Zoekresultaten 1-50 van de 4650 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9468

    Doorhaling, algemeen beroepsverbod bij voordacht van IGJ over verpleegkundige vanwege het missen van de geschiktheid tot het uitoefenen van het beroep als verpleegkundige door middelenmisbruik.College: problematisch alcoholgebruik, verweerder is aangehouden voor rijden onder invloed met medicatie in de auto, heeft alcohol gedronken op de parkeerplaats van het ziekenhuis, is meermaals onder invloed. De medische informatie geeft blijk van een hardnekkige verslaving. Voor verweerder is een zorgmachtiging afgegeven voor het ondergaan van verplichte zorg. Verweerder verklaarde in het verleden meermaals niet naar waarheid, was niet aanspreekbaar voor de politie, ambulancedienst en IGJ, toont weinig zelfinzicht, reflectie en transparantie door onder andere het expertiserapport niet te delen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8162

    Kennelijk ongegronde klacht. Na een beugelbehandeling bij de tandarts gedurende 10 maanden is de behandeling aan de opvolger van de tandarts overgedragen. Klaagster verwijt de tandarts op meerdere onderdelen een onjuiste behandeling te hebben uitgevoerd. Ook zouden geen goede diagnose en behandelplan zijn opgesteld.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8414

    Kennelijk ongegronde klacht. Na een beugelbehandeling bij de tandarts gedurende ruim een jaar is de behandeling op verzoek van klaagster, moeder van de patiënt, aan een andere behandelaar overgedragen. Klaagster verwijt de tandarts op meerdere onderdelen een onjuiste behandeling te hebben uitgevoerd. Ook zouden geen goede diagnose en behandelplan zijn opgesteld.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8366

    Klacht van klager/orthodontist tegen collega orthodontist. Na beëindiging van de praktijk door klager hebben diverse patiënten zich tot verweerder gewend, die zich in (te) ferme en negatieve bewoordingen heeft uitgelaten over de kwaliteit van de zorg die klager had geleverd aan de patiënten, uitdrukkelijk de suggestie heeft gedaan dat een klacht hierover kon worden ingediend en in één geval ook herhaaldelijk heeft geïnformeerd naar de stand van zaken rond het indienen van de klacht. Daarnaast heeft hij zeker in één geval een patiënt overgenomen die hij in het kader van een second opinion heeft gezien. De klacht van de collega orthodontist is ontvankelijk omdat het handelen gevolgen heeft voor de kwaliteit van de patiëntenzorg. Het handelen kan namelijk bijdragen aan onrust bij (ouders van) patiënten en het vertrouwen in de zorgverlening. De beoordeling vindt plaats met toepassing van de tweede tuchtnorm. De klacht is gegrond. Als maatregel wordt een berisping opgelegd. De gevraagde kostenveroordeling wordt toegekend aan de hand van de Oriëntatiepunten kostenveroordeling tuchtcolleges voor de gezondheidszorg.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9467

    Doorhaling, algemeen beroepsverbod bij klacht van IGJ over verpleegkundige. De IGJ verwijt verweerder dat hij zich presenteerde als professioneel hulpverlener terwijl hij toen BHV’er was en daarbij onprofessioneel en onzorgvuldig handelde. Ook verwijt de IGJ verweerder dat hij ondanks zijn alcoholgebruik in de zorg werkzaam blijft zonder randvoorwaarden. Verweerder erkent zijn alcoholprobleem, zijn presentatie als professioneel hulpverlener en de medische handelingen die hij niet mocht verrichten. Verweerder meent dat het wegnemen van opiaten bij werkgever niet vaststaat vanwege het hoger beroep van de strafrechtelijke veroordeling.College: verweerder was betrokken bij meerdere incidenten, was meermaals onder invloed, nuttigde alcohol op de parkeerplaats van het ziekenhuis, handelde niet volgens de richtlijnen, was niet aanspreekbaar voor de politie, ambulancedienst en IGJ, toont weinig zelfinzicht, reflectie en transparantie door onder andere het expertiserapport niet te delen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9025

    Klacht tegen tandarts over de rekening (kosten zouden worden vergoed of er zouden geen kosten in rekening worden gebracht en er zouden kosten in rekening zijn gebracht voor een behandeling die niet heeft plaatsgevonden) en over bejegening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:137 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-843/AL/MN

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:69 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-329/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat i de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van de wijze waarop zij de klacht heeft behandeld. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:138 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-302/AL/GLD

    voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij. Naar het oordeel van de voorzitter is de dagvaarding rechtsgeldig aan klaagster betekend. Dat de vertegenwoordiger van klaagster daar pas later kennis van heeft genomen, kan verweerder niet toe te rekenen. Dat verweerder namens zijn cliënt feiten heeft gesteld waarvan hij wist of had moeten weten dat die onjuist waren is de voorzitter niet gebleken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:176 Hof van Discipline 's Gravenhage 260049

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond Het hof begrijpt dat klager voor twee procedures een advocaat toegewezen wenst te krijgen. In één van die twee zaken is een eindvonnis gewezen op 28 januari 2026. De deken heeft zich terecht op het standpunt kunnen stellen dat hij voor die procedure geen advocaat meer aanwijst omdat die procedure is geëindigd. Voor die procedure heeft klager geen belang meer bij aanwijzing. Voor de andere procedure is de deken ervan uitgegaan dat zich in die procedure een advocaat heeft gesteld. Dat is niet weersproken. Het enkele feit dat de betreffende advocaat naar zeggen van klager niet voldoet of heeft voldaan aan een opdracht van klager leidt er niet tot dat klager een beroep kan doen op artikel 13 Advocatenwet. Dat is mogelijk pas het geval als de advocaat zich heeft onttrokken en de opdracht van klager heeft neergelegd. Dat is echter niet gebleken. De deken had dan ook goede gronden om het verzoek van klager af te wijzen.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:14 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/53

    De klager heeft zijn ex-partner geholpen met het overnemen van een woning door samen met haar een hypotheeklening aan te gaan. Het was de bedoeling dat de ex-partner de onverdeelde helft van haar woning vervolgens aan de klager zou leveren. Zo ver is het echter niet gekomen, omdat zij geen overeenstemming hebben bereikt over de voorwaarden waaronder de verkoop en levering moesten plaatsvinden. De klager verwijt de oud-notaris in de kern dat hij de leveringsakte niet heeft gepasseerd. Dat klachtonderdeel is te laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk.De klacht is gegrond voor zover de oud-notaris in de periode na 31 oktober 2022 tot medio augustus 2023 niet heeft gerappelleerd en niet actief bij de klager is nagegaan of hij en de ex-partner al overeenstemming hadden bereikt over de voorwaarden waaronder de levering gerealiseerd moest worden. Ondanks dat de eerste verantwoordelijkheid bij de klager lag om contact met de oud-notaris op te nemen, zijn er wel bijzondere omstandigheden waardoor de oud-notaris had moeten rappelleren. De klager liep immers een risico, omdat hij hoofdelijk aansprakelijk was voor de aan de woning verbonden hypotheekschuld, terwijl daar voor hem geen eigendomsrecht tegenover stond. Aan de oud-notaris wordt een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:70 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-376/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft in het belang van zijn cliënt ervoor willen zorgen dat klaagsters boek zo snel mogelijk uit de verkoop werd gehaald. Hij mocht daartoe zowel de auteur, uitgeverij als verkooppunten gelijktijdig aanschrijven. Het sommeren van de verkooppunten om het boek uit de verkoop te halen had een redelijk doel. Niet kan worden ingezien waarom verweerder klaagsters privacy heeft geschaad. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:139 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-303/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:177 Hof van Discipline 's Gravenhage 260066

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. De procedure waarvoor klager bijstand van een advocaat wenst is een bestuursrechtelijke procedure en daarvoor is bijstand door een advocaat niet verplicht. De situatie waarvoor artikel 13 Advocatenwet is geschreven doet zich dan ook niet voor. De deken heeft haar afwijzende beslissing op juiste gronden genomen en het beklag kan dan ook niet slagen. Ten overvloede overweegt het hof dat dit niet betekent dat bijstand door een advocaat niet (dringend) gewenst zou zijn, maar dat die rechtsbijstand niet langs de weg van artikel 13 Advocatenwet kan worden geboden.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:15 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/69

    De oom van de klager heeft zijn testament gewijzigd. De klager verwijt de notaris in de kern dat hij heeft meegewerkt aan de wijziging van het testament van de oom, zonder dat hij voldoende heeft onderzocht of de oom destijds wilsbekwaam was om deze rechtshandeling te verrichten. Ook verwijt de klager de notaris dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar plaatsvervulling en daarmee de rechtspositie van de klager. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:71 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-377/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft gehandeld binnen de ruime vrijheid die hij heeft bij het behartigen van de belangen van zijn klacht. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:65 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-428/DB/OV/W

    Wraking

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8753

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft een klacht ingediend naar aanleiding van de visite van 4 april 2023 van de huisarts bij haar op 16 april 2023 overleden vader. Verweerster was niet de eigen huisarts van de patiënt. Tegen de eigen huisarts van de patiënt is door klaagster ook een klacht ingediend (zaaknummer A2025/8754). Het college oordeelt dat de huisarts adequaat heeft gehandeld toen zij op 4 april 2023, na de zorgwekkende waarnemingen van de familie, meteen naar de patiënt is toegegaan. Dat de huisarts de geuite zorgen en wensen van de familie van patiënt niet serieus heeft genomen is volgens het college dan ook niet gebleken. Alle onderdelen van de klacht zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:11 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/ 453198 KL RK 25-96

    De moeder van klager woont samen met haar partner. De moeder is ziek. De (toegevoegd) notaris komt aan huis om een testament en samenlevingscontract te bespreken en aansluitend te passeren. De notaris heeft voordien uitsluitend met de partner contact gehad en in het geheel niet met de moeder. De partner werd duidelijk bevoordeeld door de wijzigingen die hij zelf aan de notaris had doorgegeven. De notaris heeft onvoldoende oog gehad voor de kwetsbare positie van de moeder en mogelijkheid dat zij onder invloed stond van haar partner. Zij heeft met haar handelen en nalaten de belangen van de moeder onvoldoende behartigd. De klacht is gegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:16 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/56 SHE/2025/49

    De voorzitter heeft de klacht van klager afgewezen (SHE/2025/49). Klachtonderdeel 1 is namelijk van onvoldoende gewicht en klachtonderdeel 2 is kennelijk niet-ontvankelijk. Dit laatste klachtonderdeel borduurt voort op de klacht in een eerdere klachtprocedure en ziet op hetzelfde feitencomplex. Klager heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren gebracht. Na behandeling van een klacht door de tuchtrechter kan een latere klacht over “hetzelfde feit” niet nog eens worden behandeld (het ne-bis-in-idem-beginsel).Klager heeft verzet ingesteld tegen de voorzittersbeslissing. De kamer heeft dat verzet ongegrond verklaard (SHE/2025/56).

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:140 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-347/AL/MN

    voorzittersbeslissing. Volgens klaagster heeft verweerder zonder opdracht van de cliënte zelfstandig een zaak tegen klaagster opgestart. Naar het oordeel van de voorzitter heeft klaagster geen eigen belang bij haar klacht, zodat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk wordt verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:72 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-374/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde over de uitlating van een advocaat op een zitting. Verweerder heeft het dienstig mogen achten om toe te lichten wat de ervaringen van de VvE zijn met de bewoner van het appartement, die kennelijk klaagster betreft. Meegewogen wordt dat de naam van klaagster daarbij niet is genoemd, zodat de uitlating ook niet direct aan de persoon van klaagster werd gekoppeld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:66 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-306/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8754

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft een klacht ingediend naar aanleiding van de behandeling van haar op 16 april 2023 overleden vader door de huisarts. Tegen de waarnemend huisarts van de patiënt is door klaagster ook een klacht ingediend (zaaknummer A2025/8753). Gegeven de situatie dat de patiënt op 11 april 2023 opnieuw gezien zou worden door de waarnemend huisarts en ook al vervolgafspraken had in het ziekenhuis bij de cardioloog en de internist, acht het college het dan ook begrijpelijk dat zij op 7 april 2023 geen concrete vervolgstappen heeft genomen of bij de patiënt op visite is gegaan. Dat de huisarts de klachten en zorgen niet serieus heeft genomen en de ernst van de situatie niet juist heeft ingeschat is naar het oordeel van het college niet gebleken. Alle onderdelen van de klacht zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:17 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/61

    Vestiging van hypotheekrechten op registergoederen die door een Groninger akte waren geleverd, terwijl de ontbindende voorwaarde nog niet was vervallen. De kamer oordeelt dat de notaris in de gegeven omstandigheden onvoldoende reden had om erop te mogen vertrouwen dat de klaagster (een crowdfundingplatform) zich bewust was van het ongebruikelijke en specifieke risico dat haar investeerders 2,5 miljoen euro aan de koper leenden zonder dat daar een (onvoorwaardelijk) zekerheidsrecht tegenover stond. Onvoldoende invulling van informatie- en waarschuwingsplicht. In de hypotheekakten is ook niet vermeld dat de registergoederen onder een ontbindende voorwaarde waren geleverd, terwijl dit voor de rechtstoestand van de registergoederen van belang was. Klacht over uitbetaling van deel van geleende gelden aan de hypotheekgever in plaats van aan de verkoper, zonder te verifiëren of de klaagster daarmee instemde, ongegrond. Berisping en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:73 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-294/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klaagster verwijt verweerder dat hij namens NN in de randnummer 38 tot en met 41 van de conclusie van antwoord van 10 juli 2025 een apert onjuist en onpleitbaar verweer gevoerd en gehandhaafd. Verweerder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. De voorzitter is van oordeel dat verweerder genoegzaam gemotiveerd heeft toegelicht dat en waarom hij het nodig vond om in de gerechtelijke procedure de rechtsgeldigheid van de cessie te betwisten en dit verweer (ook nadat klaagster nadere stukken had ingediend) te handhaven. Niet gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:67 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-324/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. De tuchtrechtelijke verwijten over de verzonden declaraties zijn deels niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop en deels kennelijk ongegrond, omdat niet van excessief declareren is gebleken en omdat verweerder wel degelijk op klagers bezwaren heeft gereageerd. De klacht dat verweerder klager ten onrechte heeft geadviseerd om te schikken is kennelijk ongegrond omdat van onjuiste advisering niet is gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8842

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is van mening dat de huisarts in de behandelrelatie structureel grensoverschrijdend, nalatig en psychisch schadelijk heeft gehandeld en dat het niet mogelijk was om dit bij de huisarts aan te kaarten. Het college overweegt dat de vragen van de huisarts vragen zijn die op grond van de NHG Standaard Depressie/module suïcidaliteit relevant zijn om een inschatting van het gevaar te kunnen maken. Het college gaat er dan ook vanuit dat de opmerkingen van de huisarts zijn gemaakt in die context, en niet in de betekenis die klaagster aan die woorden heeft gegeven. Omdat er verder twee verschillende lezingen zijn en onderbouwing ontbreekt, kan het college niet vaststellen wat er precies is gezegd. Van bagatellisering van de situatie van klaagster door de huisarts is het college niet gebleken. Alles afwegende komt het college tot de conclusie dat de huisarts correct en adequaat heeft gehandeld in een situatie die uitermate complex is. Alle onderdelen van de klacht zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:68 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-326/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klagers verwijten verweerder dat hij een overeenkomst van geldlening in het geding heeft gebracht, terwijl hij wist of behoorde te weten dat dit stuk vals was. Naar het oordeel van de voorzitter is uit de overgelegde stukken niet gebleken dat verweerder reden had om te twijfelen aan de authenticiteit van de overeenkomst van geldlening. Niet gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8936

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klagers hebben een klacht ingediend in verband met de behandeling van hun moeder voorafgaand aan haar overlijden. Het college overweegt dat de huisarts de geldende protocollen ten aanzien van de palliatieve sedatie op een juiste wijze heeft doorlopen. Op medisch gebied heeft de huisarts dan ook de juiste zorg geleverd. Het college overweegt dat de communicatie met klagers en patiënte rondom het verloop van een palliatieve sedatie en hoe zich dat verhoudt ten aanzien van het verloop van een euthanasie wellicht beter had gekund. Daarbij had de huisarts eerder en helderder kunnen communiceren over haar persoonlijke bezwaren tegen euthanasie, omdat dit had kunnen bijdragen aan een beter verwachtingsmanagement voor patiënte en haar familie. Het college is echter van mening dat het handelen van de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Alle onderdelen van de klacht zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:115 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3178 herziening

    Klager heeft bij het Centraal Tuchtcollege op de voet van artikel 52 Wet BIG een verzoek ingediend tot herziening van de beslissing van het Centraal Tuchtcollege van 26 november 2025. Het Centraal Tuchtcollege concludeert dat alleen om herziening kan worden verzocht door degene over wie is geklaagd. Daarnaast is herziening bedoeld om een beslissing te herstellen die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt en niet voor een hernieuwde discussie over uitspraken. Op basis hiervan heeft het Centraal Tuchtcollege verzoeker (klager) niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot herziening van de beslissing van 26 november 2025

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:175 Hof van Discipline 's Gravenhage 260039

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. Het hof is, overeenkomstig het standpunt van de deken, van oordeel dat van een aan te wijzen advocaat in de resterende tijd tussen het moment dat het verzoek van klaagster in behandeling kon worden genomen en de datum waarop de cassatietermijn zou verstrijken, redelijkerwijs niet kon worden verwacht dat deze het dossier zou opvragen, bestuderen, een cassatieadvies zou uitbrengen en - in geval van een positief advies - een verzoekschrift met cassatiemiddelen zou opstellen en indienen bij de Hoge Raad. Dit betekent dat klaagsters doel – een rechtsmiddel instellen – niet meer kon worden bereikt, zodat aanwijzing van een advocaat voor dat doel zinloos was geworden. Op die grond dient het beklag van klaagster al te worden afgewezen. Verder is het in artikel 6, eerste lid, van het EVRM neergelegde recht op toegang tot een rechter niet absoluut, maar mag dit aan beperkingen worden onderworpen. Ook in dit geval komt de beslissing van de deken niet in strijd met artikel 6 EVRM omdat, ook wanneer rechtsbijstand noodzakelijk is om het recht op toegang tot de rechter effectief te doen zijn, de aanspraak daarop niet onbegrensd is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:169 Hof van Discipline 's Gravenhage 250448

    De klacht gaat over de advocaat van de wederpartij in een arbeidsgeschil. Klaagster komt geen beroep toe op gedragsregel 15 (belangenverstrengeling). Verweerster heeft geen onduidelijkheid laten ontstaan voor welke partij zij optrad. De civielrechtelijke veroordeling dat B&S jegens klaagster onrechtmatig heeft gehandeld leidt niet zonder meer tot gegrondverklaring van de klacht over verweerster. Verweerster was geen partij in die procedure en geen onderdeel van de onderzoekscommissie van B&S. De tuchtrechter is ook niet zonder meer aan een uitspraak van een civiele rechter gebonden omdat de tuchtrechter oordeelt vanuit een ander kader (artikel 46 Advocatenwet) dan de civiele rechter. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad die de klacht ongegrond heeft verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:112 Raad van Discipline Amsterdam 25-865/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Onderliggende procedure betreft een conflict in een VvE. De raad is van oordeel dat verweerder met een geldige opdracht de VvE heeft bijgestaan in de verzoekschriftprocedure die klagers tegen de VvE waren gestart. Klacht in zoverre ongegrond. Klagers hebben geen rechtstreeks belang bij hun klacht over de cliëntrelatie tussen verweerder en zijn cliënten (de VvE en individuele leden van de VvE). Klacht in zoverre niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:170 Hof van Discipline 's Gravenhage 250420

    Deze zaak gaat over een klacht over de eigen advocaat en houdt in dat de schriftelijke (financiële) voorlichting door (het kantoor van) verweerder aan klaagster bij aanvang en gedurende de rechtsbijstand aan klaagster duidelijker had gemoeten. Tijdens de zaaksbehandeling is verweerder met klaagster blijven communiceren over financiële aangelegenheden. Verweerder is klaagster ook meerdere malen tegemoet gekomen door declaraties te crediteren en gewerkte uren niet (volledig) door te belasten. In het licht van de omstandigheden van het geval is het hof tot het oordeel gekomen dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het hof heeft de raadsbeslissing op dit klachtonderdeel vernietigd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:113 Raad van Discipline Amsterdam 25-913/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij (gedeeltelijk) gegrond. Verweerder heeft de grenzen van het betamelijke overschreden door meerdere malen in strijd met het procesreglement te handelen en de waarheids- en substantiëringsplicht te schenden door de rechter onvolledig te informeren. Een waarschuwing is passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:171 Hof van Discipline 's Gravenhage 240356H

    Herzieningsverzoek afgewezen. Op grond van het herzieningsprotocol (artikel 1.2) kan bij wijze van uitzondering een onherroepelijke beslissing alleen worden herzien als blijkt van nieuwe feiten en omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór de beslissing, verzoeker daarvan niet eerder op de hoogte was en ook niet kon zijn en die tot een andere beslissing van het hof zouden hebben kunnen leiden als zij wel eerder bekend waren geweest. Verzoeker doet in het herzieningsverzoek geen beroep op dergelijke nieuwe feiten en omstandigheden. De in het herzieningsprotocol opgenomen uitzonderingen op grond waarvan een herzieningsverzoek in behandeling kan worden genomen zijn dan ook niet van toepassing. Reeds om die reden dient het verzoek te worden afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:114 Raad van Discipline Amsterdam 26-005/A/A

    Raadsbeslissing; gegronde klacht over de kwaliteit van dienstverband. Verweerder heeft nagelaten om klager adequaat te informeren over de inzet van de juridisch medewerker en geen regie over de werkzaamheden van de juridisch medewerker gehouden (gedragsregel 13). Verweerder heeft verder nagelaten belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt te bevestigen (gedragsregel 16 lid 1). Een duidelijk plan van aanpak ontbrak. Bovendien was het tempo van de behandeling van de zaak ondermaats. In deze omstandigheden is een waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:108 Raad van Discipline Amsterdam 25-720/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:172 Hof van Discipline 's Gravenhage 250230

    Bekrachtiging. Waarschuwing. In een familierechtelijke procedure tussen klager en zijn ex-partner was verweerder de advocaat van klagers ex-partner. Klager verwijt verweerder dat hij vertrouwelijke informatie uit het mediationtraject tussen klager en zijn ex-partner naar de rechtbank heeft gestuurd. De Raad van Discipline in het ressort Den Haag heeft dit klachtonderdeel gegrond verklaard en daarvoor aan verweerder een waarschuwing opgelegd. Het andere klachtonderdeel dat bij de raad aan de orde was, is door de raad ongegrond verklaard. Verweerder heeft hoger beroep ingesteld. Het hof stelt voorop dat verweerders cliënte en klager voorafgaand aan de mediation in de mediationovereenkomst geheimhouding zijn overeengekomen. Naar het oordeel van het hof valt de informatie in de producties bij het verweerschrift dat verweerder bij de rechtbank heeft ingediend onder de overeengekomen geheimhouding. Verweerder heeft erop gewezen dat hij niet bij de gesprekken bij de mediator betrokken is geweest en de mediationovereenkomst niet heeft gezien en ondertekend. Het betaamt een advocaat echter niet om een rol te spelen bij de schending van een plicht waar zijn cliënt zich aan heeft verbonden. Dit klemt te meer nu de geheimhoudingsplicht waar het in deze zaak om gaat, is bedoeld om de belangen van alle bij de mediation betrokken personen te beschermen. Vertrouwelijkheid, in welk kader de geheimhoudingsverklaring wordt ondertekend, is gebruikelijk bij mediation en is bedoeld om mediation goed te laten functioneren. Door schending van de geheimhoudingsverplichting worden de belangen van alle bij de mediation betrokken personen geschaad, ook als de mediation uiteindelijk niet succesvol wordt afgerond. De geheimhouding blijft in de regel daarom na beëindiging van het traject van kracht. Door de producties toch aan de rechtbank te zenden heeft verweerder naar het oordeel van het hof afbreuk gedaan aan het instituut van mediation en in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit. Dat klager de geheimhoudingsverplichting zelf als eerste heeft geschonden door informatie uit het mediationtraject te delen, zoal verweerder heeft aangevoerd, maakt het oordeel van het hof niet anders. De geheimhouding staat voorop en dient te worden gerespecteerd en bij schending daarvan is het vervolgens zelf delen van vertrouwelijke informatie uit het mediationtraject niet de aangewezen weg en kan dat ook niet rechtvaardigen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:115 Raad van Discipline Amsterdam 26-014/A/A

    Raadsbeslissing; niet gebleken is dat verweerder in zijn hoedanigheid van bemiddelaar het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:109 Raad van Discipline Amsterdam 25-564/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:173 Hof van Discipline 's Gravenhage 250302

    Klacht van een advocaat tegen de advocaat van de wederpartij over onnodig grievende uitlatingen en het sturen van een brief naar het gerechtshof zonder daarvan een afschrift aan klager te zenden. De raad heeft de klacht grotendeels gegrond verklaard en een berisping opgelegd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:116 Raad van Discipline Amsterdam 25-756/A/A

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:52 Accountantskamer Zwolle 25/1002 Wtra AK

    Gegronde klacht, berisping. Klager is een van de maten van een maatschap. Volgens klager heeft betrokkene twee documenten opgesteld met verschillende afspraken over de samenwerking binnen een maatschap. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene niet integer en niet vakbekwaam en zorgvuldig heeft gehandeld bij het opstellen van en adviseren over de samenwerkingsdocumentatie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:110 Raad van Discipline Amsterdam 25-867/A/A 25-871/A/A

    Raadsbeslissing; klacht is niet-ontvankelijk. Klager als bestuurder van de vennootschap heeft hoogstens een afgeleid belang bij de klacht over het handelen van verweerders in hun rol als de advocaten van de wederpartij in de procedures tegen de vennootschap.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:174 Hof van Discipline 's Gravenhage 250303

    Klacht van een advocaat tegen de advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij zich met suggestieve argumenten heeft verzet tegen een verzoek tot uitstel bij het gerechtshof. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:111 Raad van Discipline Amsterdam 25-823/A/NH

    Raadsbeslissing; gegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door bij de behandeling van klaagsters zaak onvoldoende voortvarendheid te betrachten en door klaagster onvoldoende te informeren over de kans van slagen van de zaak. Bovendien heeft verweerster niet voorzien in passende waarneming in de periode dat zij vanwege gezondheidsproblemen trager werkte dan gebruikelijk en klaagster hierover ook niet geïnformeerd. Hierdoor heeft verweerster klaagster de mogelijkheid ontnomen om een andere advocaat in de arm te nemen. De raad acht het opleggen van een berisping in deze omstandigheden passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:131 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-238/DH/DH

    Herstelbeslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9331

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster heeft zich na haar bevallingsverlof ziekgemeld. Naar aanleiding van haar ziekmelding heeft zij voor een medisch onderzoek het spreekuur van de verzekeringsarts bezocht. Klaagster heeft klachten over de wijze waarop dit spreekuur heeft plaatsgevonden en hoe de verzekeringsarts haar heeft bejegend. Het college overweegt dat als de lezingen van partijen over de feitelijke gang van zaken uiteenlopen, de klacht in beginsel slechts gegrond kan worden bevonden indien er objectieve aanknopingspunten zijn die de lezing van klaagster kunnen ondersteunen. In deze zaak ontbreken dergelijke aanknopingspunten. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.