Zoekresultaten 1-50 van de 15445 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9873

    Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klaagster heeft een klacht ingediend namens haar zoon, die is overleden door suïcide. Klaagster verwijt de psychiater dat zij als regiebehandelaar de verzoeken van haar zoon om een psycholoog en een second opinion heeft genegeerd en daarnaast de ophoging van de medicatie onvoldoende heeft gemonitord. Het college oordeelt dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9590

    Klacht tegen huisarts. Klaagster is een aantal keren door de huisarts gezien/gesproken in verband met pijnklachten aan haar linkeronderbeen. Nadat, naast pijnklachten, ook sprake was van verkleuring van het onderbeen, heeft de huisarts klaagster ingestuurd naar het ziekenhuis. Daar bleek sprake te zijn van een acute vaatafsluiting. Omdat revascularisatie niet lukte, is uiteindelijk overgegaan tot amputatie van het onderbeen. Klaagster maakt de huisarts verwijten over de diagnose en over het niet eerder en het niet per ambulance insturen naar het ziekenhuis. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9169

    Kennelijk ongegronde klacht van een onderzochte en zijn partner over – onder meer - een door verweerster (psychiater) uitgevoerd ProJustitia onderzoek, haar kwalificaties en haar verweer in de tuchtklacht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:245 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9840

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klager heeft bij de tandarts een tandheelkundige behandeling ondergaan. Klager heeft een tandheelkundige behandeling ondergaan. In de eerste fase van die behandeling is de behandelde kies gebroken, hetgeen hij de tandarts verwijt. Hij verwijt de tandarts ook dat hij hem niet op die mogelijkheid heeft gewezen en dat de tandarts geen eigen klachtenfunctionaris heeft. Het college oordeelt dat het afbreken van de kies niet betekent dat de behandeling niet goed is uitgevoerd en dat de tandarts klager hier niet vooraf op had hoeven wijzen, omdat klager wist dat het om een zwakke kies ging. Daarnaast was het door de tandarts duidelijk gemaakt op zijn website op welke wijze patiënten konden klagen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9537

    Klacht van patiënt tegen praktijkhouder/psychiater kennelijk ongegrond. De regiebehandelaar tegen wie klager eerder heeft geklaagd heeft de behandelingsovereenkomst beëindigd, niet de praktijkhouder/psychiater. Niet aannemelijk dat de praktijkhouder een sturende rol heeft gespeelt bij de keuze om de behandeling van klager wel of niet voort te zetten. De psychiater is ook niet verantwoordelijk voor het handelen van een klachtenfunctionaris.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:244 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9642

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts zonder oplegging van maatregel. Verweerster heeft bij klager een kunststofbrug geplaatst. Klager verwijt de tandarts dat aan hem onvoldoende informatie is verstrekt voorafgaand aan een behandeling. Volgens klager is geen sprake geweest van informed consent en shared decisionmaking. Het college oordeelt dat uit wat is opgetekend in het dossier en wat ter zitting is besproken, volgt dat de tandarts de verschillende behandelopties met klager heeft besproken en dat klager toestemming heeft gegeven voor de uitgevoerde behandelingen. Voor zover de klacht ziet op het bespreken van de verschillende behandelopties en de aantekening daarvan in het dossier, is deze dus ongegrond. Voor zover de klacht gaat over het financiële aspect van shared decision making is deze gegrond. De tandarts heeft niet goed inzichtelijk gemaakt wat op de lange termijn de kosten zouden worden en heeft daarop ook onvoldoende regie gevoerd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:243 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9386

    Klachten tegen een tandarts deels verjaard, gedeeltelijk gegrond en voor het overige ongegrond. Klager verwijt de tandarts onder meer onzorgvuldige uitvoering van twee wortelkanaalbehandelingen, onvoldoende gerichte beeldvorming bij recidiverende klachten, onjuiste diagnostiek bij pijnklachten, het niet tijdig onderkennen van een abces zichtbaar op de röntgenfoto’s, het onterecht doorverwijzen voor extractie van de verstandskiezen en onzorgvuldige omgang met vertrouwelijke patiëntgegevens. Het college concludeert dat de tandarts tekort is geschoten in de dossiervoering en de diagnostiek van klager met langdurige klachten. Aan de tandarts wordt een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:194 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3212

    Klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster was in therapie bij de psychotherapeut. Klaagster verwijt hem dat hij haar onheus en onprettig heeft bejegend en dat hij de behandeling voortijdig en onzorgvuldig heeft beëindigd, zonder zorg te dragen voor een verwijzing en continuering van de zorg en zonder de gelegenheid te bieden voor een bemiddelingsgesprek met de mogelijkheid tot herstel van de behandelrelatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9423

    Kennelijk ongegronde klacht tegen revalidatiearts. Patiënte verwijt de arts nalatigheid in de zorgverlening en schending van professionele normen. Geen verantwoordelijkheid voor de nazorg van een pijnbehandeling bij een andere instelling. Noodzakelijke zorg is geleverd. Niet afgeweken van de binnen de revalidatiegeneeskundige zorg geldende professionele normen en richtlijnen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9408

    Klager dient een klacht in tegen een psychiater. Hij klaagt over het volgens hem door verweerder onterecht gegeven verlengingsadvies in het kader van zijn opgelegde tbs met dwangverpleging, over het gebruikte instrument voor de risicoanalyse en over zijn overplaatsing naar een andere afdeling, het niet honoreren van een verzoek om schematherapie en de te lange duur van de delict analyse. Het college verklaart alle klachten van klager kennelijk ongegrond. De diagnose in het verlengingsadvies was niet onjuist: dat psychotische verschijnselen in remissie zijn, betekent niet, zoals klager kennelijk veronderstelt, dat er geen onderliggende stoornis meer is. Het gebruikte risicotaxatie-instrument was geschikt en er zijn ook andere factoren meegenomen, klager heeft wel degelijk schematherapie gekregen, de delict analyse is zorgvuldig uitgevoerd en klager heeft zelf mede voor vertraging gezorgd. Bij de overplaatsing was verweerder niet betrokken.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9422

    Kennelijk ongegronde klacht tegen fysiotherapeut. Verwijten van patiënte over een behandeladvies voor een pijnbehandeling, onprofessioneel handelen, gebrek aan regievoering en overdracht. Het geven van een behandeladvies kan niet worden vastgesteld. Geen verantwoordelijkheid voor pijnbehandeling bij een andere instelling en de nazorg ervan. Geen aanknopingspunt voor onprofessioneel handelen. Geen verantwoordelijkheid voor regie voerende taken. Voorbereidingen voor ontslag en overdracht zijn door verweerster verzorgd.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9299

    Kennelijk ongegronde klacht tegen revalidatiearts. Verwijten van patiënte over behandeling, dossiervoering en regievoering. Geen verantwoordelijkheid voor pijnbehandeling bij een andere instelling en de nazorg ervan. Zorgverlener mag duidelijk eisen en grenzen aan de communicatievorm stellen. Verantwoordelijkheden regiebehandelaar. Voldaan aan de eisen die aan een regiebehandelaar worden gesteld. Geen verantwoordelijkheid voor medische interventies bij andere instellingen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:240 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9396

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij hem ten onrechte en tot schade van zijn gezondheid heeft opgedragen te hurken tijdens een lichamelijk onderzoek. Het verrichten van lichamelijk onderzoek naar de knie van klager past bij de medische informatie. Er waren geen aanwijzingen waaruit de verzekeringsarts had moeten opmaken dat hij klager niet kon vragen om te hurken. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:241 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9066

    Klacht tegen bedrijfsarts verjaard. De te late indiening van het klaagschrift dient voor risico van klager te komen. Het college verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klacht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:239 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9307

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft een (eenmalig) spreekuurcontact met klager gehad om aan de hand daarvan een probleemanalyse op te stellen. De klacht gaat in de kern over de inhoud van de probleemanalyse die verweerster heeft opgesteld en over het feit dat klager de probleemanalyse niet op een fysiek spreekuur met verweerster heeft kunnen bespreken. Ook beklaagt klager zich over het ontbreken van regie van verweerster over zijn (verdere) re-integratie. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:242 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9117

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Tussen klaagster en haar leidinggevende was een arbeidsconflict ontstaan. Uiteindelijk is de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkgever ontbonden. Klaagster verwijt de bedrijfsarts onder meer dat zij onvoldoende tegenwicht heeft geboden tegen de druk die de werkgever op klaagster uitoefende. Het kan de bedrijfsarts niet worden verweten dat de werkgever de adviezen van de bedrijfsarts niet heeft opgevolgd. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9030

    Klacht tegen huisarts. Klager heeft door de huisarts oxycodon voorgeschreven gekregen in verband met nekpijnklachten. Klager maakt de huisarts verschillende verwijten over zijn begeleiding bij het gebruik/de afbouw van de oxycodon en zijn bejegening van klager. Het college verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9036

    Klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft klaagster behandeld voor een gebitsrenovatie en daarbij door een andere tandarts geplaatste kronen verwijderd en veranderd. Klaagster ervaart aanhoudende pijn- en andere gezondheidsklachten. Zij verwijt de tandarts het schenden van professionele normen door onder meer: onvoldoende en misleidende voorlichting voorafgaand aan de behandeling en daardoor geen informed consent; inadequate nazorg en bagatelliseren van de klachten; technische fouten en nalatigheid; onvoldoende en te late verwijzing naar gespecialiseerde tandheelkundige zorg. De klacht is deels gegrond en voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:236 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9844

    Gegronde klacht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd tegen een verpleegkundige, werkzaam in de ggz. De verpleegkundige heeft gedurende ongeveer een maand een persoonlijke en seksuele relatie gehad met een cliënte die werd behandeld in de ggz-instelling waar verweerder destijds als verpleegkundige werkte. Dit contact heeft plaatsgevonden na de klinische opname, waar cliënte op dat moment nog wel ambulant werd behandeld. De verpleegkundige heeft het hem verweten gedrag direct erkend, meegewerkt aan het onderzoek van de IGJ, reflecterend vermogen getoond en zich in alle fasen open en toetsbaar opgesteld. Hij heeft een behandeltraject gevolgd bij een psycholoog en werkt op dit moment niet als verpleegkundige. Afwijking uitgangspunt onvoorwaardelijke schorsing. Geheel voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaar, waarbij onder meer als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verpleegkundige een supervisietraject dient te volgen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:237 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9372

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist GGZ. Klager is op vrijwillige basis behandeld in een ggz-instelling. Klager verwijt de verpleegkundig specialist onder meer dat zij onzorgvuldig is geweest in het verrichten van de diagnostiek en de (medicamenteuze) behandeling en dat zij verplichtingen inzake informed consent en dossiervorming niet is nagekomen. Het college oordeelt dat de verpleegkundig specialist uitvoerig en zorgvuldige diagnostiek en vervolgonderzoek heeft verricht. Van onzorgvuldigheid in de medicamenteuze behandeling is niet gebleken. Haar verslaglegging was adequaat en gaf een objectieve weergave van het beloop van de behandeling en de gemaakte keuzes. Geen aanleiding om te twijfelen aan vereiste informed consent. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:238 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9934

    Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft in een verwijsbrief voor de dochter van klaagster een opmerking opgenomen over klaagsters psychiatrische problematiek. De huisarts had deze informatie niet zonder toestemming van klaagster mogen opnemen in de verwijsbrief. De huisarts heeft zich na het incident toetsbaar en leerbaar opgesteld en heeft adequaat gereageerd. Het college vindt het daarom niet nodig een maatregel op te leggen

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:223 Raad van Discipline Amsterdam 26-714/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft in 2021 een medische verklaring gebruikt, ten aanzien waarvan in 2025 door het medisch tuchtcollege is geoordeeld dat de betreffende arts die niet had mogen afgeven. Dat betekent echter niet dat verweerster in 2021 tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Van misleiding en belangenverstrengeling is ook geen sprake. Die klachtonderdelen worden kennelijk-ongegrond verklaard. De overige klachtonderdelen zien op de verhouding tussen verweerster en haar cliënte, niet zijnde klaagster, en in die verhouding komt klaagster geen klachtrecht toe, zodat die klachtonderdelen kennelijk-niet ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:233 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10212

    Klacht tegen een huisarts. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht. Doordat klager niet heeft geconcretiseerd wanneer de contacten met de huisarts hebben plaatsgevonden is het onduidelijk gebleven of de klacht over handelen gaat dat minder dan tien jaar geleden heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat het klaagschrift niet voldoet aan de daaraan in de wet gestelde eisen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:234 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10393

    Klacht tegen een arts. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster staat onder curatele. De voorzitter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat klaagster wilsonbekwaam is terzake het indienen van de klacht nu zowel haar zoon (ook haar gemachtigde) als de curator hebben aangegeven dat dit het geval is vanwege vergevorderde dementie. De curator stemt niet in met de klacht, dit betekent dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. De zoon (en gemachtigde) van klaagster wenst de klacht zelf voort te zetten, maar hij is geen rechtstreeks belanghebbende als bedoeld in artikel 65 lid 1 onder a Wet BIG.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:235 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10394

    Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster staat onder curatele. De voorzitter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat klaagster wilsonbekwaam is terzake het indienen van de klacht nu zowel haar zoon (ook haar gemachtigde) als de curator hebben aangegeven dat dit het geval is vanwege vergevorderde dementie. De curator stemt niet in met de klacht, dit betekent dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. De zoon (en gemachtigde) van klaagster wenst de klacht zelf voort te zetten, maar hij is geen rechtstreeks belanghebbende als bedoeld in artikel 65 lid 1 onder a Wet BIG.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9167

    Klacht tegen een bedrijfsarts kennelijk ongegrond. Klager heeft zich bij zijn werkgever ziekgemeld na een ongeval. De arts in opleiding tot specialist bedrijfsgeneeskunde heeft de verzuimbegeleiding van klager onder supervisie van de bedrijfsarts op zich genomen. Klager verwijt de bedrijfsarts dat zij verantwoordelijk is voor het handelen van de arts betreffende schending van het beroepsgeheim en onzorgvuldige en partijdige verslaglegging. Het college oordeelt dat niet is gesteld en evenmin is gebleken dat met de delegatie van taken door de bedrijfsarts aan de arts buiten de in het Standpunt gegeven kaders of de supervisieovereenkomst is getreden. Ook kan het college niet vaststellen dat de bedrijfsarts tekort is geschoten is haar rol als supervisor of anderszins onvoldoende verantwoordelijkheid heeft genomen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:192 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3282

    In het kader van een strafrechtelijke procedure tegen klaagster heeft het gerechtshof aan de arts de opdracht gegeven een deskundigenrapport te schrijven over de wilsbekwaamheid van de moeder van klaagster ten tijde van het verlijden van de testamentaire akte bij de notaris in 2016. De arts kwam in zijn rappoort tot de conclusie dat met een hoge mate van waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld dat de moeder van klaagster niet meer wilsbekwaam was ter zake het nemen van besluiten over haar testament. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht, omdat er geen sprake is van een schending van een belang dat ziet op een handelen of nalaten op het gebied van de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klaagster kan worden ontvangen in haar klacht, omdat het handelen van de arts wél weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep en wijst de klacht terug naar het Regionaal Tuchtcollege voor inhoudelijke behandeling.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:193 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3297 VZ

    Voorzittersbeslissing. Griffierecht niet betaald. Klaagster heeft laten weten dat zij gezien haar financiële situatie het griffierecht niet kan betalen. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3153

    Klager heeft een aanvraag gedaan op grond van de Wet studiefinanciering 2000. Deze aanvraag is afgewezen. Klager heeft hiertegen geprocedeerd. De Centrale Raad van Beroep heeft DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) opgedragen een medisch adviseur over de zaak van klager te laten oordelen. Verweerder heeft als medisch adviseur op verzoek van DUO medische rapportages uitgebracht. Klager beklaagt zich over deze rapportages. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. Gelet op het strikte toetsingskader heeft de arts tot zijn conclusies heeft kunnen komen. De redenen die klager heeft aangevoerd dat hij zijn studie heeft moeten beëindigen, rechtvaardigen niet de conclusie dat hem een nieuwe aanspraak op studiefinanciering toekomt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:190 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3149

    Ongegronde klacht tegen een arts. De arts werkt binnen de penitentiaire inrichting (PI) waar klager verblijft. Voor zijn verblijf in detentie had klager al een tijd pijnklachten in zijn onderrug. Klager verwijt de arts dat hij heeft nagelaten een juiste behandeling in te zetten voor zijn rugklachten. Daarnaast verwijt klager de arts dat hij ten onrechte niet is doorverwezen.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klager verwerpen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:231 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9623

    Deels gegronde klacht tegen een arts. Klaagster werd in het kader van de verzuimbegeleiding begeleid door de arts. Klaagster verwijt de arts onder andere onvoldoende begeleiding bij een second opinion en schending van de vertrouwelijkheid. Het college oordeelt dat ook nadat de verzuimbegeleiding door een collega was overgenomen, de bedrijfsarts de voortgang van het verzoek om een second opinion had moeten controleren en zo nodig zijn supervisor of de arbodienst tot vervolgactie had moeten bewegen. Ook had de arts niet bij de werkgever mogen aangeven dat klaagster geen toestemming gaf voor het opvragen van medische informatie. Dit is niet zonder meer informatie die de werkgever nodig heeft. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:232 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9600

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager heeft bij het CIZ een aanvraag gedaan voor 24-uurszorg. De arts heeft als medisch adviseur bij het CIZ hierover advies gegeven. Klager meent dat dit advies niet op de juiste wijze tot stand is gekomen en dat hij bovendien zijn blokkerings- en correctierecht niet heeft kunnen uitoefenen. Het college is van oordeel dat klager wel het blokkeringsrecht toekwam, maar dat de arts klager niet in de gelegenheid heeft gesteld daarvan gebruik te maken is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:230 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9157

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat zij haar klachten niet serieus heeft genomen, niet tijdig medische informatie heeft ingewonnen en druk heeft uitgeoefend om te re-integreren. Het college stelt voorop dat het beter was geweest als de bedrijfsarts klaagster fysiek had gezien. De werkgever waar de bedrijfsarts voor werkte had echter als beleid dat gesprekken telefonisch plaatsvonden omdat de arbodienst landelijk werkt en de reisafstand in veel gevallen te groot is om werknemers op een fysiek spreekuur te beoordelen. Een bedrijfsarts die onder deze omstandigheden moet werken, moet daarop alert zijn door waarborgen te creëren die maken dat toch een zo goed mogelijk beeld kan worden gevormd. Dat heeft de bedrijfsarts voldoende gedaan. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:222 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-549/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel heeft verweerder de belangen van klager op zorgvuldige partijdige wijze behartigd en ook goed met klager gecommuniceerd. Uit de stukken is niet gebleken dat de bijstand door verweerder aan klager ondermaats is geweest. Vast staat dat klager concept processtukken heeft ontvangen en stukken aan verweerder heeft gestuurd. Het was de keuze van verweerder om te bepalen welke relevante opmerkingen en stukken in de procedure werden gebruikt. Dat klager op enig moment bezwaar heeft gemaakt tegen het gebruik van zijn medische informatie, is de voorzitter uit de stukken niet gebleken zodat verweerder erop mocht vertrouwen dat hij de medische stukken van klager met diens instemming in het geding mocht brengen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9166

    Klacht tegen een arts in opleiding tot specialist bedrijfsgeneeskunde kennelijk ongegrond. Klager heeft zich bij zijn werkgever ziekgemeld na een ongeval. De arts (verweerster) heeft de verzuimbegeleiding van klager onder supervisie van de bedrijfsarts op zich genomen. Klager verwijt de arts dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden door informatie zonder toestemming te delen met de werkgever van klager, en dat de verslaglegging onzorgvuldig en partijdig is. Het college oordeelt dat bij de door de bedrijfsarts aan de werkgever doorgegeven informatie geen medische informatie zat en de bedrijfsarts binnen de grenzen van het beroepsgeheim is gebleven. Daarnaast is het college niet gebleken van onzorgvuldig of partijdig handelen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:229 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9375

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is op vrijwillige basis behandeld door verschillende psychiaters. Verweerder heeft een verklaring opgesteld in het kader van de voorbereiding van een zorgmachtiging. Het college kan de psychiater volgen in zijn diagnostische overwegingen om tot de voorlopige diagnose van psychotische stoornis en PTSS te komen. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:226 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8846

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft een crisismaatregel opgelegd gekregen. Zij verwijt de psychiater onder meer dat zij voorafgaand aan die crisismaatregel niet is onderzocht en gehoord, dat zonder medische onderbouwing tijdelijke verplichte zorg is toegepast en dat er geen volledige verslaglegging is. In deze specifieke situatie is het begrijpelijk en te billijken dat de psychiater, als zorgverantwoordelijke, niet aan de wettelijke verplichting om klaagster opnieuw te beoordelen heeft voldaan. Wel had zij haar gevoerde beleid in het medisch dossier moeten opnemen. Klacht deels gegrond, overige klachtonderdelen ongegrond verklaard. Geen maatregel

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:227 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9254

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft een medische verklaring opgesteld in het kader van de aanvraag van een crisismaatregel voor klager. Klager verwijt de psychiater in kwestie met name – samengevat – dat zij in haar medische verklaring feitelijke onjuistheden heeft opgenomen, waarbij zij deze verkeerde informatie heeft ontvangen van de ex-partner van klager. Daarnaast verwijt klager de psychiater dat zij haar diagnose heeft gebaseerd op basis van deze verkeerde informatie en daarnaast haar diagnose ook niet goed heeft onderbouwd. Het college kan de psychiater volgen in haar diagnostische overwegingen en voorlopige diagnose. Overige klachtonderdelen ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:228 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9373

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is op vrijwillige basis behandeld door verschillende psychiaters en de zorgmachtiging is uiteindelijk niet aangevraagd. Klager verwijt de psychiater onder meer dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld in de diagnostiek en voorbereiding van de zorgmachtiging. Het feit dat de psychiater PTSS niet als primaire diagnose heeft gesteld acht het college navolgbaar. Van onzorgvuldigheid is niet gebleken. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:223 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10113

    Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift voldoet niet aan de daaraan in de wet gestelde eisen (artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verbinding met artikel 4 lid 1 van het Tuchtrechtbesluit BIG). Daarom is klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:224 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10144

    Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift voldoet niet aan de daaraan in de wet gestelde eisen (artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verbinding met artikel 4 lid 1 van het Tuchtrechtbesluit BIG). Daarom is klager kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:225 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9862

    Voorzittersbeslissing. Aan de hand van de stellingen van partijen concludeert de voorzitter dat inderdaad niet kan worden vastgesteld dat de huisarts een dergelijke vermelding (dat klaagster een lastige patiënt is) heeft gemaakt in het medisch dossier van klaagster. De stelling van klaagster dat deze opmerking staat vermeld is bovendien niet of althans onvoldoende onderbouwd. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2205/9246

    Klacht tegen een tandarts. Kennelijk ongegrond. De tandarts wordt verweten dat hij klaagster tijdens een spoedbehandeling ruw, hard en grof heeft behandeld, onnodig veel pijn heeft veroorzaakt en onvoldoende op haar pijnklachten heeft gereageerd. Het college oordeelt dat de uitgevoerde behandeling medisch-technisch correct was. Partijen hebben een verschillende lezing van de wijze waarop de behandeling is verlopen en er zijn geen objectieve gegevens die één van beide lezingen ondersteunen. Daarom kan het college niet vaststellen dat de tandarts klaagster ruw heeft behandeld, onnodige pijn heeft veroorzaakt of onvoldoende op haar pijnklachten heeft gereageerd.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9407

    Klager dient een klacht in tegen een klinisch psycholoog. Hij klaagt over gebrekkige dossiervoering, over het volgens hem door verweerster onterecht gegeven verlengingsadvies in het kader van zijn opgelegde tbs met dwangverpleging, over het gebruikte instrument voor de risicoanalyse en over zijn overplaatsing naar een andere afdeling. Het college verklaart alle klachten van klager kennelijk ongegrond. Dat zijn schizofreniestoornis in remissie was had duidelijker kunnen worden vermeld in het dossier maar dat dit niet is gedaan levert geen tuchtrechtelijk verwijt op. Het verlengingsadvies bevat geen verkeerde diagnose: dat de psychotische verschijnselen in remissie zijn, betekent niet, zoals klager kennelijk veronderstelt, dat er geen onderliggende stoornis meer is. Het gebruikte HKT-R-risicotaxatie-instrument is geschikt en verweerster was niet verantwoordelijk voor de beslissing om klager over te plaatsen naar een andere afdeling.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:184 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3137

    Klacht tegen een arts. Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK). De arts heeft geadviseerd tot afwijzing van de aanvraag. Klager verwijt de arts dat hij een onjuist sociaal-medisch advies heeft gegeven en dat hij heeft geweigerd om aan klager medische stukken te sturen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:185 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3136

    Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart (hierna: GPK). De arts heeft geoordeeld dat er sprake is van zwaarwegende sociaal-medische gronden voor het toekennen van een GPK en zij heeft haar sociaalmedisch advies aan de gemeente gezonden. Ongeveer een week later is het advies van de arts ingetrokken door de organisatie waarvoor de arts werkzaam is. Klager verwijt de arts dat zij hem niet de mogelijkheid heeft gegeven om gebruik te maken van het correctie/blokkeringsrecht, en dat zij geen reden en onderbouwing heeft gegeven voor het intrekken van het advies. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:186 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3084

    Gegrond klacht tegen een chirurg. De chirurg was betrokken bij de zorg aan de in 2022 overleden echtgenote van klager. De klacht gaat onder meer over de vraag of de chirurg klager en zijn echtgenote al dan niet volledig en tijdig heeft geïnformeerd over mogelijke diagnoses (waaronder kanker) en of er – aan de chirurg te wijten - onnodige vertraging is opgetreden in het proces dat uiteindelijk leidde tot de diagnose cholangiocarcinoom (galwegkanker). Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager ongegrond verklaard. Het Centraal tuchtcollege oordeelt dat de chirurg tuchtrechtelijk te verwijten valt dat hij vóór het eerste consult geen kennis had genomen van het verslag van de MRI, die in het kader van de verwijzing was gemaakt. Hierdoor is onvoldoende aandacht besteed aan de in dit verslag genoemde mogelijkheid van een kwaadaardige aandoening. Daarnaast is de chirurg tekortgeschoten in de communicatie met patiënte door haar onvoldoende mee te nemen in de door hem te nemen diagnostische stappen en haar op de hoogte te houden van de ontwikkelingen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond en legt de chirurg een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:187 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3039

    Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij het inzage- en correctierecht niet goed heeft uitgevoerd. Daarnaast verwijt klager de verzekeringsarts dat in de adviesrapportage onjuiste medische gegevens staan en het onmogelijk is dat, zoals in het rapport zou staan, dat de verzekeringsarts dezelfde dag als het spreekuurcontact met klager contact heeft gehad met de gemeente. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3172

    Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in haar sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts haar sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een rapportage. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klaagster voor een deel niet-ontvankelijk is in haar klacht en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:189 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3171

    Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in zijn sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts dat zijn sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een medische rapportage. Ook verwijt zij de arts dat hij haar tijdens het spreekuur onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klaagster voor een deel niet-ontvankelijk is in haar klacht en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.