ECLI:NL:TADRSHE:2026:71 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-377/DB/ZWB

ECLI: ECLI:NL:TADRSHE:2026:71
Datum uitspraak: 09-06-2026
Datum publicatie: 09-06-2026
Zaaknummer(s): 26-377/DB/ZWB
Onderwerp: Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartij, subonderwerp: Vrijheid van handelen
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft gehandeld binnen de ruime vrijheid die hij heeft bij het behartigen van de belangen van zijn klacht. Klacht kennelijk ongegrond.

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch
van 9 juni 2026

in de zaak 26-377/DB/ZWB


naar aanleiding van de klacht van:

klaagster


over:

verweerder

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Zeeland-West-Brabant (hierna: de deken) van 29 april 2026 met kenmerk K26-014 en van de op de inventaris genoemde bijlagen 1 tot en met 8. Ook heeft de voorzitter kennisgenomen van de aanvullende stukken van verweerder van 1 mei 2026 en van klaagster van 12 mei 2026.

1 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.

1.1 De cliënt van verweerder heeft diverse omgevingsvergunningen aangevraagd voor het verbouwen van het pand waarin klaagster woont.

1.2 Verweerster is auteur en heeft een boek geschreven met de titel ‘[titel]’. De cliënt van verweerder heeft zich herkend als een personage in het boek.

1.3 Op 8 januari 2026 heeft verweerder namens zijn cliënt aan klaagster geschreven:

“(…) Daarnaast is in het Boek (zie pagina 215) beschreven dat verweer zal worden gevoerd tegen de verbouwplannen van cliënt. Daartoe zou al een brief naar de gemeente zijn verzonden. Daaraan is toegevoegd: “Hij weet dat een procedure uitstel betekent, wat hem geld gaat kosten.”

Ook op deze wijze wordt cliënt schade berokkend, nu u de daad bij het woord (uit het Boek) voegt. Van de gemeente heeft cliënt begrepen dat u veelvuldig contact zoekt om zijn verbouwplannen te dwarsbomen, onder andere door gebruikmaking van hetgeen in het Boek is vermeld. Dat zijn zoals gezegd echter onjuiste beschuldigingen en insinuaties, die desondanks wél tot vertraging leiden. De gemeente is immers aantoonbaar terughoudend in het verlenen van de benodigde vergunning. Iedere maand vertraging leidt voor cliënt echter tot aanzienlijke extra kosten.

(…) Gelet op het voorgaande verlangt cliënt dat:

(…) d. aan hem een voorschot op zijn schade van € 10.000,- zal worden betaald (…) Doordat in het Boek vermelde onjuiste beschuldigingen en insinuaties bij de gemeente worden ingezet om de bouwplannen van cliënt te dwarsbomen en de gemeente te kennen heeft gegeven inderdaad van de inhoud van het Boek op de hoogte te zijn, loopt het vergunningstraject ten aanzien van de verbouwplannen van [adres] vertraging op. Iedere maand vertraging kost cliënt ongeveer € 1.400,-.”

1.4 Op 15 januari 2026 heeft klaagster bij de deken een klacht ingediend over verweerder.

2 KLACHT

2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klaagster verwijt verweerder het volgende.

a) Verweerder heeft klaagster er ten onrechte van beschuldigd dat zij een gemeenteambtenaar aanzet tot corruptie en van het plegen van strafbare feiten.

3 VERWEER

3.1 Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4 BEOORDELING

Toetsingskader

4.1 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen.

Beoordeling

4.2 Uit de brief van 8 januari 2026 kan de voorzitter niet opmaken dat verweerder klaagster daarin beschuldigt van het plegen van strafbare feiten of het aanzetten tot corruptie. Verweerder heeft in de brief een verband gelegd tussen uitlatingen van klaagster in het boek, haar contacten met de gemeente en de kennelijk ontstane vertraging in de vergunningsprocedure. Dat valt onder de ruime vrijheid die verweerder heeft bij het behartigen van de belangen van zijn cliënt. De klacht is kennelijk ongegrond.

BESLISSING

De voorzitter verklaart de klacht, met toepassing van artikel 46j van de Advocatenwet, kennelijk ongegrond.

Aldus beslist door mr. V.E.J. Noelmans, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2026.

Griffier                                                            Voorzitter

Verzonden op: 9 juni 2026