We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 1-50 van de 5982 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:144 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-355/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:145 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-365/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een deken. Klacht is kennelijk ongegrond. Misbruik van klachtrecht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:138 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-059/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijk geschil. Verweerster heeft geen verweerschrift ingediend en heeft niet tijdig gereageerd op een hulpvraag van de cliënt. Klachten gegrond. Overige klachten onvoldoende onderbouwd en daarom ongegrond. Ondanks dat verweerster al geschrapt is, ziet de raad aanleiding een berisping op te leggen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:139 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-318/DH/DH 26-320/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een geschil met de Staat. Het gegeven dat er een verschil bestaat tussen de door verweersters en de door klaagster ingediende e-mail is op zichzelf onvoldoende om vast te stellen dat het door verweersters ingediende stuk vervalst is én dat verweerster opzettelijk een vervalt stuk hebben ingediend. De voorzitter kan niet vaststellen dat sprake is gewest van het opzettelijk inbrengen van een vervalste productie. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8991

    Kennelijk ongegronde klacht tegen arts, destijds ANIOS, werkzaam op afdeling traumachirurgie. Zoon van overleden patiënte dient klacht in over het niet adequaat en niet zorgvuldig functioneren tijdens laatste levensuren van patiënte, waaronder het niet opvolgen van gemaakte afspraken over pijnbestrijding/palliatieve sedatie. Snelle verslechtering patiënte na operatie pols. Kwetsbare patiënte bij wie stervensproces al was ingezet. Handelen conform Zorgpad stervensfase. Overleg met supervisor en met palliatief advies team. Duidelijk en zorgvuldig bijgehouden dossier. Continuïteit en betrokkenheid in de zorg voor patiënte.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:133 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-314/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de gezamenlijk echtscheidingsadvocaat. Klacht is voor wat betreft de bijstand destijds te laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk. Klachten over het in 2025 niet reageren op verzoeken om uitleg en het niet inschakelen van de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:140 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-337/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de raad kennelijk onbevoegd, omdat de klacht ziet op handelen/nalaten op het moment dat verweerder geen advocaat was.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:134 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-706/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9043

    Klager verwijt de verpleegkundig specialist onder meer dat hij onjuist is omgegaan met seksueel ontremd gedrag van een medepatiënt, onvoldoende heeft gehandeld na een incident waarbij deze medepatiënt seksuele handelingen bij zijn wilsonbekwame moeder heeft verricht, onjuist heeft gehandeld bij de behandeling van een urineweginfectie en zich ten onrechte als arts heeft voorgedaan. Het college oordeelt dat klager niet-ontvankelijk is in het klachtonderdeel over het delen van medische informatie over de medepatiënt. Klager is in de overige klachtonderdelen ontvankelijk, maar deze zijn ongegrond. Uit het dossier blijkt dat de verpleegkundig specialist na het incident direct de urgentie heeft onderkend, zich herhaaldelijk heeft laten informeren en intercollegiaal overleg heeft gevoerd. Voor de plaatsing van de deurstok, de kamerindeling en de overplaatsing was hij niet verantwoordelijk. Bij de urineweginfectie heeft hij tijdig een passende antibioticakuur voorgeschreven.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:135 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-852/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Uit het dossier blijkt dat er tussen partijen afspraken zijn gemaakt over het laten bijmaken van een sleutel, maar niet blijkt dat daarbij is afgesproken dat verweerders cliënte geen aanspraak meer zou maken op betaling van de verbeurde dwangsommen. De raad kan dan ook niet vaststellen dat die afspraak wel gemaakt is, van een leugen is daarom geen sprake. Ook ziet de raad geen reden om aan te nemen dat verweerder heeft gelogen over de bouwkundige inspectie. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8697

    Gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijke en ongegronde klacht tegen een verpleegkundige/casemanager dementie. Klaagster, de ex-partner van patiënt, verwijt verweerster een onjuist behandelplan, gebrekkige communicatie over wijziging van de eerste contactpersoon en schending van de geheimhoudingsplicht. Het college verklaart de eerste twee klachtonderdelen kennelijk niet-ontvankelijk, omdat patiënt zelf de wijzigingen in gang heeft gezet waarover wordt geklaagd en geen aanknopingspunten bestaan dat hij hierover zelf had willen klagen. Het verwijt van schending van de geheimhoudingsplicht is kennelijk ongegrond, omdat patiënt wilsbekwaam was en verweerster toestemming had gegeven contact op te nemen met zijn dochters over toekomstige vertegenwoordiging.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:136 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-878/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil. Verweerster heeft met haar eerste brief aan klager polariserend gehandeld en gezorgd voor (onnodige) escalatie. Verweerster heeft klager ook niet geïnformeerd over de zitting en heeft de conceptdagvaarding niet/te laat aan klager gestuurd. Klachten gegrond. Klacht over lasterlijke uitlatingen niet onderbouwd en daarom ongegrond. Ondanks dat verweerster al geschrapt is, ziet de raad aanleiding een berisping op te leggen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:137 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-017/DH/DH/D

    Raadsbeslissing. Dekenbezwaar tegen asielrechtadvocaat deels gegrond en deels ongegrond. Verweerder heeft geen/onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek door de deken, in strijd met gedragsregel 29. Verder heeft hij niet voldaan aan zijn verplichten om deel te nemen aan kwaliteitstoetsen. Bezwaar ongegrond waar het gaat over het verwijt dat verweerder zaken lijkt aan te nemen voor eigen financieel gewin, omdat de raad dit onvoldoende kan vaststellen. Het staat verweerder vrij om rechtsmiddelen in te stellen tegen afgewezen verblijfsaanvragen, ook als die procedure op zichzelf weinig kans op succes heeft, omdat verweerder daardoor procedureel rechtmatig verblijf kan genereren voor zijn cliënt. Raad ziet geen reden c.q. mogelijkheid om prejudiciële vragen te stellen. Voorwaardelijke schorsing van 12 weken met de bijzondere voorwaarde dat verweerder dient mee te werken aan onderzoeken van of namens de deken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:121 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3131

    .

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:181 Hof van Discipline 's Gravenhage 260011

    Artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:122 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3128

    .

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8873

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen kno-arts, tevens bestuurder van het ziekenhuis. Klager verwijt verweerder dat hij zorgweigering door een oogarts uit het ziekenhuis waarvan hij bestuurder is heeft gedoogd, het recht op vrije artsenkeuze blokkeert en geen herstelmaatregelen heeft genomen. Klager maakt naar oordeel van de voorzitter misbruik van zijn klachtrecht, omdat hij eerder een klacht met op hoofdlijnen dezelfde inhoud heeft ingediend en uit zijn uitlatingen op sociale media blijkt dat hij de tuchtprocedure inzet om verweerder doelbewust te schaden en te belasten. Daarnaast valt het handelen van verweerder, dat bestond uit het opstellen en ondertekenen van een brief in zijn hoedanigheid van bestuurder, niet onder het bereik van de eerste of tweede tuchtnorm. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:123 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3133

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:104 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2825

    Klacht tegen een KNO-arts in zijn hoedanigheid van SCEN-arts. De echtgenote van klager (de patiënte) was ernstig ziek en had gevraagd om euthanasie. Daarop heeft de huisarts van de patiënte het euthanasietraject ingezet en de SCEN-arts geraadpleegd. Klager verwijt de SCEN-arts dat hij te laat is gekomen en dat hij, in strijd met de wens van patiënte, niet akkoord is gegaan met het uitvoeren van euthanasie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de ongegrondverklaring van de klacht en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:124 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3130

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:105 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2826

    Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager had een slechte gezondheid met veel pijnklachten en heeft de huisarts om euthanasie gevraagd. De huisarts heeft het euthanasietraject ingezet, maar de patiënte is uiteindelijk op natuurlijke wijze komen te overlijden. Klager verwijt de huisarts onder meer dat zij onvoldoende en warrig heeft gecommuniceerd over de gezondheidstoestand van de patiënte, dat zij onvoldoende bereikbaar was en dat zij geen euthanasie heeft uitgevoerd bij de patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege te 's-Hertogenbosch heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de beslissing tot ongegrondverklaring van de klacht en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:125 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3129

    .

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:141 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-869/AL/MN

    Verweerder is als advocaat van de wederpartij van klager opgetreden in een arbeidsgeschil. De raad heeft niet kunnen vaststellen dat verweerder de geheimhoudingsverplichting heeft geschonden waar het feiten en omstandigheden betreft die in de mediation tussen klager en de cliënte van verweerder (zonder advocaten) aan de orde zijn geweest en die relevant zouden kunnen zijn voor de inhoudelijke beoordeling van de ontslagaanvraag. Alhoewel verweerder de specifieke informatie over wie de mediation had beëindigd en de omstandigheden waaronder beter niet in zijn e-mail aan het UWV had kunnen vermelden, en daarmee reeds de geheimhouding heeft geschonden, meent de raad dat verweerder in genoemde e-mail geen ontoelaatbare mededelingen over de mediation aan het UWV heeft gemeld. Verweerder moest verweer voeren namens de werkgever op door klager ingenomen stellingen. Ook heeft verweerder zijn excuses gemaakt. Gelet op al deze omstandigheden is de geconstateerde onzorgvuldigheid naar het oordeel van de raad van onvoldoende gewicht om verweerder daarover een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Verweerder heeft ten aanzien van de andere verwijten niet de grenzen overtreden van de hem toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij van klager. Verweerder mocht de jurist van klager benaderen zoals gedaan. Niet is komen vast te staan dat verweerder zich in een telefoongesprek met de belastingadviseur van klager als diens advocaat heeft voorgedaan.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:126 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3179 VZ

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat niet kan worden vastgesteld dat de persoon tegen wie de klacht is gericht, staat ingeschreven in het BIG-register. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:142 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-068/AL/OV

    Verweerder heeft naar het oordeel van de raad in een procedure als advocaat voor zijn zus (klaagster) en andere familieleden tegen een derde opgetreden en daarna als advocaat namens twee broers in een procedure - zonder haar instemming - tegen klaagster opgetreden. Door verweerder is niet voldaan aan de cumulatieve voorwaarden van lid 3 van regel 15. Verweerder heeft zich op advies van de deken daarna alsnog onttrokken aan die procedure tegen klaagster, maar had naar het oordeel van de raad de zaak van de twee broers tegen klaagster nooit moeten aannemen. Hij had toen al moeten inzien dat de familieverhoudingen en zijn optreden in de jaren daarvoor, onder meer bij de afwikkeling van de nalatenschap, daaraan in de weg stonden. Verweerder heeft hierdoor niet alleen gedragsregel 15 overtreden, maar ook anderszins onvoldoende inzicht getoond in het belang van de kernwaarde partijdigheid. Ook heeft verweerder de kernwaarde onafhankelijkheid geschonden. Omdat verweerder zichzelf heeft uitgeschreven als advocaat en door het Hof van Discipline in februari 2026 is geschrapt, volstaat de raad met de maatregel van berisping. Het gewenste effect van een anders opgelegde maatregel van (voorwaardelijke) schorsing is in dit geval afwezig.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:180 Hof van Discipline 's Gravenhage 260060

    Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. De Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in één klachtonderdeel en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Klager komt hiertegen in beroep. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) is van oordeel dat klager wel kan worden ontvangen in klachtonderdeel c), waarin klager verweerder verwijt dat hij heeft gesjoemeld met zijn declaraties en excessief heeft gedeclareerd, maar verklaart dat klachtonderdeel ongegrond. Het hof verklaart één klachtonderdeel alsnog gegrond, te weten klachtonderdeel e), waarin klager verweerder verwijt dat hij de verkeerde partij heeft gedagvaard. Verweerder heeft naar het oordeel van het hof onvoldoende regie gevoerd; hij heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar wie de onrechtmatige daad heeft gepleegd en teveel reactief gehandeld. Het hof legt verweerder de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:127 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3233 VZ

    Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat de kern van de door klaagster ingediende klacht gelijk is aan hetgeen klaagster de orthopedisch chirurg verweet in klachtonderdeel g) in een eerdere tuchtprocedure. Ne bis in idem. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:143 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-082/AL/NN

    Verweerster heeft als opvolgend advocaat voor klager tijdig hoger beroep ingesteld. De raad is niet gebleken dat verweerster haar bijstand voor klagers op onzorgvuldige wijze heeft neergelegd of daarmee ten onrechte zou hebben gedreigd. Het kantoor van verweerster heeft de door klagers verschuldigde griffierechten op 18 februari 2025 aan het gerechtshof betaald. Op 14 april 2025 heeft verweerster zowel voor het verschuldigde griffierecht als voor haar werkzaamheden een factuur aan klagers gestuurd. Dat klagers op dat moment in betalingsonmacht verkeerden door beslaglegging kan verweerster niet worden verweten. Verweerster heeft klagers in haar e-mail van 13 november 2024 verzocht om haar te informeren zodra zij iets zouden horen van de eisende partij, met name over de tenuitvoerlegging van het vonnis van 30 oktober 2024. Niet is gebleken dat klagers daarvan melding bij verweerster hebben gedaan. Nadat klagers verweerster over hun betalingsonmacht hebben ingelicht, heeft verweerster voorstellen gedaan, ook in overleg met de klachtenfunctionaris, over een betalingsregeling. Klagers hebben daarmee en met het werkvoorstel ingestemd, waarna verweerster de afgesproken werkzaamheden heeft verricht. Wegens opnieuw uitblijven van betaling, kon verweerster niet anders dan zich als advocaat te onttrekken. Dat heeft zij op meer dan zorgvuldige wijze gedaan. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:116 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3123

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:117 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3124

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:118 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3125

    .

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:11 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-74

    Klacht over de afwikkeling van een nalatenschap. Klager verwijt de notaris onvoldoende regie en dossiervorming bij een afvullegaat, schending van de waarschuwingsplicht, onzorgvuldig handelen met betrekking tot het huwelijksvermogensregime en het koppelen van een verklaring van beneficiaire aanvaarding aan betaling van een declaratie. De kamer verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:119 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3126

    .

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:179 Hof van Discipline 's Gravenhage 250418

    Deze zaak betreft een klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij. De Raad van Discipline in het ressort Arnhem Leeuwarden (hierna: de raad) heeft geoordeeld dat verweerder het risico heeft genomen dat hij met klager geconfronteerd zou worden zonder de aanwezigheid van diens advocaat en aan verweerder de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Verweerder is in hoger beroep gekomen. Het hof is van oordeel dat er geen grond is voor een tuchtrechtelijk verwijt aan verweerder omdat hetgeen verweerder wordt verweten niet kan worden vastgesteld. Het hof vernietigt de beslissing van de raad en verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:12 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-77

    De notaris en zijn medewerkers hebben nagelaten hun wettelijke onderzoeksplicht zorgvuldig uit te voeren en klager als mede-eigenaar en eerste geldnemer niet betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en afronding van de akte van herfinanciering. De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verklaard. De notaris heeft een fout gemaakt, maar deze direct erkend en zich ingespannen om tot een oplossing te komen. De kamer ziet mede gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder de rol van klager en diens broer bij het voortbestaan van onjuiste kadastrale gegevens, geen aanleiding een tuchtrechtelijke maatregel op te leggen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:120 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3127

    .

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:13 Kamer voor het notariaat Den Haag 26-4

    De kern van de klacht is dat de notaris klaagster niet meteen heeft geïnformeerd dat de waarborgsom/bankgarantie niet was gesteld. De kamer oordeelt dat de door de notaris gemaakte fout onvoldoende ernstig is om tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen aan te nemen. Daarbij weegt mee dat de notaris de fout direct heeft erkend en zich heeft ingespannen om het leveringsproces voortvarend te laten verlopen. De nadien ontstane vertraging lag buiten de risicosfeer van de notaris. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/452082 KL RK 25-81

    Klaagster verwijt de notaris (1) dat hij het testament van vader niet had mogen passeren aangezien vader onder druk is gezet door zijn dochter, (2) dat de notaris onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van vader ten tijde van het passeren van het testament en (3) dat de notaris heeft gefaald als toezichthouder op moeder als executeur in de nalatenschap van vader. De kamer is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat vader in een zodanige toestand verkeerde dat hij niet in staat was om zijn wil te bepalen en evenmin dat hij onder druk is gezet door (een) derde(n). De notaris was bewust van beginnend Alzheimer bij vader en er was volgens de notaris geen aanleiding om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van vader. De notaris had voorts ook geen indicatie dat sprake was van ongeoorloofde beïnvloeding door dochter van vader. Er bestaat dan ook geen aanleiding om te oordelen dat de notaris onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij het controleren van de wilsbekwaamheid van vader of dat hij het testament niet had mogen passeren. De kamer stelt tot slot vast dat de notaris geen rol heeft als toezichthouder op moeder als executeur en dat hij ook niet als executeur opgetreden is. De klacht is in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:13 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/455325 / KL RK 25-112

    klacht over advies door de kandidaat-notaris over een (levens)testament, over de wijze van communicatie door de kandidaat-notaris en over de declaratie en interne klachtafwikkeling. De kamer oordeelt dat sprake was van miscommunicatie, maar dat de kandidaat-notaris zich op dit punt heeft ingespannen en geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Het gedeclareerde bedrag was tussen partijen afgesproken en heeft klager ook betaald. Voor de interne klachtafwikkeling door een collega kan de kandidaat-notaris niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden. Klacht deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:118 Raad van Discipline Amsterdam 26-386/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een huurgeschil gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond. Klaagster heeft geen rechtstreeks belang bij haar klacht over de communicatie tussen verweerster en haar cliënte. Verder is niet gebleken dat verweerster klaagster onder druk heeft gezet.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:54 Accountantskamer Zwolle 26/969 Wtra AK

    Voorzittersbeslissing, de klacht is kennelijk ongegrond. De voorzitter van de Accountantskamer is van oordeel dat klager de feiten en omstandigheden onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt om de zware conclusie te rechtvaardigen dat betrokkene niet integer zou hebben gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8348

    Deels gegronde klacht tegen tandarts. Klaagster had acute pijnklachten en heeft de tandarts gebeld. Zij verwijt de tandarts dat hij toen direct, zonder haar voorafgaande toestemming, een behandeling heeft ingepland en haar onprofessioneel heeft bejegend. Ook verwijt zij de tandarts dat hij haar vader heeft gebeld, waarmee hij haar autonomie en privacy als volwassen vrouw heeft geschonden. Dit laatste acht het college gegrond en tuchtrechtelijk verwijtbaar. De tandarts heeft zijn beroepsgeheim geschonden door als tandarts met de vader van een volwassen patiënt over haar gedrag te spreken. Het college vindt dit een ernstige miskenning van de professionele standaard en de autonomie van klaagster. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:178 Hof van Discipline 's Gravenhage 260164

    Niet-verwijzing. Met de onderhavige klacht van 5 mei 2026 stelt klager opnieuw de handelwijze van de deken aan de orde in relatie tot de klachten van klager over zijn voormalige advocaat. Dit ondanks dat de raad de klacht over de deken bij beslissing van 14 oktober 2025 kennelijk ongegrond heeft verklaard en het tegen die beslissing ingestelde verzet ongegrond is verklaard. Van nieuwe feiten is het hof niet gebleken. Door wederom een klacht in te dienen over de deken Den Haag is de voorzitter van oordeel dat klager misbruik van het klachtrecht maakt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8904

    Kennelijk ongegronde klacht tegen tandarts. Klager had een gaatje in zijn kies. De tandarts adviseerde een volledige prothese in de bovenkaak en een plaatje in de onderkaak. Klager vindt dat de tandarts het gaatje in de kies had moeten vullen. Klager stelt ook dat de tandarts weigerde om een controle uit te voeren. Het college heeft geen aanleiding om ervan uit te gaan dat de tandarts de controle heeft geweigerd. Volgens het college is het aan de/een tandarts om een professionele afweging te maken en te beoordelen of de door een patiënt gewenste behandeling geïndiceerd en mogelijk is. Dat heeft de tandarts gedaan en een alternatieve behandeling voorgesteld. Het college acht dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:117 Raad van Discipline Amsterdam 26-252/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder mocht zonder nader onderzoek uitgaan van de juistheid van de van zijn cliënte verkregen informatie. De door verweerder gebruikte term ‘leugenaar’ kwalificeert in de context van het geschil niet als onnodig grievend.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:53 Accountantskamer Zwolle 25/1779 Wtra AK

    Ongegronde klacht over de controle van de jaarrekening. Klagers hebben geld geïnvesteerd in beleggingsfondsen. Betrokkene heeft de jaarrekeningen 2017 tot en met 2019 van de beleggingsinstelling gecontroleerd en goedkeurende controleverklaringen afgegeven. De AFM heeft in december 2019 de aan de fondsbeheerder verleende vergunning ingetrokken. Betrokkene was niet op de hoogte van de gebreken in de beheerste en integere bedrijfsvoering van de fondsbeheerder toen de opdracht voor de controle van de jaarrekening 2017 van de beleggingsinstelling aanving. Klagers hebben niet aannemelijk gemaakt dat de jaarrekeningen geen getrouwe weergave bevatten van de financiële situatie van de beleggingsinstelling en dat dat te verwijten valt aan betrokkene. Toen betrokkene ermee bekend werd dat de vergunning van de fondsbeheerder werd ingetrokken, heeft betrokkene in zijn controleverklaring bij de jaarrekening 2019 van de beleggingsinstelling een paragraaf ter benadrukking inzake de continuïteit van het fonds opgenomen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9468

    Doorhaling, algemeen beroepsverbod bij voordacht van IGJ over verpleegkundige vanwege het missen van de geschiktheid tot het uitoefenen van het beroep als verpleegkundige door middelenmisbruik.College: problematisch alcoholgebruik, verweerder is aangehouden voor rijden onder invloed met medicatie in de auto, heeft alcohol gedronken op de parkeerplaats van het ziekenhuis, is meermaals onder invloed. De medische informatie geeft blijk van een hardnekkige verslaving. Voor verweerder is een zorgmachtiging afgegeven voor het ondergaan van verplichte zorg. Verweerder verklaarde in het verleden meermaals niet naar waarheid, was niet aanspreekbaar voor de politie, ambulancedienst en IGJ, toont weinig zelfinzicht, reflectie en transparantie door onder andere het expertiserapport niet te delen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8162

    Kennelijk ongegronde klacht. Na een beugelbehandeling bij de tandarts gedurende 10 maanden is de behandeling aan de opvolger van de tandarts overgedragen. Klaagster verwijt de tandarts op meerdere onderdelen een onjuiste behandeling te hebben uitgevoerd. Ook zouden geen goede diagnose en behandelplan zijn opgesteld.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8414

    Kennelijk ongegronde klacht. Na een beugelbehandeling bij de tandarts gedurende ruim een jaar is de behandeling op verzoek van klaagster, moeder van de patiënt, aan een andere behandelaar overgedragen. Klaagster verwijt de tandarts op meerdere onderdelen een onjuiste behandeling te hebben uitgevoerd. Ook zouden geen goede diagnose en behandelplan zijn opgesteld.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8366

    Klacht van klager/orthodontist tegen collega orthodontist. Na beëindiging van de praktijk door klager hebben diverse patiënten zich tot verweerder gewend, die zich in (te) ferme en negatieve bewoordingen heeft uitgelaten over de kwaliteit van de zorg die klager had geleverd aan de patiënten, uitdrukkelijk de suggestie heeft gedaan dat een klacht hierover kon worden ingediend en in één geval ook herhaaldelijk heeft geïnformeerd naar de stand van zaken rond het indienen van de klacht. Daarnaast heeft hij zeker in één geval een patiënt overgenomen die hij in het kader van een second opinion heeft gezien. De klacht van de collega orthodontist is ontvankelijk omdat het handelen gevolgen heeft voor de kwaliteit van de patiëntenzorg. Het handelen kan namelijk bijdragen aan onrust bij (ouders van) patiënten en het vertrouwen in de zorgverlening. De beoordeling vindt plaats met toepassing van de tweede tuchtnorm. De klacht is gegrond. Als maatregel wordt een berisping opgelegd. De gevraagde kostenveroordeling wordt toegekend aan de hand van de Oriëntatiepunten kostenveroordeling tuchtcolleges voor de gezondheidszorg.