ECLI:NL:TGZRZWO:2026:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9456

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2026:132
Datum uitspraak: 10-08-2026
Datum publicatie: 10-08-2026
Zaaknummer(s): Z2025/9456
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Kennelijk ongegronde klacht van een klager tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat deze zijn dossier heeft vervalst. Geen bewijs voor de stelling dat de huisarts valse informatie aan het dossier heeft toegevoegd.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

ZWOLLE

Voorzittersbeslissingvan 10 augustus 2026 op de klacht van:

A,

wonende in B,

klager,

tegen

C,

huisarts,

werkzaam in B,

verweerster, hierna ook: de huisarts,

gemachtigde mr. V.C.A.A.V. Daniels, werkzaam in Utrecht.

1. De zaak in het kort

Klager stelt dat de huisarts zijn medische dossier heeft vervalst door in korte tijd 186 “entries” door te voeren op naam van een andere huisarts, ter voorbereiding van een crisismelding over klager. Er is ook andere valse informatie over klager in het dossier terecht gekomen. Verweerder betwist dat hij het dossier heeft vervalst. Er bestond ook geen intentie om een verzoek in te dienen op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De voorzitter komt tot de slotsom dat klagers stelling dat zijn dossier door verweerder werd vervalst niet wordt gedragen door de feiten die hij aanvoert. De voorzitter acht de klacht kennelijk ongegrond.

2. De procedure

De voorzitter beschikt over de volgende stukken:

  • de klacht, ontvangen op 16 december 2025;
  • de brief met vragen van de secretaris van het college d.d. 5 februari 2026;
  • de aanvulling op de klacht, ontvangen op 23 februari 2026;
  • het verweerschrift ontvangen op 13 april 2026;
  • de repliek, ontvangen op 11 mei 2026;
  • de dupliek, ontvangen op 30 juni 2026.

3. De feiten

Klager is op 11 september 2024 ingeschreven in de huisartsenpraktijk van verweerder. Daarnaast was hij ook nog patiënt in een andere huisartsenpraktijk. Op 1 april 2025 is het dossier van die andere praktijk overgedragen aan de praktijk van verweerder. Dit digitale dossier werd geüpload in en samengevoegd met het digitale dossier bij verweerder. Op 12 april 2025 wenste klager te worden overgeschreven naar een andere praktijk. Het digitale dossier werd aan deze praktijk overgedragen. Op 13 november 2025 gaf klager aan dat hij weer wilde worden ingeschreven bij de praktijk van verweerder, waarna het digitale dossier opnieuw digitaal werd overgedragen. Per
10 november 2025 bleek klager zich ook te hebben ingeschreven bij een andere huisartsenpraktijk, waardoor er enige tijd twee huisartsendossiers actief waren.

4. De klacht en het verweer

4.1       Klager stelt dat de huisarts zijn medische dossier heeft vervalst door in korte tijd 186 “entries” door te voeren op naam van een andere huisarts, die klager nooit heeft gezien, ter voorbereiding van een Wvggz procedure. Verweerder zou ook onjuiste diagnoses en andere onjuiste informatie hebben toegevoegd.

In repliek heeft klager het college nog verzocht bij de beoordeling te betrekken dat verweerder de huisartsendossiers van twee andere huisartsenpraktijken niet integraal aan het college had hoeven over te leggen.

4.2       Verweerder ontkent het dossier van klager te hebben vervalst. Hij heeft beschreven (weergegeven onder de feiten) hoe er verschillende keren digitale dossiers van klager bij huisartsenpraktijken overgedragen en digitaal samengevoegd werden. Door het geautomatiseerde systeem is automatisch de naam van de vorige huisarts gekoppeld aan vroegere contacten. Deze informatie is echter voor opvolgende huisartsen irrelevant. Er wordt niet naar gekeken. Dit gegeven heeft dus geen betekenis voor het onderbouwen van een tuchtklacht, aldus verweerder.

5. De beoordeling

5.1       De voorzitter is van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

5.2       Klager heeft gesteld dat verweerder valse informatie aan het dossier heeft toegevoegd met het oog op een Wvggz-procedure. Voor die stelling heeft de voorzitter geen bewijs gevonden. Verweerder heeft in de ogen van de voorzitter aannemelijk gemaakt dat er door de opeenvolgende digitale overdrachten (en samenvoegingen) van klagers dossier door het systeem automatisch namen zijn gekoppeld. Dat kan op een patiënt een vreemde indruk maken, maar dat een huisarts dit opzettelijk zou doen om een dwangmachtiging voor een patiënt gemakkelijker te maken, valt niet in te zien. De naam van een vroegere huisarts is immers niet relevant voor de toepassing van de Wvggz.

Ook overigens ziet de voorzitter geen bewijs voor de aanname dat verweerder bewust onjuiste informatie aan het dossier heeft toegevoegd.

5.3       Bij repliek heeft klager nog uitvoerig betoogd waarom er volgens hem wel sprake is van manipulatie van het dossier. Het verweer van de huisarts zou namelijk zijn gebaseerd op de aanname dat de zogeheten groene kaart slechts de “presentatielaag” van het dossiersysteem is, maar niet het brondocument. Verweerder heeft dit bestreden en aangevoerd dat de groene kaart de enige weergave is waarin huisartsen werken en bij de overdracht van andere praktijken ontvangen. Wat daarvan zij, ook al zou de voorzitter meegaan in de lezing van klager dat er ook nog digitale brondocumenten bestaan dan nog vormt dit geen bewijs van bewuste manipulatie door verweerder van klagers dossier. De verklaring dat het digitale dossier is aangepast door de herhaalde digitale overdrachten en samenvoegingen, is een met feiten onderbouwde en ook meer aannemelijke verklaring dan de vergaande theorie die klager volgt en die niet door duidelijk bewijs wordt gedragen.

5.4       Over het overleggen van de integrale huisartsendossiers in de procedure overweegt de voorzitter als volgt. Een zorgverlener die zich geconfronteerd ziet met een tuchtklacht van een patiënt mag ter onderbouwing van zijn verweer (stukken uit) het medisch dossier van de betreffende patiënt aan het tuchtcollege overleggen, mits het gebruik van deze gegevens voor het verweer wel binnen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit blijft. De voorzitter is van oordeel dat dit het geval is. Klager beschuldigt de huisarts van grootschalige dossiermanipulatie. Daarbij is het patiëntendossier van klager verschillende malen overgedragen, wat het complex maakt het overzicht te krijgen. Dat de huisarts zoveel mogelijk stukken heeft overgelegd is onder deze omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

6.    De beslissing

De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 10 augustus 2026 door P.A.H. Lemaire, voorzitter, bijgestaan door, M. Keukenmeester, secretaris.

secretaris                                                                                                                          voorzitter

Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

  1. Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
  • het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
  • als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
  • het college kennelijk onbevoegd is, of
  • voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
     

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

  1. Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
  1. Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.


U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.
 

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.