ECLI:NL:TAHVD:2026:171 Hof van Discipline 's Gravenhage 240356H
| ECLI: | ECLI:NL:TAHVD:2026:171 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 05-06-2026 |
| Datum publicatie: | 08-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | 240356H |
| Onderwerp: | Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Herziening |
| Beslissingen: | Regulier |
| Inhoudsindicatie: | Herzieningsverzoek afgewezen. Op grond van het herzieningsprotocol (artikel 1.2) kan bij wijze van uitzondering een onherroepelijke beslissing alleen worden herzien als blijkt van nieuwe feiten en omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór de beslissing, verzoeker daarvan niet eerder op de hoogte was en ook niet kon zijn en die tot een andere beslissing van het hof zouden hebben kunnen leiden als zij wel eerder bekend waren geweest. Verzoeker doet in het herzieningsverzoek geen beroep op dergelijke nieuwe feiten en omstandigheden. De in het herzieningsprotocol opgenomen uitzonderingen op grond waarvan een herzieningsverzoek in behandeling kan worden genomen zijn dan ook niet van toepassing. Reeds om die reden dient het verzoek te worden afgewezen. |
Beslissing van 5 juni 2026
in de zaak 240356H
naar aanleiding van het verzoek tot herziening van:
verzoeker
1 DE BESLISSING WAARVAN HERZIENING WORDT VERZOCHT
De herzieningskamer van het Hof van Discipline (hierna: de herzieningskamer) verwijst naar de beslissing van 1 december 2025 van het hof met zaaknummer 240356. Daarin heeft het hof de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 11 november 2025 (gewezen onder zaaknummer 24-231/DH/DH) vernietigd voor zover daarin de klacht van verzoeker met betrekking tot de onttrekking door zijn voormalige advocaat gegrond was verklaard, aan zijn voormalige advocaat de maatregel van waarschuwing was opgelegd en zijn voormalige advocaat was veroordeeld tot betaling van het griffierecht en de proceskosten. Het hof heeft vervolgens de klacht alsnog ongegrond verklaard.
2 HET VERZOEK TOT HERZIENING
- Verzoeker heeft bij e-mail van 15 februari 2026 verzocht om:
1) heropening van zijn dossier in de zaak met nummer 240356 om een eerlijke beoordeling, en
2) behandeling van de zaak door een andere, onafhankelijke voorzitter;
3) een nieuwe zitting waarin hoor en wederhoor volledig wordt gerespecteerd;
4) onderzoek naar de procesleiding tijdens de zitting van oktober 2025.
Het hof begrijpt dat verzoeker hiermee om herziening van de beslissing van het hof van 1 december 2025 verzoekt.
2.2 Verder bevat het herzieningsdossier:
- de zienswijze van verzoekers voormalige advocaat, mr. S.A.P. van den Berg, tevens verweerder in de hoofdzaak (hierna: verweerder) van 13 maart 2026;
- een e-mail van verweerder van 27 februari 2026 van welke e-mail verzoeker een kopie heeft ontvangen;
- een e-mail van het hof aan verweerder van 27 februari 2026, van welke e-mail verzoeker eveneens een kopie heeft ontvangen;
- een e-mail van verzoeker van 2 maart 2026;
- een e-mail van het hof aan verzoeker van 2 maart 2026 ;
- de repliek van verzoeker van 15 maart 2026, met bijlage.
2.3 De herzieningskamer heeft de zaak in raadkamer behandeld op grond van artikel 6.8 van het toepasselijke herzieningsprotocol.
3 BEOORDELING
De mogelijkheid tot herziening
3.1 Het hof stelt voorop dat de Advocatenwet niet voorziet in de mogelijkheid om herziening te verzoeken van een beslissing van het hof als bedoeld in artikel 58 Advocatenwet. Daarom neemt het hof zo’n verzoek in beginsel niet in behandeling.
3.2 Niettegenstaande het onder 3.1 bedoelde uitgangspunt kan het hof bij wijze van uitzondering een onder 3.1 bedoelde onherroepelijke beslissing op verzoek van een partij herzien (zie artikel 1.2 van het herzieningsprotocol van het hof). Van zo’n uitzondering kan sprake zijn als het gaat om feiten of omstandigheden die: a) hebben plaatsgevonden vóór de beslissing,
b) bij de indiener van het verzoekschrift vóór de beslissing niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c) waren zij bij het hof eerder bekend geweest, tot een andere beslissing zouden hebben kunnen leiden.
Het herzieningsverzoek en de zienswijze van verweerder
3.3 Verzoeker heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd - samengevat en zakelijk weergegeven - dat sprake is van ernstige procedurele bezwaren, doordat verweerder tijdens de mondelinge behandeling van de hoofdzaak op 6 oktober 2025 van het hof meer ruimte kreeg om zijn standpunt toe te lichten dan verzoeker. Verzoeker stelt dat hierdoor het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor is geschonden en tevens de artikelen 6 en 14 van het EVRM en artikel 17 van de Grondwet. Daarnaast is hierdoor naar verweerder stelt in elk geval de schijn van partijdigheid gewekt.
3.4 Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat verzoeker op grond van de artikelen 1.1 en 1.2 van het herzieningsprotocol in het herzieningsverzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat verzoeker zich niet beroept op feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 1.2. Daarnaast heeft verweerder naar voren gebracht dat wat verzoeker aanvoert over de gang van zaken ter zitting feitelijk onjuist is.
Oordeel van de herzieningskamer
3.5 Op grond van het herzieningsprotocol kan bij wijze van uitzondering een onherroepelijke beslissing alleen worden herzien als blijkt van nieuwe feiten en omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór de beslissing, verzoeker daarvan niet eerder op de hoogte was en ook niet kon zijn en die tot een andere beslissing van het hof zouden hebben kunnen leiden als zij wel eerder bekend waren geweest.
3.6 Verzoeker doet in het herzieningsverzoek geen beroep op dergelijke nieuwe feiten en omstandigheden. De in het herzieningsprotocol opgenomen uitzonderingen op grond waarvan een herzieningsverzoek in behandeling kan worden genomen zijn dan ook niet van toepassing. Reeds om die reden dient het verzoek te worden afgewezen.
3.7 Ten overvloede overweegt het de herzieningskamer dat de door klager gestelde schending van een eerlijk proces en andere fundamentele rechtsbeginselen geen grond voor herziening oplevert. De verder door verzoeker aangevoerde omstandigheden, wat daar verder ook van zij, zijn evenmin reden om van het herzieningsprotocol af te wijken. Bij klachten over de bejegening door het hof ter zitting, kan op grond van de klachtenregeling van het hof een klacht bij het hof worden ingediend.
3.8 Op grond van het vorenstaande zal het herzieningsverzoek van verzoeker worden afgewezen.
3 BESLISSING
Het Hof van Discipline:
wijst het herzieningsverzoek af
Deze beslissing is genomen door mr. J. Blokland , voorzitter, mrs. B.J.R. van Tongeren en P.J.G. van den Boom , leden, in tegenwoordigheid van mr. S.N. Boogers-Keuning, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026.
griffier voorzitter
De beslissing is verzonden op 5 juni 2026 .