ECLI:NL:TADRAMS:2026:110 Raad van Discipline Amsterdam 25-867/A/A 25-871/A/A

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2026:110
Datum uitspraak: 01-06-2026
Datum publicatie: 08-06-2026
Zaaknummer(s):
  • 25-867/A/A
  • 25-871/A/A
Onderwerp: Ontvankelijkheid van de klacht, subonderwerp: Klachten waarbij klager geen belang heeft
Beslissingen: Regulier
Inhoudsindicatie: Raadsbeslissing; klacht is niet-ontvankelijk. Klager als bestuurder van de vennootschap heeft hoogstens een afgeleid belang bij de klacht over het handelen van verweerders in hun rol als de advocaten van de wederpartij in de procedures tegen de vennootschap.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
Van 1 juni 2026 in de zaken 25-867/A/A en 25-871/A/A 
naar aanleiding van de klacht van:

klager
gemachtigde: mr. P.H.J. Körver   

over

verweerders
gemachtigde verweerders: mr. H. Breeman  

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1    Op 2 januari 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerders.
1.2    Op 17 december 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerken 2439299 en 2439300/EvR/AP van de deken ontvangen. 
1.3    De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 10 april 2026. Daarbij waren de gemachtigde van klager en verweerders met hun gemachtigde aanwezig. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.
1.4    De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 00 tot en met 04. 

2    FEITEN
2.1    Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2    Klager is enig bestuurder van de op Curaçao gevestigde vennootschap Immobile Securities N.V. (ImmoSec). ImmoSec is verwikkeld in een geschil met Van Lanschot Bankiers NV, Promontoria Holding 107 B.V. (Promontoria) en de Duitse vennootschap Ortolan Nederland Credit Oplossingen GmbH (Ortolan). 
2.3    Tussen ImmoSec en Ortolan (en haar rechtsvoorgangers) zijn verschillende gerechtelijke procedures gevoerd. Onderwerp van deze procedures zijn twee hypothecaire leningen die Van Lanschot Bankiers in 2003 en 2005 had verstrekt aan ImmoSec voor de aanschaf en renovatie van een woning in Bloemendaal (de woning). Op 30 september 2015 heeft Van Lanschot Bankiers de hypothecaire leningen gecedeerd aan Promontoria, die deze in 2019 op haar beurt heeft gecedeerd aan Ortolan. 
2.4    ImmoSec heeft zich vanaf 2015 in rechte verzet tegen de cessies van de leningen door Van Lanschot Bankiers aan Promontoria en vanaf 2019 ook tegen de cessies aan Ortolan. Verweerder is de advocaat van Promontoria en Ortolan. Vanaf 2024 treedt ook verweerster (die de advocaat-stagiaire is van verweerder) voor deze partijen op. 
2.5    Ortolan heeft als hypotheekhouder stappen ondernomen om haar vordering op ImmoSec vergoed te zien. Nadat Ortolan aan ImmoSec kenbaar had gemaakt de executie van de woning te starten, heeft ImmoSec een kortgedingprocedure aanhangig gemaakt bij de rechtbank Noord-Holland teneinde de executie te schorsen. Op 7 november 2024 heeft in deze procedure een zitting plaatsgevonden, waarbij verweerders namens Ortolan optraden. 
2.6    Klager heeft onderzoek laten verrichten naar de partijen achter Ortolan en de geldstromen waarvan deze partijen zich bedienen. Hierover zijn meerdere onderzoeksrapporten opgesteld, waarvan één rapport gedateerd is op 30 augustus 2021. Een ander onderzoeksrapport van 1 november 2024 is ingebracht in de kortgedingprocedure. Bij vonnis van 29 november 2024 zijn de vorderingen van ImmoSec afgewezen.
2.7    Op 23 december 2024 hebben verweerders een executoriaal derdenbeslag laten betekenen aan de dochter van klager, die in de woning woont.
2.8    Op 2 januari 2025 heeft klager een klacht over verweerders ingediend.

3    KLACHT
3.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerders tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerders het volgende: 
a)    misbruik van kwaliteit en bevoegdheid als Nederlandse advocaat; 
b)    aantasting van het vertrouwen in en aanzien van de Nederlandse advocatuur; 
c)    verlening van diensten aan een criminele organisatie; 
d)    ontduiking van de Wwft en de internationale embargo's; 
e)    misleiding c.q. bedrog van de Nederlandse rechtsmacht. 

4    VERWEER 
4.1    Verweerders hebben tegen de klacht verweer gevoerd. Zij hebben primair aangevoerd dat de gedragingen waarover klager klaagt allemaal betrekking hebben op de procedures bij de civiele rechter die aanhangig zijn (geweest) tussen Ortolan en ImmoSec. Klager als bestuurder van ImmoSec wordt door het handelen of nalaten van verweerders niet rechtstreeks in zijn belang geschaad, zodat zijn klacht niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Subsidiair hebben verweerders gemotiveerd aangevoerd dat de klacht ongegrond is. 

5    BEOORDELING
Ontvankelijkheid klager  
5.1    Uitgangspunt is dat alleen de persoon of de rechtspersoon die door het handelen of nalaten van een advocaat direct in zijn belang wordt of kan worden getroffen, het recht heeft om hierover een klacht in te dienen. Dit staat in de Advocatenwet. Als het in het algemeen belang is dat er een tuchtprocedure komt, dan heeft de deken het recht om te klagen. De raad ziet zich in deze procedure eerst voor de vraag gesteld of klager een rechtstreeks eigen belang heeft bij de klacht. 
5.2    De raad stelt op grond van het door klager ingediende klachtformulier en de aanbiedingsbrief van de deken vast dat klager de klacht namens zichzelf heeft ingediend en niet namens ImmoSec. Voor zover klager heeft betoogd dat hij de klacht heeft ingediend in zijn hoedanigheid van bestuurder van ImmoSec namens ImmoSec, blijkt dat niet uit de formulering van de klacht. Dit betekent dat de klacht uitsluitend van klager in persoon is. De raad is van oordeel dat klager als bestuurder van ImmoSec hoogstens een afgeleid belang heeft bij de klacht over het handelen van verweerders in hun rol als de advocaten van de wederpartij (Ortolan) in de procedures tegen ImmoSec. Indien de stelling is dat ImmoSec als zelfstandig rechtspersoon benadeeld is door het optreden van verweerders, dan had namens ImmoSec hierover een klacht moeten worden ingediend. Aangezien klager (als bestuurder) niet behoort tot de kring van rechtstreeks klachtgerechtigden is hij niet-ontvankelijk in zijn klacht (vgl. beslissing van het Hof van Discipline van 6 november 2020, ECLI:NL:TAHVD:2020:221 en beslissing van de raad van 20 oktober 2025, ECLI:NL:TADRAMS:2025:197). 
Overweging ten overvloede
5.3    De raad overweegt ten overvloede dat, ook indien de klacht ontvankelijk zou zijn, de klachtonderdelen niet zouden slagen. Allereerst geldt dat een deel van de klacht gaat over gedragingen van verweerder in 2019, waardoor de klacht van 2 januari 2025 buiten de driejaarstermijn en dus te laat is ingediend. Verder geldt dat van misleiding door verweerders rondom de zitting van 7 november 2024 niet is gebleken en dat het toezicht op de naleving van de Wwft wordt uitgeoefend door de deken. Aan klager komt hierin geen zelfstandig klachtrecht toe.

BESLISSING
De raad van discipline:
-    verklaart de klacht over verweerders niet-ontvankelijk. 

Aldus beslist door mr. C.S. Schoorl, voorzitter, mrs. M. Bootsma en M.J.E. van den Bergh, leden, bijgestaan door mr. N. Borgers-Abu Ghazaleh als griffier en uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2026.

Griffier     Voorzitter

Verzonden op: 1 juni 2026