ECLI:NL:TAHVD:2026:265 Hof van Discipline 's Gravenhage 250045

ECLI: ECLI:NL:TAHVD:2026:265
Datum uitspraak: 14-08-2026
Datum publicatie: 18-08-2026
Zaaknummer(s): 250045
Onderwerp:
  • Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Vereiste communicatie met de cliënt
  • Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Kwaliteit van de dienstverlening
Beslissingen: Regulier
Inhoudsindicatie: Deze zaak betreft een klacht van klaagster over het handelen van de eigen advocaat. Klaagster verwijt verweerder a) geen duidelijke afspraken te maken over de aanpak van haar zaak, b) gemaakte afspraken niet schriftelijk te bevestigen, c) opdrachten en/of opmerkingen van haar kant niet uit te voeren of na te komen en vragen niet te beantwoorden, d) zijn werkzaamheden op onzorgvuldige wijze uit te voeren, e) zijn declaraties onjuist of ondeugdelijk te specifiëren, en f) haar angstaanjagend te hebben behandeld. De klachtonderdelen a), b), c) en d) zijn gegrond verklaard en klachtonderdelen e) en f) zijn ongegrond verklaard. Aan verweerder is de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klaagster en verweerder zijn beiden in hoger beroep gekomen. Beide partijen klagen in hoger beroep over het proces-verbaal van de zitting bij de Raad van Discipline. Het Hof van Discipline oordeelt dat het proces-verbaal van de raad onvolledig is en dat de uiterst korte weergave van de zitting in het proces-verbaal afbreuk heeft gedaan aan een representatieve weergave van hetgeen op zitting is gezegd en voorgevallen. Het hof verbindt hieraan geen andere consequentie dan de constatering hiervan. Het hof acht de klachtonderdelen a), b), c) en d) deels gegrond en klachtonderdeel e) ongegrond. Uit de deels gegrond verklaarde klachtonderdelen a), b), c) en d) volgt dat verweerder niet heeft gehandeld overeenkomstig het doel en de strekking van gedragsregels 16 en 17 en bovendien de kernwaarde (financiële) integriteit heeft geschonden door niet duidelijk te zijn over wat zijn werkzaamheden zouden gaan kosten. Het handelen van verweerder is in strijd met de in artikel 10a Advocatenwet vastgelegde kernwaarden en met de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen en verweerder heeft daarmee het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Het hof bekrachtigt de door de raad opgelegde maatregel van waarschuwing.


Beslissing van 14 augustus 2026
in de zaak 250045

naar aanleiding van het wederzijds hoger beroep van:


klaagster


tegen:


verweerder

1    INLEIDING

1.1    Deze zaak betreft een klacht van klaagster over het handelen van de eigen advocaat. Klaagster verwijt verweerder a) geen duidelijke afspraken te maken over de aanpak van haar zaak, b) gemaakte afspraken niet schriftelijk te bevestigen, c) opdrachten en/of opmerkingen van haar kant niet uit te voeren of na te komen en vragen niet te beantwoorden, d) zijn werkzaamheden op onzorgvuldige wijze uit te voeren, e) zijn declaraties onjuist of ondeugdelijk te specifiëren, en f) haar angstaanjagend te hebben behandeld. De klachtonderdelen a), b), c) en d) zijn gegrond verklaard en klachtonderdelen e) en f) zijn ongegrond verklaard. Aan verweerder is de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klaagster en verweerder zijn beiden in hoger beroep gekomen.

1.2    Beide partijen klagen in hoger beroep over het proces-verbaal van de zitting bij de Raad van Discipline in het ressort Midden-Nederland (hierna: de raad). Het Hof van Discipline (hierna: het hof) oordeelt dat het proces-verbaal van de raad onvolledig is en dat de uiterst korte weergave van de zitting in het proces-verbaal afbreuk heeft gedaan aan een representatieve weergave van hetgeen op zitting is gezegd en voorgevallen. Het hof verbindt hieraan geen andere consequentie dan de constatering hiervan. Het hof acht de klachtonderdelen a), b), c) en d) deels gegrond en klachtonderdeel e) ongegrond. Uit de deels gegrond verklaarde klachtonderdelen a), b), c) en d) volgt dat verweerder niet heeft gehandeld overeenkomstig het doel en de strekking van gedragsregels 16 en 17 en bovendien de kernwaarde (financiële) integriteit heeft geschonden door niet duidelijk te zijn over wat zijn werkzaamheden zouden gaan kosten. Het handelen van verweerder is in strijd met de in artikel 10a Advocatenwet vastgelegde kernwaarden en met de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen en verweerder heeft daarmee het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Het hof bekrachtigt de door de raad opgelegde maatregel van waarschuwing.

1.3    Het hof zet eerst het verloop van de procedure bij de raad en het hof uiteen. Vervolgens zet het hof het volgende op een rij: de feiten, de klacht en de beoordeling van de raad. Daarna volgen de redenen waarom klaagster en verweerder in beroep zijn gekomen en hoe het hof daarover oordeelt.  


2    DE PROCEDURE 

Bij de raad van discipline

2.1    De raad heeft in de zaak tussen klaagster en verweerder (zaaknummer: 24-377/AL/MN) een beslissing genomen op 6 januari 2025. In deze beslissing is de klacht van klaagster gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaard. Aan verweerder is de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Verder is verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht, reiskosten en proceskosten. 

2.2    Deze beslissing is onder ECLI:NL:TADRARL:2025:1 op tuchtrecht.nl gepubliceerd.

Bij het hof van discipline

2.3    De beroepschriften van klaagster en van verweerder tegen de beslissing zijn op 4 februari 2025 ontvangen door de griffie van het hof.  

2.4    Verder bevat het dossier van het hof:
-    de stukken van de raad; 
-    het verweerschrift van klaagster;
-    het verweerschrift van verweerder.
  
2.5    Het hof heeft de zaak mondeling behandeld tijdens de openbare zitting van 23 januari 2026. Daar klaagster en verweerder verschenen. Partijen hebben hun standpunt toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen, die onderdeel uitmaken van het dossier van het hof. 


3    FEITEN

3.1    Klaagster heeft in juli 2021 aan verweerder de opdracht gegeven om een zaak over inbreuk op het auteursrecht van klaagster te behandelen tegen [X]. Door klaagster gemaakte schilderijen werden in het verleden via [X] verkocht. Klaagster vermoedde, na beëindiging van haar overkomst met [X] per 1 juli 2019, dat [X] toch nog kunstwerken van haar verkocht.

3.2    In een brief van 21 juli 2021 heeft verweerder de aanvaarding van de opdracht bevestigd. De werkzaamheden zouden primair onder verantwoordelijkheid van verweerder plaatsvinden; tevens werd vermeld dat werkzaamheden feitelijk ook door andere medewerkers (waaronder juridisch medewerkers) konden worden uitgevoerd.

3.3    In een e-mail van 2 augustus 2021 heeft verweerder het volgende aan klaagster geschreven:

    Geachte [klaagster],
    In aansluiting op ons telefoongesprek van zojuist bericht ik u als volgt. Wij bespraken dat de beste optie in dit soort zaken is het eerst leggen van beslag (bewijsbeslag/beslag tot afgifte  inbreuk.makende goederen/beslag bankrekeningen), maar dat het belang in deze zaak gezien de kosten (waarvan nooit zeker is of deze verhaald kunnen worden) te laag is hiervoor.
    Wij bespraken het volgende plan van aanpak:
    - Ik zal alle beschikbare stukken bestuderen en zo nodig om aanvullende stukken vragen;
    - Tenzij ik na bestudering van de stukken tot een andere conclusie kom zullen wij vervolgens:
    - Zoveel mogelijk bewijs vergaren door onder meer verkoopkanalen van de wederpartij te  sommeren facturen etc. te overleggen (en verkoop te staken) en pseudoaankopen te doen;
    - Vervolgens de wederpartij onder meer te sommeren inbreuken te staken, de boekhouding te  overleggen en een voorschot op de schade te voldoen.
    Zoals gezegd is het nog te vroeg om te kunnen inschatten hoeveel tijd hiermede gemoeid zal  zijn. Maar wij spreken af dat we alles stap voor stap zullen doen zodat de kosten in de hand     gehouden kunnen worden. Een en ander conform de aan u gezonden opdrachtbevestiging. Na ontvangst van deze en voldoening van de voorschotnota zal ik deze zaak graag voor u ter hand  nemen.

3.4  Op 6 augustus 2021 hebben klaagster en verweerder de zaak op het kantoor van verweerder besproken.

3.5. In een e-mail van 24 augustus 2021 bericht verweerder aan klaagster:

‘Wij hebben het een en ander onderzocht en hebben het volgende geconstateerd.

Op [Y].com wordt verjaardagskalender (…) verkocht met het logo van (…)
(…)

Een kaart van (…) staat te koop op de website van (…) bij [X]
(…)

Verjaardagskalender (…) wordt verkocht met de quote: ‘Een (…) kalender wijst je daar van dag tot dag op.’ Uw naam wordt daar ook bij vermeld
(…)
(…) staat op de website van (…) alleen via een hyperlink, maar niet te koop
(…)
(…) staat te koop op de website van (…) bij [X]
(…)

Verjaardagskalender (…) wordt verkocht onder [X] op (…)
(…)

Een Facebook post uit 29 april 2017 van (…):
‘Twee nieuwe (…) van (klaagster)!
Beide (…) zijn op voorraad in de winkel, of bekijk ze alvast op de website:
(…);

De verjaardagskalender ‘(…) wordt verkocht met een [X] logo
(…)

Een artikel van (…): ‘De (…) worden in de studio’s van [X] gemaakt in een beperkte oplage (…) Onder wie bekende namen zoals (…), (klaagster) en (…)’
(…)

Verjaardagskalender (…) en (…) worden verkocht op (…) nl met het logo van [X]
(…)

Gezien het voorgaande gaan wij bij [Y].com, (…), (…), (…), (…) en (…) pseudo aankopen doen, zowel online als bij fysieke winkels. Echter gezien de afstand gaat dit kosten met zich meebrengen. De kosten van een juridisch medewerker bedraagt €125 per uur. Indien de pseudo aankopen slagen kunnen wij deze partijen sommeren de in- en verkoopfactuur te overhandigen. Echter, het is belangrijk te realiseren dat indien genoemde partijen de producten voor 1 juli 2019 zouden hebben ingekocht, wij niets kunnen doen gezien de uitputting van het auteursrecht. In het andere geval kunnen wij de wederpartij aanpakken en bovendien in principe de wederverkopers verbieden de producten nog aan te bieden alsmede deze in beslag nemen. Ik wijs er voorts op dat de alsdan te verkrijgen schadevergoeding, afhankelijk van het aantal producten, mogelijk slechts een gering bedrag zal zijn. De vraag is derhalve of u de kosten die met het voorgaande gepaard zullen gaan wel wenst te dragen. Mogelijk wegen deze niet op tegen de baten. Ik stel voor dat wij nog even overleggen. Wilt u contact opnemen om een belafspraak te maken?’

3.6 Op 2 september 2021 heeft een telefonisch overleg plaatsgevonden tussen klaagster en verweerder. Klaagster zou zelf de pseudo-aankopen gaan doen (behalve die in een fysieke winkel), waarna een afspraak met verweerder zou plaatsvinden ter bespreking van het vervolg.

3.7 De bespreking tussen klaagster en verweerder heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2021. Klaagster heeft bij e-mail van 31 oktober 2021 (met drie bijlagen) aan verweerder het volgende bericht:

‘Naar aanleiding van onze gesprek in 28 oktober 2021 begrijp ik dat onze volgende stap:

Om [X] te kunnen aanklagen voor inbreuk op mijn beeldrecht, gaat u eerst onderzoeken bij derde partijen wanneer ze de producten van [X] hebben ingekocht. De gehele procedure is gericht om aan te tonen dat [X] inbreuk heeft gemaakt op mijn beeldrecht (en portretrecht). Alleen als in de procedure de mogelijkheid voordoet om onderzoeken te doen naar administratie van [X] pas dan kunnen wij een onderzoek doen naar beeldrecht vergoeding.
In deze mail treft u ook aan Uitleg van de aankoop van kaarten en verjaardagskalenders. Een kennis heeft afgelopen weekend voor mij nogmaals de verjaardagskalender (…) gekocht zodat ik een exemplaar bezit. De factuur zal ik u toesturen zo gauw ik hem heb ontvangen van mijn kennis.

 

Uitleg van het Vergoedingen Excel-sheet.
 

Als u de uitleg ziet, zult u begrijpen dat wij geen vertrouwen in de boekhouding van [X] hebben.’

3.8 Vervolgens zijn naar aanleiding van de voornoemde bespreking concept-sommaties aan diverse wederpartijen opgesteld, welke aan klaagster zijn voorgelegd bij e-mail van 5 november 2021:

‘Bijgaand treft u een conceptsommatie aan die wij aan de door u opgegeven partijen willen versturen. De inhoud van de sommatie is voor alle partijen hetzelfde, alleen zal deze uiteraard per partij (aan de hand van welke werken zij aanbieden) worden aangepast. Ik verwijs u kortheidshalve naar de bijlage. De genoemde bedragen in de sommatie zijn voornamelijk om de druk op deze aanbieders op te voeren. Zoals reeds eerder met mr. [G] besproken, is de strategie na het versturen van de sommatie het voeren van een korte onderhandeling. Het doel daarvan is de bedragen uit de sommatie te laten vallen op voorwaarde dat de aanbieders een onthoudingsverklaring ondertekenen, de (inkoop)facturen verstrekken en de voorraad afgeven. Dit is in het verleden een zeer succesvolle strategie gebleken om de bron te achterhalen. Daaropvolgend kan dan een vordering tegen de leverancier worden ingesteld.
 

Voor de goede orde, de aanbieders aan wie deze sommatie verstuurd zal worden betreffen:
 

[volgt een opsomming van 11 partijen]
 

Graag verneem ik per mail of u akkoord kunt gaan met de definitieve verzending daarvan.’

3.9  Hierop heeft klaagster op 8 november 2021 bij e-mail (met bijlagen) aan verweerder gereageerd:

‘Tijdens het nalopen van de toegestuurde stukken en aangehaalde bedrijven aan te schrijven ben ik op internet gaan eens controleren. Tot mijn verbazing ontdekte vele en nieuwe inbreuken. Het ging mijn verbeelding volledig te boven. Het lijkt alsof de producten door [X] nu weer op de markt wordt gebracht. 
 

Hierbij wil ik opmerken dat alleen met naam (…) op internet zoeken niet voldoende is om alle producten met afbeeldingen van mijn kunst te kunnen vinden. Bijvoorbeeld (…), (…) en (…) zijn niet op mijn naam te vinden. Er zijn meer van deze gevallen. In uw conceptbrief voor (…) noemt u en toont u alleen met een schermafbeelding de kaarten die worden verkocht, maar (…) verkoopt ook de verjaardagskalender (…) en deze laatste wordt niet genoemd. Voor alle duidelijkheid voor alle betreffende partijen genoemd in uw mail heb ik alle producten met afbeeldingen van mijn kunst die verkopen geweest zijn en nog steeds verkopen, in bijlage "1e sommatie” gezet. 
 

Al de nieuw aangetroffen verkopers van afbeeldingen van mijn kunst heb ik met de bekende gegevens (website, adres) in bijlage "1e somm-extra” gezet. Om enige duidelijkheid te scheppen is de naam van partij op de kop van de pagina gezet in de rood kleur. 
 

Hiernaast heb ik mijn verbetering in rood in uw mail hieronder naast de betreffende partijen gezet. 
 

In bijlage heb ik als Word documenten mijn bevindingen geplaatst. Via WeTransfer zal ik deze documenten en de scherm afdrukken (als bewijzen) doen toekomen. Documenten "1e sommatie" zet in map "1e sommatie” en document "1e sommextra” zet in map "1e somm-extra”.’

3.10 Op diezelfde dag zijn de concepten en de lijst van aan te schrijven partijen aangepast en door verweerder aan klaagster gemaild:

‘Dank voor uw reactie en de bijlagen. Ik heb de conceptsommatie aangepast en voor (…) ook de (…) verjaardagskalender toegevoegd. De overige partijen zullen zoals ik eerder aangaf inhoudelijk dezelfde sommatie krijgen, alleen aangepast per partij. Ik zal de door u aangeleverde stukken daar in ieder geval in betrekken.
 

Voor de goede orde, de sommatie zal dus nu aan de volgende partijen worden verstuurd:
 

[volgen 23 namen van aan te schrijven derden]
 

Graag verneem ik per mail of de partijen nu kloppen en of u akkoord kunt gaan met de definitieve verzending daarvan.’

3.11 Op 9 november 2021 heeft klaagster de aangepaste sommatiebrieven ontvangen per e-mail:

‘Bijgaand treft u alle conceptsommaties in PDF aan. Ik wil u vriendelijk verzoeken deze door te nemen en mij per email aan te geven of deze akkoord zijn voor verzending.
 

Wel wil ik u nog aangeven dat er een Russische (…), een Britse (…), een Canadese (…) en twee Duitse partijen (…) tussen de aan te schrijven partijen zitten. Daar dient de sommatie voor te worden vertaald naar het Engels. De nog te vertalen sommaties kunnen dan ook nog niet verstuurd worden. Wij schakelen daarvoor een vertaler in. De vertaler doet dit sneller en goedkoper dan wij zelf. Mijn collega vraagt daar een offerte voor op die wij u uiteraard voorleggen zodra deze binnen is. Deze dient u daaropvolgend wel via een voorschotnota te voldoen voordat wij de opdracht definitief maken. U kunt er uiteraard ook voor kiezen om af te zien van het sommeren van de buitenlandse partijen en dan is er logischerwijs ook geen vertaling nodig.
 

Mocht er overigens later een procedure aanhangig worden gemaakt, dan wordt een daaruit voortvloeiend vonnis in Duitsland in ieder geval automatisch erkent. Het vonnis kan dus ook zonder problemen in Duitsland ten uitvoer worden gelegd. Houdt u echter wel rekening met hogere kosten van de tenuitvoerlegging dan in Nederland.
Met betrekking tot de erkenning en de tenuitvoerlegging van een (eventueel) vonnis in Groot Brittannië, Canada en Rusland, ligt dat gecompliceerder. In Rusland kan het vonnis bijvoorbeeld niet ten uitvoer gelegd worden. Houdt u daar dus rekening mee.

 

Ik zie uw reactie met belangstelling tegemoet.’

3.12 Op 9 november 2021 heeft klaagster ook bericht gehad over de financiële kant van de zaak:

‘Hierbij doen wij u een urenspecificatie toekomen met een overzicht van de werkzaamheden verricht in de periode van 17 augustus tot en met 5 november 2021 (bijlage 1):

Uren t/m 5-11-2021     € 3.832,75   
kantoorkosten 7%       €    268,30
                                 € 4.101,05
voorschot voldaan       € 2.500,00 -/-
tekort                        € 1.601,05 (excl. btw) = € 1.937,27 (incl. btw)

Hierbij doen wij u onze nieuwe voorschotnota** toekomen (bijlage 2).
Na betaling van deze voorschotnota resteert er nog een bedrag van
€ 1.087,73 (€ 3.025,00 -/- € 1.937,27; bedragen zijn incl. btw).’

3.13 Vervolgens is klaagster bij e-mail van eveneens 9 november 2021 geïnformeerd over de kosten van de vertaler:

‘In navolging van mijn vorige mail nog het volgende.

Mijn collega heeft inmiddels een offerte van de vertaler ontvangen. De vertaling van de sommatie kost u eenmalig € 127,12 exclusief Btw.

Graag verneem ik van u of u akkoord bent met deze kosten voor de vertaling.’

3.14 Op 10 november 2021 heeft klaagster bij e-mail verweerder als volgt geantwoord:

Is het voldoende de brieven alleen per e-mail te versturen? Ik dacht dat ze ook aangetekend zouden worden verstuurd. 
 

In de concepten wordt niet alle producten die op de website staan, genoemd. Ik heb het hierover de producten waarbij vermeld staat "verkocht", "uitverkocht" of "out of stock”, zoals bijvoorbeeld bij (…) en (…). Ik vind dat deze producen wel in de sommatie moeten worden vermeld. Omdat de samenwerk met [X] bijna tweeënhalf jaar geleden al beëindigd is. Wij weten niet wanneer de partijen de zaken hebben ingekocht maar de inkoopt kan hebben plaatsgevonden in de afgelopen tweeënhalf jaar. De partijen hebben alle tijd om deze producten uit te verkopen. Andere reden is dat ik hen geen toestemming gegeven heb om mijn afbeeldingen en mijn portret op hun websites te gebruiken. Aangezien ze in principe geen producten meer kunnen inkopen is het misbruik van mijn afbeeldingen en mijn portret. Ze gebruiken het als reclame en klanten aan te trekken. Over de partijen in het buitenland denk ik dat alleen de engelstalige sommatie brief naar hen gestuurd moet worden. Ik verwacht niet dat het tot een daadwerkelijke juridische procedure zal leiden. Hierbij merk ik op dat ik (…) een interessante partij vindt in verband met het feit dat zij kaarten in een andere kleur enveloppe verkopen dan [X]. Maar deze sommatie laat ze in ieder geval weten dat [X] illegale producten aan hen verkoopt. Ik denk dat in het concept misschien moet worden vermelden dat als ze aan ons onderzoek meewerken, wij geen juridische procedure tegen hen gaan beginnen. De zogenaamde medewerking is om ons bewijsstukken te verstrekken, zoals mailbrieven, inkopen facturen, bankoverschrijvingen enzovoort. Dus het concept moet aangepast worden voor buitenlandse partijen. Wij kunnen ook op basis van hun reactie, bekijken welke actie wij moeten ondernemen Hopelijk komen de tijd van verbeteringen van de conceptbrieven door uw fout niet ten kosten van mij.
 

Ik zal de voorschot nota betalen.
 

Hieronder is mijn opmerking:
 

1. Het concept van (…) is goed.
2. Het concept van (…) is goed.
3. Het concept van (…) wordt niet alle producten die ze ooit verkocht vermeld.
Ik vind de producten/ afbeeldingen "out of stock" uit haar website moet wel vermelden.
4. Het concept van (…) is goed.
5. Het concept van (…)zit een fout. (…) (zie hieronder) moet worden weggehaald uit het concept. Deze kalender is niet door [X] uitgegeven maar door de uitgeverij (…). Ik werk samen met (…).
6. Het concept van (…) is goed.
7. Het concept van (…) vind ik een vreemde naam. Die naam (…) staat niet op de door mij doorgestuurde lijst. De afbeeldingen in dit concept zijn van (…). Is het juist dat deze brief naar (…) en niet naar (…)?
8. Het concept van (…) wordt niet alle producten die op haar website staan, vermeld. Ik vind de producten/ afbeeldingen uit haar website moet wel vermelden.
9. Het concept van (…) zit een fout. er zijn twee dezelfde afbeeldingen van (…). Het moet zijn enerzijds de afbeelding van "verjaardagskalenders (…)’ en anderzijds de afbeelding moet "verjaardagskalenders (…)’ zijn. Zie de afbeelding van verjaardagskalender (…) hieronder.
10. Het concept van (…) is goed.
11. Het concept van (…) moet aangepast worden.
12. Het concept van (…) is goed.
13. Het concept van (…) moet aangepast worden. Deze Canadees bedrijf is wel interessant. Wij moeten proberen om de bewijzen van inkopen te krijgen.
14. Het concept van (…) is goed.
15. Het concept van (…) is de naam verkeerd. De juiste spelling is (…). De naam wordt geschreven met u met umlaut. De naam is (…). Het andere is goed.
16. Het concept van (…) is goed.
17. In het concept van (…) ontbreekt een afbeelding/ portret van mij. Het is niet toegestaan om mijn portret te gebruiken op zijn website zonder mijn toestemming, toch?
De schermafbeelding vermeld in het concept is 13 stukken details van mijn 13 schilderijen.
Deze afbeeldingen vermelden niet duidelijk op welke schilderijen van mij inbreuk plaatsvindt. In de gegevens van mij Word documenten staan van alle de gehele afbeeldingen. U kunt deze 13 gehele afbeeldingen in dit concept vermeld.
18. Het concept van (…) is goed.
19. Het concept van (…) is goed.
20. Het concept van (…) is goed.
21. Het concept van (…) is goed.
22. Het concept van (…) moet aangepast worden.
23. Het concept van (…) is goed.’

3.15 Bij e-mail van 11 november 2021 heeft verweerder klaagster bericht als volgt:

‘Dank voor uw bericht waarop ik als volgt reageer. De producten die niet meer te koop staan, kunnen ook genoemd worden. Dit is echter niet noodzakelijk en ook niet heel sterk, maar het kan zeker geen kwaad. We zullen dus ook deze opnemen. 
 

De brieven zullen inderdaad ook aangetekend verzonden worden. 
 

Wat betreft de buitenlandse partijen adviseer ik de brieven zo te laten en pas in tweede instantie de partijen de mogelijkheid te geven van deze kwestie af te komen door de informatie te verstrekken. Dit is een meer gebruikelijke werkwijze en geeft de grootste kans op succes. 
 

Overigens is er geen sprake van fouten. Dit is een normale gang van zaken waarop in overleg met de cliënt een optimaal stuk tot stand komt en precies de reden dat wij eerst concepten sturen.
Graag uw bevestiging dat een en ander zo duidelijk en akkoord is. Mocht dit anders zijn, dan verzoek ik u telefonisch contact met mij op te nemen.’

3.16 Op 11 november 2021 heeft klaagster gereageerd op voorgaande e-mail:

Er zijn inderdaad 2 fouten: 
1. (…)
2. (…)

 

In de mail van 11 November j.l. heeft geen bijlagen van de verbeterd concepten. Ik ga akkoord met uw opmerkingen ten aanzien van de sommatiebrieven zoals onder andere aangetekend versturen. Als alle andere opmerkingen van mij in de sommatiebrieven zijn verwerkt, mogen zij verstuurd worden.’

3.17 Op 12 november 2021 heeft verweerder bij e-mail klaagster als volgt bericht:

‘Naar aanleiding van uw opmerkingen treft u de laatste aangepaste concepten in de bijlage. Tevens heb ik de voorschotnota voor de vertaling van de sommatie bijgevoegd.
 

(…)
 

Ik verneem graag van u of de concepten in de bijlage nu in orde zijn. Wij zullen dan zorgen voor de verzending. U ontvangt een bevestiging zodra dit gedaan is.’

3.18 Op 12 november 2021 heeft klaagster op voorgaande e-mail als volgt gereageerd:

‘De aangepaste 7 concepten en de factuur (20210467) heb ik ontvangen. Ik ben akkoord met de concepten en ik heb de facturen van nummer 20210467 en van nummer 20210465 al betaald.
 

Volgens de mail van 12 november 2021 van (…) en de mail van 11 november 2021 van (verweerder) ontvang ik graag de bevestiging van de verzending zoals per e-mail als per aangetekende.’

3.19 Op 18 november 2021 heeft verweerder bij e-mail klaagster als volgt bericht:

‘Inmiddels zijn er meerdere reacties op onze sommatie binnengekomen. Ik zal allereerst de reacties die wij tot nu toe hebben gehad hieronder behandelen. Daaropvolgend zal ik nog ingaan op het gebruik van de afbeeldingen van uw werken en uw portretrecht.

Reacties partijen

[volgt een beschrijving van de reacties van acht partijen]

Kortom, naar aanleiding van de door ons verstuurde sommatiebrief hebben verschillende partijen uw werken van de website gehaald en de verkoop daarvan gestaakt.
 

(…)
 

Tot slot wil (verweerder) graag een afspraak met u maken voor verder overleg. Ik verneem graag van u of u dit overleg fysiek of telefonisch wil doen. Daarna kan een datum daarvoor worden vastgesteld.’

3.20 Op 18 november 2021 heeft naar aanleiding van voorgaande e-mail telefonisch contact plaatsgevonden.

3.21 Op 19 november 2021 heeft verweerder klaagster bericht met betrekking tot de financiële kant van de zaak:

‘Bijgaand doe ik u in bovengenoemde zaak mijn declaratie toekomen, alsmede de daarbij behorende urenspecificatie. 
 

Dit betreft de werkzaamheden verricht in de periode van 17 augustus tot en met 18 november 2021. De reeds door u betaalde voorschotnota’s voor een totaalbedrag van € 5.000,00 excl. btw zijn in mindering gebracht op bijgaande declaratie. 
Van de uren van (…) is een percentage van 25% niet in rekening gebracht (totaalbedrag uren is € 5.220,15 x 25% = € 1.305,04; zie eindafrekening onderaan de specificatie).

Tevens hebben wij de factuur met betrekking tot de vertaling van de sommatie verrekend met het door u betaalde voorschot. De factuur is iets lager uitgevallen (zie bijlage 3). 
U heeft een voorschot voldaan voor een bedrag van € 127,12 (excl. btw); het factuurbedrag komt op € 109,34 (excl. btw). 

Voor de nog te verrichten werkzaamheden zal ik u in een separate e-mail een nieuwe voorschotnota voor een bedrag van € 3.025,00 doen toekomen.’

3.22 Op 19 november 2021 en 24 november 2021 heeft verweerder geprobeerd klaagster telefonisch te bereiken. 

3.23 Op 22 november 2021 heeft klaagster verweerder bij e-mail (met als bijlage de onder 3.19 vermelde e-mail met in rood het commentaar van klaagster) als volgt bericht:

‘Heeft u de reactie en de inkoopfacturen van de partijen hieronder gekregen?
 

[volgt opsomming van dertien partijen]
 

Ik reageer uw mail van alle partijen in rode kleur in mail hieronder.
Onze standpunt:

 

[volgt een beschrijving van door klaagster gewenste door verweerder te nemen acties en haar bevindingen op websites]
 

4. Ik heb nog geen merkregistratie gedaan. Ik heb op dit gebied weinig kennis. Hierom heb ik vragen welke organisaties doen merkregistratie en welke soorten merkregistratie zijn er.
 

Kunt u mij informatie doen toekomen.
 

Het is jammer dat ik zoveel geld heb betaald en tot nu toe zo weinig resultaat heb gekregen. Ik verwacht dat meer reacties en inkoopfacturen van alle partijen te kunnen krijgen.
 

De brief van advocaat van (…) heb ik ontvangen.’

3.24 Op 25 november 2021 heeft verweerder telefonisch contact gehad met klaagster.

3.25 Op 29 november 2021 heeft verweerder bij een e-mail met betrekking tot de financiële kant klaagster als volgt bericht:

‘Op 19 november jl. hebben wij u onze declaratie 20210469 doen toekomen. Deze declaratie heeft betrekking op de werkzaamheden verricht in de periode van 17 augustus tot en met 18 november 2021 (totaalbedrag van declaratie 20210469: € 6.538,28). 
 

Naar aanleiding van uw telefoongesprek doet (verweerder) u het navolgende voorstel. 
 

Hierbij doen wij u onze creditnota 20210500 toekomen met betrekking tot bovengenoemde declaratie (bijlage 1). Wij stellen voor om het bedrag van declaratie 20210469 plus de werkzaamheden die zijn verricht in de periode van 19 tot en met 25 november (een bedrag van € 824,15 excl. kantoorkosten en btw), te matigen tot een bedrag van € 8.170,00 (excl. kantoorkosten en btw). Na verrekening van het door u betaalde voorschot van € 5.000,00 (excl. btw), resteert er een door u te betalen bedrag van € 4.506,20 (totaalbedrag incl. btw). 
 

Hiervoor doe ik u mijn nieuwe declaratie toekomen, alsmede de daarbij behorende urenspecificatie (bijlage 2 en 3). Deze nieuwe declaratie betreft dus de werkzaamheden verricht in de periode van 17 augustus tot en met 25 november 2021 (het gematigde bedrag - totaal € 3.698,73 excl. btw - vindt u op bijgaande specificatie bij ‘eindafrekening d.d. 19 november 2021’). 
 

Voor de nog te verrichten werkzaamheden stuurden wij u d.d. 19 november jl. onze voorschotnota 20210470, welke ik u voor de volledigheid hierbij nogmaals stuur (bijlage 4). Indien u akkoord bent, verzoeken wij u het bedrag van € 4.506,20 voor declaratie 20210500 alsmede het bedrag van € 3.025,00 ter zake van de voorschotnota 20210470 te voldoen.
 

(…)
 

Voorts heeft (verweerder) u toegezegd kosteloos de retailers die nog niet gereageerd hebben op de sommaties, te blijven rappelleren. Ik neem aan dat u op korte termijn nader met mr. [G] zal overleggen.’
3.26 Bij e-mail van 30 november 2021 heeft klaagster verweerder als volgt bericht:

 

‘Ik ga akkoord met uw financiële voorstel en zal het de openstaande facturen betalen. Dit betekent dat nadat deze betalingen zijn betaald, er geen andere kosten meer zijn/ toekomen t/m 25 november 2021.’

3.27 Op 1 december 2021 heeft klaagster bij e-mail verweerder als volgt bericht:

‘Helaas heeft u op mijn mail van 22 november als reactie op uw mail van 18 november 2021 niet gereageerd. Heeft u hem wel gelezen? Ik vind vreemd dat de u (verweerder) niet op de hoogte heeft gebracht van deze mail. Dit zou zeer verhelderend zijn geweest in het telefonisch gesprek dat ik op 25 november met hem had gehad.
 

1. Wilt u nog op mijn mail van 22 november reageren:
 

a Hoe veel inkoopfacturen heeft u van de verschillende tegenpartijen ontvangen? Die is wel belangrijk voor de toekomst.
 

b Begrijpt u mijn reactie in rood in mijn mail van 22 november ten aanzien van “Portretrecht” ? De partijen (…) maken zowel inbreuk op mijn auteursrecht als portretrecht. De foto’s die zij op hun websites gebruiken, komt van mijn privé website. Hoe pakken wij deze partijen verder aan?
 

c Ik heb nog geen merkregistratie gedaan. Ik heb op dit gebied weinig kennis. Hierom heb ik gevraagd welke organisaties doen merkregistratie en welke soorten merkregistratie zijn er. Kunt u mij informatie doen toekomen.
 

2. de nieuwe partijen:
 

a Producten met afbeeldingen van mijn schilderijen bij (…) is al weggehaald van de website [Y].com . Er is ook moeilijk bewijs te vinden. Deze partij laten wij voorlopig met rust.
 

b tweedehands verkoop vervalt.
 

c (…) Deze 3 partijen moeten we wel een sommatie sturen daarin ook duidelijk staat dat zij de inkoopfacturen naar ons moeten toesturen.
 

d Partijen van (…) aanbieden aan [Y].com zijn dezelfde producten als op hun eigen websites. Behandelt als de bij 3b genoemde partijen in deze mail.
 

3. Zoal afgesproken met (verweerder) op 25 november jl. zijn alle verder behandelen gratis. Hieronder versta ik ook de rappellering ten aanzien van toesturen inkoopfacturen. Uitzondering hierop is alleen de partij “[Z]”.
 

a Alle partijen die we op 15 november 2021 gesommeerd, zowel “niet op voorraad” als “uitverkocht” moeten we proberen om de inkoopfacturen te krijgen.
 

b De 8 partijen die in uw mail benoemt, hebben we geen reactie van hen, inclusief (…). We moeten hen verder benaderen zodat zijzicht gaan houden aan onze eisen. En ook duidelijk maken dat zij de inkoopfacturen naar ons moeten sturen.
 

Hebben jullie de ervaring/ advies daarvan kunnen we de beste resultaat krijgen?
 

U kunt de conceptbrief die u als laatste naar mij toestuurde, met bijlagen die de producten op zijn website wordt aangeboden, naar [Y].com versturen.
 

In de bijlage vindt u nogmaals de producten die op de website van [Y].com worden aangeboden.’

3.28 Op 1 december 2021 heeft verweerder bij e-mail klaagster als volgt bericht:

‘Het klopt wat [Y].com stelt. [Y] biedt slechts een platform en als koper koopt men rechtstreeks bij de aanbieder en niet bij [Y]. Ook heeft [Y] de contactgegevens van de aanbieders doorgegeven. [Y] is in die context dan ook niet aansprakelijk voor de verkoop van uw werken. In de bijlage treft u overigens een conceptbrief die ik aan [Y].com wil versturen aan. Graag verneem ik van u of ik deze kan versturen. 

Voorgaande brengt in ieder geval met zich mee dat de verkopers op [Y].com allen los gesommeerd moeten worden. Ik verneem graag van u of wij deze partijen een sommatie kunnen toesturen. Het betreft (…). Voor de goede orde, de twee laatste partijen zijn reeds op 15 november 2021 gesommeerd, echter alleen voor de werken die op hun eigen website staan. 

Verder zullen de tot nu nog niet reagerende partijen een aanmaning ontvangen met daarin het verzoek om per ommegaande op de sommatie te reageren. De partijen die nog geen reactie hebben gegeven betreffen: 

[volgt de opsomming van acht partijen die nog niet hebben gereageerd] 

Tot slot merk ik nog op dat er bij (…) sprake is van tweedehands verkoop. Het auteursrecht op deze tweedehands boeken is uitgeput. Dat wil zeggen dat u zich niet (meer) kunt verzetten tegen de (tweedehands) verkoop van deze boeken.

Ik zie uw reactie met belangstelling tegemoet.’

3.29 Op 2 december 2021 heeft verweerder klaagster bij e-mail als volgt bericht:

‘Uw mail is na ontvangst doorgestuurd aan (verweerder) en deze is ook intern besproken. Ik zal uw mail van 18 november en 1 december jl. hieronder in één keer per onderwerp behandelen. 
 

Inkoopfacturen ontvangen 

De inkoopfacturen van de volgende partijen hebben wij ontvangen: (…) 

Werken verwijderd van de website 

Onderstaande partijen hebben uw werken van de website verwijderd naar aanleiding van onze sommatie: (…) 

Overige reacties 

(…)

Geen reactie 

De volgende partijen hebben nog geen reactie gegeven op de sommatie. Zij worden aangemaand dit alsnog te doen. Dit betreft: 
 

[volgt een opsomming van tien partijen] 

Nieuwe partijen 

De nieuwe partijen zijn: 

[volgt een opsomming van drie partijen] 

Deze partijen ontvangen van ons een sommatie die inhoudelijk gelijk is aan die van 15 november 2021. De concepten daarvoor ontvangt u nog van mij.
 

(…)

Ik zie uw reactie graag tegemoet.

3.30 Op 5 december 2021 heeft klaagster verweerder bij e-mail (met als bijlage de e-mail van 2 december 2021 van verweerder met in rood de reacties van klaagster) als volgt bericht:

‘Toen ik op 25 november met (verweerder) over telefoon sprak, merk ik dat hij mijn mail van 24 niet kende. Bijvoorbeeld, toen ik uw punt “Portretrecht” met hem uit legde wist hij er niets van. (verweerder heeft toegezegd dat hij er later naar zal kijken.) Daardoor konden wij moeilijk spreken over een aantal punten. Ik heb ditzelfde al eerder gemerkt, bijvoorbeeld tijdens de bespreking op uw kantoor met (verweerder) en eerdere mails. In uw brief zaten fouten. (Verweerder) reageerde naar me dat er geen fouten inzaten. Waarschijnlijk heeft (verweerder) uw brief niet gelezen. Goed dat u later de fouten wel heeft verbeterd. Daarnaast reageert u traag op mijn mail van 24 november. Heeft u mijn uitleg in rood over mijn portret bij (…) goed gelezen? Ik ga hier de 3e keer schrijven: (…)
 

Ik vind het heel jammer dat ik moet herhalen zoals uitleggen/ schrijven en/ of de documenten toesturen. Het kost mij en jullie veel tijd. Het ergste is dat ik jullie tijdkosten moet ik betalen. In de corona tijd verdien ik erg moeilijk als kunstenares. Ik heb al ruim tien duizend euro aan jullie betaald. Elke euro kosten moet ik zeer serieus plannen/ beoordelen. Ik vertrouw jullie om mijn zaak te laten doen en mijn zaak tot een goed einde te brengen. Ik hoop dat jullie mij situatie begrijpen en mij kunnen helpen.
Hieronder treft u in rood mijn reactie bij uw punten.
Ik ben akkoord met uw brief. U stuurt deze brief ook naar alle partijen die geen inkoopfacturen hebben overlegd?
De bijlage is schermafbeelding van de website van (…)’

3.31 Op 6 december 2021 heeft verweerder bij e-mail klaagster als volgt bericht:

‘Gezien uw klachten dienen wij eerst nader te overleggen voordat wij met de zaak verder kunnen. Ik zal een belafspraak met u laten plannen.’

3.32 Op 8 december 2021 heeft verweerder afschriften van alle verkregen facturen van wederpartijen aan klaagster doen toekomen.

3.33 Op 9 december 2021 heeft klaagster bij e-mail verweerder bericht met informatie over drie partijen.

3.34 Op 10 december 2021 hebben klaagster en verweerder elkaar telefonisch gesproken. Verweerder heeft het gesprek op dezelfde dag per e-mail bevestigd:

Fijn dat wij elkaar weer hebben gesproken. Voor de goede orde bevestig ik u hierbij dat wij een en ander hebben besproken, dat u het eens bent met de behandeling van de zaak, inclusief de financiën en dat u wenst dat wij verder gaan met de zaak.

Wilt u mij dit nog even bevestigen?’

3.35 Verweerder is hierna doorgegaan met de inhoudelijke behandeling van de zaak. Omdat klaagster aangaf zelf te willen gaan reageren naar een aangeschreven partij berichtte verweerder klaagster bij e-mail van 14 december 2021 als volgt:


‘Dank voor uw bericht.
 

Het is niet de bedoeling dat u zelf reageert naar een van de wederpartijen. Dit omdat de zaken anders door elkaar gaan lopen. 
 

Wij zullen een reactie voor (…) opmaken en in concept aan u toezenden.’

3.36 Op 17 december 2021 heeft verweerder bij e-mail klaagster als volgt bericht:

‘In antwoord op uw onderstaande mail met betrekking tot het telefoongesprek d.d. 25 november jl. bericht ik u als volgt:

-Van een gratis verdere behandeling met alle aangeschreven partijen, behalve (…) is geen sprake. Ik verwijs u naar bijgaande e-mail d.d. 29 november jl., waarin wij aangeven:
 

‘Voorts heeft (verweerder) u toegezegd kosteloos de retailers die nog niet gereageerd hebben op de sommaties, te blijven rappelleren’.
 

-U geeft aan dat wij een korting van 7% geven op de verdere behandeling/afrekening;
 

Onze declaratie 20210501 d.d. 29 november (zie bijlage) hebben wij gematigd tot een bedrag van € 8.170,00 (excl. kantoorkosten en btw).
 

Een korting van 7% is ons niet bekend.
 

Graag ontvangen wij uw bevestiging van bovenstaande.’

3.37 Op 21 december 2021 heeft verweerder bij e-mail een rappel gestuurd aan klaagster voor de e-mail van 17 december 2021. Daarop heeft klaagster bij e-mail verweerder geantwoord als volgt:

‘Ik ben continu bezig om mijn moeizaam verdiend geld zo goed mogelijk te besteden. (…) Maar wij hebben nog geen enkele bewijs van inbreuk op mijn beeldrecht van de partijen gekregen. 
 

Wij raken steeds in conflict over geld terwijl naar mijn mening op een lijn zitten. Om elkaar beter te begrijpen stel ik voor dat u duidelijk en in kleine stapjes schriftelijk mededeelt wat u van plan bent en gaat doen. Dit alles in lijn met de mail en de afspraken op 2 augustus en op 25 november die ik heb gemaakt met (verweerder). Juist als u uw te nemen activiteiten in kleine stappen neer zet zullen wij minder onenigheid over de kosten hebben en kan ik duidelijker vragen of deze stapjes wel zinvol zijn in plaats van dat wij achteraf het bespreken. 
 

Graag om te weten wat u nu bezig bent? Wat is uw volgende stap en wat wilt u daarvan? Als deze stap niet succesvol is, heeft u dan een plan om het succes in de volgende stap te redden? Hoe veel rekening moet ik verwachten voor volgende stap? 
 

Op 25 november jl. is duidelijk afgesproken dat de aangeschreven partijen hun inkoop nota’s moeten overleggen en dat dit kosteloos zou gebeuren uitzondering is (…). Ik vermoed dat jullie als advocaat een telefoon-opneem systeem hebben. Luister u zelf het gesprek nog eens af. 
 

Over de korting is misschien niet duidelijk afgesproken.’

3. 38 Op 23 december 2021 heeft verweerder bij e-mail klaagster als volgt geantwoord:

‘Dank voor uw bericht.

Er is geen sprake van een conflict over geld, maar er zijn afspraken gemaakt over de kosten. 

Daarnaast is afgesproken dat wij partijen die nog niet gereageerd hebben blijven rappelleren. Dit is uiteraard niet hetzelfde als het kosteloos aanschrijven van alle partijen. 

Om te voorkomen dat er onduidelijkheden ontstaan, sturen wij nadat er zaken besproken zijn, een e-mail met de vraag of u dit wil bevestigen. Het is dan niet de bedoeling dat u dit vervolgens weer anders contra-bevestigd. 

Overigens hebben wij ook geen ‘opnamefunctie’ in ons telefoonsysteem. 

Ik verzoek u mij het gestelde in de mail van vrijdag 17 december jl. alsnog te bevestigen. Waarna wij de zaak verder ter hand kunnen nemen in het nieuwe jaar.

Dit in verband met de feestdagen en de tussenliggende vakantieperiode.’

3.39 Op 23 december 2021 heeft klaagster bij e-mail verweerder als volgt geantwoord:

‘Naar mijn mening schrijven wij het zelfde op.

Namelijk als ik de telefoongesprekken juist hebt begrepen houdt u zich alleen bezig met het aanschrijven van bedrijven die niet aan de sommatie hebben voldaan. Hierop afwijkend zijn (…). Dit is in telefoon gesprek besproken., 

Om dit soort mail wisseling te voorkomen, heb ik u gevraagd in de vorige mail "Om elkaar beter te begrijpen stel ik voor dat u duidelijk en in kleine stapjes schriftelijk mededeelt wat u van plan bent en gaat doen.”

Hierom begrijp ik u niet namelijk mijn vorige mail was toch een bevestiging van wat u vroeg.

Maar als u zich met andere zaken bezig houdt dan het sommeren van bedrijven om geen - of onvoldoende inkoopfacturen hebben ingestuurd, en (…), wil ik dat weten.
 

Graag wil ik antwoord op mijn mail van gisteren.’

3.40 In reactie op een e-mail van klaagster aan verweerder van 5 januari 2022 antwoordt verweerder bij e-mail aan klaagster als volgt:

‘U ook het allerbeste voor 2022 toegewenst.

(Verweerder) heeft momenteel nog vakantie, maar intussen zijn wij doorgegaan met het rappelleren van de partijen die nog niet hebben gereageerd op de eerder verstuurde sommatie.

Ook zijn wij bezig met het opstellen van een aparte, meer uitgebreide sommatie aan (…). Daarvan zult u uiteraard een concept ontvangen.

Voor wat betreft de afbeeldingen die (…) nog op zijn website heeft staan, de heer (…) heeft toegezegd deze weg te halen, maar dat is blijkbaar nog niet gedaan. Ik zal hem een e-mail sturen met het verzoek dit alsnog te doen.

Zodra de sommatie voor (…) klaar is, zal ik u nader berichten.

Ik vertrouw erop u voldoende te hebben geïnformeerd.’

3.41 Op 14 januari 2022 heeft verweerder bij e-mail het concept voor de sommatie zoals aangekondigd in de e-mail van 5 januari 2022 aan klaagster gezonden met het verzoek aan te geven of klaagster daarmee akkoord kon gaan.

3.42 Op 16 januari 2022 heeft klaagster bij e-mail verweerder als volgt bericht:

‘In deze mail heb ik drie punten

a. Voortgang zaak
b. Brief [Z]
c. Zaken op [Y].com

Voortgang zaak

Heeft u succes met het rappelleren van de partijen die nog niet hebben gereageerd op eerdere sommatie’s? Heeft u nieuwe inkoopfacturen ontvangen? Gezien het feit dat ik geen nieuwe inkoopfacturen heb ontvangen blijkt dat de sommatie brieven niet succesvol zijn. Na het versturen van de sommatie brief worden wij geconfronteerd door de partijen met enerzijds een weigering te reageren anderzijds wel te reageren maar geen of niet alle facturen te verstrekken. Deze houding is gebaseerd op het feit dat (…) de partijen heeft benaderd om niet mee te werken. Dit blijkt uit de brief van (…).

Heeft u actie ondernomen om deze dwangsommen te innen? Natuurlijk kunt u een tweede of zelfs meer brief sturen, maar dit zou deze zaak lang lopend en de kosten zouden enorm zijn. Kunnen we andere benaderingen bedenken, zoals samenwerking in plaats van confrontatie?In zekere zin zijn ze net als ik slachtoffer. Onze intentie is gericht op (…) en proberen hen ten aanzien van dit te overtuigen en hen er op te wijzen dat (…) al een grote boete van auteursinbreuk heeft gehad. Wellicht zullen de partijen ons dan begrijpen en met ons willen samenwerken. Daardoor kunnen wij misschien sneller hun reactie te krijgen. Dit kan ook tijd en geld besparen in deze zaken.

Ik heb dezelfde idee al eerder, namelijk 15 december jl., aan u voorgesteld. U heeft daarop niet gereageerd.

Op mijn mail van 9 december jl. (…) nogmaals te rappelleren heb ik tot nu toe geen enkele reactie van u gezien. (…) verkoopt nog steeds 4 verschillende kaarten, die niet terug te vinden zijn op de door hen toegestuurde inkoopfacturen.

Om de zaak te kunnen door te laten gaan en te kunnen betalen werk ik ruim 12 uren per dag, ook in de wekend.
Kunt u mij aangeven wat de gehele zaak mij gaat kosten?
Graag om te weten wat is uw volgende stap en wat wilt u daarvan bereiken?
Als deze stap niet succesvol is, heeft u dan een plan om het succes te hebben in de volgende stap? Hoe krijgen wij snelheid in deze zaak? Hoe veel kosten moet ik verwachten voor volgende stap?
Wilt u mijn mail/ vragen tijdig reageren? Dan kunnen wij elkaar iets meer zekerheid en helderheid weten hoe en wat met de zaak gaat.

Brief (…)
Namelijk tussen eerste aanschrijven van (…) en deze sommatie brief zit maanden. Bij de eerste brief heeft (…) niet gereageerd. Heeft u niet de dwangsommen geïnd? Als (…) op deze tweede sommatie brief weer niet reageren? Wil u dan wel de dwangsom gaan innen?

 

Is het misschien verstandig om in deze tweede sommatie brief het idee van samenwerking te gebruiken in plaats van confrontatie?
 

[Y].com
Voorts zie ik dat op [Y].com nog steeds producten worden aangeboden met afbeeldingen van mij. Het gaat hier zowel om nieuwe producten als tweede hands producten. [Y].com heeft niet alle producten van haar website weggehaald. U heeft mij medegedeeld dat zij dat zouden doen. Op de website van [Y] worden er nog 3 soorten producten met afbeeldingen van mijn kunst verkocht en de schermafbeelding van vandaag zijn bijgevoegd hieronder: (…)’

3.43 Op 20 januari 2022 antwoordt verweerder bij e-mail aan klaagster als volgt:

‘Dank voor uw bericht waarop ik als volgt reageer.

Voortgang

Wij sturen alle facturen die we binnenkrijgen uiteraard aan u door. Tot nu toe hebben wij inderdaad helaas lang niet alle informatie binnengekregen die we zouden willen.
 

Het is mij niet duidelijk wat u bedoelt met het innen van dwangsommen.
 

Wij zouden ervoor kunnen kiezen om enkele partijen te bellen om te zien of we zo meer informatie los kunnen krijgen. Hiervoor is zoals besproken wel noodzakelijk dat dit soort partijen eerst gesommeerd worden.
 

(…) wordt gerappelleerd.
 

Ik kan niet aangeven wat de hele zaak gaat kosten, omdat dit afhankelijk is van welke acties u verder wenst te ondernemen. Zo hebben wij het uitvoerig gehad over de mogelijkheden om te procederen, maar dit is voor u te kostbaar. Op dit moment is de financiële status de volgende. U loopt ten opzichte van de betaalde voorschotten iets achter”(zie bijgaande overzicht):
 

Uren                           € 3.545,10
Kantoorkosten 7%          € 248,16
                                 € 3.826,16
Voorschot                   € 2.500,00 -/-
                                € 1.326,16
BTW 21%                    € 271,58
Uittreksel KvK                € 32,90
te voldoen                € 1.597,74

 

Wij zullen derhalve een nieuw voorschot in rekening moeten brengen voor we verder gaan. Wij zullen eerst nog proberen meer informatie los te krijgen en vervolgens met u bespreken of en zo ja hoe we verder gaan. Ik wijs u er wel op dat wij tot nu toe geen concrete aanwijzingen hebben die uw sterke vermoedens van grootschalige inbreuk door (…) kunnen ondersteunen. Het is natuurlijk zeker mogelijk dat die inbreuken er niet geweest zijn. De facturen waar we tot nu toe de hand op hebben weten te leggen zien immers uitsluitend op uitgeputte werken. De enige manier om meer snelheid te maken zou het voeren van kort gedingen zijn, hetgeen echter zoals besproken geen optie voor u is.
 

(…)
 

Als men weer niet reageert kan ik deze proberen te bellen om te kijken hoe ver ik daarmee kom. Bent u akkoord met het concept?
 

Ook hier weet ik niet wat u bedoelt met het innen van dwangsommen.
 

[Y].com
 

Ook hier zullen wij verder achteraan gaan.’

3.44 In antwoord op de e-mail van 20 januari 2022 bericht klaagster bij e-mail van 23 januari 2022 verweerder als volgt:

‘Als antwoord op uw brief d.d. 20 januari 2022, wil ik het volgende opmerken:
 

1. Ik zie graag dat (...) alleen in deze fase primaire de zaak volledige behandeld en mij direct communiceert. Mag dat van u? Natuurlijk kunt u hem altijd advies geven. U bent de baas van het kantoor maar u bent zo druk. Toen ik een afspraak maakte voor het laatste telefoon gesprek met u merkte ik dat u voor mijn zaak amper tijd heeft. Naarmate de zaak vordert, zullen er steeds meer brieven en documenten komen. Heeft u de tijd heeft om alle documenten door te nemen en inhoudelijk te onthouden? Een voorbeeld hiervan is uw vraag over “dwangsommen”. En zoals u zelf ooit zei dat u niet alle documenten kan onthouden.

Heer (…) heeft altijd met alle partijen en mij gecommuniceerd daardoor kent hij de zaak goed, zelfs tot in details. Ik hoef niet extra uit te leggen wat de zaak geweest is. Zodat de zaak misschien sneller kan gaan en de tijd van u bespaart en geld van mij. Het is voor mij moeizaam en lastig een brieven in het Nederlands te schrijven. Om te reageren op uw brief moet ik stopen met werk, en heb ik een hele dag nodig om deze brief te schrijven.

2. uw afrekening.
 

a. In uw afrekening zit veel tijd in mailwisselingen over de onduidelijke afspraak. Het gaat vaak om het verkeerde en onduidelijke mondelinge§ afspraken. Deze vergissing veroorzaakt kosten en betreft niet de inhoudelijke behandeling van de zaak, daarom niet in de rekening te hoeven worden gebracht. Als ik deze kosten moet betalen dan durf ik nooit meer mijn opmerking te tonen. Ik denk dat dit niet uw bedoeling is. U dient toch aan uw cliënt de gehele zaak duidelijk te maken?
 

b. Er zijn veel mail wisselingen over de fouten/ verbeteringen met heer (…) geweest. Ondanks dat ik van te voren alle informatie (adres, naam, afbeeldingen, etc.) van alle partijen die nodig zijn in de betreffende sommatie brieven, bij elkaar gehaald heb en al deze informatie heb ik naar heer (…) gestuurd. Deze kosten van verbetering moeten niet in de rekening worden gebracht. De fouten zijn gemaakt tijdens het componeren van de sommatie brief. Als voorbeeld noem ik: de verkeerde bijlage gestuurd in 01-12-2021; de naam van (…) is verkeerd; de fout van twee dezelfde afbeeldingen van (…) in de sommatie brief van (…); de fout van verkeerde afbeelding in de sommatie brief van (…), etc. Hopelijk worden zulke opmerking van mij niet betreffend de advocatuur niet in de rekening gebracht, ook niet in de toekomst.
 

Wilt u kritisch kijken wat de werkelijke besteden uren aan de inhoudelijke/ advocatuur zaak is over de afgelopen periode, voordat u ze mij in rekening brengt.
 

3. U heeft niet alle vragen in mijn email van 16 januari jl. beantwoordt. Graag zie ik dat (…) ze beantwoordt aan mij.
 

a. Heeft u actie ondernomen ten aanzien van de partijen die niet aan de eisen van de rappel/ sommatie brief voldeden om de dwangsommen van €5000 per dag te innen? Zo niet, waarom?
 

b. Als de stap van de sommatie brief niet succesvol is, heeft u dan een plan om het succes te hebben in de volgende stap?
 

c. Kunnen wij een andere benadering bedenken, zoals samenwerking met de partijen in plaats van confrontatie?
 

d. Wat is uw volgende stap en wat willen wij daarmee bereiken?
 

e. Kan (…) op mijn mail/ vragen sneller reageren?
 

d. Over de concept brief voor (…) wil ik u refereren aan mijn voorstel “om samen te werken in plaats van confrontatie te zoeken”?

Tot nu tot hebben we noch geen waardevolle inkoopfacturen ontvangen noch zijn er dwangsommen geïnd, denk ik, hoewel de tijdslimiet zoals genoemd in de sommatie brief voor het claimen de dwangsommen van €5000 per dag al meer dan twee maanden voorbij is. Maar bijna alle partijen zijn de confrontatie met ons aangegaan na onze sommatie brief. Deze confrontatie is ook geleid door (…). Als we de dwangpunten in de sommatie brief niet gaan realiseren dan nemen de partijen onze sommatie brief niet serieus. Vandaar twijfel ik of de tweede sommatie brief aan (…) tot een positief resultaat zal leiden. We moeten (…) aan onze kant laten staan om ons te helpen. Kunt de tweede sommatie brief zo componeren dat we beter met elkaar kunnen samenwerken?

4. Openstaande punten uit huidige fase
 

a. Het rappelleren van (…) en (…) wil ik doorzetten omdat hier een kansje op succes mogelijk is.
 

b. Over de concept van (…) heb ik in de laatste brief aan u voorgesteld en in deze mail.

5. Waarom zulke hoge kosten als u het rappelleren naar de partijen “gratis" zou doen. Hierom wil ik graag inzicht hebben met welke partijen u heeft gecommuniceerd en inzicht in deze communicatie. Dit geldt ook voor toekomstige communicatie met partijen dat ik inzicht wil hebben in communicatie.

Gezien het feit dat ik bij punt heb genoemd kan (...) op deze mailbrief tijdig reageren. Als mijn mail/vragen tijdig wordt beantwoord, hoef ik zo lange brief niet te schrijven met herhaalde informatie.’

3.45 Nadien heeft telefonisch een gesprek plaatsgevonden tussen klaagster en verweerder. Verweerder heeft bij e-mail van 26 januari 2022 klaagster als volgt bericht:

‘In navolging van uw gesprek met (verweerder), bericht ik u als volgt.
 

Ik begreep allereerst dat u wenst dat ik de zaak alleen ga behandelen en dat u hoofdzakelijk met mij wenst te communiceren. Voor zover mogelijk zal ik de communicatie verder met u voeren. Dit gaat echter wel altijd in overleg met (…). Vragen van financiële of strategische aard zullen door (verweerder) behandeld blijven worden.
 

Met betrekking tot de nog onbeantwoorde vragen geldt, zoals ook al met (verweerder) besproken, het volgende. Er is op dit moment geen sprake van verbeurde ‘dwangsommen’. Wij hebben de wederpartijen slechts een contractuele boete in het vooruitzicht gesteld als pressiemiddel. Wij kunnen betaling hiervan echter niet afdwingen. Dit is ook met u besproken.
 

Uw suggestie tot het aannemen van een meer ‘samenwerkende’ houding heeft (verweerder) al telefonisch met u besproken. De strategie blijft dat we ‘strenge sommaties’ sturen en we eventueel met de partijen die daarvoor in aanmerking komen mondeling gaan overleggen ze zover te krijgen vrijwillig mede te werken. U besprak met (verweerder) dat we bijvoorbeeld bij (…) de 2e sommatie gaan versturen zoals u deze in concept hebt ontvangen, en dat ik deze dan vervolgens ga bellen.
 

Aangaande uw vraag over de volgende te nemen stappen kan ik u meedelen dat wanneer er geen reactie op een sommatiebrief komt, wij de partij kunnen bellen met het verzoek alsnog te reageren op de brief. Verder zal het rappelleren worden voortgezet en zullen (…) en (…) nog aanvullend aangeschreven worden.
 

Tot slot met betrekking tot de financiën. U hebt reeds met (verweerder) besproken dat er sprake is van een achterstand van ongeveer € 1.500,-. Er zal een nieuwe voorschotnota van € 2.500,- aan u worden verstuurd. Daarin zit ook de achterstand verwerkt. Nadat u deze hebt voldaan zullen wij onze werkzaamheden voortzetten. De nieuwe sommatie aan (…) zal ik wel alvast versturen en daar zal ik ook achteraan bellen om er zeker van te zijn dat deze in goede orde ontvangen is en zodat zij ons van een reactie voorzien.
 

U hebt telefonisch reeds ingestemd met voorgaande en ik ga er dan ook van uit dat voorgaande in orde is. Graag nog even uw bevestiging dat u met het voorgaande instemt. Ik zie uw reactie met belangstelling tegemoet.’

3.46 Op 8 februari 2022 heeft klaagster de opdracht ingetrokken. Het dossier is door verweerder aan de opvolgend advocaat verstrekt.

3.47  Klaagster heeft op 7 maart 2022 een klacht ingediend via de interne klachtenregeling van het kantoor van verweerder. De klachtfunctionaris (mr. B.) heeft geoordeeld dat alle klachtonderdelen ongegrond zijn.

3.48  Op 3 januari 2023 heeft klaagster een klacht ingediend over verweerder.


4    KLACHT

De klacht, voor zover thans nog ven belang, houdt in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat hij:

a) geen duidelijke afspraken te maken over de aanpak en behandeling van haar zaak;

b) gemaakte afspraken niet schriftelijk te bevestigen;

c) opdrachten en/of opmerkingen van haar kant niet uit te voeren of na te komen en vragen niet te beantwoorden;

d) zijn werkzaamheden op onzorgvuldige wijze uit te voeren;

e) zijn declaraties onjuist of ondeugdelijk te specificeren;

f) (…) 

5    BEOORDELING RAAD

Klachtonderdelen a) b), c) en d)

5.1    Aangezien deze klachtonderdelen in de kern zien op de communicatie van verweerder in de richting van klaagster, zijn cliënte, heeft de raad deze klachtonderdelen gezamenlijk behandeld.

5.2    Bij de beoordelingen van deze klachtonderdelen speelt in het bijzonder gedragsregel 16 een rol. Deze gedragsregel bepaalt dat het de taak van een advocaat is om zijn cliënt op de hoogte te brengen van belangrijke informatie, feiten en afspraken. Ter voorkoming van misverstand, onzekerheid of geschil, dient hij belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt te bevestigen. Als de advocaat dit nalaat en daarover ontstaat achteraf onduidelijkheid of een misverstand bij de cliënt, dan is dat voor risico van de advocaat. Van een advocaat mag ook op grond van de gedragsregels en de tuchtrechtspraak ook worden verwacht dat hij in een zaak regie voert en zijn cliënt adviseert over de te volgen strategie en de proceskansen.

5.3    De raad heeft vastgesteld dat de zaak van klaagster niet eenvoudig was en dat het belang van klaagster bij een voor haar gunstige uitkomst groot was. Zeker in een zaak als onderhavige, met bovendien een cliënte die de Nederlandse taal niet beheerst, is het voeren van regie en het goed (schriftelijk) communiceren van groot belang. De raad heeft geoordeeld dat verweerder dit onvoldoende heeft gedaan. Verweerder had klaagster vanaf het begin moeten meenemen in de zaak en haar telkens (schriftelijk) over de mogelijkheden en onmogelijkheden van de processen en de daarmee gemoeide kosten moeten inlichten. Met de zeer beperkte e-mail van 2 augustus 2021, waarnaar verweerder in dit verband heeft verwezen, heeft verweerder niet aan deze verplichting voldaan. Ook uit de rest van het klachtdossier is niet gebleken dat verweerder zijn cliënte voldoende schriftelijk van haar zaak op de hoogte heeft gehouden. Verweerder heeft nog aangevoerd dat hij klaagster wel mondeling alles heeft uitgelegd, maar omdat verweerder heeft nagelaten dit schriftelijk vast te leggen, kan de raad niet vaststellen of en in hoeverre verweerder klaagster heeft geïnformeerd. Dit is een omstandigheid die voor risico van verweerder komt.

5.4    De raad heeft, gelet op het voorgaande, geoordeeld dat verweerder heeft gehandeld in strijd met artikel 46 Advocatenwet, zoals in het bijzonder is uitgewerkt in gedragsregel 16. De raad heeft deze klachtonderdelen dan ook gegrond verklaard.

Klachtonderdeel e)

5.7   Klaagster verwijt verweerder dat hij zijn declaraties onjuist of ondeugdelijk heeft gespecificeerd. De raad heeft geoordeeld dat, gelet op de gemotiveerde betwisting van dit verwijt door verweerder, onvoldoende is onderbouwd op welke punten de declaraties van verweerder tekortschieten. Voor zover klaagster ook heeft beoogd te klagen over de hoogte van de declaraties, is de raad van oordeel dat ook dat verwijt onvoldoende is onderbouwd. Niet is gebleken dat, gelet op de verhouding tussen het in rekening gebrachte bedrag en de verrichte werkzaamheden, de declaraties als excessief, dan wel als veel te hoog kunnen worden aangemerkt. Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond verklaard.

6    BEROEPSGRONDEN EN VERWEER

Beroepsgronden klaagster

6.1    Klaagster komt in beroep tegen het ongegrond verklaarde klachtonderdeel e). Klaagster heeft aangevoerd dat zij niet kan zien of de door verweerder in rekening gebrachte de kosten juist zijn, aangezien verweerder geen bewijs heeft geleverd dat de - door klaagster bij de klacht in oranje gemarkeerde - werkzaamheden daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Volgens klaagster moet verweerder onderbouwen dat de werkzaamheden daadwerkelijk uitgevoerd zijn. Aangezien er 23 retailers betrokken waren, maar op de declaratie slechts 'wederpartij' staat vermeld - en geen uitleg is gegeven over de werkzaamheden - kan klaagster niet zien welke retailers zijn aangeschreven en wat de werkzaamheden precies hebben ingehouden. Klaagster stelt dat haar standpunt dat de werkzaamheden niet zijn uitgevoerd, wordt ondersteund door het feit dat deze werkzaamheden ontbreken in het dossier.

6.2    Klaagster heeft gesteld dat het proces-verbaal van de zitting van raad op 4 oktober 2024 onvolledigheden en onjuistheden bevat. Het proces-verbaal weerspiegelt volgens haar niet wat er gezegd is tijdens de zitting. Klaagster stelt dat zij op vragen van de voorzitter heeft geantwoord en heeft bevestigd dat verweerder onwaarheden heeft verteld tijdens de behandeling van de zaak. De voorzitter heeft aan verweerder gevraagd waarom de sommatie pas in november 2021 was verstuurd, terwijl de zaak al op 2 augustus 2021 was overgenomen, en waarom er € 8.000,- werd gedeclareerd voor een sommatie die binnen een uur kon worden opgesteld. Verweerder had hierop geen antwoord. Een van de leden heeft gevraagd of de retailers als één partij of als 23 afzonderlijke partijen werden behandeld. Het antwoord van verweerder was 23. Het lid van de raad vond het vreemd dat op de declaratie slechts één naam werd vermeld als ‘wederpartij’.

6.3    Klaagster heeft erop gewezen dat haar partner ook aanwezig was bij de zitting en dat zij beiden verbaasd waren dat de standpunten van de leden van de Raad tijdens de zitting niet in de beslissing zijn weerspiegeld.  Deze getuigenissen zijn cruciaal voor beide partijen en kunnen de uitspraak van het Hof van Discipline beïnvloeden, aldus klaagster. Volgens de wet moeten documenten in bestuursprocedures toegankelijk zijn voor de betrokkenen om transparantie en eerlijkheid te waarborgen. Daarom stelt klaagster het recht te hebben om inzage te krijgen in de volledige spreekaantekeningen van de zittingen van de Raad van Discipline. Klaagster heeft het hof verzocht om de volledige en originele processtukken van de zitting van de raad van 4 oktober 2024 op te vragen en de inhoud van deze processtukken mee te nemen en er rekening mee te houden.

6.4    De raad heeft volgens klaagster geen rekening met haar klacht over de einddeclaratie van € 2.801,61. Deze declaratie bevat veel niet-reële werkzaamheden. Volgens klaagster valt deze einddeclaratie onder klachtonderdeel e). Klaagster heeft het hof verzocht om de einddeclaratie te annuleren en het bedrag van de terug te betalen advocaatkosten te bepalen.

Beroepsgronden verweerder

6.5    Verweerder komt in beroep tegen klachtonderdelen a), b), c) en d). Verweerder heeft aangevoerd dat hij het helemaal eens is met de stelling van de raad dat klaagster van het begin meegenomen moet worden in de zaak en zij telkens (schriftelijk) over de mogelijkheden en onmogelijkheden van de processen en de daarmee gemoeide kosten ingelicht dient te worden. Verweerder is van mening dat hij dat ook heeft gedaan. De overweging in de beslissing van de raad dat slechts sprake zou zijn van de e-mail van 2 augustus 2021 en dat ‘uit de rest van het hele klachtdossier’ niet zou blijken dat klaagster voldoende schriftelijk van haar zaak op de hoogte zou zijn gehouden, is volgens verweerder onjuist. De informatievoorziening vanuit zijn kantoor was veel uitgebreider dan slechts de e-mail van 2 augustus 2021. Dit blijkt ook uit het klachtdossier. Verweerder komt in beroep omdat dit oordeel gebaseerd is op een feitelijke onjuistheid, hij heeft in dit verband gewezen op diverse stukken/e-mails.

6.6    De opmerking van de raad dat de e-mail van 2 augustus 2021 ‘zeer beperkt’ zou zijn geweest, valt volgens verweerder niet te plaatsen omdat hij in deze e-mail nota bene aankondigt dat hij alles stap voor stap met klaagster zal bespreken. Verweerder stelt dat hij dat ook heeft gedaan en dat hij een en ander wel degelijk heeft bevestigd. Ook financieel is alles stap voor stap gegaan, waarbij steeds voorschotnota’s zijn gestuurd, die ook betaald zijn, en waarin een en ander uitvoerig is toegelicht.

6.7    Verweerder stelt dat klaagster steeds van alle van de wederpartij ontvangen berichten een kopie heeft gehad, waarna een en ander besproken is. In het licht van bovenstaande is zonneklaar dat juist overvloedig met klaagster is gecommuniceerd, zowel schriftelijk als mondeling. Waarbij besprekingen en afspraken ook steeds schriftelijk bevestigd zijn. Verweerder vindt dat de raad ten onrechte de klachtonderdelen a t/m d gegrond heeft verklaard, en dat ten onrechte de maatregel van waarschuwing is opgelegd.

6.8    Ten aanzien van het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting bij de Raad van 4 oktober 2024 heeft verweerder opgemerkt dat het proces-verbaal een volstrekt vertekend beeld van het verhandelde ter zitting geeft. Verweerder heeft opgemerkt dat over de e-mail van 2 augustus 2021 veel vragen werden gesteld, waaronder of hij van mening was of hij door middel van deze e-mail klaagster voldoende informeerde over de inhoud van de zaak en de te nemen stappen. Verweerder stelt dat hij daarop heeft geantwoord dat dat zijns inziens in die e-mail beter had gekund. Daarna is verweerder begonnen met het voorlezen van de overgelegde producties waaruit blijkt dat er veel meer uitleg aan klaagster had plaatsgevonden. Echter, voordat verweerder de vele overgelegde producties erbij kon zoeken waarin de vele contactmomenten die na 2 augustus 2021 met klaagster hebben plaatsgevonden staan vermeld, werd hij onderbroken en werd doorgegaan met de volgende vraag. De in het proces-verbaal opgenomen opmerking is aldus ontbloot van elke context. Verweerder stelt dat hij ter zitting juist heeft gezegd dat hij van mening is dat hij niet in strijd met de tuchtrechtelijke norm heeft gehandeld. Hij wijst uitdrukkelijk op de opsomming van de maar liefst 33 contactmomenten met klaagster over de strategie en de financiële kant van de zaak. Daarbij wijst verweerder erop dat de zaak zich nog in het eerste stadium (van het verzenden van de eerste sommatiebrieven) bevond en dat klaagster derhalve reeds in het beginstadium maar liefst 33 maal(!) op de hoogte is gesteld over de te nemen stappen en de financiën.

Verweer klaagster 

6.9  Klaagster heeft gemotiveerd verweer gevoerd in beroep. Waar dat relevant is, bespreekt het hof dit bij de beoordeling van het beroep.

Verweer verweerder

6.10  Verweerder brengt tegen het standpunt van klaagster in dat achteraf, na de behandeling van de zaak, voor het eerst stelt dat een gedeelte van de gedeclareerde -en door klaagster betaalde- werkzaamheden niet zouden zijn uitgevoerd en/of onredelijk zouden zijn. 

6.11   Volgens verweerder stelt klaagster in haar beroepschrift, zonder onderbouwing of nieuwe argumentatie, dat door haar niet na te gaan zou zijn welke retailers zouden zijn aangeschreven en welk werk verricht zou zijn. Verweerder merkt op dat klaagster ermee bekend was dat het ging het om 23 specifieke wederpartijen. Verweerder wijst in dit verband op zijn dupliek van 27 juni 2023, waarin gespecificeerd uiteen is gezet welke werkzaamheden op welk moment zijn uitgevoerd. Het gaat om sommatiebrieven aan de 23 wederpartijen, alsmede vervolgcorrespondentie en besprekingen en correspondentie met cliënte. Klaagster heeft van alle 23 sommatiebrieven concepten ontvangen. Dit wordt ook niet door haar ontkend. Alle brieven zijn besproken, waar nodig door klaagster van opmerkingen voorzien. Uiteindelijk zijn alle brieven door klaagster geaccordeerd. Volgens verweerder is klaagster haar stelling dat zij niet zou weten welke retailers zijn aangeschreven en welke werkzaamheden verricht zijn, alleen al daarom onzinnig. Verweerder heeft opgemerkt dat er natuurlijk op verschillende dagen gewerkt kan worden aan een schrijven dat op een latere datum verzonden wordt. Zeker als het 23 sommatiebrieven betreft die allemaal op 15 november 2021 aan de wederpartijen zijn verzonden. Om deze reden is het verwijt dat het aantal keren dat de post ‘correspondentie wederpartij’ in de specificaties is opgenomen niet exact correspondeert met het aantal brieven, onjuist.

6.12  Voor wat betreft de stelling van klaagster dat geen bewijs of onderbouwing geleverd zou zijn voor de werkzaamheden waar de door haar betaalde declaraties op zien, wijst verweerder op de gedetailleerde urenspecificaties. Ook wijst verweerder op de opsomming in zijn beroepschrift van 4 februari 2025, alinea 9 tot en met 12, waarin in detail is weergegeven hoe klaagster is meegenomen in de besluitvorming en de financiële kant van deze zaak. Steeds is al het verrichtte, en te verrichten werk met haar klaagster besproken. Van “niet-reële werkzaamheden” is volgens verweerder evident geen sprake.
 

7    BEOORDELING HOF


Maatstaf

7.1    De tuchtrechter dient bij de beoordeling van een tegen een advocaat ingediende klacht het aan de advocaat verweten handelen of nalaten te toetsen aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, waaronder de kernwaarden zoals omschreven in artikel 10a Advocatenwet. De tuchtrechter is niet gebonden aan de gedragsregels, maar die regels kunnen wel van belang zijn, gezien ook het open karakter van de behoorlijkheidsnorm in artikel 46 Advocatenwet. Of sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen hangt af van de feitelijke omstandigheden en wordt door de tuchtrechter per geval beoordeeld.

7.2    Bij de beantwoording van de vraag of een advocaat zich betamelijk heeft gedragen als bedoeld in artikel 46 van de Advocatenwet hanteert het hof als uitgangspunt dat de tuchtrechter mede tot taak heeft de kwaliteit van de dienstverlening te beoordelen als daarover wordt geklaagd. Bij deze beoordeling geldt dat de tuchtrechter rekening houdt met de vrijheid die de advocaat heeft met betrekking tot de wijze waarop hij een zaak behandelt en met keuzes waar de advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door de eisen die aan de advocaat als opdrachtnemer in de uitvoering van die opdracht mogen worden gesteld en die met zich brengen dat zijn werk dient te voldoen aan datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt. Het hof toetst of verweerder heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijke bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Deze toets geldt omdat er binnen de beroepsgroep wat betreft de vaktechnische kwaliteit geen sprake is van breed gedragen, schriftelijk vastgelegde professionele standaarden.

7.3    Zowel uit vaste jurisprudentie van het hof als uit Regel 16 van de Gedragsregels advocatuur 2018 (verder: gedragsregel 16) volgt dat het tot de taak van de advocaat behoort om belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt te bevestigen. Indien zich na de opdrachtbevestiging en met de cliënt besproken strategie ontwikkelingen voordoen die tot andere inzichten leiden, dient de advocaat dat met zijn cliënt te bespreken en hem zorgvuldig te adviseren. Daarbij moet de advocaat zich ervan vergewissen of de cliënt alles goed heeft begrepen en of hij de gevolgen van de gekozen strategie voldoende overziet. Zo nodig moet hij belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt bevestigen. De cliënt kan de advocaat niet verantwoordelijk houden voor een negatieve afloop, maar er moet wel als het ware een ‘informed consent’ zijn; de cliënt moet zich bewust zijn van de risico’s die aan bepaalde keuzes kleven.

7.4    Zowel uit vaste jurisprudentie van het hof als uit gedragsregel 17 volgt onder meer dat het honorarium dat de advocaat in rekening brengt redelijk moet zijn en dat over de in rekening te brengen bedragen duidelijke afspraken moeten worden gemaakt.

Overwegingen hof

Klachtomschrijving

7.5     Uit het proces-verbaal van de zitting bij de raad blijkt dat de voorzitter van de raad de klacht aan klaagster heeft voorgehouden en dat zij heeft verklaard dat deze weergave juist is. Daar kan nu niet meer op worden teruggekomen. De klachtomschrijving, zoals door de raad vastgesteld, is ook voor het hof het uitgangspunt bij de beoordeling van het hoger beroep van klaagster. Klaagster heeft in beroep nieuwe verwijten tegen verweerder geformuleerd. Het hof laat deze buiten beschouwing. Het hof kan slechts oordelen over klachten die eerst zijn onderzocht door de deken en waarover de raad vervolgens heeft geoordeeld (vgl. art. 46c, lid 1 en 3 Advocatenwet). In hoger beroep worden geen nieuwe klachten in behandeling genomen. Voor zover klaagster heeft het hof heeft verzocht de relevante advocaatkosten aan haar terug te betalen en aan haar schade te vergoeden, stelt het hof vast dat dit in hoger beroep niet meer aan de orde kan komen.

Proces-verbaal van de raad

7.6    Zowel klaagster als verweerder hebben in hoger beroep opgemerkt dat het proces-verbaal, van anderhalf pagina, dat door de raad is verstrekt geen goede weergave is van wat op de zitting bij de raad op 4 oktober 2024 is gezegd. Klaagster heeft erop gewezen dat zij vragen van de voorzitter en één van de leden heeft beantwoord. Klaagster stelt dat het proces-verbaal niet de werkelijke vraag- en antwoorddialogen tijdens de zitting weergeven. Verweerder heeft opgemerkt dat tijdens de zitting veel vragen zijn gesteld over de e-mail van 2 augustus 2021 en dat het proces-verbaal een volstrekt vertekend beeld geeft van de zitting, die anderhalf uur heeft geduurd. Het hof stelt vast dat in het -korte- proces-verbaal van de raad geen vragen staan vermeld of reacties van partijen op vragen van de raad. Alhoewel een proces-verbaal van de zitting slechts een zakelijke weergave van het verhandelde zitting is en niet een letterlijke weergave van al hetgeen op een zitting is gezegd en voorgevallen kan uit het eenstemmige standpunt van partijen niet anders worden geconcludeerd dan dat het proces-verbaal van de raad onvolledig is en dat de korte weergave van de zitting in het proces-verbaal kennelijk afbreuk heeft gedaan aan een representatieve weergave van hetgeen op zitting is gezegd en voorgevallen. Het hof zal hieraan geen andere consequentie verbinden dan de constatering ervan. Nu partijen beiden in hoger beroep zijn gekomen en hun standpunt schriftelijk en tijdens het onderzoek ter zitting hebben toegelicht is dit gebrek in de procedure bij de raad in hoger beroep hersteld.

Hoger beroep verweerder

Klachtonderdeel a)

7.7     Uit het dossier blijkt dat verweerder wel afspraken heeft gemaakt met klaagster over de aanpak en de behandeling van de zaak vanaf juli 2021 tot ongeveer eind november 2021. In de brief van 21 juli 2021 heeft verweerder de aanvaarding van de opdracht bevestigd en tevens de afgesproken werkzaamheden omschreven. Vervolgens heeft verweerder in diverse e-mails van 2 augustus 2021, 24 augustus 2021, 5 november 2021, 8 november 2021, 9 november 2021, 11 november 2021 en 12 november 2021 de geplande aanpak aan klaagster bekend gemaakt en aan klaagster gevraagd of zij hiermee kon instemmen. Klaagster is hiermee steeds akkoord gegaan. 

7.8    Vanaf de e-mail van verweerder aan klaagster van 18 november 2021 (met in de kern een verslag van tot dan toe behaalde resultaten; zie 3.19) is echter duidelijk dat klaagster vragen had over de behaalde resultaten, de daarmee gemoeide kosten en de verdere aanpak. Op 30 november 2021 (zie 3.26) is klaagster akkoord gegaan met de tot en met 25 november 2021 in rekening gebrachte kosten. 

7.9    Over de behandeling van de zaak heeft klaagster op 22 november 2021 evenwel een e-mail aan verweerder gestuurd (zie 3.23), die kennelijk bij verweerder niet bekend was, althans niet met klaagster is besproken, tijdens hun telefonisch contact op 25 november 2021 (zie 3.27 en 3.30). Op de e-mail van 22 november 2021 van klaagster werd inhoudelijk gereageerd bij e-mail van 2 december 2021 van verweerder (zie 3.29), waarbij tevens werd gereageerd op de e-mail van 1 december 2021 van klaagster aan verweerder (zie 3.27). In deze e-mail van 1 december 2021 herinnert klaagster aan haar onbeantwoorde e-mail van 22 november 2021, geeft zij nadere informatie voor de behandeling van de zaak en vraagt zij om advies om het beste resultaat te bereiken. Bij de e-mail van 5 december 2021 (zie 3.30) uit klaagster haar onvrede over het contact met verweerder. Op 6 december 2021 (zie 3.31) bericht verweerder aan klaagster dat zij, in verband met de klachten van klaagster, eerst nader moeten overleggen voordat verder wordt gegaan met de zaak. Op 10 december 2021 is er telefonisch contact geweest tussen klaagster en verweerder en wordt in een e-mail van die datum door verweerder aan klaagster gevraagd te bevestigen dat klaagster het eens is met de (overigens niet in de e-mail beschreven en dus niet schriftelijk vastgelegde aanpak van de) behandeling van de zaak inclusief de financiën. Deze bevestiging geeft klaagster niet, ook niet na rappels van 21 december 2021 en 23 december 2021(zie 3.37 respectievelijk 3.38). In reactie daarop vraagt klaagster aan verweerder wat de plannen zijn van verweerder en wat de te verwachten kosten zijn. Uit de communicatie daarna van december 2021 tot en met 20 januari 2022 (zie 3.38 tot en met 3.44) tussen klaagster en verweerder volgt niet dat het klaagster duidelijk was hoe de zaak werd en zou worden behandeld door verweerder. Na wederom een telefonisch gesprek tussen klaagster en verweerder vraagt verweerder bij email van 26 januari 2022 een bevestiging van de weergave van het telefoongesprek in die e-mail (zie 3.45). Die geeft klaagster niet en op 8 februari 2022 trekt zij de opdracht aan verweerder in.

7.10    Uit het vorenstaande volgt dat ongeveer vanaf medio november 2021 klaagster en verweerder het niet eens zijn geweest over de aanpak en de behandeling van de zaak en desalniettemin verweerder doorgegaan is met zijn werkzaamheden. Daar komt bij dat in reactie op de wens van klaagster om geïnformeerd te worden over de kosten verweerder op 20 januari 2022 bij e-mail (zie 3.43) aan klaagster heeft bericht niet te weten wat de hele zaak gaat kosten, maar slechts een volgende voorschotnota in het vooruitzicht heeft gesteld, die niet is onderbouwd. Uit gedragsregel 17 en Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 januari 2023, D.V. tegen M.A. (C-395/21),  ECLI:EU:2023:14 vloeit voort dat een advocaat vooraf een schatting moet maken van de verwachte tijdsbesteding en het totaal aan kosten (indien geen toevoeging zal worden verleend). Verweerder heeft dit niet gedaan. Gelet op het vorenstaande is klachtonderdeel a) in zoverre gegrond.

Klachtonderdeel b)

7.11    Klachtonderdeel b) is gegrond in zoverre dat verweerder in zijn e-mail van 10 december 2021 (zie 3.34) en zijn e-mail van 22 januari 2022 (zie 3.43) heeft nagelaten weer te geven welke afspraken over de behandeling van de zaak zouden zijn gemaakt. Voor het overige is verweerder voldoende duidelijk geweest welke afspraken over de behandeling van de zaak zijn gemaakt, in het bijzonder in de periode tot ongeveer medio november.

Klachtonderdeel c) en d)

7.12    Klaagster heeft verweerder nadrukkelijk verzocht om partijen aangetekend aan te schrijven (zie 3.14 en 3.16). Klaagster heeft om bewijs gevraagd van de aangetekende verzending. Verweerder heeft een ontvangstbevestiging overgelegd van een aangetekende zending aan klaagster van 16 februari 2022, die door klaagster voor ontvangst is getekend. Voorts heeft verweerder een e-mail overgelegd van 21 februari 2022, waarbij als bijlage de bewijzen dat de (sommatie)brieven aan getekend zouden zijn verstuurd zou zijn bijgevoegd. Klaagster stelt geen bewijs van aangetekende verzending te hebben gekregen. Deze bewijzen zijn door verweerder in deze (tucht)procedure ook niet overgelegd. Derhalve is niet aannemelijk geworden dat verweerder de afspraak dat partijen aangetekend zouden worden aangeschreven is nagekomen. In zoverre zijn klachtonderdelen c) en d) gegrond.

7.13     Voor het overige is klachtonderdeel c) ongegrond. Uit de weergave onder de feiten blijkt dat verweerder concepten aan klaagster heeft voorgelegd en dat klaagster daarop in detail heeft gereageerd. Dat verweerder vervolgens de concepten niet zou hebben aangepast is door klaagster onvoldoende onderbouwd. Uit de weergave onder de feiten blijkt dat verweerder heeft gereageerd op vragen van klaagster, weliswaar soms met vertraging. Ook na ongeveer medio november 2021 is verweerder blijven ingaan op vragen van klaagster, waaraan niet afdoet dat klaagster en verweerder het in die periode niet eens zijn geworden over de aanpak en de behandeling van de zaak.

7.14     Uit de weergave onder de feiten blijkt niet dat verweerder overigens, naast hetgeen in 7.11 is geoordeeld, zijn werkzaamheden onzorgvuldig heeft uitgevoerd. In zoverre is klachtonderdeel d) ongegrond. 

Hoger beroep klaagster 

Klachtonderdeel e)

7.15     Dit klachtonderdeel houdt in dat verweerder de declaraties onjuist of ondeugdelijk heeft gespecificeerd. Terecht heeft klaagster aangevoerd dat het aan verweerder is om te onderbouwen dat de door hem in rekening gebrachte werkzaamheden daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Klaagster heeft aangevoerd dat zij niet kan zien of de door verweerder in rekening gebrachte de kosten juist zijn, aangezien verweerder geen bewijs heeft geleverd dat de - door klaagster op productie 19 bij het bij de klacht grote hoeveelheid in oranje gemarkeerde – werkzaamheden daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Verweerder zou 23 retailers een sommatiebrief sturen, maar op de declaratie staat slechts 'correspondentie wederpartij' vermeld. Klaagster stelt dat zij niet kan zien welke retailers zijn aangeschreven en wat de werkzaamheden precies hebben ingehouden. 

7.16     Het hof stelt voorop dat het als tuchtrechter niet oordeelt over declaratiegeschillen tussen een cliënt en de advocaat. Als tuchtrechter oordeelt het hof wel over de vraag of excessief is gedeclareerd. Of daarvan sprake is hangt af van de omstandigheden van het geval. Daarbij wegen alle omstandigheden mee, zoals de aard en complexiteit van de zaak, de (financiële) hoedanigheid van de cliënt, de met de zaak gepaard gaande (financiële) belangen en de verhouding tussen het in rekening gebrachte bedrag en de verrichte werkzaamheden. Of elk onderdeel van de specificatie van de verrichte werkzaamheden – civielrechtelijk gezien – voor toewijzing in aanmerking komt staat niet ter beoordeling van de tuchtrechter. Waar het op aankomt is of het totaal van de declaraties als tuchtrechtelijk verwijtbaar excessief aangemerkt kan worden. Het hof toetst dit marginaal. 

7.17     Verweerder heeft zijn declaraties in voldoende mate gespecificeerd. Klaagster heeft kritiek op een groot aantal aspecten van de specificatie naar voren gebracht. Het is niet aan het hof om elk van die kritiekpunten te behandelen. Over elk onderdeel van de specificatie kan verschillend gedacht worden. Waar het op aankomt is of het totaal van de declaraties als tuchtrechtelijk verwijtbaar excessief aangemerkt kan worden. Dat is niet het geval. Uit de weergave van de feiten volgt dat verweerder werkzaamheden heeft verricht. Van de hoogte van de declaraties kan niet aanstonds gezegd worden dat die bovenmatig voorkomt. Bovendien heeft klaagster zich in ieder geval akkoord verklaard met de in rekening gebrachte bedragen voor de werkzaamheden tot en met 25 november 2021 (zie 3.26) en wist zij dat ook de tijd die door verweerder werd besteed aan de communicatie met klaagster in rekening zou worden gebracht (zie 3.30).

7.18     Het beroep van klaagster slaagt niet.

Slotsom

7.19     Uit het vorenstaande volgt dat klachtonderdelen a), b), c) en d) deels gegrond zijn en klachtonderdeel e) ongegrond. Het hoger beroep van verweerder is in zoverre gegrond dat klachtenonderdelen a), b), c) en d) niet geheel, maar deels gegrond zijn. Het hoger beroep van klaagster is ongegrond.

7.20     Uit de deels gegrond verklaarde klachtonderdelen a), b), c) en d) volgt dat verweerder niet heeft gehandeld overeenkomstig het doel en de strekking van gedragsregels 16 en 17 en bovendien de kernwaarde (financiële) integriteit heeft geschonden door niet duidelijk te zijn over wat zijn werkzaamheden zouden gaan kosten. Het handelen van verweerder is in strijd met de in artikel 10a Advocatenwet vastgelegde kernwaarden en met de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen en verweerder heeft daarmee het vertrouwen in de advocatuur geschaad.


8    MAATREGEL

Het hof acht de door de raad opgelegde maatregel van een waarschuwing passend en geboden.


9    PROCESKOSTEN

9.1     Omdat het hof een maatregel bekrachtigt, zal het hof verweerder op grond van artikel 48ac, eerste lid, Advocatenwet veroordelen in de kosten voor de procedure bij het hof conform de Richtlijn kostenveroordeling Hof van Discipline 2021:    
                                                                                                                              
a) € 50,- kosten van klaagster (forfaitair); 
b) € 1.000,- kosten van de Nederlandse Orde van Advocaten;
c) € 1.000,- kosten van de Staat.

9.2     Verweerder moet op grond van artikel 48ac lid 4 Advocatenwet het bedrag van € 50,- aan kosten van klager binnen vier weken na deze beslissing betalen aan klaagster. klaagster geeft binnen twee weken na de datum van deze beslissing haar rekeningnummer schriftelijk aan verweerster/verweerder door.

9.3     Verweerder moet op grond van artikel 48ac lid 4 Advocatenwet het bedrag van € 2.000,- binnen vier weken na deze uitspraak overmaken naar rekeningnummer lBAN: NL85 lNGB 0000 079000, BIC: INGBNL2A, Nederlandse Orde van Advocaten, Den Haag, onder vermelding van “kostenveroordeling hof van discipline" en het zaaknummer.


10    BESLISSING

Het Hof van Discipline:

10.1    vernietigt de beslissing van 6 januari 2025 van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden, genomen onder nummer 24-377/AL/MN, voor zover klachtonderdelen a), b), c) en d) geheel gegrond zijn verklaard;

en doet in zoverre opnieuw recht:

10.2    verklaart klachtonderdelen a), b), c) en d) deels gegrond;

10.3    bekrachtigt, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, de beslissing van 6 januari 2025 van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden, genomen onder nummer 24-377/AL/MN, voor het overige;

10.4    veroordeelt verweerder tot betaling van de kosten in de procedure bij het hof van € 50,- aan klaagster, op de manier en binnen de termijn zoals hiervóór bepaald; en

10.5     veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten in de procedure bij het hof van € 2.000,- aan de Nederlandse Orde van Advocaten, op de manier en binnen de termijn zoals hiervóór bepaald.


Deze beslissing is genomen door mr. drs. P. Fortuin, voorzitter, mr. drs. J.C.A.T. Frima en mr. G.C. Endedijk, leden, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2026.
 

griffier    voorzitter             

De beslissing is verzonden op 14 augustus 2026