ECLI:NL:TGZCTG:2026:162 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3148

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2026:162
Datum uitspraak: 03-08-2026
Datum publicatie: 06-08-2026
Zaaknummer(s): C2026/3148
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Gegrond, waarschuwing
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een psychiater. Klaagster is tweemaal door de psychiater gezien voor een second opinion in het kader van een euthanasietraject. Klaagster maakt de psychiater verwijten over de inhoud van de verslagen van beide second opinions, de verzending van het verslag van de tweede second opinion en haar communicatie per e-mail. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft de klacht deels gegrond verklaard en de fysiotherapeut de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2026/3148 van:
A., wonende te B.,
klaagster in beide instanties,
hierna: klaagster,
tegen
C., psychiater, destijds werkzaam te D.,
verweerster in beide instanties, 
hierna: de psychiater,
gemachtigde: mr. T.A.M. van Oosterhout, werkzaam te Utrecht.
    
1.    Kern van de zaak
1.1    Klaagster is tweemaal door de psychiater gezien voor een second opinion in het kader van een euthanasietraject. Klaagster maakt de psychiater verwijten over de inhoud van de verslagen van beide second opinions, de verzending van het verslag van de tweede second opinion en haar communicatie per e-mail.

1.2    Het Regionaal Tuchtcollege in Zwolle heeft de klacht deels gegrond verklaard en de psychiater de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege, zodat het beroep niet slaagt.

2.    Verloop van de procedure
2.1    Klaagster heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege in Zwolle met nummer Z2024/7903 (ECLI:NL:TGZRZWO:2025:158). 

2.2    Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het door het Regionaal Tuchtcollege samengestelde procesdossier, het beroepschrift en het verweerschrift in beroep. 

2.3    De zaak is op de zitting van 24 juni 2026 behandeld. Klaagster en de psychiater waren beiden aanwezig bij de zitting, waarbij klaagster via een video-verbinding deelnam en haar spreekaantekeningen van te voren aan het college had gestuurd. De psychiater werd bijgestaan door haar gemachtigde, mr. van Oosterhout. De spreekaantekeningen van klaagster zijn aan het dossier toegevoegd.

3.    Feiten
3.1    Ter beoordeling van een verzoek tot euthanasie van klaagster heeft de psychiater in opdracht van het Expertisecentrum Euthanasie (hierna: Expertisecentrum) klaagster in het kader van een second opinion onderzocht op 4 april 2022. Hiervan heeft zij op 11 april 2022 een verslag gemaakt. Ten aanzien van de diagnose heeft de psychiater onder meer geconcludeerd:

“Naast de PTSS klachten is er dus tevens sprake van persoonlijkheidsproblematiek met narcistische, theatrale en borderline trekken. Vriendelijker is het om te zeggen dat er sprake is van complexe PTSS.”

Daarnaast heeft de psychiater geconcludeerd dat voor klaagster geen enkele behandeling meer acceptabel is, omdat klaagster zeer stellig is in haar besluit om geen psychiatrische behandeling te willen. De psychiater heeft klaagster wilsbekwaam geacht ten aanzien van haar euthanasieverzoek.

3.2    Op 19 september 2024 heeft de psychiater een herhaalde second opinion verricht. In het verslag hiervan (van 23 september 2024) komt de psychiater tot dezelfde conclusies ten aanzien van diagnose, acceptabele behandelopties en de wilsbekwaamheid van klaagster als in het verslag van 11 april 2022.

3.3      Bij het versturen van het verslag van 23 september 2024 aan klaagster heeft de psychiater aanvankelijk een verkeerd adres gebruikt. Nadat klaagster de psychiater hierop attendeerde, heeft de psychiater het rapport vervolgens op klaagsters verzoek per (onbeveiligde) e-mail gestuurd.

3.4    In verband met de declaratie van de werkzaamheden omtrent de tweede second opinion heeft de psychiater aan klaagster op 11 november 2024 de volgende e-mail gestuurd:

“Beste mevrouw A., 

Hoe is het met u? Heeft u alweer contact gehad met [artsen Expertisecentrum Euthanasie] en bent u tot een geschikte datum voor uw overlijden gekomen? Ik realiseer me dat u wellicht mogelijk al overleden bent op dit moment.

Ik benader u om een bijzonder triviale reden:
Bij het declareren van de second opinion heeft de zorgverzekeraar per abuis een bedrag aan u overgemaakt in plaats van aan mij. Het gaat om een bedrag van € 237,24. Ik kan me voorstellen dat u daar inmiddels een goede bestemming voor heeft gevonden, maar mocht dit niet het geval zijn, dan zou ik het op prijs stellen als u het bedrag naar mij zou willen overmaken, omdat het hier gaat om (een deel van) de declaratie bij uw verzekeraar voor de second opinion die ik heb gedaan.
U mag het bedrag overmaken naar
(…)

Ik hoor graag van u mocht deze mail u nog bij leven bereiken.”

4.    Het beroep

Waar gaat het in beroep over 
4.1    Klaagster verwijt de psychiater dat:
a)    de inhoud van zowel het verslag van de second opinion van 11 april 2022 als van het verslag van de second opinion van 23 september 2024 niet zorgvuldig is; 
b)    zij het verslag van de second opinion van 23 september 2024 naar een verkeerd huisnummer heeft gestuurd;
c)    zij bij de verzending van het second opinion verslag van 23 september 2024 per e-mail geen beveiligde omgeving heeft gebruikt; 
d)    zij klaagster op 11 november 2024 een e-mail heeft gestuurd, waarvan de inhoud zeer kwalijk is. 

4.2    Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen b) en c) gegrond verklaard en aan de psychiater de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klachtonderdelen a) en d) zijn ongegrond verklaard.

4.3    Klaagster is het voor wat betreft de ongegrond verklaarde klachtonderdelen niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Tijdens de zitting heeft zij toegelicht dat zij haar beroep beperkt tot de ongegrondverklaring van klachtonderdeel d). 

4.4    De psychiater heeft zich neergelegd bij de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en de waarschuwing. Wel heeft ze naar aanleiding van het beroepschrift in beroep gemotiveerd verweer gevoerd. Zij vraagt het beroep van klaagster te verwerpen. 

Toetsingskader
4.5    Het Centraal Tuchtcollege moet beoordelen of de psychiater heeft gehandeld zoals van haar verwacht mocht worden. De norm hiervoor is een redelijk bekwame en redelijk handelend psychiater. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor haar geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter of anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.

Inhoudelijke beoordeling
4.6    De kern van de klacht is dat klaagster de e-mail van de psychiater van 11 november 2024 heeft ervaren als ongepast, respectloos, kwetsend en zonder enig begrip voor klaagster en de kern van het hoger beroep is dat het Regionaal Tuchtcollege hier ten onrechte geen enkel oog voor had.

4.7    Bij de beoordeling van de klacht stelt het Centraal Tuchtcollege voorop dat een euthanasietraject een hoge mate van zorgvuldigheid vraagt met oog voor de kwetsbaarheid van alle betrokkenen. Een zorgvuldige communicatie is hier een onderdeel van en klaagster heeft gemotiveerd toegelicht hoezeer de bewoordingen in de e-mail haar hebben geraakt.

4.8    Daar staat tegenover dat niet elke gedraging die als kwetsend wordt ervaren tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De vraag die het Centraal Tuchtcollege moet beantwoorden, is of de inhoud van de e-mail van 11 november 2024 zodanig onzorgvuldig is dat die de psychiater tuchtrechtelijk kan worden aangerekend.

4.9    Het Centraal Tuchtcollege beantwoordt deze vraag ontkennend. Het is ongelukkig dat de psychiater de aanwijzing heeft opgevolgd die zij van de zorgverzekeraar kreeg om zelf het bedrag dat de zorgverzekeraar ten onrechte aan klaagster had overgemaakt terug te vragen en dat zij via e-mail contact heeft opgenomen met klaagster. De psychiater is het hier achteraf ook mee eens. Zij heeft tijdens de zitting in beroep erkend dat zij deze kwestie anders had moeten aanpakken.

4.10    Het Centraal Tuchtcollege volgt klaagster echter niet in het verwijt dat de tekst van de e-mail respectloos en zonder enig begrip voor klaagster is. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat uit de tekst blijkt dat de psychiater heeft geprobeerd om op een respectvolle en voorzichtige wijze de kwestie van het ten onrechte ontvangen bedrag aan te kaarten in de e-mail. Dat zij hierbij tot driemaal toe refereert aan de mogelijkheid dat klaagster inmiddels overleden kan zijn, is gezien de context waarin zij klaagster heeft gesproken niet helemaal onbegrijpelijk. Zij heeft immers in beide second opinions geconcludeerd dat klaagster voor wat betreft haar euthanasiewens wilsbekwaam was. De datum van de uitvoering van de euthanasie was een belangrijk onderdeel van de gesprekken die daarover zijn gevoerd. Dat de wijze waarop de psychiater haar e-mail heeft verwoord door klaagster is ervaren als uiterst kwetsend, is spijtig en had de psychiater wellicht kunnen voorzien, maar kan haar niet tuchtrechtelijk worden verweten. 

Conclusie
4.11    Uit de overwegingen hiervoor volgt dat klachtonderdeel d) terecht ongegrond is verklaard.

Publicatie
4.12    Met het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat het algemeen belang gediend is met publicatie van deze beslissing en bepaalt daarom dat deze beslissing wordt bekend gemaakt zoals in het dictum staat vermeld.

5.    Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg: verwerpt het beroep; bepaalt dat deze beslissing op de voet van artikel 71 Wet BIG zal worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant, en zal worden aan¬geboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie en Medisch Contact met het verzoek tot plaatsing.

Deze beslissing is genomen door Z.J. Oosting, voorzitter, S.M. Evers en M.W. Zandbergen, leden-juristen, en I.A. de Boer en M.C. ten Doesschate, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door C.J.M. Manders, secretaris.
  
Uitgesproken ter openbare zitting van 3 augustus 2026.

        Voorzitter w.g.                Secretaris w.g.