Zoekresultaten 1-50 van de 5278 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:115 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3178 herziening

    Klager heeft bij het Centraal Tuchtcollege op de voet van artikel 52 Wet BIG een verzoek ingediend tot herziening van de beslissing van het Centraal Tuchtcollege van 26 november 2025. Het Centraal Tuchtcollege concludeert dat alleen om herziening kan worden verzocht door degene over wie is geklaagd. Daarnaast is herziening bedoeld om een beslissing te herstellen die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt en niet voor een hernieuwde discussie over uitspraken. Op basis hiervan heeft het Centraal Tuchtcollege verzoeker (klager) niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot herziening van de beslissing van 26 november 2025

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:175 Hof van Discipline 's Gravenhage 260039

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. Het hof is, overeenkomstig het standpunt van de deken, van oordeel dat van een aan te wijzen advocaat in de resterende tijd tussen het moment dat het verzoek van klaagster in behandeling kon worden genomen en de datum waarop de cassatietermijn zou verstrijken, redelijkerwijs niet kon worden verwacht dat deze het dossier zou opvragen, bestuderen, een cassatieadvies zou uitbrengen en - in geval van een positief advies - een verzoekschrift met cassatiemiddelen zou opstellen en indienen bij de Hoge Raad. Dit betekent dat klaagsters doel – een rechtsmiddel instellen – niet meer kon worden bereikt, zodat aanwijzing van een advocaat voor dat doel zinloos was geworden. Op die grond dient het beklag van klaagster al te worden afgewezen. Verder is het in artikel 6, eerste lid, van het EVRM neergelegde recht op toegang tot een rechter niet absoluut, maar mag dit aan beperkingen worden onderworpen. Ook in dit geval komt de beslissing van de deken niet in strijd met artikel 6 EVRM omdat, ook wanneer rechtsbijstand noodzakelijk is om het recht op toegang tot de rechter effectief te doen zijn, de aanspraak daarop niet onbegrensd is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:169 Hof van Discipline 's Gravenhage 250448

    De klacht gaat over de advocaat van de wederpartij in een arbeidsgeschil. Klaagster komt geen beroep toe op gedragsregel 15 (belangenverstrengeling). Verweerster heeft geen onduidelijkheid laten ontstaan voor welke partij zij optrad. De civielrechtelijke veroordeling dat B&S jegens klaagster onrechtmatig heeft gehandeld leidt niet zonder meer tot gegrondverklaring van de klacht over verweerster. Verweerster was geen partij in die procedure en geen onderdeel van de onderzoekscommissie van B&S. De tuchtrechter is ook niet zonder meer aan een uitspraak van een civiele rechter gebonden omdat de tuchtrechter oordeelt vanuit een ander kader (artikel 46 Advocatenwet) dan de civiele rechter. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad die de klacht ongegrond heeft verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:112 Raad van Discipline Amsterdam 25-865/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Onderliggende procedure betreft een conflict in een VvE. De raad is van oordeel dat verweerder met een geldige opdracht de VvE heeft bijgestaan in de verzoekschriftprocedure die klagers tegen de VvE waren gestart. Klacht in zoverre ongegrond. Klagers hebben geen rechtstreeks belang bij hun klacht over de cliëntrelatie tussen verweerder en zijn cliënten (de VvE en individuele leden van de VvE). Klacht in zoverre niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:170 Hof van Discipline 's Gravenhage 250420

    Deze zaak gaat over een klacht over de eigen advocaat en houdt in dat de schriftelijke (financiële) voorlichting door (het kantoor van) verweerder aan klaagster bij aanvang en gedurende de rechtsbijstand aan klaagster duidelijker had gemoeten. Tijdens de zaaksbehandeling is verweerder met klaagster blijven communiceren over financiële aangelegenheden. Verweerder is klaagster ook meerdere malen tegemoet gekomen door declaraties te crediteren en gewerkte uren niet (volledig) door te belasten. In het licht van de omstandigheden van het geval is het hof tot het oordeel gekomen dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het hof heeft de raadsbeslissing op dit klachtonderdeel vernietigd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:113 Raad van Discipline Amsterdam 25-913/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij (gedeeltelijk) gegrond. Verweerder heeft de grenzen van het betamelijke overschreden door meerdere malen in strijd met het procesreglement te handelen en de waarheids- en substantiëringsplicht te schenden door de rechter onvolledig te informeren. Een waarschuwing is passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:171 Hof van Discipline 's Gravenhage 240356H

    Herzieningsverzoek afgewezen. Op grond van het herzieningsprotocol (artikel 1.2) kan bij wijze van uitzondering een onherroepelijke beslissing alleen worden herzien als blijkt van nieuwe feiten en omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór de beslissing, verzoeker daarvan niet eerder op de hoogte was en ook niet kon zijn en die tot een andere beslissing van het hof zouden hebben kunnen leiden als zij wel eerder bekend waren geweest. Verzoeker doet in het herzieningsverzoek geen beroep op dergelijke nieuwe feiten en omstandigheden. De in het herzieningsprotocol opgenomen uitzonderingen op grond waarvan een herzieningsverzoek in behandeling kan worden genomen zijn dan ook niet van toepassing. Reeds om die reden dient het verzoek te worden afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:114 Raad van Discipline Amsterdam 26-005/A/A

    Raadsbeslissing; gegronde klacht over de kwaliteit van dienstverband. Verweerder heeft nagelaten om klager adequaat te informeren over de inzet van de juridisch medewerker en geen regie over de werkzaamheden van de juridisch medewerker gehouden (gedragsregel 13). Verweerder heeft verder nagelaten belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt te bevestigen (gedragsregel 16 lid 1). Een duidelijk plan van aanpak ontbrak. Bovendien was het tempo van de behandeling van de zaak ondermaats. In deze omstandigheden is een waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:108 Raad van Discipline Amsterdam 25-720/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:172 Hof van Discipline 's Gravenhage 250230

    Bekrachtiging. Waarschuwing. In een familierechtelijke procedure tussen klager en zijn ex-partner was verweerder de advocaat van klagers ex-partner. Klager verwijt verweerder dat hij vertrouwelijke informatie uit het mediationtraject tussen klager en zijn ex-partner naar de rechtbank heeft gestuurd. De Raad van Discipline in het ressort Den Haag heeft dit klachtonderdeel gegrond verklaard en daarvoor aan verweerder een waarschuwing opgelegd. Het andere klachtonderdeel dat bij de raad aan de orde was, is door de raad ongegrond verklaard. Verweerder heeft hoger beroep ingesteld. Het hof stelt voorop dat verweerders cliënte en klager voorafgaand aan de mediation in de mediationovereenkomst geheimhouding zijn overeengekomen. Naar het oordeel van het hof valt de informatie in de producties bij het verweerschrift dat verweerder bij de rechtbank heeft ingediend onder de overeengekomen geheimhouding. Verweerder heeft erop gewezen dat hij niet bij de gesprekken bij de mediator betrokken is geweest en de mediationovereenkomst niet heeft gezien en ondertekend. Het betaamt een advocaat echter niet om een rol te spelen bij de schending van een plicht waar zijn cliënt zich aan heeft verbonden. Dit klemt te meer nu de geheimhoudingsplicht waar het in deze zaak om gaat, is bedoeld om de belangen van alle bij de mediation betrokken personen te beschermen. Vertrouwelijkheid, in welk kader de geheimhoudingsverklaring wordt ondertekend, is gebruikelijk bij mediation en is bedoeld om mediation goed te laten functioneren. Door schending van de geheimhoudingsverplichting worden de belangen van alle bij de mediation betrokken personen geschaad, ook als de mediation uiteindelijk niet succesvol wordt afgerond. De geheimhouding blijft in de regel daarom na beëindiging van het traject van kracht. Door de producties toch aan de rechtbank te zenden heeft verweerder naar het oordeel van het hof afbreuk gedaan aan het instituut van mediation en in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit. Dat klager de geheimhoudingsverplichting zelf als eerste heeft geschonden door informatie uit het mediationtraject te delen, zoal verweerder heeft aangevoerd, maakt het oordeel van het hof niet anders. De geheimhouding staat voorop en dient te worden gerespecteerd en bij schending daarvan is het vervolgens zelf delen van vertrouwelijke informatie uit het mediationtraject niet de aangewezen weg en kan dat ook niet rechtvaardigen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:115 Raad van Discipline Amsterdam 26-014/A/A

    Raadsbeslissing; niet gebleken is dat verweerder in zijn hoedanigheid van bemiddelaar het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:109 Raad van Discipline Amsterdam 25-564/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:173 Hof van Discipline 's Gravenhage 250302

    Klacht van een advocaat tegen de advocaat van de wederpartij over onnodig grievende uitlatingen en het sturen van een brief naar het gerechtshof zonder daarvan een afschrift aan klager te zenden. De raad heeft de klacht grotendeels gegrond verklaard en een berisping opgelegd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:116 Raad van Discipline Amsterdam 25-756/A/A

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:52 Accountantskamer Zwolle 25/1002 Wtra AK

    Gegronde klacht, berisping. Klager is een van de maten van een maatschap. Volgens klager heeft betrokkene twee documenten opgesteld met verschillende afspraken over de samenwerking binnen een maatschap. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene niet integer en niet vakbekwaam en zorgvuldig heeft gehandeld bij het opstellen van en adviseren over de samenwerkingsdocumentatie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:110 Raad van Discipline Amsterdam 25-867/A/A 25-871/A/A

    Raadsbeslissing; klacht is niet-ontvankelijk. Klager als bestuurder van de vennootschap heeft hoogstens een afgeleid belang bij de klacht over het handelen van verweerders in hun rol als de advocaten van de wederpartij in de procedures tegen de vennootschap.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:174 Hof van Discipline 's Gravenhage 250303

    Klacht van een advocaat tegen de advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij zich met suggestieve argumenten heeft verzet tegen een verzoek tot uitstel bij het gerechtshof. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:111 Raad van Discipline Amsterdam 25-823/A/NH

    Raadsbeslissing; gegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door bij de behandeling van klaagsters zaak onvoldoende voortvarendheid te betrachten en door klaagster onvoldoende te informeren over de kans van slagen van de zaak. Bovendien heeft verweerster niet voorzien in passende waarneming in de periode dat zij vanwege gezondheidsproblemen trager werkte dan gebruikelijk en klaagster hierover ook niet geïnformeerd. Hierdoor heeft verweerster klaagster de mogelijkheid ontnomen om een andere advocaat in de arm te nemen. De raad acht het opleggen van een berisping in deze omstandigheden passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:131 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-238/DH/DH

    Herstelbeslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9331

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster heeft zich na haar bevallingsverlof ziekgemeld. Naar aanleiding van haar ziekmelding heeft zij voor een medisch onderzoek het spreekuur van de verzekeringsarts bezocht. Klaagster heeft klachten over de wijze waarop dit spreekuur heeft plaatsgevonden en hoe de verzekeringsarts haar heeft bejegend. Het college overweegt dat als de lezingen van partijen over de feitelijke gang van zaken uiteenlopen, de klacht in beginsel slechts gegrond kan worden bevonden indien er objectieve aanknopingspunten zijn die de lezing van klaagster kunnen ondersteunen. In deze zaak ontbreken dergelijke aanknopingspunten. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:132 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-238/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7629

    Deels gegronde klacht tegen een jeugdarts. De school van klager heeft de Jeugdgezondheidzorg (JGZ) gevraagd naar de belastbaarheid van klager. De namens de JGZ aan de school verbonden jeugdverpleegkundige heeft de (jeugd)arts gevraagd mee te kijken, waarop de (jeugd)arts een uitgebreide e-mail heeft gestuurd aan de jeugdverpleegkundige, die dat bericht doorstuurde naar de school. Klager verwijt de (jeugd)arts onder andere dat zij een notitie heeft geschreven met een advies aan school. Het college is van oordeel dat de e-mail, gezien de omstandigheden, niet kan worden beschouwd als een notitie waarin de jeugdarts een behandeladvies geeft aan school, maar dat het doel was het geven van ondersteuning aan de jeugdverpleegkundige. Wel had van de jeugdarts verwacht mogen worden dat zij direct nadat zij kennis had van het doorzenden van de e-mail zij duidelijk had gemaakt dat deze tekst niet bestemd was voor de school en slechts bedoeld was als het meedenken met de jeugdverpleegkundige. De klacht is in zoverre gegrond. Het college volstaat met een gedeeltelijke gegrondverklaring van de klacht zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9813

    Klacht tegen een arts kennelijk niet-ontvankelijk. Aangeklaagde heeft in opdracht van de politie als deskundige onderzoek gedaan naar letsel, opgelopen door een buurtgenoot met wie klaagster in een handgemeen verwikkeld is geweest. Volgens klaagster heeft de aangeklaagde verkeerde aannames gedaan en ten onrechte geen scheurwond beschreven. De voorzitter oordeelt dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van de Wet BIG.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:11 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/ 453198 KL RK 25-96

    De moeder van klager woont samen met haar partner. De moeder is ziek. De (toegevoegd) notaris komt aan huis om een testament en samenlevingscontract te bespreken en aansluitend te passeren. De notaris heeft voordien uitsluitend met de partner contact gehad en in het geheel niet met de moeder. De partner werd duidelijk bevoordeeld door de wijzigingen die hij zelf aan de notaris had doorgegeven. De notaris heeft onvoldoende oog gehad voor de kwetsbare positie van de moeder en mogelijkheid dat zij onder invloed stond van haar partner. Zij heeft met haar handelen en nalaten de belangen van de moeder onvoldoende behartigd. De klacht is gegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9815

    Klacht tegen een arts kennelijk niet-ontvankelijk. Aangeklaagde heeft in opdracht van de rechter-commissaris in strafzaken als deskundige onderzoek gedaan naar letsel, opgelopen door een buurtgenoot met wie klaagster in een handgemeen verwikkeld is geweest. Volgens klaagster heeft de aangeklaagde een verkeerde conclusie getrokken en de wond niet goed beschreven. De voorzitter oordeelt dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van de Wet BIG.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:51 Accountantskamer Zwolle 25/2288 Wtra AK

    Klacht over het handelen en/of nalaten van betrokkene als lid van de CEA met betrekking tot het Besluit gewijzigde eindtermen accountantsopleidingen 2016. Terughoudende toetsing door de Accountantskamer. De klacht is ongegrond in alle onderdelen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9318

    Klacht tegen gynaecoloog kennelijk ongegrond. Klaagster was onder behandeling bij de gynaecoloog vanwege diverse pijnklachten. Zij verwijt de gynaecoloog dat zij de uitslag van de PET-CT scan niet (direct) heeft gedeeld, geen informatie heeft verstrekt over de bijwerkingen van medicatie en tegenstrijdige informatie gaf over een doorverwijzing naar Engeland en over de vergoeding door de verzekeraar. Het college oordeelt dat de gynaecoloog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8394

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager maakt de bedrijfsarts meerdere verwijten over haar handelen gedurende het re-integratie traject van klager, onder andere dat zij geen actie ondernam toen zijn werkgever niet passende werkzaamheden aanbood. Het college oordeelt hierover dat de bedrijfsarts in de rapportages heeft aangegeven welke beperkingen er waren en dat klager het aangeboden werk niet passend vond; het is niet de taak van een bedrijfsarts om er vervolgens nog op toe te zien of de werkgever de adviezen van de bedrijfsarts wel in volle omvang opvolgt. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:46 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/447262 / KL RK 25-15

    Het verzet van klager is deels gegrond verklaard ten aanzien van twee klachtonderdelen, omdat in de voorzittersbeslissing deze klachtonderdelen onjuist zijn geïnterpreteerd en daarom nog niet is beslist op de eigenlijke klacht van klaagster over onderwerpen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9257

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager maakt de bedrijfsarts meerdere verwijten over diens begeleiding. Klager heeft eerder een tuchtklacht tegen de bedrijfsarts ingediend. Hoewel de onderbouwing van de klachtonderdelen summier is, is het college van oordeel dat de klachtonderdelen voldoen aan de voor de onderbouwing daarvan betreft minimale eisen. De bedrijfsarts heeft tegen elk van de klachtonderdelen ook inhoudelijk verweer gevoerd. Het college komt tot het oordeel dat klager ontvankelijk is maar dat zijn klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:136 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-002/AL/NN

    Klager heeft de wederpartij van de advocaat bijgestaan als adviseur. Klager is ontvankelijk in zijn klacht omdat de advocaat in een processtuk uitdrukkelijk refereert aan klager. Vanwege de partijdige positie van een advocaat, stond het de advocaat vrij om het rapport van klager in een kritisch daglicht te stellen. De advocaat heeft zich niet onnodig grievend uitgelaten over klager. De raad verklaart de klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:168 Hof van Discipline 's Gravenhage 260177

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De klacht die klager over de deken heeft ingediend heeft betrekking op het onderzoek van de deken van de klacht van klager over mr. L. De klacht van klager over de deken kan daarom niet los worden gezien van de klacht van klager over mr. L. Om die reden is er van een zelfstandige klacht over de deken geen sprake. Als klager de klacht over mr. L niet had ingetrokken had klager, na betaling van het griffierecht, die klacht kunnen voorleggen aan en laten beoordelen door de raad. Binnen de kaders van die procedure had klager naar voren kunnen brengen op welke punten het vooronderzoek van de deken van de klacht van klager over mr. L (in het bijzonder de visie van de deken dat klager daarbij geen eigen belang zou hebben) niet deugde, en de raad tot een andere conclusie had behoren te komen dan de deken. De raad is namelijk (evenals het hof) niet gebonden aan de bevindingen van de deken uit hoofde van het vooronderzoek.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:55 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/760760 / DW RK 24/427 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klager heeft ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld geen gronden van zijn verzet ingediend. Klager kan daarom niet in zijn verzet worden ontvangen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7644

    Klacht ingediend door de kleinzoon van een gedurende deze procedure overleden patiënte. Klager is ontvankelijk door combinatie van een medische en een algemene volmacht voor overige aangelegenheden gericht aan klagers vader en aan klager, de akkoordverklaring van de vader en instemming van de vader met voortzetting van de klacht na overlijden van patiënte. De klacht is kennelijk ongegrond. Geklaagd wordt over de kwaliteit van de geleverde zorg en de communicatie onder andere over de hoedanigheid van verweerster. De omstandigheden waarop de klacht is gebaseerd en de verweten handelingen worden niet vastgesteld door het college.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:49 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/775298 / DW RK 25/339 HE/SM

    Beslissing op verzet. Klacht ongegrond.Klager heeft zich er onder meer over beklaagd dat hij een bericht van de gerechtsdeurwaarder heeft ontvangen, zonder dat er een compleet vonnis was bijgevoegd. De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:112 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-614/DH/DH 25-670/DH/DH/D

    Klacht en samenhangend dekenbezwaar over gebrek aan onafhankelijkheid en belangenverstrengeling. Verweerder is blijven optreden, ondanks tegenstrijdige belangen. De tegenstrijdigheid nam nog verder toe toen verweerder het ontslag van (de vennootschap van) klaagster als bestuurder van de vennootschap bewerkstelligde en zichzelf als bestuurder en een kantoorgenoot als feitelijk vereffenaar van de vennootschap aanstelde. Verweerder had bovendien jarenlang een zakelijke en vriendschappelijke band met de familie gehad en daardoor kennis en inzicht gekregen in de financiële, juridische en administratieve gang van zaken bij de familie. Deze informatie heeft hij later gebruikt bij zijn optreden als (indirect) bestuurder van D BV en in de procedures tegen klaagster en D Holding BV. Sprake van handelen in strijd met kernwaarden onafhankelijkheid, partijdigheid, vertrouwelijkheid en integriteit. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:125 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-278/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kantoorgenoot van een curator. Verweerders naam is ten onrechte vermeld in een taxatierapport. Dat kan verweerder niet worden verweten, aangezien niet hij maar de taxateur dat rapport heeft opgesteld. Dat sprake zou zijn van ‘ongeoorloofde delegatie van curatorstaken’ is dan ook niet gebleken en door klagers overigens op geen enkele manier onderbouwd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:131 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-642/AL/NN

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8404

    Klacht tegen chirurg ongegrond. Ductus choledochus doorgenomen in plaats van ductus cysticus. Gezien de voorgeschiedenis en beeldvorming was inzetten laparoscopische operatie niet verwijtbaar. Handelen tijdens operatie ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:119 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-696/DH/DH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:56 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/770071 DW RK 25/179 MK/SM

    Klacht ongegrond. Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder brieven aan haar heeft verzonden met als bijlage een verzoekschrift, opgesteld in naam van een advocaat en gericht aan de rechtbank, om klaagster failliet te laten verklaren. De kamer overweegt dat er voor een gerechtsdeurwaarder niets aan in de weg staat om een faillissementsverzoek aan klaagster voor te houden. Klaagster is immers gedagvaard en veroordeeld, er is bevel gedaan en er zijn meerdere executiemaatregelen getroffen die niet tot directe of indirecte voldoening hebben geleid. Klaagster heeft niet betaald en er is geen betaalafspraak gemaakt. Onder deze omstandigheden is er geen sprake van een oneigenlijke maatregel en het aankondigen ervan maakt niet dat oneigenlijke druk is toegepast. In hoeverre er niet voldaan zou zijn aan de pluraliteitsvereiste ligt ter beoordeling aan faillissementsrechter.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8756

    Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat zijn onderzoek naar de belastbaarheid van klaagster onvolledig is omdat hij geen eigen medisch onderzoek heeft verricht en hij heeft nagelaten de totale medische en sociale situatie van klaagster te beoordelen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het college oordeelt dat de verzekeringsarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hij heeft het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en conform de daarvoor geldende normen uitgevoerd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:113 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-891/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft een eerste letselschadezaak voor klaagster behandeld. De klacht ziet erop dat hij haar tweede letselschadezaak heeft verwaarloosd. Verweerder stelt dat hij deze opdracht niet heeft aangenomen. Niet gebleken dat voor deze tweede zaak een advocaat-cliënt relatie tot stand is gekomen. Klaagster heeft hiertoe onvoldoende gesteld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:126 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-280/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Niet gebleken waarom de informatie die verweerster heeft ingebracht onjuist zou zijn en waarom verweerster dat had moeten weten. De tuchtrechter kan niet oordelen over in de procedure ingenomen stellingen en verweren. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:132 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-694/AL/NN

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:50 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/775787 / DW RK 25/355 HE/SM

    Beslissing op verzet. Verzet ongegrond. Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder ten onrechte een aansprakelijkheidstelling tevens stuitingsbrief aan klager heeft betekend zonder eerst kennis te hebben genomen van de inhoud van de brief. De kamer heeft opgemerkt dat de gerechtsdeurwaarder niet verantwoordelijk is voor de inhoud van de (te betekenen) brief. De gerechtsdeurwaarder is slechts gehouden om de inhoud van die brief marginaal te toetsen, in die zin dat de inhoud voldoet aan de algemene fatsoensnormen. Nu klager geen nieuwe gezichtspunten heeft aangevoerd die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt dan vervat in de beslissing van de voorzitter, dient het verzet dient ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:57 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/772071 / DW RK 25/234 BB/WdJ

    Beslissing op verzet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:120 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-717/DH/DH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:114 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-890/DH/DH/D

    Gegrond dekenbezwaar over handelen in strijd met de kernwaarde integriteit en financiële integriteit. Verweerder is strafrechtadvocaat. Het OM heeft een signaal aan de deken afgegeven, omdat verweerder in het kader van een opsporingsonderzoek naar drugshandel in beeld was gekomen. Verweerder heeft in de daaropvolgende gesprekken met de deken wisselend c.q. tegenstrijdig verklaard, terwijl van hem verwacht moge worden dat hij eerlijk, betrouwbaar en transparant zou zijn. Verder heeft verweerder gebankierd met de derdengeldenrekening. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:127 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-354/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat die de buurvrouw van klagers is. Klagers hebben geen eigen, rechtstreeks betrokken belang bij hun klachten over het onzorgvuldig omgaan met cliëntgegevens of de naleving van advocatuurlijke regelgeving. Daarin zijn zij kennelijk niet-ontvankelijk. Klacht over de realisatie van een bijgebouw door verweerster en een geschil over de erfgrens is kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.