ECLI:NL:TGZRSHE:2026:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9025
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:106 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 10-06-2026 |
| Datum publicatie: | 10-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2025/9025 |
| Onderwerp: | Onvoldoende informatie |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen tandarts over de rekening (kosten zouden worden vergoed of er zouden geen kosten in rekening worden gebracht en er zouden kosten in rekening zijn gebracht voor een behandeling die niet heeft plaatsgevonden) en over bejegening kennelijk ongegrond. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’S-HERTOGENBOSCH
Beslissing in raadkamer van 10 juni 2026 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klager,
tegen
[C],
tandarts, werkzaam in [B],
verweerder, hierna ook: de tandarts,
gemachtigde: mr. E.E. Rippen, werkzaam in Utrecht.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager is op 3 september 2025 behandeld door de tandarts. Klager verwijt de
tandarts – kort
weergegeven – dat de rekening voor deze behandeling niet juist was (de kosten zouden
worden vergoed
of er zouden geen kosten in rekening worden gebracht), dat er kosten in rekening
worden gebracht
voor een behandeling die niet heeft plaatsgevonden en dat de tandarts hem op een
vervelende manier
heeft weggestuurd toen hij daarover kwam klagen. De tandarts heeft verweer gevoerd
tegen de klacht.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze
beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, ontvangen op 23 september 2025;
- de brief van 14 oktober 2025 van de secretaris aan klager;
- het aanvullend klaagschrift, ontvangen op 23 oktober 2025;
- het verweerschrift, ontvangen per e-mail op 11 december 2025 en per post op 15
december 2025.
2.2 Partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van
het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen
gebruik gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De feiten
3.1 Klager is sinds 2022 patiënt in de praktijk, waar de tandarts werkzaam is.
De tandarts is
praktijkhouder van de praktijk.
3.2 Op 29 augustus 2025 heeft de tandarts in het medisch dossier van klager genoteerd
(alle
citaten worden letterlijk weergegeven):
“div Diversen
kwam lans wil opg om werk van [D] te laten beoordelen
Advies terug naar behandelend tandarts [D]/ wij kunnen niet verder helpen i.v.m.
andere/
onbekende systeem implantaat.”
3.3 Op 3 september 2025 heeft de tandarts in het dossier genoteerd:
“ X21 Orthopantomogram Rechtvaardiging: Evaluatie element
ci Incidenteel consult
kwam zonder afspraak voor opg / weet over de kosten en akkoord / 22 compositie gemaakt
/ pat heeft er last van een gat in de brug
22p Eenvlaksrestauratie composiet Diagnose: Breuk restauratie
Was op 3-9-25 gemaakt maar niet gedeclareerd
Brug was gebroken 12 palatinaal / pat wilde het gat dicht hebben. Pat is akkoord
met de kosten GS”
3.4 Op 5 september 2025 heeft de praktijkmanager in het dossier genoteerd:
“ div Diversen
Pat kwam binnen zonder afspraak. TA lastig gevallen in anwezigheid van dhr [naam
patiënt].
Onderstaande email naar patiënt toe gemaild.
Geachte [klager],
U bent op 03-09-25 zonder afspraak geweest om de behandeling Van [D] te Laten controleren
omdat u
veel last heeft.
Wij hebben voor u foto gemaakt en controle uitgevoerd. Vooraf heeft u kostenindicatie
gekregen over
de behandeling. U was akkoord ermee.
Dat is altijd aan de patiënt zelf en NIET aan ons om zijn vergoeding te controleren,
wij gaan als
zorgverleners NOOIT over de vergoeding van de patiënt.
Tijdens de controle bleek dat u een gaat heeft in de brug van [D] .de tandarts heeft
het op uw
verzoek dicht gemaakt.
De kosten van de vulling zullen we nog declareren in aparte nota.
Vandaag kwam u weer zonder afspraak en heeft de tandarts lastig gevallen terwijl
hij aan werken was
bij andere patiënt. Dit gedraag willen we niet toe laten in onze praktijk.
(…)”
3.5 Op 16 september 2025 heeft de praktijk klager een rekening gestuurd voor het
maken van de
vulling.
4. De klacht en de reactie van de tandarts
4.1 Klager verwijt de tandarts dat:
a. de tandarts in strijd met de waarheid heeft verteld dat de röntgenfoto volledig
zou worden
vergoed;
b. er kosten in rekening zijn gebracht voor handelingen die niet hebben plaatsgevonden;
c. de tandarts heeft beloofd dat hij het gaatje gratis zou vullen, maar die belofte
niet is
nagekomen;
d de tandarts klager op een vervelende manier heeft weggestuurd.
4.2 De tandarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Het
college gaat
hierna voor zover nodig verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de tandarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts. Bij de beoordeling
wordt rekening
gehouden met de voor de tandarts geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden.
Klachtonderdelen a, b en c – kosten van de behandeling
5.2 Klager stelt dat de assistente en de tandarts hem hebben verteld dat de röntgenfoto
volledig
zou worden vergoed door de zorgverzekering. Dat bleek niet juist. Op de factuur
stonden ook kosten
voor een consult dat niet heeft plaatsgevonden. De tandarts verklaarde verder dat
er een gaatje
aanwezig was dat hij gratis zou vullen. Daarvoor zijn toch kosten in rekening gebracht.
5.3 De tandarts heeft aangevoerd dat hij tijdens het onaangekondigde bezoek van
klager op 20
augustus 2025 heeft gezegd dat hij weinig voor klager kon doen, omdat de implantaten
van klager met
een hem onbekend systeem in [D] zijn aangebracht.
Desgevraagd heeft de tandarts een kostenindicatie gegeven voor het maken van een
kaakoverzichtsfoto (OPG) inclusief een consult (ongeveer € 119,-). Op 3 september
2025 kwam klager
weer onaangekondigd naar de praktijk. Klager was bekend met de kosten en ging akkoord
met het maken
van een foto. Op de foto was een gaatje te zien in element 22, wat de oorzaak van
de klachten kon
zijn. Klager is akkoord gegaan met het vullen van dat gaatje. De tandarts betwist
dat hij gezegd heeft dat de foto door de zorgverzekeraar vergoed zou worden. Ook betwist
hij dat hij het gaatje gratis zou vullen.
5.4 Het college overweegt als volgt. Partijen verschillen van mening over wat er
al dan niet is
afgesproken over de kosten, verbonden aan de behandeling van het gebit van klager
op 3 september
2025. Vast staat dat de tandarts een röntgenfoto heeft gemaakt en een gaatje heeft
gevuld. Dat
betekent per definitie dat er (ook) een consult is geweest: zonder consult kunnen
beide andere
handelingen immers niet plaatsvinden. Daarmee staat vast dat de tandarts geen kosten
in rekening
heeft gebracht voor handelingen die niet hebben plaatsgevonden. Klachtonderdeel
b is om deze reden
kennelijk ongegrond.
5.5 Of en in hoeverre tandartskosten al dan niet door de ziektekostenverzekeraar
van de patiënt
worden vergoed, is afhankelijk van de polisvoorwaarden van de verzekering. Een tandarts
kan alleen
al daarom over een mogelijke vergoeding van kosten niet zonder concrete informatie
over de
verzekering een uitspraak doen. Nu de tandarts ook gemotiveerd heeft betwist dat
hij iets heeft
gezegd over een mogelijke vergoeding en klager zijn stelling hierover niet verder
heeft onderbouwd,
kan het college niet vaststellen dat de tandarts klager enige toezegging heeft gedaan
over
vergoeding door de zorgverzekering. Dat betekent dat ook klachtonderdeel a kennelijk
ongegrond is.
5.6 Klager was bovendien al enkele jaren patiënt in de tandartsenpraktijk. Hij had
op grond
daarvan kennis kunnen nemen van de in de praktijk gehanteerde tarieven en voorwaarden.
In ieder
geval moet hij ermee bekend zijn geweest, dat behandeling niet kosteloos plaatsvindt.
Waarom de
tandarts dan op 3 september 2025 zou hebben toegezegd het gaatje gratis te vullen
is onduidelijk
gebleven en door klager niet toegelicht of onderbouwd, terwijl de tandarts dit uitdrukkelijk
heeft
betwist. Ook klachtonderdeel c is kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel d – klager is op 5 september 2025 weggestuurd
5.7 Klager stelt dat hij tijdens zijn bezoek op 5 september 2025 geen enkele onbeleefde
opmerking
heeft gemaakt, maar dat hij door de tandarts werd onderbroken en uit de praktijk
werd gestuurd
zonder dat hij zijn vraag kon afmaken.
5.8 De tandarts heeft aangevoerd dat klager op 5 september 2025 weer zonder afspraak
naar de
praktijk kwam. Hij is zonder zich bij de assistente te melden doorgelopen naar de
behandelkamer,
waar de tandarts op dat moment een andere patiënt aan het behandelen was. Klager
is vanuit de
deuropening tegen de tandarts gaan praten over zijn onvrede over de rekening. De
tandarts werd
hierdoor tijdens de behandeling gestoord en uit zijn concentratie gehaald. De tandarts
is naar de
deur gelopen en heeft deze gesloten, aldus de tandarts.
5.9 Dit klachtonderdeel is eveneens kennelijk ongegrond. Een patiënt kan en mag
niet zomaar
binnenlopen bij een (tand)arts als die bezig is met de behandeling van een andere
patiënt, ongeacht
de reden die de patiënt daarvoor meent te hebben. De tandarts was op dat moment
eenvoudigweg niet beschikbaar om klager te woord te staan en heeft correct gehandeld
door
klager direct af te breken, de deur te sluiten en de lopende behandeling voort te
zetten. Klager
had desgewenst bij de assistente een afspraak kunnen maken om zijn bezwaren over
de rekening met de
tandarts te bespreken.
Slotsom
5.10 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht
kennelijk ongegrond zijn.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door Ch. Schollen-den Besten, voorzitter, G.L.M.M. van
der Werff en
R.W.F. Huyskens, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door N.A.M. Sinjorgo, secretaris,
en
op 10 juni 2026 uitgesproken door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk.