ECLI:NL:TGZRZWO:2026:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9455
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:131 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 10-08-2026 |
| Datum publicatie: | 10-08-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/9455 |
| Onderwerp: | Schending beroepsgeheim |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Kennelijk ongegronde klacht van een klager tegen een huisarts over het delen van informatie met een derde, het afwijzen van klager als patiënt en het onterecht aanpassen van het dossier. Klager stelt dat de huisarts medische informatie over hem heeft gedeeld met een derde, dat zij hem heeft afgewezen als patiënt en dat zij onterecht dossieraanpassingen heeft gedaan. De huisarts voert aan dat zij geen betrokkenheid heeft gehad bij de handelingen waarover wordt geklaagd, maar dat een praktijkmedewerker deze heeft verricht. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Voorzittersbeslissingvan 10 augustus 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klager,
tegen
C,
huisarts,
werkzaam in B,
verweerster, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde mr. M.X. Backers, Stichting VvAA-Rechtsbijstand.
1. De zaak in het kort
Klager stelt dat de huisarts medische informatie over hem heeft gedeeld met een derde, dat zij hem heeft afgewezen als patiënt en dat zij onterecht dossieraanpassingen heeft gedaan. De huisarts voert aan dat zij geen betrokkenheid heeft gehad bij de handelingen waarover wordt geklaagd, maar dat een praktijkmedewerker deze heeft verricht. De voorzitter van het tuchtcollege oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is. De huisarts treft in dit geval geen verwijt voor de handelingen van een praktijkmedewerker.
2. De procedure
De voorzitter beschikt over de volgende stukken:
- de klacht, ontvangen op 16 december 2025;
- het verweerschrift, ontvangen op 3 april 2026;
- de repliek, ontvangen op 11 mei 2026.
3. De feiten
Klager heeft zich op 9 november 2025 ingeschreven als patiënt in de huisartsenpraktijk van verweerster. Een administratief medewerker heeft klager op 20 november 2025 weer uitgeschreven toen bleek dat klager ook nog stond ingeschreven bij een andere huisartsenpraktijk en aan die praktijk de voorkeur gaf. Klagers dossier werd toen overgedragen aan de andere praktijk. Op 25 november 2025 schreef klager zich opnieuw in bij de praktijk van verweerster. Omdat klager zelf niet bereikbaar was, heeft de medewerker contact opgenomen met klagers begeleider. Klager stond namelijk nog ingeschreven bij een andere praktijk. Klager werd per e-mail d.d. 3 december 2025 geïnformeerd dat zijn inschrijving in de praktijk van verweerster niet werd geaccepteerd.
4. De klacht en het verweer
4.1 Klager is het er niet mee eens dat er zonder zijn toestemming contact is gezocht met zijn begeleider, waarbij in strijd met het beroepsgeheim informatie over hem is besproken. Verder meent hij dat er sprake is van zorgweigering omdat hij ten onrechte niet werd geaccepteerd in de praktijk van verweerster. Klager meent tot slot dat er een groot aantal onterechte wijzigingen in het medisch dossier is aangebracht.
4.2 Verweerster merkt op dat zij zelf geen contact heeft gehad met klager of diens begeleider. Juist is dat de administratieve medewerker eenmalig contact heeft gehad met klagers begeleider, omdat zij klager niet persoonlijk kon bereiken. Hiervoor kan verweerster niet tuchtrechtelijk worden aangesproken. Zij is hier zelf niet bij betrokken geweest. Ook kan niet worden gesproken van structurele administratieve tekortkomingen die haar als huisarts tuchtrechtelijk zouden kunnen worden toegerekend. Het gaat immers om een eenmalig incident. Van zorgweigering is geen sprake geweest, omdat klager al was ingeschreven bij een andere praktijk. De wijzigingen in het dossier betreffen de ordening van het dossier door de administratief medewerker. Verweerster is daarbij niet betrokken geweest, zodat haar ook op dat punt geen blaam treft.
5. De beoordeling
5.1 De voorzitter is van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.
5.2 De door verweerster gestelde gang van zaken wordt bevestigd door de dossierstukken. Verweerster is tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor haar eigen handelen. Van concrete instructies van verweerster aan de administratief medewerker is niet gebleken. Ook is niet gebleken van een onjuiste inrichting van het werkproces in de praktijk die tot het door klager bedoelde handelen heeft geleid. Bij repliek heeft klager nog een transcriptie overgelegd van een telefoongesprek tussen hem en zijn trajectbegeleider d.d. 26 november 2025. Hiermee wil hij aantonen dat de trajectbegeleider wel degelijk contact heeft gehad met de huisarts zelf. De secretaris heeft klager per brief van 3 juni 2026 en later per e-mail van 22 juni 2026 verzocht de (volledige) opname van het gesprek en de (volledige) transcriptie te overleggen. Klager heeft aan dit verzoek niet voldaan. Dit betekent dat de juistheid van de inhoud van de door klager gegeven transcriptie niet is te verifiëren. Bovendien is niet duidelijk in welke context het gestelde telefoongesprek plaats heeft gevonden en waar de in repliek geciteerde passages nu daadwerkelijk over gingen. Uit het voorgaande volgt dat de door klager overgelegde transcriptie onvoldoende onderbouwing is voor de conclusie dat de huisarts zelf zonder toestemming van klager contact heeft gehad met de trajectbegeleider.
6. De beslissing
De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 10 augustus 2026 door P.A.H. Lemaire, voorzitter, bijgestaan door, M. Keukenmeester, secretaris.
secretaris voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.