat de geneeskundige verklaring van de plaatsvervangend schipper al anderhalve maand verlopen was, terwijl kort daarvoor nog een waarschuwing was gegeven door inspecteurs van de ILT. Zonder geldige medische keuring is het vaarbevoegdheidsbewijs niet geldig en voldeed de bemanning dus niet aan de eisen van het ‘certificaat minimale bemanningssterkte (visserij)’. Het Tuchtcollege acht de verwijten gegrond en legt de schipper van de Anna Johanna de maatregel op van een voorwaardelijke schorsing van de vaarbevoegdheid voor de duur van drie (3) weken en een geldboete van € 1.500,-.
-
ECLI:NL:TSCTS:2026:2 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2026-02 (2025.V7-ZK147 DE KIM)
- Datum publicatie: 21-05-2026
- Datum uitspraak: 21-05-2026
- ECLI:NL:TSCTS:2026:2
De zaak gaat over een aanvaring tussen twee vissersschepen op 14 oktober 2024 om 03:19 uur op de Noordzee ten westen van Ouddorp/Stellendam. De stomende garnalenkotter ZK147 De Kim (De Kim) is daar toen met haar voorzijde tegen de achterzijde van het vissende visserschip WR123 Anna Johanna (Anna Johanna) gevaren. Beide schepen raakten beschadigd; persoonlijke ongevallen hebben zich niet voorgedaan.De inspecteur maakt de schippers van beide schepen een verwijt. Het verwijt aan de schipper van De Kim – waar deze zaak over gaat – is dat hij geen (correcte) inschatting van het aanvaringsgevaar met de Anna Johanna heeft gemaakt voordat hij de brug verliet en dat hij de brug vervolgens onbemand heeft achtergelaten. Daarnaast verwijt de inspecteur hem dat hij is uitgevaren terwijl zijn geneeskundige verklaring al één jaar en acht maanden niet meer geldig was; daardoor was zijn vaarbevoegdheidsbewijs evenmin geldig en voldeed de bemanning dus ook niet aan de eisen van het ‘certificaat minimale bemanningssterkte (visserij)’. Het Tuchtcollege acht de verwijten gegrond en legt betrokkene de maatregel op van een schorsing van de vaarbevoegdheid voor de duur van acht weken, waarvan vier weken voorwaardelijk, alsmede een geldboete van € 2.000,-.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8511
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 20-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:91
Ongegronde klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Nabestaanden klagen over de spoedoverplaatsing van patiënt naar een andere woonzorglocatie, het niet tijdig en onvoldoende informeren van de familie en over het medicatiebeleid. Dementie in combinatie met zeer ernstig probleemgedrag. Noodsituatie en het waarborgen van veiligheid van patiënt, medebewoners en zorgverleners. Meerdere keren met familie gesproken over overplaatsing in het belang van patiënt. Familie stond daar niet voor open. Geen aanknopingspunt voor onzorgvuldig medicatiebeleid .
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:156 Hof van Discipline 's Gravenhage 250119
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:156
Deze procedure betreft een klacht die is ingediend door klaagster en een andere klaagster, hierna aangeduid als klaagster respectievelijk klaagster sub 2 (hierna gezamenlijk: klaagsters). Samenhang met 250108D. De Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) heeft klaagster sub 2 niet-ontvankelijk verklaard in alle klachtonderdelen. Daartegen is klaagster sub 2 niet opgekomen. De raad heeft geoordeeld dat verweerder in strijd met de kernwaarde (financiële) integriteit heeft gehandeld, omdat het door hem gedreven Advocatenkantoor, waarvan verweerder (middellijk) enig aandeelhouder en enig bestuurder is, excessief heeft gedeclareerd. De raad heeft verweerder een schorsing voor de duur van twaalf weken opgelegd. Verweerder komt van die beslissing in hoger beroep. Ook klaagster komt in hoger beroep.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8711
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 20-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:92
Kennelijk ongegronde klacht psychiater. Klager stelt dat verweerster in een intakeverslag ten onrechte een DSM-classificatie heeft opgenomen, dat zij veel informatie heeft weggelaten ten opzichte van het besprokene en niet-besproken zaken wel heeft opgenomen. Verder heeft verweerster volgens klager zonder zijn toestemming (medische) gegevens verspreid en heeft zij niet toegelicht wie klager voor het intakegesprek heeft aangemeld. Het college is van oordeel dat klager kan worden ontvangen in zijn klacht, maar dat die klacht kennelijk ongegrond is. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Het intakeverslag zet op voldoende inzichtelijke en consistente wijze uiteen op welke gronden de beschrijvende diagnose en (bijkomende) DSM-classificatie steunen. De feiten, omstandigheden en bevindingen die verweerster heeft opgenomen zijn naar het oordeel van het college relevant en adequaat. Verweerster heeft het intakeverslag gedeeld met klagers huisarts, die hem had verwezen. Blijkens de toestemmingsverklaring is daarvoor namens klager toestemming verleend. Dat verweerster het intakeverslag hiernaast nog met anderen heeft gedeeld, kan het college niet vaststellen. Feiten of omstandigheden waaruit dit blijkt zijn niet aangedragen. De vraag wie klager heeft verwezen is door de maatschappelijk werkster beantwoord.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:103 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2984
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:103
Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, hierna patiënte, was in april 2022 opgenomen in het ziekenhuis vanwege ondervoeding door slikproblemen en aldaar is een neusmaagsonde geplaatst. Patiënte kreeg als thuismedicatie macrogol voorgeschreven. Na ontslag bleef patiënte last houden van de sonde en ondervond zij meerdere klachten, zoals misselijkheid, braken en het uitspugen van de sonde. In mei 2023 kreeg patiënte een PEG-J sonde. Klager vindt – kort gezegd – dat de huisarts in de zorg omtrent de voorgeschreven medicatie, de sonde(voeding) en de klachten van patiënte tekort is geschoten. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:157 Hof van Discipline 's Gravenhage 250108D
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:157
Dekenbezwaar. Samenhang met 250119. De raad heeft geoordeeld dat verweerder in strijd heeft gehandeld met de kernwaarde financiële integriteit (artikel 10a Advocatenwet), omdat het onder zijn verantwoordelijkheid gedreven Advocatenkantoor, waarvan verweerder (middellijk) enig aandeelhouder en enig bestuurder is, excessief heeft gedeclareerd. De raad heeft verweerder een schorsing voor de duur van twaalf weken opgelegd. Verweerder komt van die beslissing in hoger beroep.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8378
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 20-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:93
Klager klaagt over een door de psychiater opgesteld Pro Justitia-rapport waarin hij vaststelt dat klager lijdt aan ASS, PTSS en een (ongespecificeerde) psychotische stoornis, en tbs met dwangverpleging en een vrijheidsbeperkende maatregel adviseert. Volgens klager bevat het rapport veel feitelijke onjuistheden. Klager heeft bovendien contra-expertises laten uitvoeren die de diagnose en risicotaxatie bekritiseren. Daarnaast klaagt hij over de bejegening door klager. Het college oordeelt dat klager geen gebruik heeft gemaakt van zijn inzage- en correctierecht, zodat eventuele feitelijke onjuistheden in beginsel voor zijn rekening en risico komen. Daarnaast oordeelt het college dat de psychiater zorgvuldig heeft gehandeld en dat zijn bevindingen steun vinden in de aan hem n het kader van het onderzoek beschikbaar gestelde informatie. De risicotaxatie is volgens de geldende richtlijnen uitgevoerd en navolgbaar. Dat verweerder klager onheus heeft bejegend, heeft het college niet kunnen vaststellen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:158 Hof van Discipline 's Gravenhage 250114D 250115D 250116D
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:158
Dekenbezwaar. Verhouding tuchtrechter en bestuursrechter. De deken heeft tegen verweerder dekenbezwaren ingediend wegens het niet voldoen aan de uitvraag van de financiële kengetallen. Verweerders hebben gemotiveerd bezwaar gemaakt tegen deze uitvraag en latere uitvragen en hebben geweigerd aan alle verzoeken te voldoen. Na de uitspraak van dit hof van 15 november 2021 (“de kengetallenzaak”) hebben verweerders een bestuursrechtelijke procedure gestart. Aanvankelijk is de tuchtrechtelijke procedure in afwachting daarvan aangehouden. In mei 2024 heeft de deken aan verweerders ook een last onder dwangsom opgelegd. De raad heeft op enig moment verdere aanhouding afgewezen. De raad heeft het dekenbezwaar gegrond verklaard maar geen maatregel opgelegd. Na de beslissing van de raad heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 mei 2024 bevestigd. In die uitspraak was geoordeeld dat de uitvraag een feitelijke handeling is, waartegen bestuursrechtelijk geen bezwaar en beroep openstaat. Inmiddels loopt er bij de Afdeling een hoger beroepszaak over de rechtmatigheid van de uitvraag naar aanleiding van een door de deken Gelderland opgelegde last onder dwangsom wegens het niet voldoen aan een uitvraag. Het hof acht het opportuun om de uitkomst van thans lopende procedure over de rechtmatigheid van de uitvraag bij Afdeling af te wachten. Het hof houdt de behandeling van de wederzijdse beroepen aan.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8371
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 20-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:94
Klager klaagt over een door de gz-psycholoog opgesteld Pro Justitia-rapport waarin zij vaststelt dat klager lijdt aan ASS, PTSS en een (ongespecificeerde) psychotische stoornis, en tbs met dwangverpleging en een vrijheidsbeperkende maatregel adviseert. Klager heeft contra-expertises laten uitvoeren die de diagnose en risicotaxatie bekritiseren. Het college oordeelt dat de gz-psycholoog zorgvuldig heeft gehandeld en haar conclusies voldoende heeft onderbouwd op basis van de beschikbare informatie. Er staan geen aantoonbaar feitelijke onjuistheden in het rapport en klager heeft de kans had om correcties aan te geven. De risicotaxatie is volgens de geldende richtlijnen uitgevoerd en navolgbaar. Klacht ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8528
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 20-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:95
Kennelijk ongegronde klacht tegen klinisch psycholoog. Klager verblijft in een tbs-kliniek. Hij wenst te worden overgeplaatst naar een kliniek voor langdurige forensische psychiatrische zorg. Verweerder heeft een psychologisch onderzoek verricht en een rapport uitgebracht. Klager stelt dat verweerder in zijn rapport ten onrechte heeft opgenomen dat sprake is geweest van meerdere ontvluchtingsplannen en dat verweerder deze onjuistheid heeft gebruikt ter onderbouwing van het door hem geadviseerde beveiligingsniveau. Het college is van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. De klinisch psycholoog baseerde zich op documenten van anderen en heeft geen gebruik gemaakte van zijn inzage- en correctierecht. Uit het rapport volgt verder dat verweerder het bestaan van een of meerdere ontvluchtingsplannen juist niet heeft gebruikt ter onderbouwing van het door hem geadviseerde beveiligingsniveau.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8620
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 20-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:96
Kennelijk ongegronde klacht gezondheidspsycholoog. Klager was bij de gezondheidspsycholoog onder behandeling in verband met trauma-gerelateerde klachten. Die behandeling is door verweerster beëindigd in verband met gevoelens van verliefdheid van klager jegens verweerster. Klager stelt dat verweerster de behandeling eerder had moeten stopzetten en dat verweerster haar beroepsgeheim heeft geschonden door e-mails van klager door te sturen naar de politie. Het college is van oordeel dat klager in zijn klacht kan worden ontvangen. Er staat geen rechtsregel in de weg aan de klacht van klager bij zowel het college als het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP). Verweerster wordt ook niet gevolgd in haar standpunt dat klager misbruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid door een klacht bij het college in te dienen. De omstandigheid dat klager is veroordeeld voor het stalken van verweerster en het feit dat hij over hetzelfde feitencomplex als in deze zaak een klacht bij het NIP heeft ingediend, zijn zowel op zichzelf als in onderlinge samenhang bezien, hiervoor onvoldoende. Het college is verder van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. Verweerster heeft, toen bleek dat klager gevoelens van verliefdheid voor haar had, de zorg heeft verleend die van haar mocht worden verwacht. Zij heeft haar beroepsgeheim niet geschonden.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7390
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 20-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:97
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Nabestaanden van patiënt klagen onder meer over de weigering mee te werken aan een second opinion, het onterecht opleggen van een maatregel aan klager, onvoldoende toezicht en onvoldoende correctieve actie, onvoldoende bekend zijn met de patiënt en het niet waarborgen van complexe zorg. Klacht over second opinion en onvoldoende bekendheid met patiënt zijn gegrond. Verschillende rollen van verweerder: mediator, medebehandelaar, supervisor. In zijn rol van medebehandelaar had verweerder moeten verifiëren of een second opinion nog wel gewenst was. Verweerder heeft zich onvoldoende in het patiëntendossier verdiept. Voor het overige ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:102 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2947
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:102
Klacht van een zorgverzekeraar tegen en verpleegkundige. De verpleegkundige was enig aandeelhouder/bestuurder van een onderneming in de vorm van een besloten vennootschap die (thuis)zorg verleende. De onderneming declareerde zorgvergoedingen bij klaagster als zorgverzekeraar. Klaagster verwijt de verpleegkundige het declareren van niet geleverde zorg, het declareren van zorg die niet voor vergoeding in aanmerking komt en het niet voldoen aan de dossierplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de verpleegkundige de maatregel van doorhaling van haar inschrijving in het BIG-register opgelegd. De verpleegkundige komt in beroep op tegen de zwaarte van de aan haar opgelegde maatregel en vraagt het Centraal Tuchtcollege om te volstaan met een lichtere maatregel. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de verpleegkundige.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:6 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-37
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-03-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:6
De klacht komt er in de kern op neer dat klaagster de notaris verwijt dat hij geen alternatieve oplossingen heeft geboden om de kadastrale registratie van de woning te wijzigen. Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris niet meer gedaan dan uitvoering geven aan de vaststellingsovereenkomst en het vonnis van de voorzieningenrechter, waarbij klaagster is veroordeeld haar medewerking te verlenen aan het passeren van de akte van verdeling. Hij heeft daarbij niet in strijd gehandeld met enige tuchtnorm. De klacht is op alle onderdelen ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8526
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 19-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:117
Gegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg. De verpleegkundig specialist was regiebehandelaar van klaagster en heeft na het MDO klaagster geïnformeerd dat er contact zou worden opgenomen met haar moeder, ook nadat klaagster had aangegeven dit niet te willen. De verpleegkundig specialist is betrokken geweest bij het bepalen van dat beleid. Er was geen sprake van een noodsituatie die zodanig acuut was dat een andere oplossing niet kon worden afgewacht. De verpleegkundig specialist heeft gereflecteerd op de gebeurtenis. Klacht gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:106 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-137/DH/DH
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 13-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:106
Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een geschil met een onderwijsinstelling. Van belangenverstrenging of een gebrek aan onafhankelijkheid van de advocaat is niet gebleken. Als klager in detentie bezoek van verweerder had gewild, dan had hij verweerder over zijn detentie moeten informeren en hem moeten vragen langs te komen. Geen sprake van onvoldoende deskundigheid. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:7 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-39 en 25-40
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-03-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:7
De notarissen wordt verweten dat zij erflaatster onvoldoende hebben beschermd tegen mogelijk misbruik, hebben geweigerd correcties aan te brengen, niet hebben geluisterd naar haar wensen en de door haar verstrekte opdrachten niet hebben uitgevoerd. Daarnaast zouden zij verzoeken om rechtstreeks contact hebben genegeerd en ten onrechte onderzoek hebben gedaan naar haar wilsbekwaamheid. De kamer is van oordeel dat niet is gebleken van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door de notarissen. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:107 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-138/DH/RO
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 13-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:107
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerster is binnen de aan haar toekomende vrijheid gebleven bij het behartigen van de belangen van haar cliënt, door het inbrengen van het vonnis uit klaagsters procedure in een procedure van haar cliënte tegen een andere ex-partner. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:8 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-48
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-03-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:8
In de kern verwijt klager de notaris dat zij de nalatenschap van erflater niet heeft afgewikkeld en dat zij er niet voor heeft zorggedragen dat de moeder en alle erfgenamen bij elkaar zouden komen voor overleg. De kamer is van oordeel dat op geen enkel moment is gebleken dat de notaris onzorgvuldig of partijdig heeft gehandeld. Integendeel, zij heeft steeds rekening gehouden met de belangen van alle betrokkenen en hen actief geïnformeerd en begeleid en heeft zorgvuldig en bovendien voortvarend gehandeld. Evenmin is gebleken dat de notaris of haar medewerkers onvoldoende bereikbaar waren. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:120 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-835/AL/OV
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:120
Klager is door verweerder bijgestaan in verschillende zaken. Naar het oordeel van de raad is verweerder tekortgeschoten in zijn zorgplicht door financiële afspraken onvoldoende duidelijk vast te leggen, zoals gedragsregel 16 vereist. In een aantal dossiers heeft verweerder geen opdrachtbevestiging aan klager gestuurd. Daarnaast ontbreekt een stuk van verweerder met daarin en inschatting van te verwachten kosten en kansen. Tussentijdse facturen waarin de reeds gemaakte uren helder zijn vermeld, ontbreken eveneens bij de stukken. Dit alles heeft ertoe geleid dat klager in het ongewisse is gebleven over belangrijke financiële informatie, waarover hij wel had moeten kunnen beschikken. Hierin is verweerder ook tekortgeschoten in zijn zorgplicht. Deze omstandigheden in combinatie met het tuchtrechtelijk verleden van verweerder leiden tot oplegging van een deels voorwaardelijke (4 weken) en deels onvoorwaardelijke schorsing (2 weken).
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:108 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-140/DH/RO
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 13-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:108
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijke procedure. Het stond verweerder vrij om alleen een procedure over de onderhoudsbijdrage aan de jongste zoon van klager te willen starten, omdat hij in de andere zaken onvoldoende slagingskans zag. Niet gebleken dat verweerder zich onvoldoende heeft ingezet. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:152 Hof van Discipline 's Gravenhage 260021
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:152
Artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:10 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-36
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 15-04-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:10
Klager verwijt de notaris dat zij geen maatregelen heeft genomen tegen volgens hem onterechte declaraties en belastingrente die door de overleden oud-notaris in zijn hoedanigheid van executeur in rekening waren gebracht. De kamer oordeelt dat de notaris uitsluitend als waarnemer van het protocol optrad, niet verantwoordelijk was voor het handelen van de oud-notaris en juist zorgvuldig heeft gehandeld. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8968
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 19-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:113
Deels gegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster verwijt de gynaecoloog onder andere dat hij medisch onnodig en in strijd met het informed consent heeft gehandeld door zonder toestemming van klaagster haar ovarium te verwijderen, en dat hij onjuist en onvolledig verslag heeft gedaan aan de huisarts. Het college is van oordeel dat de gynaecoloog in dit geval de mogelijkheid van gehele verwijdering van het ovarium nadrukkelijk met klaagster had moeten bespreken. Alleen in geval van een medische situatie die de verwijdering van het ovarium op dat moment noodzakelijk maakte, had de gynaecoloog dat zonder specifieke toestemming van klaagster mogen doen; van een medische noodzaak was in dit geval geen sprake. Ook is de verslaglegging naar de huisarts ondermaats geweest. Berisping.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:9 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-60 en 25-61
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 15-04-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:9
Klager verwijt de notarissen dat zij hem onvoldoende hebben geïnformeerd over de afwikkeling van de nalatenschap, onvoldoende bereikbaar waren en niet hebben ingegrepen in het handelen van zijn zus, waardoor volgens hem schade is ontstaan. De kamer voor het notariaat oordeelt dat de notarissen uitsluitend waren belast met het opstellen van een verklaring van erfrecht en geen verantwoordelijkheid droegen voor het beheer van de nalatenschap of de communicatie tussen erfgenamen. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is niet gebleken, zodat de klacht ongegrond is verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:109 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-209/DH/MN
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 13-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:109
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een KIFID-procedure. Verweerster mocht standpunten innemen die afwijken van klaagsters beleving en mocht procedurele verzoeken doen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:153 Hof van Discipline 's Gravenhage 250459
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:153
Klacht over advocaat wederpartij. Klaagster heeft een klacht ingediend over de advocaat van haar (oud)-werkgever. Zij verwijt verweerster dat zij in de procedure over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst brieven heeft overgelegd, terwijl de werkgever in een eerdere kortgedingprocedure was veroordeeld deze brieven uit het personeelsdossier van klaagster te verwijderen. Ook verwijt klaagster verweerster gebruik te hebben gemaakt van gegevens afkomstig van het UWV, die de werkgever door middel van een datalek heeft verkregen. Tot slot stelt klaagster dat verweerster zich onprofessioneel heeft gedragen tijdens een schorsing van de zitting. De raad heeft de klachten van klaagster ongegrond verklaard. Het hof is het daarmee eens en bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9241
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 19-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:114
Kennelijk ongegronde klacht tegen een AIOS gynaecoloog. Klaagster verwijt de AIOS dat hij haar zonder informed consent heeft laten instemmen met een episiotomie en haar daarbij heeft geïntimideerd. Omdat in het dossier helder is beschreven dat klaagster na overleg en uitleg toestemming heeft gegeven voor een episiotomie is de klacht dat informed consent ontbreekt, ongegrond. Dat de AIOS zich daarbij intimiderend zou hebben gedragen, wordt door hem ontkend. Het college kan bij tegengestelde verklaringen niet vaststellen wat er precies is gebeurd. Wel merkt het college op dat in het medisch dossier concreet en uitvoerig verslag is gedaan van het verloop van de bevalling en dat expliciet is vermeld dat klaagster na de bevalling blij was met het beloop en de begeleiding van de AIOS, wat in tegenspraak is met haar klacht. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:97 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2843
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:97
Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een (destijds) AIOS interne geneeskunde. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht tegen de arts kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:100 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3038
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:100
Klacht tegen een huisarts. Klacht van dochter over de behandeling van haar inmiddels overleden moeder. De huisarts wordt verweten dat zij onvoldoende zorg heeft geleverd en niet adequaat heeft gehandeld in de fase van palliatieve zorg aan klaagsters moeder. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:154 Hof van Discipline 's Gravenhage 250443
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:154
Dekenbezwaar. De deken verwijt verweerder dat hij verzuimd heeft zorg te dragen voor continuïteit en bereikbaarheid van zijn praktijk gedurende zijn vakantie en dat verweerder ook voor de deken niet goed bereikbaar was en geen gevolg heeft gegeven aan herhaalde informatieverzoeken en gemaakte afspraken. Ook de financiële continuïteit van de praktijk van verweerder is volgens de deken niet gewaarborgd en tot slot gebruikt verweerder in zijn e-mailadres en de URL van de website van zijn kantoor het woord “advocaten”, terwijl verweerder een solopraktijk heeft. De raad heeft het bezwaar gegrond verklaard en aan verweerder een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van 12 weken opgelegd. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad voor zover het bezwaar gegrond is verklaard. Het hof ziet echter, mede naar aanleiding van ontwikkelingen na de uitspraak van de raad, aanleiding de maatregel aan te passen tot een schorsing van 8 weken onvoorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8524
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 19-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:115
Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft haar beroepsgeheim geschonden door na een MDO contact op te nemen met de moeder van klaagster, ook nadat klaagster had aangegeven dit niet te willen. De psychiater was betrokken bij het bepalen van dat beleid. Er was geen sprake van een noodsituatie die zodanig acuut was dat een andere oplossing niet kon worden afgewacht. De psychiater heeft gereflecteerd op de gebeurtenis. Klacht gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:110 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-218/DH/RO
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 13-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:110
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in geschillen over alimentatie en verkoop van de echtelijke woning. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat deze te laat is ingediend. Klachten voor het overige kennelijk ongegrond. Verweerster heeft de standpunten van haar cliënte verwoord binnen de ruime mate van vrijheid die haar toekomt. Het stond verweerster vrij klager rechtstreeks aan te schrijven nadat klager de samenwerking met zijn advocaat had beëindigd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:98 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3015
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:98
Klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft gedurende een aantal jaren samen met haar partner relatietherapie gevolgd bij de psychiater. Nadat die behandelrelatie was geëindigd, is de psychiater gebeld door de inmiddels ex-partner van klaagster en een buurvrouw, omdat zij zich zorgen maakten over klaagster. Diezelfde avond is klaagster opgehaald door de crisisdienst en gedwongen opgenomen in een gesloten GGZ-afdeling. Klaagster verwijt de psychiater onder meer dat hij aan de ex-partner en de buurvrouw het advies heeft gegeven om de huisarts te bellen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen dit deel van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:104 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-690/DH/RO
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 13-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:104
Verzet ongegrond.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 949
- Volgende pagina zoekresultaten