Zoekresultaten 1-50 van de 15371 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:212 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9390
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 11-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:212
Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het onder de omstandigheden, gezien de veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam zijn, gerechtvaardigd om de naam van de verwerende partij niet met klager te delen. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. De persoon tegen wie de klacht is gericht is niet BIG-geregistreerd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:213 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9391
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 03-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:213
Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het onder de omstandigheden, gezien de veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam zijn, gerechtvaardigd om de naam van de verwerende partij niet met klager te delen. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. De persoon tegen wie de klacht is gericht is niet BIG-geregistreerd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:211 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9378
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 03-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:211
Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het onder de omstandigheden, gezien de veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam zijn, gerechtvaardigd om de naam van de verwerende partij niet met klager te delen. Inhoudelijk is de klacht kennelijk ongegrond. Door de gemachtigde van verweerster is gemotiveerd uiteengezet dat sprake is van een persoonsverwisseling.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10244
- Datum publicatie: 09-09-2026
- Datum uitspraak: 09-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:162
Voorzittersbeslissing. Klacht van behandelend zorgverlener tegen, volgens klager, een verpleegkundige over (het handelen rondom) de beoordeling van de aanvraag van de patiënt van klager voor vergoeding van zorg, verleend in het buitenland door klager. Klager is geen rechtstreeks belanghebbende, aangezien er geen sprake is van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. De klacht van klager gaat over de algemene gezondheidszorg (en de vergoeding hiervan). Klager valt ook niet onder een van de andere categorieën klachtgerechtigden. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9683
- Datum publicatie: 09-09-2026
- Datum uitspraak: 09-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:161
Kennelijk ongegronde klacht tegen kno-arts in verband met uitgebrachte expertise. Rapportage voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld. De kno-arts heeft de voor het onderzoek bepaalde normaalwaarde niet genegeerd en geen gebruik gemaakt van verkeerde cijfers. De kno-arts heeft op concrete, inzichtelijke en wetenschappelijk onderbouwde wijze beschreven hoe hij tot zijn conclusies is gekomen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/10435
- Datum publicatie: 07-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:142
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een gezondheidszorgpsycholoog kennelijk niet-ontvankelijk. Klager verwijt de gezondheidszorgpsycholoog dat hij een verklaring heeft afgegeven over zijn cliënt, de ex-partner van klager. De voorzitter oordeelt dat klager geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet BIG. Klager heeft weliswaar een financieel belang (in de alimentatieprocedure), maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/10237
- Datum publicatie: 07-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:143
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een psychotherapeut kennelijk niet-ontvankelijk. Klager verwijt de psychotherapeut dat hij een verklaring heeft afgegeven over zijn cliënt, de ex-partner van klager. De voorzitter oordeelt dat klager geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet BIG. Klager heeft weliswaar een financieel belang (in de alimentatieprocedure), maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9688 en H2026/9689
- Datum publicatie: 04-09-2026
- Datum uitspraak: 04-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:160
Wrakingsverzoek. Verzoeker heeft als wrakingsgrond aangevoerd dat sprake was van partijdigheid en vooringenomenheid, omdat de secretaris tijdens het mondeling vooronderzoek 519 foto’s en 6 films niet aan het dossier had toegevoegd en het college desondanks akkoord is gegaan met behandeling van de tuchtklachten in de raadkamer. Daarnaast wees verzoeker op een eerder ingediende klacht. Het wrakingsverzoek is afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9454
- Datum publicatie: 04-09-2026
- Datum uitspraak: 04-09-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:144
Klacht van ouders tegen vertrouwensarts kennelijk ongegrond. Klacht tegen vertrouwensarts over een onderzoek over Kindermishandeling door falsicifiactie. Klagers verwijten de vertrouwensarts ook dat ze onvoldoende objectief was in het onderzoek.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9351
- Datum publicatie: 04-09-2026
- Datum uitspraak: 04-09-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:145
klacht tegen plastisch chirurg. Klager lijdt aan Dupuytren en heeft een percutane naaldfasciotomie ondergaan. Na de ingreep ontstaat een peesruptuur. Na een hersteloperatie trad opnieuw een ruptuur op. Klager verwijt de chirurg kort gezegd dat het informed consent onvolledig was en dat niet duidelijk is geworden waarom de ruptuur en de reruptuur zijn opgetreden. Het college oordeelt dat er sprake is van een zeldzame complicatie. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:179 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3203
- Datum publicatie: 03-09-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:179
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:178 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2996
- Datum publicatie: 02-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:178
Klacht tegen een arts, werkzaam bij een arbodienst, onder supervisie van een BIG-geregistreerde bedrijfsarts. De inschrijving van de arts in het BIG-register is voor de duur van drie maanden geschorst geweest. In deze periode is klager twee keer bij de arts op het spreekuur geweest. Het Regionaal Tuchtcollege is tot het oordeel gekomen dat de arts vanwege de schorsing deze werkzaamheden niet had mogen uitvoeren en heeft aan de arts de maatregel van doorhaling van de inschrijving in het BIG-register opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het hiertegen door de arts ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10275
- Datum publicatie: 02-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:158
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen MDL-arts over het niet overdragen van allergiegegevens. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerster ingediend. Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook met de onderhavige klacht misbruik van recht maakt.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10232
- Datum publicatie: 02-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:159
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen MDL-arts over onzorgvuldig handelen rond een afspraak met de huisarts, het verzwijgen van dit contact in eerdere tuchtklachten en onjuistheden over opioïdenintolerantie en de besluitvorming van de Geschillencommissie Ziekenhuizen. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerster ingediend. Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook met de onderhavige klacht misbruik van recht maakt.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9022
- Datum publicatie: 02-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:154
Klacht tegen medisch adviseur Dienst Justitiële inrichtingen, die advies uitgebracht heeft over detentiegeschiktheid. Klagers zijn kennelijk niet-ontvankelijk, voor zover zij het college verzoeken om (los van een concrete klacht) een algemene uitspraak te doen. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in haar klachtonderdeel over het gegeven advies, omdat uitsluitend klager daarbij rechtstreeks belanghebbende is. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10273
- Datum publicatie: 02-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:156
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen orthopedisch chirurg over het niet overdragen van allergiegegevens en morfinebeperkingen. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerder ingediend, Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook in de onderhavige klacht misbruik van recht maakt.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10274
- Datum publicatie: 02-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:157
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen MDL-arts over het naleven van regels 3, 4 en 9 van de KNMG-gedragscode en klaagster onterecht zwartmaken en beschuldigen. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerster ingediend. Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook met de onderhavige klacht misbruik van recht maakt.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9670
- Datum publicatie: 02-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:155
Klacht tegen huisarts na consult bij de huisartsenpost over mogelijke diep-veneuze trombose. De huisarts zag geen tekenen van DVT en adviseerde klaagster de volgende dag contact op te nemen met haar eigen huisarts, wat zij niet heeft gedaan. De klacht is gedeeltelijk gegrond. Het college kan er, mede gelet op de betwisting door klaagster, niet vanuit gaan dat de huisarts in duidelijke bewoordingen tegen klaagster heeft gezegd dat aanvullend onderzoek nodig was en het daarom belangrijk was dat zij de volgende ochtend contact met de eigen huisarts zou opnemen. De notitie in het dossier wijst niet op de urgentie, die er wel degelijk was. De huisarts had zijn dossieraantekeningen (en zijn advies aan klaagster) zo moeten formuleren dat er over de urgentie geen misverstand kon ontstaan, niet bij klaagster en ook niet bij klaagsters eigen huisarts. De huisarts heeft bij het consult onvoldoende regie genomen en in een potentieel gevaarlijke situatie te veel verantwoordelijkheid bij de patiënt neergelegd. Het college legt de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9155
- Datum publicatie: 28-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:140
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verbleef in de penitentiaire inrichting en is in het kader van de strafprocedure onderzocht in het Pieter Baan Centrum. Klager verwijt de psychiater dat voor het diagnostisch oordeel verouderde en foutieve stukken zijn gebruikt, de diagnostische beschouwing gebrekkig is gemotiveerd en relevante stukken uit het strafdossier buiten beschouwing zijn gelaten. Op basis van deze informatie heeft de psychiater volgens klager ten onrechte een TBS-maatregel met dwangverpleging geadviseerd. Het deskundigenrapport voldoet aan de criteria waar dit volgens vaste jurisprudentie aan dient te voldoen en de psychiater heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9153
- Datum publicatie: 28-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:141
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verbleef in de penitentiaire inrichting en is in het kader van de strafprocedure onderzocht in het Pieter Baan Centrum. Klager verwijt de psychiater dat voor het diagnostisch oordeel verouderde en foutieve stukken zijn gebruikt, de diagnostische beschouwing gebrekkig is gemotiveerd en relevante stukken uit het strafdossier buiten beschouwing zijn gelaten. Op basis van deze informatie heeft de psychiater volgens klager ten onrechte een TBS-maatregel met dwangverpleging geadviseerd. Het deskundigenrapport voldoet aan de criteria waar dit volgens vaste jurisprudentie aan dient te voldoen en de psychiater heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:210 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9571
- Datum publicatie: 28-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:210
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Het college stelt voorop dat GGZ-instanties (en de daar werkende psychiaters) een eigen verantwoordelijkheid hebben waarop de huisarts geen toezicht heeft. Een huisarts heeft ook niet de expertise om de GGZ-hulpverlening te controleren, te sturen en/of te beoordelen. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:206 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9147
- Datum publicatie: 28-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:206
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Samenhangende klacht met zaaknummer A2025/9152. Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden. In ieder geval had het gegeven dat patiënt zich bij het eerste consult meldde met mictieklachten (waaronder pijn) in combinatie met het aantreffen van erytrocyten in de urine ertoe moeten leiden dat na enkele weken het urine onderzoek was herhaald en dat een urinesedimentbepaling was verricht. En in die zin was de eerste werkdiagnose ook onvolledig althans gebaseerd op onvolledig onderzoek. Klachtonderdeel a en c slagen, met uitzondering van het onvoldoende serieus nemen van de pijnklachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:207 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9152
- Datum publicatie: 28-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:207
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Samenhangende klacht met zaaknummer A2025/9147. Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden. In ieder geval had het gegeven dat patiënt zich bij het eerste consult meldde met mictieklachten (waaronder pijn) in combinatie met het aantreffen van erytrocyten in de urine ertoe moeten leiden dat na enkele weken het urine onderzoek was herhaald en dat een urinesedimentbepaling was verricht. En in die zin was de eerste werkdiagnose ook onvolledig althans gebaseerd op onvolledig onderzoek. Klachtonderdeel a en c slagen, met uitzondering van het onvoldoende serieus nemen van de pijnklachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:208 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9530
- Datum publicatie: 28-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:208
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft een groot aantal klachten geformuleerd, maar met uitzondering van de klacht over de onzorgvuldige klachtenbehandeling zijn ter zitting alle andere klachten uitdrukkelijk ingetrokken. Het college oordeelt dat klager ontvankelijk is, maar de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:209 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8914
- Datum publicatie: 28-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:209
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is niet-ontvankelijk voor zoverre zij namens haar zoon klaagt over zijn behandeling, klachtonderdeel d. Het college is van oordeel dat niet is gebleken dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld in het monitoren van de medicatie en in de verwijzingstrajecten. Ook de andere klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8919
- Datum publicatie: 27-08-2026
- Datum uitspraak: 25-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:133
Klacht tegen een gezondheidszorgpsycholoog. Klager maakt de gz-psycholoog verschillende verwijten over onder andere grensoverschrijdend gedrag en onprofessioneel handelen. De gz-psycholoog heeft de verwijten gemotiveerd weersproken. Het college oordeelt dat klager ten aanzien van een klachtonderdeel (verbreken ethische code) niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende en voor het overige (bejegening) kennelijk ongegrond vanwege het ontbreken van een vaststaande feitelijke grondslag
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8763
- Datum publicatie: 26-08-2026
- Datum uitspraak: 26-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:152
Klaagster klaagt erover dat een arts onder supervisie van een bedrijfsarts haar onder meer niet heeft geïnformeerd over zijn hoedanigheid en dat hij een toezegging dat zij eerst inzage in haar FML zou krijgen, voordat deze naar haar werkgever zou worden gestuurd, niet is nagekomen. Het tuchtcollege verklaart de klacht op deze punten gegrond. Maatregel: berisping omdat verweerder heel basale essentiële zaken niet goed heeft uitgevoerd, hij een belangrijke toezegging betreffende de FML niet is nagekomen, hij onvoldoende reflectie toont op zijn handelwijze en zich niet toetsbaar heeft opgesteld.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8888
- Datum publicatie: 26-08-2026
- Datum uitspraak: 26-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:153
Gegronde klacht tegen bedrijfsarts. Klager verwijt verweerder dat hij, na zijn betrokkenheid bij klager als bedrijfsarts, zich negatief heeft uitgelaten over klager. Ook heeft verweerder onjuistheden is in zijn verklaring over klager opgenomen. Verweerder heeft erkend dat hij zich negatief heeft uitgelaten over klager en dat deze verklaringen onjuistheden bevatten. Verweerder ziet nu in dat hij als bedrijfsarts geen verklaring kan geven op verzoek van een werkgever of een werknemer indien die zelf betrokken is geweest bij de casus. Het college heeft voorwaardelijke schorsing overwogen en legt verweerder, gezien de omstandigheden, de maatregel berisping op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9035
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 25-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:134
Kennelijk ongegrond klacht. Klager is bij een beoordeling in het kader van een crisis gezien door verweerder, psychiater. Deze adviseerde klager de olanzapine in te nemen die klager op dat moment bij zich had. Klager vindt dit onzorgvuldig, aangezien de olanzapine juist ten behoeve van afbouw gedoseerd was klaargemaakt.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:205 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7870
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 25-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:205
Gegronde klacht van de IGJ tegen een huisarts. Het college overweegt onder andere dat uit de vermelde feiten blijkt dat de huisarts zijn patiënten er actief van heeft proberen te weerhouden zich (ook door een andere zorgverlener) te laten vaccineren, door zich jegens hen op diverse wijzen en ongevraagd zeer kritisch en negatief uit te laten over de COVID-19-vaccinaties. Met de telefonische benadering van driehonderd patiënten, het informed consent-formulier, de in die gesprekken en dat formulier verstrekte eenzijdige, ongenuanceerde en onjuiste informatie en met het vereiste van ondertekening in het formulier de huisarts ten onrechte een drempel heeft opgeworpen voor de patiënten die wel gevaccineerd wilden worden. Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Al met al komt het college, op grond van de ernst van de aan de huisarts verweten gedragingen en de onwrikbaarheid van zijn ideeën, tot de maatregel van onvoorwaardelijke doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:204 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9172
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 25-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:204
Grotendeels gegronde klacht tegen een dermatoloog. De dermatoloog heeft klaagster behandeld met botulinetoxine injecties in de oksels in verband met overmatig transpireren. De dermatoloog heeft klaagster voorafgaand aan de behandeling onvoldoende geïnformeerd, de behandelrelatie zonder gewichtige reden en zonder inachtneming van de daarvoor geldende zorgvuldigheidseisen beëindigd, onzorgvuldig gehandeld bij de verslaglegging en is tekortgeschoten in de communicatie over de klachtenafhandeling en het BIG-registratienummer. Gelet op de ernst en de samenhang van de gegrond bevonden klachtonderdelen, het ontbreken van inzicht in het eigen handelen en een opgelegde berisping in een eerdere tuchtzaak, legt het college een voorwaardelijke schorsing van zes maanden op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:174 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3318 VZ
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:174
Voorzittersbeslissing. Misbruik van recht. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij onbekwaam was om klaagsters verzoek om aanvulling in haar dossier te effectueren, maar dit desondanks wel heeft gedaan. Dit zou volgens klaagster verstrekkende gevolgen hebben gehad voor de medische behandelingen van klaagster binnen en buiten het ziekenhuis. Daarnaast zou het ook invloed hebben op andere procedures die klaagster is gestart om het volgens haar gedane onrecht recht te zetten en de aanvullingen te laten rectificeren zodat de zorgverlening aan haar wel goed en veilig kan zijn. Volgens klaagster was de orthopedisch chirurg onbekwaam omdat hij als orthopeed weinig kennis had. Ook al had de Raad van Bestuur toestemming aan hem gevraagd; hij had moeten aangeven dat hij niet de behandelend arts was die kon besluiten over het effectueren van de aanvullingen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht wegens misbruik van recht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is het daarmee eens. Hij is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep afwijzen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:177 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3152
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:177
De huisarts is medisch directeur van een huisartsenorganisatie. Klaagster stond als patiënt ingeschreven bij een huisartsenpraktijk die is aangesloten bij deze organisatie. Per 6 november 2023 heeft de huisarts de behandelingsovereenkomst tussen klaagster en de huisartsenpraktijk beëindigd. Klaagster klaagt over het beëindigen van de behandelingsovereenkomst en over de (opvolging van) zorg daarna. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klaagster ontvankelijk verklaard in de klacht en de klacht vervolgens ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft klaagster beroep ingesteld en de huisarts vervolgens incidenteel beroep. Het Centraal Tuchtcollege komt tot dezelfde conclusies als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt de beroepen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2940
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:171
Klacht tegen een cardioloog. De klacht gaat over de behandeling van de moeder van klaagster, die inmiddels is overleden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het heeft daartoe overwogen dat er onvoldoende concrete aanknopingspunten zijn te vinden die aannemelijk maken dat klaagster met de indiening van de klacht de wil van haar overleden moeder vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk in het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3001
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:173
Klacht tegen een apotheker. Klager gebruikte al enige tijd een opiaat van een bepaald merk. Op enig moment heeft de online-apotheek dit medicijn vervangen door een medicijn van een ander merk. Klager verwijt de apotheker dat dit is gebeurd zonder uitleg aan hem en zonder overleg met een arts. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3103
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:175
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De dochter van klaagster klaagde over oorpijn en hoofdpijn. De huisarts heeft haar halverwege februari 2022 op het spreekuur gezien. De huisarts concludeerde tot een oorontsteking met koorts. Drie dagen later zag de huisarts haar weer op het spreekuur en na onderzoek en overleg met een kinderarts schreef de huisarts antibiotica voor. Hij zag verder geen aanleiding om de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Op dezelfde dag heeft de huisarts klaagster nog gebeld waarna hij nogmaals heeft overlegd met de kinderarts. Ook toen zag de huisarts geen aanleiding de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Diezelfde avond is zij via de HAP alsnog naar het ziekenhuis verwezen en bleek dat sprake was van een hersenvliesontsteking. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3122
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:176
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2981
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:172
Klacht tegen een internist-nefroloog. Klaagster klaagt over de behandeling van haar moeder, die vanaf 2017 bij de internist-nefroloog in behandeling is geweest en in 2024 is overleden. Klaagster verwijt de internist-nefroloog onder meer dat zij zonder medeweten van de patiënte na haar ontslag uit het ziekenhuis afspraken heeft gemaakt over haar medische behandeling en heeft geweigerd de patiënte naar een andere internist-nefroloog te verwijzen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Dat college overweegt dat sprake is van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om te twijfelen dat klaagster met de indiening van de klacht de wil van haar overleden moeder vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8137
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:135
Klacht tegen SEH-arts kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot van klaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Bij aankomst in het ziekenhuis is patiënt via de spoedeisende hulp (SEH) naar de afdeling radiologie gebracht voor een CT-scan en vervolgens naar de operatiekamer (OK) voor het uitvoeren van een EVAR (Endo Vasculaire Aneurysma Reparatie). Voordat patiënt geopereerd kon worden, is hij overleden. Verweerster is als SEH-arts bij de opname van patiënt betrokken geweest en heeft de overlijdensakte opgesteld. Klaagsters maken haar meerdere verwijten over haar handelen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8546
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:136
Klacht tegen ambulanceverpleegkundige kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot van klaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Niet lang na aankomst in het ziekenhuis is patiënt overleden. Verweerder is als ambulanceverpleegkundige betrokken geweest bij het vervoer van patiënt naar het ziekenhuis. Klaagsters maken hem een tweetal verwijten over zijn handelen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8544
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 27-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:137
Klacht tegen anesthesioloog kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot vanklaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Bij aankomst in het ziekenhuis is patiënt via de spoedeisende hulp (SEH) naar de afdeling radiologie gebracht voor een CT-scan en vervolgens naar de operatiekamer (OK) voor het uitvoeren van een EVAR (Endo Vasculaire Aneurysma Reparatie). Voordat patiënt geopereerd kon worden, is hij overleden. Verweerster is als anesthesioloog bij de opname van patiënt betrokken geweest. Klaagsters maken haar meerdere verwijten over haar handelen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8916
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:138
Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot van klaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Bij aankomst in het ziekenhuis is patiënt via de spoedeisende hulp (SEH) naar de afdeling radiologie gebracht voor een CT-scan en vervolgens naar de operatiekamer (OK) voor het uitvoeren van een EVAR (Endo Vasculaire Aneurysma Reparatie). Voordat patiënt geopereerd kon worden, is hij overleden. Verweerder is als radioloog bij de opname van patiënt betrokken geweest. Klaagsters maken hem meerdere verwijten over zijn handelen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8917
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:139
Klacht tegen vaatchirurg kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot van klaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Bij aankomst in het ziekenhuis is patiënt via de spoedeisende hulp (SEH) naar de afdeling radiologie gebracht voor een CT-scan en vervolgens naar de operatiekamer (OK) voor het uitvoeren van een EVAR (Endo Vasculaire Aneurysma Reparatie). Voordat patiënt geopereerd kon worden, is hij overleden. Verweerder is als dienstdoende vaatchirurg bij de opname van patiënt betrokken geweest. Klaagsters maken hem meerdere verwijten over zijn handelen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:200 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9174
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:200
Kennelijk ongegronde klacht tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts was de superviserend arts van de arbo-arts die betrokken was bij de verzuimbegeleiding. De klacht ziet onder meer op de verzuimbegeleiding, schending beroepsgeheim en bejegening. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:201 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9497
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:201
Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De klager was uitgenodigd voor een fysiek consult met de bedrijfsarts voor een claimbeoordeling na ziekmelding. De klacht van klager ziet kort gezegd op de communicatie daarover. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:202 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9215
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:202
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een arbo-arts. Klager is tijdens zijn arbeidsongeschiktheid begeleid door de arbo-arts, die als basisarts onder supervisie van een bedrijfsarts werkzaam was. De klachtonderdelen over beëindiging van de begeleidingsrelatie, informatieverstrekking aan de werkgever, de beoordeling van de belastbaarheid, de omgang met een verzoek om second opinion en werken onder supervisie zijn gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:203 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9216
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:203
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager is in het kader van zijn arbeidsongeschiktheid begeleid door een arbo-arts die onder supervisie van de bedrijfsarts werkte. Klager verwijt de bedrijfsarts dat zij onvoldoende invulling heeft gegeven aan haar verantwoordelijkheid als supervisor. De klachtonderdelen over de beëindiging begeleidingsrelatie, afhandeling van verzoek second opinion, invulling van de supervisie, en de klachtafhandeling zijn gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2991
- Datum publicatie: 20-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:168
Klager is na verwijzing in psychiatrische behandeling geweest van 2000 tot 2018. Klager heeft op 21 mei 2025 een klacht tegen de huisarts ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege. Klager verwijt de huisarts dat hij naar een psychiater is verwezen zonder daarbij een concrete hulpvraag in de verwijsbrief te formuleren, dat de huisarts in de jaren daarna verlengingen van de verwijzing heeft afgegeven en dat de huisarts niet heeft gereageerd of gehandeld op verslagen van de psychiater. Deze klachten gaan over de periode 2000 tot en met 2013. Daarnaast verwijt klager de huisarts meer in het algemeen een nalatigheid gedurende de 18-jarige psychiatrische behandeling van klager, door gedurende deze behandeling zich niet op de hoogte te laten stellen van het verloop van de behandeling en deze te beoordelen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht, deels vanwege verjaring en deels omdat de klacht onvoldoende duidelijk is. Het Centraal Tuchtcollege volgt het Regionaal Tuchtcollege in het oordeel over de verjaring. Voor het overige verklaart het Centraal Tuchtcollege klager wél ontvankelijk in de klacht, omdat de klacht naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege voldoende duidelijk is. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht in zoverre ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3051
- Datum publicatie: 20-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:169
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager had pijn- en zwellingsklachten aan zijn rechterscheenbeen, hij vermoedde dat dit kwam door een breuk in zijn scheenbeen en hij wilde dat de huisarts hem naar een orthopeed zou verwijzen. Klager is ontevreden over de behandeling van zijn klachten door de huisarts en de beslissing om hem zonder lichamelijk onderzoek te verrichten te verwijzen naar een fysiotherapeut in plaats van naar een orthopeed. Klager zegt dat de huisarts de breuk in zijn scheenbeen niet heeft opgemerkt en dat later bij een MRI-scan in een ziekenhuis in Litouwen alsnog een breek in zijn scheenbeen is vastgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klager verwerpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3072
- Datum publicatie: 20-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:170
De moeder van klager was ongeneeslijk ziek. Volgens klager heeft de arts, destijds huisarts, een blaasontsteking van zijn moeder niet herkend en niet behandeld waardoor zij sepsis heeft gekregen. Voor klager is ook onduidelijk waarom de arts bepaalde medicatie heeft voorgeschreven. Tot slot verwijt klager de arts dat zij moeder niet heeft bezocht in het weekend voor het overlijden van moeder. Het Regionaal Tuchtcollege heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen die beslissing.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 308
- Volgende pagina zoekresultaten