ECLI:NL:TNORARL:2026:11 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/ 453198 KL RK 25-96
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2026:11 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 26-03-2026 |
| Datum publicatie: | 05-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/05/ 453198 KL RK 25-96 |
| Onderwerp: |
|
| Beslissingen: | Klacht gegrond met ontzegging van het waarnemerschap |
| Inhoudsindicatie: | De moeder van klager woont samen met haar partner. De moeder is ziek. De (toegevoegd) notaris komt aan huis om een testament en samenlevingscontract te bespreken en aansluitend te passeren. De notaris heeft voordien uitsluitend met de partner contact gehad en in het geheel niet met de moeder. De partner werd duidelijk bevoordeeld door de wijzigingen die hij zelf aan de notaris had doorgegeven. De notaris heeft onvoldoende oog gehad voor de kwetsbare positie van de moeder en mogelijkheid dat zij onder invloed stond van haar partner. Zij heeft met haar handelen en nalaten de belangen van de moeder onvoldoende behartigd. De klacht is gegrond. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: C/05/453198 / KL RK 25-96
beslissing van de kamer voor het notariaat
op de klacht van
[Klager],
wonende te [woonplaats],
klager,
gemachtigde: mr. G.W.J. van Dijke te [plaatsnaam],
tegen
[Toegevoegd notaris],
toegevoegd notaris te [plaatsnaam],
gemachtigde: mr. H. Delhaas te [plaatsnaam].
Partijen worden hierna respectievelijk klager en de notaris genoemd.
1. Het verloop van de procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de klacht, met bijlagen, van 10 juni 2025;
- de aanvulling op de klacht, met bijlagen, van 8 juli 2025;
- het verweer van de notaris, met bijlagen, van 20 augustus 2025;
- de pleitaantekeningen van mr. Van Dijke namens klager.
1.2. De klachtzaak is ter zitting van 13 februari 2026 behandeld, waarbij zijn verschenen klager met zijn gemachtigde, vergezeld van de broer en partner van klager, enerzijds en de notaris met haar gemachtigde anderzijds.
2. De feiten
2.1. De moeder van klager, [naam moeder] (hierna: de moeder), is overleden op 25 juli 2023. De moeder was al geruime tijd (ongeneeslijk) ziek.
2.2. De moeder en haar partner, [naam partner] (hierna: [partner]) woonden samen vanaf 1 februari 2019 tot haar overlijden. Het huis waarin zij woonden behoorde in enig eigendom toe aan de moeder.
2.3. [Oud- notaris] te [plaatsnaam] heeft in maart 2022 voor de moeder en [partner] concepten opgesteld van twee testamenten en een samenlevingscontract.
2.4. [Oud- notaris] is per 1 juni 2022 met pensioen gegaan. Zijn protocol is overgedragen aan notaris […] te [plaatsnaam].
2.5. Op 14 oktober 2022 heeft [partner] telefonisch een afspraak met de notaris gemaakt voor een bespreking over testamenten en een samenlevingscontract. [Partner] vermeldde daarbij dat [oud- notaris] al concepten had opgesteld.
2.6. Op 27 oktober 2022 verscheen uitsluitend [partner] op de gemaakte afspraak. Hij vertelde dat de moeder ziek was en niet aanwezig kon zijn bij de bespreking. Hij had een handgeschreven brief van de moeder bij zich, gedateerd 26 oktober 2022, waarin zij [partner] machtigde om namens haar gesprekken te voeren over twee testamenten en een samenlevingscontract. [partner] overhandigde de door [oud- notaris] opgestelde concepten aan de notaris.
2.7. De notaris heeft daarna concepten gemaakt van twee testamenten en een samenlevingscontract. Zij heeft deze op 22 november 2022 per post verzonden aan de moeder en [partner]. Zij vermeldde daarbij in de brief:
“Ondertekening van de akten
Graag verneem ik of u akkoord gaat met de inhoud van de ontwerpakten. Tevens kan dan een afspraak worden gemaakt voor het bij u aan huis bespreken en mogelijk tevens ondertekenen van de akten. Aangezien ik mevrouw [de moeder] nog niet heb gesproken is het noodzakelijk dat ik u de akten nog uitleg en toelicht. Bij uw akkoord kan er dan aansluitend worden getekend.”
2.8. Op 29 november 2022 heeft [partner] telefonisch een afspraak met de notaris gemaakt voor het aan huis bespreken van de concepten en, indien akkoord, aansluitend ondertekenen van de akten.
2.9. Op 6 december 2022 heeft de notaris de twee testamenten en het samenlevingscontract aan huis met de moeder en [partner] besproken en aansluitend gepasseerd.
3. De klacht en het verweer
3.1. Klager verwijt de notaris dat er:
1. geen beoordeling van de wilsbekwaamheid van de moeder heeft plaatsgevonden, ondanks een bekend ziektebeeld en een voorgeschiedenis bij een andere notaris;
2. geen onafhankelijk contact met de moeder, zonder aanwezigheid van haar partner, is geweest;
3. geen overdracht of inzage van het dossier van [oud- notaris] heeft plaatsgevonden, waarin medische zorgen bekend waren;
4. onzorgvuldige acceptatie was van een handgeschreven volmacht, zonder verificatie of zelfstandig contact;
5. geen enkele waarborg tegen beïnvloeding of belangenverstrengeling was, terwijl [partner] aantoonbaar sturend optrad;
6. geen toepassing van het Stappenplan Wilsbekwaamheid heeft plaatsgevonden (zoals voorgeschreven door de KNB bij een kwetsbare cliënt);
7. geen extra zorgvuldigheid is betracht bij een testament dat sterk afwijkt van eerdere uitingen, terwijl betrokkene in een medisch kwetsbare toestand verkeerde.
3.2. Op de toelichting op de klacht door klager en het verweer daartegen van de notaris zal de kamer hierna, voor zover van belang voor de beoordeling, nader ingaan.
4. De beoordeling
Toetsnorm
4.1. Op grond van artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De tuchtrechter toetst of hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en de andere toepasselijke bepalingen. Ook kan de tuchtrechter toetsen of zij voldoende zorg in acht hebben genomen ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij optreden en of zij daarbij hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar behoort te doen.
4.2. Zo moet een notaris het ambt in onafhankelijkheid uitoefenen en de belangen van alle bij de rechtshandeling betrokken personen op onpartijdige wijze en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid behartigen.[1] Een notaris heeft ook een informatie- en een zogeheten Belehrungspflicht (en in bepaalde gevallen een waarschuwingsplicht).[2] Volgens deze bepaling moet een notaris de partijen bij de akte en de bij het verlijden van de akte eventueel verschijnende andere personen tijdig voor het passeren van de akte de gelegenheid geven om van de inhoud van de akte kennis te nemen. Op grond van zijn informatieplicht moet een notaris voorafgaand aan het passeren van een akte bovendien de zakelijke inhoud van de akte bespreken en daarop een toelichting geven. Zo nodig moet hij daarbij ook wijzen op de gevolgen die voor partijen uit de inhoud van de akte voortvloeien.
De zorgplicht van een notaris brengt ook mee dat hij met inachtneming van de belangen van alle betrokken partijen de rechtszekerheid dient te waarborgen. Hieruit vloeit voort dat een notaris geen akten opmaakt en laat inschrijven zonder voorafgaand deugdelijk onderzoek te verrichten. Zijn functie in het rechtsverkeer brengt ook mee dat hij is gehouden naar vermogen te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van juridische onkunde en feitelijk overwicht.
Beoordeling
4.3. De klachtbrief van 10 juni 2025 is de basis van de klacht. De klacht zoals in deze brief weergegeven heeft betrekking op de gehele gang van zaken en daarom zal de kamer de verschillende klachtonderdelen niet afzonderlijk, maar in hun onderlinge samenhang bespreken.
4.4. De klacht heeft betrekking op tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen of nalaten van de notaris ten aanzien van de wilsbekwaamheid en wilsvorming van de moeder, alsmede ten aanzien van het voorkomen van beïnvloeding. Het is voor klager onvoorstelbaar dat de notaris niet heeft getwijfeld aan de wilsbekwaamheid van de moeder. In dit verband wijst hij er op dat de notaris over de wijze van beoordeling van de wilsbekwaamheid amper iets heeft vastgelegd. Volgens klager verkeerde de moeder in een situatie van afhankelijkheid van [partner] en had zij vrijwel niets meer in eigen beheer. Klager meent ook dat er onmogelijk sprake van kan zijn dat de notaris haar Belehrungsplicht voldoende heeft waargemaakt. In de woorden van klager gaat [partner] er met de nalatenschap van zijn moeder vandoor. De moeder heeft de woning in 2018 gekocht voor € 355.000,00 en klager schat de huidige waarde van de woning tussen € 500.000,00 en € 600.000,00.
4.5. Overwogen wordt dat het testament van de moeder dat de notaris op 6 december 2022 heeft gepasseerd, inhoudt, kort gezegd en voor zover hier van belang, dat de moeder het vruchtgebruik van het woonhuis, haar inboedel en de saldi op drie bankrekeningen aan [partner] heeft gelegateerd en dat onder de last van dat legaat haar kinderen haar erfgenamen zijn. Ten aanzien van het vruchtgebruik van het woonhuis heeft de moeder [partner] als vruchtgebruiker vergaande bevoegdheden gegeven, te weten dat hij de woning mag vervreemden, bezwaren en verteren. Daarnaast is [partner] tot executeur benoemd en is een zogenoemde tweetrapsmaking opgenomen.
4.6. Het samenlevingscontract van de moeder en [partner] dat op 6 december 2022 is gepasseerd bevat, naast de gebruikelijke artikelen, een artikel 13 genaamd “Verrekening waarde registergoed”. Daarin staat, kort gezegd, dat, indien de samenlevingsovereenkomst eindigt, de moeder of haar erfgenamen verplicht zijn aan [partner] of zijn erfgenamen 80% van de overwaarde uit te betalen, met dien verstande dat het minimale bedrag in alle omstandigheden € 50.000 is. Dit verrekenbedrag is onmiddellijk na het einde van de samenlevingsovereenkomst opeisbaar en moet in contanten worden betaald. Partijen kunnen een afbetalingsregeling overeenkomen.
4.7. De notaris heeft over de gang van zaken als volgt verklaard. Het beleid van haar kantoor is dat een stel altijd samen op een bespreking komt en dat is bij het maken van de afspraak met [partner] ook aan hem gezegd. Toen [partner] op 27 oktober 2022 alleen verscheen, heeft de notaris hem wel te woord willen staan, maar meer in de zin dat zij hem heeft aangehoord. Er is volgens aanvankelijke verklaring van de notaris op dat moment niet inhoudelijk over de akten gesproken. Zij heeft de concepten die [oud- notaris] had opgesteld aangenomen en met [partner] afgesproken dat zij naar aanleiding van die concepten zelf concepten zou maken. Dat [partner] beschikte over door [oud- notaris] opgemaakte concepten, die nog niet gepasseerd waren, wekte bij de notaris geen verbazing. Het was bekend dat [oud- notaris] met pensioen was gegaan en in die tijd kwamen veel voormalige cliënten van [oud- notaris] bij de notaris op kantoor.
4.8. Ter zitting is aan de notaris de vraag voorgelegd waar zij haar concepten op heeft gebaseerd, indien zij niet inhoudelijk met [partner] heeft gesproken. Dat kan niet uitsluitend op de concepten van [oud- notaris] zijn geweest, want die wijken op een aantal punten aanmerkelijk af van de concepten die de notaris heeft opgesteld. De akten die de notaris heeft opgesteld zijn beduidend gunstiger voor [partner] dan de concepten die [oud- notaris] had opgesteld. Zo geeft het testament van de moeder [partner] als vruchtgebruiker veel verdergaande bevoegdheden. Het kan dus niet anders dan dat de notaris tijdens de bespreking wel inhoudelijk met [partner] over de akten heeft gesproken. In antwoord hierop heeft de notaris alsnog verklaard dat zij met [partner] inderdaad over de inhoud van de akten heeft gesproken en bevestigd dat haar concepten aanzienlijk afweken van die van [oud- notaris]
4.9. Voorts heeft de notaris tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat [partner] haar na de bespreking nog heeft gebeld met het verzoek om de bepaling verrekening waarde registergoed uit het samenlevingscontract aan te passen. De kamer stelt vast dat in het concept-samenlevingscontract van [oud- notaris] stond vermeld, kort gezegd, dat bij beëindiging van de relatie [partner] € 65.000,00 van de moeder zou ontvangen, alsmede 10% van de meerwaarde van de woning boven € 355.000,00 en dat in het samenlevingscontract van 6 december 2022 een voor [partner] gunstigere regeling is opgenomen. De notaris heeft dus op eenzijdig verzoek van [partner] de bijzondere bepaling betreffende verrekening van de waarde van het woonhuis aangepast. Voorts wijkt de wijze van verrekening in die zin af dat in het samenlevingscontract wordt gesproken over “de moeder, danwel haar erfgenamen” en “[partner], danwel zijn erfgenamen”, terwijl in het concept van [oud- notaris] uitsluitend de moeder en [partner] zelf werden genoemd.
4.10. Over het huisbezoek dat de notaris heeft gebracht aan de moeder en [partner] om de concepten te bespreken en mogelijk, bij akkoordverklaring, tevens te ondertekenen, heeft de notaris tijdens de mondelinge behandeling het volgende verklaard. De moeder lag niet in bed, maar zat in een stoel. Het was wel duidelijk zichtbaar dat zij ziek was. De moeder sprak heel zachtjes en niet in zinnen. Zij communiceerde voornamelijk door ja- en nee-knikken met het hoofd. Tijdens het bezoek van de notaris was [partner] steeds aanwezig maar hij mengde zich niet in het gesprek. De notaris heeft niet afzonderlijk met de moeder gesproken. Het enige moment waarop de notaris even alleen met de moeder was, was toen [partner] naar de keuken ging om koffie te halen. De notaris heeft de moeder op dat moment gevraagd of zij de concepten had gelezen. De notaris heeft ruim de tijd genomen om de akten puntsgewijs uit te leggen en heeft steeds gecheckt of het zo de bedoeling was. Zij heeft de moeder naar eigen zeggen diverse opties voorgehouden, maar de moeder was duidelijk over wat zij wilde. Daarbij heeft de notaris in aanmerking genomen dat het de moeder vrij had gestaan om ten behoeve van haar partner een langstlevende-testament te maken, waarbij zij hem tot enig erfgenaam had benoemd en dat dat dus nog verstrekkender zou zijn geweest. Maar de moeder wilde volgens de notaris juist dat haar kinderen en niet haar partner haar erfgenamen waren. De notaris wijst er verder op dat de moeder en [partner] al geruime tijd samenwoonden en dat zij dus een bestendige relatie hadden. Zij heeft er geen moment over gedacht om volgens het zogenoemde stappenplan[3] te handelen, omdat zij daarvoor geen aanleiding had. Als zij ook maar enigszins had getwijfeld, had zij de akten niet gepasseerd.
4.11. De kamer stelt vast dat de gang van zaken zoals door de notaris weergegeven, haar aanleiding had moeten geven tot verdergaande zorgvuldigheid dan zij thans heeft betracht. Het initiatief tot het opmaken van conceptakten kwam van [partner]. Hij is zonder de moeder verschenen op de afspraak om een en ander te bespreken en toen is ook het testament van de moeder aan de orde gekomen alsmede het samenlevingscontract waarbij de moeder partij was. [partner] heeft vervolgens opdracht gegeven om concepten op te maken die voor hem gunstiger waren dan de concepten die er al lagen. Niet gebleken is dat de notaris [partner] kritisch heeft bevraagd over de achtergrond van deze wijzigingen. De moeder had weliswaar een volmacht aan [partner] verstrekt, maar naar het oordeel van de kamer rustte op de notaris de taak en de verplichting om uitdrukkelijk bij de moeder na te gaan of hetgeen [partner] aan de notaris had verklaard ook de bedoeling van de moeder was.
4.12. Ook nadat [partner] de notaris telefonisch had verzocht het door de notaris gemaakte concept van het samenlevingscontract in die zin te wijzigen, dat daarbij een voor [partner] gunstiger verrekenbeding werd opgenomen, heeft de notaris niet bij de moeder gecheckt of dit overeenkomstig haar wens was. Evenmin is gesteld of gebleken dat de notaris de moeder op deze wijziging opmerkzaam heeft gemaakt door het toesturen van een gewijzigd concept.
4.13. Voor wat betreft het huisbezoek is de kamer van oordeel dat de notaris afzonderlijk, buiten aanwezigheid van [partner], met de moeder had moeten spreken. Dit klemt te meer nu de te passeren akten diverse voor [partner] gunstigere bepalingen bevatten dan de concepten van [oud- notaris]. Omdat de moeder in fysieke zin beperkt in staat was om haar wil te uiten - naar verklaring van de notaris communiceerde de moeder voornamelijk door knikken met het hoofd - had de notaris er naar het oordeel van de kamer niet op mogen vertrouwen dat de moeder voldoende adequaat zou kunnen reageren op datgene wat de notaris aan de orde stelde. De betreffende akten waren lang en inhoudelijk ingewikkeld en de taal in notariële akten is niet eenvoudig. In dit verband wordt verder overwogen dat de notaris voordat zij op huisbezoek kwam voor het bespreken van de concepten, geen enkel contact met de moeder had gehad. De kamer is van oordeel dat de notaris niet had mogen aannemen dat de moeder in staat was om de gevolgen van de akten tijdens één bespreking te overzien. Voorts bestond de mogelijkheid dat de moeder tijdens het bezoek werd beïnvloed door [partner] en dat de moeder haar wil niet op onafhankelijke wijze – zonder beïnvloeding door [partner] – aan de notaris heeft kunnen overbrengen. De notaris heeft er naar het oordeel van de kamer geen blijk van gegeven dat zij daar voldoende alert op is geweest.
4.14. Daarbij kan naar het oordeel van de kamer in het midden blijven of de notaris gehouden was om te handelen volgens het stappenplan. Indien een notaris geen aanleiding heeft om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van de cliënt, behoeft het stappenplan niet te worden gevolgd. Daarbij zal het in belangrijke mate aankomen op zowel de inhoud van de gesprekken die een notaris met de cliënt voert, als de wijze waarop de cliënt zich daarbij presenteert. De notaris heeft verklaard dat zij niet twijfelde aan de wilsbekwaamheid van de moeder en op basis van de thans voorliggende informatie kan niet (zonder meer) gezegd worden dat zij het stappenplan had moeten volgen. Dat [oud- notaris] klaarblijkelijk wel een aanvraag voor een medische beoordeling had gedaan of dat nodig vond, leidt niet tot een ander oordeel. Onduidelijk is ook of de notaris daarvan op de hoogte was. Volgens notaris Rouwenhorst bleek uit het dossier van [oud- notaris] niet dat aan de aanvraag een vervolg is gegeven, met andere woorden dat een arts ook daadwerkelijk de wilsbekwaamheid van de moeder heeft beoordeeld.
4.15. Voor wat betreft de door [partner] geïnitieerde wijzigingen ten opzichte van de concepten van [oud- notaris], overweegt de kamer als volgt.
4.16. De zorgvuldigheid brengt mee dat een notaris in een dossier schriftelijk dient vast te leggen dat en hoe hij onderzoek heeft verricht, wat zijn bevindingen zijn en dat hij dit ook schriftelijk bevestigt aan de cliënten. De notaris heeft echter op geen enkele wijze toegelicht wat haar bevindingen waren ten aanzien van de wijzigingen die [partner] voorstelde en wat aan die wijzigingen ten grondslag heeft gelegen. Gespreksaantekeningen waaruit dit blijkt zijn niet overgelegd. Sterker nog, tijdens de mondelinge behandeling heeft de notaris verklaard dat zij voor de inhoud van het telefoontje van [partner] over het samenlevingscontract haar gespreksaantekeningen zou moeten nazien, maar dat zij die aantekeningen op dat moment niet bij zich had. In de brief van 22 oktober 2022, waarbij de notaris haar concepten verstuurt, staat vermeld dat er een toelichting op de akten wordt meegezonden, maar of die toelichting er inderdaad bij zat en wat de toelichting behelsde is in deze procedure niet gebleken. Dat de notaris geen schriftelijke stukken heeft overgelegd die licht werpen op wat er is besproken, dient voor haar risico te blijven. De kamer stelt vast dat de schriftelijke verslaglegging van de notaris op dit punt tekortschiet.
4.17. Op grond van de voorgaande feiten en omstandigheden, in hun onderlinge samenhang bezien, is de kamer van oordeel dat de notaris met haar handelwijze haar kerntaken als notaris heeft veronachtzaamd. De notaris heeft voor wat betreft haar zorg- en informatieplicht niet gehandeld zoals een zorgvuldig notaris betaamt. Zij heeft onvoldoende oog gehad voor de kwetsbare positie van de moeder en heeft met haar handelen en nalaten de belangen van de moeder onvoldoende behartigd. Immers, niet gebleken is dat de notaris de moeder voldoende heeft voorgelicht over de akten, dat de notaris zich ervan heeft vergewist dat deze in overeenstemming waren met de wil van de moeder, dat de moeder begreep wat er in de akten stond en dat zij op de hoogte was van de gevolgen die het tekenen van deze akten zouden hebben. Ook heeft de notaris niet aangetoond dat zij haar dossier zorgvuldig heeft opgebouwd. Als gevolg van haar handelen en nalaten heeft de notaris het vertrouwen geschaad dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen. De kamer rekent dit alles de notaris ernstig aan.
4.18. Verder acht de kamer het verontrustend dat de notaris niet of onvoldoende inziet dat zij ernstig is tekortgeschoten in de vereiste zorgvuldigheid in de uitoefening van haar ambt. De notaris lijkt zich er niet van bewust dat de moeder zich mogelijk niet vrij voelde om de notaris te laten weten wat zij wilde, omdat de kans bestond dat zij onder invloed van [partner] stond.
4.19. Op grond van het voorgaande is de kamer van oordeel dat de volgende maatregel passend en geboden is:
ontzegging van de bevoegdheid om waar te nemen en om als toegevoegd notaris op te treden voor de duur van twee weken.
4.20. Omdat de kamer de klacht gegrond verklaart, moet de notaris het door klager betaalde griffierecht van € 50,00 op grond van artikel 99 lid 5 Wna aan hem vergoeden.
4.21. Omdat de kamer de klacht tegen de notaris gegrond verklaart en de notaris tevens een maatregel oplegt, zal de kamer de notaris op grond van artikel 103b lid 1 Wna en de (tijdelijke) richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat (Staatscourant 2020, nr. 67893), veroordelen in de kosten van klager, forfaitair vastgesteld op € 50,00 en het gemachtigdensalaris ad 2 punten forfaitair vastgesteld op € 525,00 per punt.
4.22. De kamer bepaalt dat de notaris voornoemde bedragen binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan klager moet betalen. Klager moet daarvoor tijdig schriftelijk zijn rekeningnummer aan de notaris doorgeven.
4.23. Verder ziet de kamer aanleiding om de notaris, op grond van artikel 103b lid 1 Wna jo. de richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat 2021 (Staatscourant 2020, nr. 67893), te veroordelen in de kosten die in verband met de behandeling van de zaak door de kamer zijn gemaakt. Deze kosten worden vastgesteld op € 2.000,00 (wegingsfactor 1). De kamer bepaalt dat deze kosten binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan de kamer moeten worden betaald. De notaris ontvangt hiervoor nota van het LDCR te Utrecht.
5. De beslissing
De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden
- verklaart de klacht gegrond;
- legt de notaris de maatregel op van ontzegging van de bevoegdheid om waar te nemen en om als toegevoegd notaris op te treden voor de duur van twee weken;
- veroordeelt de notaris tot betaling aan klager van € 50,00 griffierecht en € 1.100,00 aan andere kosten, op de wijze en binnen de termijn als onder 4.22 bepaald;
- veroordeelt de notaris tot betaling van € 2.000,00 in de kosten van behandeling van de klacht door de kamer, op de wijze en binnen de termijn als onder 4.23 bepaald.
|
Deze beslissing is gegeven door mr. M.L. Braaksma, voorzitter, mr. T.A. Dantuma en | ||
|
De secretaris |
de voorzitter | |
|
Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. | ||
[1] Artikel 17 lid 1 Wna.
[2] Artikel 43 lid 1 Wna.
[3] Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening.