ECLI:NL:TGZRSHE:2026:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8414
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:103 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 10-06-2026 |
| Datum publicatie: | 10-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2025/8414 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht. Na een beugelbehandeling bij de tandarts gedurende ruim een jaar is de behandeling op verzoek van klaagster, moeder van de patiënt, aan een andere behandelaar overgedragen. Klaagster verwijt de tandarts op meerdere onderdelen een onjuiste behandeling te hebben uitgevoerd. Ook zouden geen goede diagnose en behandelplan zijn opgesteld. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’S-HERTOGENBOSCH
Beslissing in raadkamer van 10 juni 2026 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klaagster,
tegen
[C],
tandarts in ruste,
destijds werkzaam in [D],
verweerster, hierna ook: tandarts,
gemachtigde: mr. A.C.I.J. Hiddinga, werkzaam in Amsterdam.
1. De zaak in het kort
1. De patiënt heeft gedurende ruim een jaar een beugelbehandeling ondergaan bij
de tandarts,
waarna de behandeling op verzoek van klaagster, moeder van de patiënt, aan een andere
behandelaar
is overgedragen. Klaagster verwijt de tandarts op meerdere onderdelen een onjuiste
behandeling te
hebben uitgevoerd. Ook zouden geen goede diagnose en behandelplan zijn opgesteld.
De tandarts heeft
verweer gevoerd tegen de klacht.
2. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze
beslissing is
gekomen.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, ontvangen op 22 april 2025;
- de brief van 26 mei 2025 van de secretaris aan klaagster;
- het aanvullend klaagschrift, ontvangen op 6 juni 2025;
- de machtiging, ontvangen op 6 juni 2025;
- de cd-rom, ontvangen op 8 april 2025;
- de behandelkaarten van klaagster, ontvangen op 27 juni 2025;
- het verweerschrift, ontvangen per e-mail op 26 augustus 2025 en per post op
28 augustus 2025;
- de brief van 24 september 2025 van de secretaris van het college aan klaagster.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik
gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De feiten
3.1. Klaagster is met haar zoon (hierna: de patiënt), geboren op […..], op 20 maart
2023 voor een
eerste consult bij de tandarts geweest in verband met een mogelijke orthodontische
behandeling.
3.2. Op 23 maart 2023 heeft de tandarts gelaatsfoto’s, OPT (orthopantomogram, een
röntgenfoto van
het hele gebit) en een RSP (röntgenschedelprofielfoto) gemaakt en gebitsafdrukken
genomen. Ook
heeft zij een zogenaamde ortho-analyse ingevuld. Op basis van de aldus verkregen
gegevens heeft de
tandarts een behandelplan opgesteld. Het behandelplan is aan de hand van een begroting
en
begeleidende brief met klaagster besproken op 13 april 2023.
3.3. Op 20 april 2023 is een gebitsafdruk gemaakt voor het maken van een bionator
door het
tandtechnisch laboratorium. De bionator (ook wel activator of blokbeugel genoemd),
is een
uitneembare beugel die corrigerend werkt op een overbeet. De bionator is op
3.4. 16 mei 2023 geplaatst. In juni en juli 2023 werd geconstateerd dat de overbeet
afnam (van 6mm
naar 4mm en naar 3mm). Vanaf augustus 2023 werd de medewerking van de patiënt aan
het dragen van de
bionator wat minder.
3.5. In november 2023 is besloten over te gaan naar de volgende fase en in januari
2024 een vaste
plaatjesbeugel in de bovenkaak te plaatsen. Op 18 januari 2024 is een vaste beugel
in de bovenkaak
geplaatst.
3.6. Op 13 juni 2024 zijn bandjes geplaatst op de elementen 36 en 46 in de onderkaak.
Daarna is de
patiënt niet meer bij de tandarts in de praktijk geweest. De tandarts heeft het
medisch dossier
gezonden aan de praktijk die de behandeling op verzoek van klaagster overnam.
4. De klacht en de reactie van de tandarts
4.1. Klaagster verwijt de tandarts dat zij:
a. de behandeling totaal verkeerd heeft uitgevoerd en dat de behandeling vrijwel
geen resultaat
heeft opgeleverd. De plaatjes staan niet goed en de blokbeugel was van slechte kwaliteit.
De diepe beet en overbeet waren nog niet geheel gecorrigeerd;
b. de bovenkaak te breed heeft gemaakt;
c. de asymmetrie van de onderkaak niet heeft behandeld;
d. met de banden op de 36 en 46 niets heeft gedaan;
e. geen goede diagnose en behandelplan heeft opgesteld conform de richtlijnen van
de Nederlandse
Vereniging van Orthodontisten (NVvO).
4.2 De tandarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Het
college gaat
hierna voor zover nodig verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de tandarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts. Bij de beoordeling
wordt rekening
gehouden met de voor de tandarts geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden. Het
gaat hierbij niet om de vraag of de zorgverlener het beter of anders had kunnen
doen, maar of zij
binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven.
Klachtonderdeel a – verkeerde uitvoering behandeling
5.2 De blokbeugel is volgens de tandarts door een tandtechnisch laboratorium gemaakt,
zoals dat
overigens gebruikelijk is. De werking van een blokbeugel is weinig specifiek en
de uitvoering van
een blokbeugel heeft weinig effect op de behandeling. Er is in het begin ook daadwerkelijk
een
correctie van de overbeet geconstateerd. Mede gelet op de na verloop van tijd verminderde
medewerking van de patiënt is in november de niet ongebruikelijke keuze gemaakt
om verder te gaan
met de behandeling via een plaatjesbeugel. Dit kan een goede oplossing zijn, zeker
bij verminderde
medewerking, ook al zijn op dat moment de overbeet en de diepe beet nog niet (geheel)
gecorrigeerd.
De diepe beet kan dan worden gecorrigeerd met bijvoorbeeld Kl ll elastieken, waarin
ook in het
behandelplan was voorzien. Het college is verder van oordeel dat de plaatsing van
de brackets (de
metalen onderdelen die op de tanden zijn geplaatst) voldoet aan de professionele
standaard. Dat is
te zien op de foto’s van de opvolgend behandelaar van de patiënt. Uit die foto’s
blijkt ook dat de
plaatsing in overeenstemming is met de asrichting van de wortels.
5.3 De behandeling is na 13 juni 2024 elders voortgezet. Dat was pas een jaar na
de start van de
behandeling. Op dat moment kon er nog niets over worden gezegd of de behandeling
volgens het door
de tandarts voorgestelde behandelplan tot een goed einde kon worden gebracht. De
tandarts is in de
zorg voor de patiënt niet tekortgeschoten. Klachtonderdeel a is kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel b – bovenkaak te breed
5.4 Voor zover de bovenkaak te breed is gemaakt, dan betreft dat (zoals te zien
is op de
foto’s) slechts enkele millimeters. Het is een tijdelijke situatie die gedurende
de verdere behandeling nog op eenvoudige wijze kan worden gecorrigeerd, zeker wanneer
de ondertandboog nog naar voren zou komen tijdens de behandeling. Ook dit klachtonderdeel
is kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel c – asymmetrie onderkaak niet behandeld
5.5 Gelet op het stadium waarin de behandeling zich bevond, was het nog niet mogelijk
om de
asymmetrie geheel of gedeeltelijk te corrigeren. Ook op dit punt is niets fout gedaan
of verzuimd en klachtonderdeel c is kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel d – met banden op 36 en 46 niets gedaan
5.6 Het college merkt op dat de banden zijn geplaatst op de elementen 37 en de
46, omdat de 36
afwezig is. Deze banden zijn geplaatst tijdens de laatste behandeling die de patiënt
bij de
tandarts onderging. Dit is niet verwijtbaar omdat het zou kunnen dat de tandarts
in de volgende
zitting de brackets zou hebben geplaatst. Daartoe is zij niet meer in de gelegenheid
gesteld.
Klachtonderdeel d is daarom eveneens kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel e – diagnose en behandelplan
5.7 Een tandarts die orthodontie uitvoert is daartoe bevoegd, maar moet ook bekwaam
zijn. Daarbij
hoort ook dat de richtlijnen, die bij de orthodontie gelden, moeten worden nageleefd.
De
orthodontierichtlijnen beschrijven uitvoerig waaraan de schriftelijke diagnose en
behandelplanning
moeten voldoen. Het is echter niet ongebruikelijk om met een wat summierder vastlegging
te
volstaan. Uit het dossier blijkt dat er wel een diagnose en een behandelplan zijn
gemaakt, maar de
stukken zelf ontbreken. De tandarts heeft aangevoerd dat zij zeker weet dat ze het
uitgebreider
heeft beschreven en dat klaagster niet het volledige door haar overgedragen dossier
in het geding
heeft gebracht. Nu klaagster in de aanvulling op de klacht in haar eigen woorden
heeft beschreven
wat de diagnose en het behandelplan inhielden, gaat het college ervan uit dat een
en ander ook op
13 april 2023 met klaagster is besproken, zoals in het dossier genoteerd. Het college
voegt hier
nog aan toe dat op grond van de stukken niet is vast te stellen of de asymmetrie
al bij de diagnose
te constateren was en dus ook niet of die toen al had moeten worden vastgelegd.
Op grond hiervan is
ook klachtonderdeel e kennelijk ongegrond.
Slotsom
5.8 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht
kennelijk ongegrond zijn.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door Ch. Schollen-den Besten voorzitter, W.J.D.M. van Beers
en
R.W.F. Huyskens, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door N.A.M. Sinjorgo, secretaris,
en op
10 juni 2026 uitgesproken door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk.