ECLI:NL:TGZRSHE:2026:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9242
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:143 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 12-08-2026 |
| Datum publicatie: | 12-08-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2025/9242 |
| Onderwerp: | Onjuiste verklaring of rapport |
| Beslissingen: | Gegrond, (voorwaardelijke) schorsing inschrijving register |
| Inhoudsindicatie: | Een kleinzoon van een overleden patiënt klaagt erover dat de cardioloog een medische verklaring over de geestelijke gesteldheid van zijn grootvader heeft afgegeven, welke verklaring door familieleden in een erfrechtprocedure is gebruikt. Het tuchtcollege oordeelt dat de cardioloog, als voormalig behandelend arts, geen geneeskundige verklaring had mogen afgeven, het beroepsgeheim heeft geschonden en buiten zijn deskundigheid is getreden. Als maatregel wordt een voorwaardelijke schorsing van drie maanden met een proeftijd van twee jaar opgelegd met als bijzondere voorwaarde dat de cardioloog een cursus over omgaan met medische gegevens moet volgen. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’S-HERTOGENBOSCH
Beslissing van 12 augustus 2026 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klager,
gemachtigde: mr. Th. Goemans, werkzaam in Utrecht,
tegen
[C],
cardioloog, werkzaam in [B], verweerder,
gemachtigde: mr. A. Dekker, werkzaam in Amsterdam.
1. De zaak in het kort
1.1 Verweerder heeft na de dood van de grootvader van klager een medische verklaring
over de
grootvader opgesteld. De betreffende verklaring is door familieleden van de grootvader
in een
erfenisprocedure in ..... gebruikt. Klager meent dat sprake is van een
medische verklaring die door verweerder als voormalig behandelend arts niet had
mogen worden
afgelegd. Bovendien bevat de verklaring onjuistheden, is verweerder buiten zijn
expertise getreden
en heeft hij patiëntgegevens gebruikt waarover hij niet had mogen
beschikken.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en legt aan verweerder
een
maatregel op. Het college licht hierna toe hoe het tot dit oordeel is gekomen.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 12 november 2025;
- het verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 4 maart 2026;
- het proces-verbaal van het op 21 mei 2026 gehouden mondelinge vooronderzoek;
- een nadere bijlage van klager, ontvangen op 5 juni 2026.
2.2 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 19 juni 2026. De partijen zijn
verschenen.
Zij werden bijgestaan door hun gemachtigden. De partijen en hun gemachtigden hebben
hun standpunten
mondeling toegelicht. De gemachtigden hebben een pleitnotitie voorgelezen en aan
het college en de andere partij overhandigd.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Wijlen de grootvader van klager heeft klager bij levenstestament van
22 januari 2021 gemachtigd om zijn belangen op alle rechtsgebieden te behartigen.
De grootvader
heeft klager tevens benoemd tot zijn enige erfgenaam.
3.2 Verweerder was in de periode van eind 2015 tot begin 2016 cardioloog van de
grootvader. Op
verzoek van de kinderen van grootvader, waaronder de oom van klager en diens echtgenote,
heeft
verweerder een medische verklaring over de grootvader opgesteld. Die verklaring
dateert van …..,
dus van na het overlijden van grootvader op …...
3.3 In de verklaring is, voor zover thans van belang en letterlijk weergegeven, het
volgende
opgenomen:
“(…)
[Naam grootvader] (….. – …..) was bij mij onder behandeling wegens ernstig en chronisch
cardiaal lijden, waaronder gevorderd hartfalen. Bij patiënten met ernstig hartfalen
is bekend dat
dit kan leiden tot een verminderde doorbloeding van de hersenen (…). Dit kan zich
uiten in
cognitieve klachten zoals concentratieproblemen, geheugenstoornissen, vertraagde
informatieverwerking en verminderde alertheid.
In de laatste jaren van zijn leven heeft [naam grootvader] daarnaast meerdere
cerebrovasculaire accidenten (CVA’s) doorgemaakt, waarvan de eerste reeds in 2020
plaatsvond. Deze
gebeurtenissen gingen gepaard met een duidelijke afname van zijn lichamelijke en
geestelijke
belastbaarheid. Bij hem uitte zich dit in toenemende vergeetachtigheid en moeite
om informatie vast
te houden.
(…)
Bij oudere en kwetsbare patiënten kan polyfarmacie leiden tot een versterkt risico
op bijwerkingen
zoals verminderde alertheid, duizeligheid, concentratiestoornissen, geheugenproblemen
en episodes
van verwardheid. Ook bij [naam grootvader] zijn dergelijke verschijnselen in de
praktijk
waargenomen, waardoor zijn zelfstandige cognitieve functioneren verder werd beperkt.
Vanaf 2022 zijn bij de huisarts geheugenklachten expliciet vastgelegd. Binnen onze
eigen
diagnostiek waren dergelijke beperkingen echter al aanzienlijk eerder, vanaf 2016,
zichtbaar.
Tijdens consulten bleek herhaaldelijk dat [naam grootvader] geen antwoord kon geven
op vragen die
essentieel waren voor zijn behandeltraject. Vaak vergat hij kort daarvoor verstrekte
informatie of
kon hij uitleg niet in eigen woorden navertellen.
Een belangrijk gegeven is bovendien dat [naam grootvader] analfabeet was. (…) Het
analfabetisme
vergrootte zijn kwetsbaarheid en afhankelijkheid in hoge mate (…).
Ik heb (…) regelmatig waargenomen dat [naam grootvader] beleefd “ja” knikte wanneer
hem werd
gevraagd of hij de uitleg had begrepen. Zodra hem echter werd gevraagd om de informatie
in eigen
woorden te herhalen, viel hij stil en verwees hij vrijwel direct naar zijn zoon
(…).
Binnen onze kliniek werd [naam grootvader] dan ook herkend als een cognitief ernstig kwetsbare,
analfabete en labiele patiënt (…). Zijn zelfstandige besluitvorming was hierdoor duidelijk
beperkt.
(…)”
3.4 De verklaring van verweerder is in ..... gebruikt in een juridische procedure
over de
erfenis.
4. De klacht en de reactie van verweerder
4.1 In verband met het opstellen van de medische verklaring wordt verweerder verweten:
a) een misleidende en onjuiste medische verklaring te hebben afgegeven;
b) te hebben gehandeld buiten zijn deskundigheid; verweerder had helemaal geen medische
verklaring
mogen opstellen;
c) schending van de dossierplicht en de geheimhoudingsplicht;
d) ongeoorloofd gebruik van patiëntgegevens;
e) belangenverstrengeling en schending van zijn onafhankelijkheid.
4.2 Verweerder heeft het college verzocht klager niet-ontvankelijk te verklaren dan
wel de klacht
ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1 De vraag is of verweerder de zorg heeft verleend die van hem mocht worden
verwacht. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende cardioloog. Bij de beoordeling
wordt
rekening gehouden met de voor verweerder geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden.
Is klager niet-ontvankelijk?
5.2 Het college begrijpt dat verweerder primair heeft willen aanvoeren dat klager
niet gerechtigd
is om een klacht in te dienen omdat hij de kleinzoon van de grootvader is en niet
de zoon.
5.3 Het college stelt voorop dat klager een medische volmacht heeft gekregen van
de grootvader.
De volmacht is afdoende om namens de grootvader de onderhavige klacht in te dienen
bij het college.
5.4 Het is niet ongebruikelijk dat patiënten afnemende capaciteiten in hun laatste
levensfase
voorzien en daarvoor voorzieningen treffen als, bijvoorbeeld, het afgeven van een
machtiging. Een
dergelijke machtiging is niet tijdelijk van aard. Dat de grootvader deze machtiging
aan klager
heeft gegeven, geeft aan dat de grootvader klager in staat achtte om zijn belangen
te behartigen.
Daarmee moet ook worden aangenomen dat klager de wil van de grootvader vertegenwoordigt.
Verweerder heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die ertoe zouden moeten
leiden dat in dit geval klager geen klachtrecht zou toekomen.
Inhoudelijke beoordeling
5.5 Met betrekking tot de inhoudelijke beoordeling geldt het volgende. Het college
houdt bij de
beoordeling rekening met de KNMG Richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’, versie
2021. Hoofdstuk
7.8 van die richtlijn luidt:
“(…) Behandelend artsen geven geen -geneeskundige verklaringen af voor eigen patiënten.
Dergelijke
verklaringen mogen alleen worden afgegeven door een onafhankelijke arts.
Een behandelend arts mag wel, met toestemming van de patiënt, feitelijke medische
informatie
verstrekken voor een -geneeskundige verklaring.
Wat is een geneeskundige verklaring:
Een geneeskundige verklaring:
- is een (schriftelijke) verklaring die door een arts is opgesteld;
- bevat een waardeoordeel over een patiënt en diens geschiktheid om bepaalde dingen
wel of niet te
doen. Dat oordeel is gebaseerd op medische gegevens;
- dient een ander doel dan behandeling of begeleiding. (…)”
5.6 Het college zal de klachtonderdelen gezamenlijk behandelen nu deze alle zien
op de inhoud van
de medische verklaring.
5.7 Als eerste moet het college beoordelen of de schriftelijke verklaring die verweerder
heeft
afgegeven aangemerkt moet worden als een geneeskundige verklaring in de zin van
de KNMG-richtlijn
zoals hierboven weergegeven. Het college oordeelt dat dit zo is. De verklaring is
opgesteld door
een arts en diende een ander doel dan behandeling of begeleiding. Inhoudelijk is
de verklaring
bovendien een waardeoordeel over de grootvader zoals in de richtlijn is bedoeld.
De informatie over
de geestelijke gesteldheid van de grootvader en zijn enorme afhankelijkheid, is
geen zuiver
feitelijke informatie maar bevat een oordeel van verweerder over de grootvader.
5.8 De richtlijn is duidelijk: een behandelend arts mag een dergelijke verklaring
niet afgeven
voor eigen patiënten. Dat mag alleen een onafhankelijke arts doen. Een behandelend
arts mag wel,
met toestemming van de patiënt, feitelijke medische informatie verstrekken voor
een geneeskundige
verklaring, maar van dergelijke feitelijkheden blijkt niet uit de verklaring. Nog
los daarvan
blijkt uit de verklaring ook niet dat de grootvader hier ooit zelf toestemming voor
heeft gegeven.
Dat verweerder ten tijde van het afgeven van de verklaring niet meer de behandelend
arts was, doet
aan het voorgaande niet af. Immers, verweerder lijkt in deze verklaring juist te
putten uit
gegevens die hij destijds als behandelend arts had verzameld. Het college stelt
overigens vast dat
verweerder zich in de verklaring presenteert als behandelend arts en geen enkel
voorbehoud maakt
met betrekking tot zijn bemoeienis als behandelend arts. Verweerder laat in zijn
verklaring zelfs
de indruk bestaan dat hij tot aan het overlijden van de grootvader de behandelend
arts is geweest. Dat alleen is al een duidelijke contra-indicatie om een medische
verklaring af te leggen zoals ook is opgenomen in de KNMG-richtlijn.
5.9 Dat verweerder, zoals hij zelf aanvoert, enkel feitelijke medische informatie
heeft gegeven
over de periode dat hij behandelend arts was, kan het college niet volgen. Zoals
zojuist aangegeven
laat verweerder in zijn verklaring uitdrukkelijk de indruk ontstaan als ware hij
nog steeds de
behandelaar van grootvader en presenteert hij omstandigheden als door hem vastgestelde
omstandigheden in de recente periode voorafgaand aan het overlijden van grootvader.
Verweerder
wijst op de recente CVA’s die grootvader had doorgemaakt zonder op enigerlei wijze
te vermelden dat
hij toen niet meer de behandelaar was of deze CVA’s niet zelf heeft vastgesteld.
Ook benoemt
verweerder dat in 2022 door de huisarts geheugenklachten expliciet zijn vastgelegd,
hetgeen de
indruk doet ontstaan alsof verweerder in die tijd contact zou hebben gehad met de
huisarts, dan wel
ten minste inzage heeft gehad in het medisch dossier van de grootvader terwijl daarvoor
door klager
geen toestemming was gegeven, noch door de grootvader. In al deze onderdelen kan
in ieder geval op
geen enkele manier worden gesproken over feitelijke medische informatie die, met
toestemming van
patiënt, is weergegeven.
5.10 Het college stelt daarnaast vast dat verweerder zich kennelijk als deskundige
en
onafhankelijk arts heeft willen presenteren. Verweerder merkt immers op dat zijn
verklaring is
gebaseerd op zijn medische opleiding en ervaring als cardioloog, zijn kennis van
het ziektebeeld
hartfalen en zijn professionele inzicht in de samenhang tussen hartfalen en cognitieve
kwetsbaarheid. Verweerder heeft echter bij gelegenheid van de zitting aangegeven
niet
wetenschappelijk opgeleid te zijn in de cognitieve kwetsbaarheid van ouderen.
5.11 Zijn kennis is vooral gebaseerd op jarenlange ervaring en met anderen gedeelde
interesse op
dat gebied. Hoewel enige ervaring verweerder zeker kan worden nagegeven, maakt hem
dat nog niet een
expert op het gebied van cognitieve kwetsbaarheid bij ouderen. Juist in deze casus,
waarbij
tegelijkertijd sprake was van een taalbarrière, had van verweerder die meent een
dergelijke
expertise wel te hebben, een grote terughoudendheid mogen worden verwacht met betrekking
tot de
conclusie dat het hartfalen ook een cognitieve kwetsbaarheid met zich bracht. Immers,
het was zeker
niet uit te sluiten dat een gebrek aan begrip ook en vooral was gelegen in een taalbarrière
en het
lastig kunnen vertalen van medische termen. Verweerder had zich daarvan bewust kunnen
en moeten
zijn en zich in die zin zeer terughoudend moeten opstellen, zo hij al een verklaring
had mogen
afgeven, maar hiervan is niet gebleken.
5.12 Dat verweerder zelf erop zou hebben gewezen dat enkel sprake was van observaties
gedurende de
behandelperiode, is voor het college onnavolgbaar. Enerzijds presenteert verweerder
zich kennelijk
als onafhankelijk arts en anderzijds baseert hij zich op gegevens die hem als behandelend
arts
bekend waren. Kennelijk heeft verweerder onvoldoende voor ogen dat hier een onaanvaardbare
verstrengeling van belangen aan de orde is, reden waarom de KNMG-richtlijn juist
is opgesteld. Verweerder was en is geen onafhankelijk arts als bedoeld in de richtlijn.
5.13 Het college neemt het verweerder bovendien kwalijk dat hij onduidelijkheid laat
bestaan over
zijn bemoeienis na februari 2016 in de verklaring. Van een arts mag worden verwacht
dat hij helder
en transparant weergeeft op grond van welke informatie hij tot zijn conclusie is
kunnen komen. Het
gaat immers niet om algemene medische uitgangspunten, maar juist om de vraag hoe
hij bij déze
patiënt tot die conclusie is kunnen komen. Dat verweerder de verklaring enkel heeft
willen afgeven
omdat de familie angst had dat er sprake was van erfelijke factoren kan het college
ten slotte ook
niet volgen. De verklaring rept met geen woord over mogelijke erfelijke aandoeningen.
Dat
verweerder er niet van op de hoogte was dat sprake was van een familiair conflict
of van enig
financieel belang voor de familieleden, doet aan het voorgaande niet af, zodat hieraan
wordt
voorbij gegaan. Het college acht de klacht in al haar onderdelen gegrond.
Slotsom en maatregel
5.14 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht gegrond
zijn en dat aan
verweerder een maatregel moet worden opgelegd. Bij de hoogte van de maatregel neemt
het college het
volgende in aanmerking. Het college stelt vast dat verweerder niet lijkt in te zien
dat het afgeven
van een medische verklaring aan voorwaarden is verbonden. Hoewel verweerder de belangen
van de
grootvader zegt te hebben willen waarborgen, heeft verweerder met de grootvader
helemaal geen
contact meer gehad nadat hij hem in 2016 had doorverwezen. Verweerder had kennelijk
enkel nog
contact met een van de zoons van de grootvader. Verweerder heeft er op geen enkele
manier blijk van
gegeven in te zien dat hij met het afgeven van een dergelijke verklaring de grenzen
van wat van een
arts mag worden verwacht, overschreed. Het gebrek aan zelfreflectie naast het gebrek
aan inzicht in
de reikwijdte van het beroepsgeheim, zijn ernstige tekortkomingen daar waar het
de professionele
verplichtingen van een arts betreft. Het baart het college zorgen dat verweerder
niet doordrongen
lijkt van de impact van de schending van het beroepsgeheim en de wijze waarop een
medische
verklaring al dan niet kan worden afgegeven. Ook aangenomen dat de familie van de
grootvader
verweerder enkel had gevraagd naar erfelijke factoren, had verweerder zich juist
in een situatie
van een oudere patiënt, die inmiddels was overleden, ervan bewust kunnen en moeten
zijn dat zijn
verklaring voor een ander doel zou kunnen worden ingezet. Temeer nu verweerder in
de verklaring met
geen woord heeft
gerept over eventuele erfelijke factoren en zich uitsluitend heeft uitgelaten over
de cognitieve
kwetsbaarheid van de grootvader. Dat verweerder ook tijdens de zitting niet lijkt
in te zien dat
hij met het afgeven van de medische verklaring tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft
gehandeld, acht
het college zeer zorgwekkend. Het college voorziet dat verweerder zich een volgende
keer weer als
behandelend arts zal laten verleiden tot het afgeven van een medische verklaring
die tot problemen
kan leiden.
5.15 Samengevat oordeelt het college dat de wijze waarop verweerder in de onderhavige kwestie heeft geacteerd en het gebrek aan inzicht in de laakbaarheid van zijn handelen, dusdanig ernstig, verwijtbaar en zorgwekkend is dat niet kan worden volstaan met een berisping. Het college zal daarom een voorwaardelijke schorsing opleggen voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaar met als bijzondere voorwaarde dat verweerder een cursus of een training moet volgen waarbij specifiek aandacht is voor het omgaan met medische gegevens.
Publicatie
5.16 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen
belang is erin
gelegen dat andere zorgverleners mogelijk iets van deze zaak kunnen leren. De publicatie
zal
plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare
gegevens.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht gegrond;
- legt verweerder de maatregel op van een schorsing van drie maanden;
- bepaalt dat deze maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij het college
later anders
mocht bepalen omdat verweerder voor het einde van een proeftijd van twee jaar:
o zich schuldig heeft gemaakt aan enig handelen of nalaten dat in strijd is met
de zorg die hij als
cardioloog behoort te betrachten of in strijd is met hetgeen een behoorlijk cardioloog
betaamt; en
o zich niet heeft gehouden aan de navolgende bijzondere voorwaarde:
▪ verweerder volgt een cursus dan wel training met het thema omgaan met medische
gegevens, een en
ander in overleg tussen verweerder en de Inspectie vorm te geven;
▪ verweerder informeert, binnen een door de Inspectie te bepalen termijn, de Inspectie
over deze
cursus, geeft de Inspectie toestemming om informatie in te winnen over de voortgang
van de cursus
en informeert de Inspectie als de cursus is afgebroken, gestopt of afgerond;
- draagt de Inspectie op toezicht te houden op de bijzondere voorwaarde;
- bepaalt dat de proeftijd ingaat op de dag dat deze beslissing onherroepelijk
is geworden;
- bepaalt dat de proeftijd uitsluitend loopt gedurende de periode dat verweerder
in het register
is ingeschreven en bevoegd is de daaraan verbonden bevoegdheden uit te oefenen;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding
van namen
of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt
en ter
publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact.
Deze beslissing is gegeven door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk, voorzitter,
C.M.H.M. van Lent, lid-jurist, W.P. Vandertop, H. van Santbrink en M.C.E. van den
Heuvel,
leden-beroepsgenoten, bijgestaan door T.G. Nijenkamp, secretaris, en in het openbaar
uitgesproken door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk op 12 augustus 2026.