Zoekresultaten 1-50 van de 15413 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:231 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9623
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 06-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:231
Deels gegronde klacht tegen een arts. Klaagster werd in het kader van de verzuimbegeleiding begeleid door de arts. Klaagster verwijt de arts onder andere onvoldoende begeleiding bij een second opinion en schending van de vertrouwelijkheid. Het college oordeelt dat ook nadat de verzuimbegeleiding door een collega was overgenomen, de bedrijfsarts de voortgang van het verzoek om een second opinion had moeten controleren en zo nodig zijn supervisor of de arbodienst tot vervolgactie had moeten bewegen. Ook had de arts niet bij de werkgever mogen aangeven dat klaagster geen toestemming gaf voor het opvragen van medische informatie. Dit is niet zonder meer informatie die de werkgever nodig heeft. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:232 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9600
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 06-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:232
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager heeft bij het CIZ een aanvraag gedaan voor 24-uurszorg. De arts heeft als medisch adviseur bij het CIZ hierover advies gegeven. Klager meent dat dit advies niet op de juiste wijze tot stand is gekomen en dat hij bovendien zijn blokkerings- en correctierecht niet heeft kunnen uitoefenen. Het college is van oordeel dat klager wel het blokkeringsrecht toekwam, maar dat de arts klager niet in de gelegenheid heeft gesteld daarvan gebruik te maken is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:230 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9157
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 06-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:230
Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat zij haar klachten niet serieus heeft genomen, niet tijdig medische informatie heeft ingewonnen en druk heeft uitgeoefend om te re-integreren. Het college stelt voorop dat het beter was geweest als de bedrijfsarts klaagster fysiek had gezien. De werkgever waar de bedrijfsarts voor werkte had echter als beleid dat gesprekken telefonisch plaatsvonden omdat de arbodienst landelijk werkt en de reisafstand in veel gevallen te groot is om werknemers op een fysiek spreekuur te beoordelen. Een bedrijfsarts die onder deze omstandigheden moet werken, moet daarop alert zijn door waarborgen te creëren die maken dat toch een zo goed mogelijk beeld kan worden gevormd. Dat heeft de bedrijfsarts voldoende gedaan. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:222 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-549/DH/RO
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 09-09-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:222
Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel heeft verweerder de belangen van klager op zorgvuldige partijdige wijze behartigd en ook goed met klager gecommuniceerd. Uit de stukken is niet gebleken dat de bijstand door verweerder aan klager ondermaats is geweest. Vast staat dat klager concept processtukken heeft ontvangen en stukken aan verweerder heeft gestuurd. Het was de keuze van verweerder om te bepalen welke relevante opmerkingen en stukken in de procedure werden gebruikt. Dat klager op enig moment bezwaar heeft gemaakt tegen het gebruik van zijn medische informatie, is de voorzitter uit de stukken niet gebleken zodat verweerder erop mocht vertrouwen dat hij de medische stukken van klager met diens instemming in het geding mocht brengen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:229 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9375
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:229
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is op vrijwillige basis behandeld door verschillende psychiaters. Verweerder heeft een verklaring opgesteld in het kader van de voorbereiding van een zorgmachtiging. Het college kan de psychiater volgen in zijn diagnostische overwegingen om tot de voorlopige diagnose van psychotische stoornis en PTSS te komen. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:226 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8846
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:226
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft een crisismaatregel opgelegd gekregen. Zij verwijt de psychiater onder meer dat zij voorafgaand aan die crisismaatregel niet is onderzocht en gehoord, dat zonder medische onderbouwing tijdelijke verplichte zorg is toegepast en dat er geen volledige verslaglegging is. In deze specifieke situatie is het begrijpelijk en te billijken dat de psychiater, als zorgverantwoordelijke, niet aan de wettelijke verplichting om klaagster opnieuw te beoordelen heeft voldaan. Wel had zij haar gevoerde beleid in het medisch dossier moeten opnemen. Klacht deels gegrond, overige klachtonderdelen ongegrond verklaard. Geen maatregel
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:227 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9254
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:227
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft een medische verklaring opgesteld in het kader van de aanvraag van een crisismaatregel voor klager. Klager verwijt de psychiater in kwestie met name – samengevat – dat zij in haar medische verklaring feitelijke onjuistheden heeft opgenomen, waarbij zij deze verkeerde informatie heeft ontvangen van de ex-partner van klager. Daarnaast verwijt klager de psychiater dat zij haar diagnose heeft gebaseerd op basis van deze verkeerde informatie en daarnaast haar diagnose ook niet goed heeft onderbouwd. Het college kan de psychiater volgen in haar diagnostische overwegingen en voorlopige diagnose. Overige klachtonderdelen ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:228 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9373
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:228
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is op vrijwillige basis behandeld door verschillende psychiaters en de zorgmachtiging is uiteindelijk niet aangevraagd. Klager verwijt de psychiater onder meer dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld in de diagnostiek en voorbereiding van de zorgmachtiging. Het feit dat de psychiater PTSS niet als primaire diagnose heeft gesteld acht het college navolgbaar. Van onzorgvuldigheid is niet gebleken. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:223 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10113
- Datum publicatie: 01-10-2026
- Datum uitspraak: 16-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:223
Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift voldoet niet aan de daaraan in de wet gestelde eisen (artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verbinding met artikel 4 lid 1 van het Tuchtrechtbesluit BIG). Daarom is klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:224 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10144
- Datum publicatie: 01-10-2026
- Datum uitspraak: 16-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:224
Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift voldoet niet aan de daaraan in de wet gestelde eisen (artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verbinding met artikel 4 lid 1 van het Tuchtrechtbesluit BIG). Daarom is klager kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:225 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9862
- Datum publicatie: 01-10-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:225
Voorzittersbeslissing. Aan de hand van de stellingen van partijen concludeert de voorzitter dat inderdaad niet kan worden vastgesteld dat de huisarts een dergelijke vermelding (dat klaagster een lastige patiënt is) heeft gemaakt in het medisch dossier van klaagster. De stelling van klaagster dat deze opmerking staat vermeld is bovendien niet of althans onvoldoende onderbouwd. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9407
- Datum publicatie: 30-09-2026
- Datum uitspraak: 30-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:165
Klager dient een klacht in tegen een klinisch psycholoog. Hij klaagt over gebrekkige dossiervoering, over het volgens hem door verweerster onterecht gegeven verlengingsadvies in het kader van zijn opgelegde tbs met dwangverpleging, over het gebruikte instrument voor de risicoanalyse en over zijn overplaatsing naar een andere afdeling. Het college verklaart alle klachten van klager kennelijk ongegrond. Dat zijn schizofreniestoornis in remissie was had duidelijker kunnen worden vermeld in het dossier maar dat dit niet is gedaan levert geen tuchtrechtelijk verwijt op. Het verlengingsadvies bevat geen verkeerde diagnose: dat de psychotische verschijnselen in remissie zijn, betekent niet, zoals klager kennelijk veronderstelt, dat er geen onderliggende stoornis meer is. Het gebruikte HKT-R-risicotaxatie-instrument is geschikt en verweerster was niet verantwoordelijk voor de beslissing om klager over te plaatsen naar een andere afdeling.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:184 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3137
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 23-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:184
Klacht tegen een arts. Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK). De arts heeft geadviseerd tot afwijzing van de aanvraag. Klager verwijt de arts dat hij een onjuist sociaal-medisch advies heeft gegeven en dat hij heeft geweigerd om aan klager medische stukken te sturen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:185 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3136
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 23-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:185
Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart (hierna: GPK). De arts heeft geoordeeld dat er sprake is van zwaarwegende sociaal-medische gronden voor het toekennen van een GPK en zij heeft haar sociaalmedisch advies aan de gemeente gezonden. Ongeveer een week later is het advies van de arts ingetrokken door de organisatie waarvoor de arts werkzaam is. Klager verwijt de arts dat zij hem niet de mogelijkheid heeft gegeven om gebruik te maken van het correctie/blokkeringsrecht, en dat zij geen reden en onderbouwing heeft gegeven voor het intrekken van het advies. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:186 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3084
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 23-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:186
Gegrond klacht tegen een chirurg. De chirurg was betrokken bij de zorg aan de in 2022 overleden echtgenote van klager. De klacht gaat onder meer over de vraag of de chirurg klager en zijn echtgenote al dan niet volledig en tijdig heeft geïnformeerd over mogelijke diagnoses (waaronder kanker) en of er – aan de chirurg te wijten - onnodige vertraging is opgetreden in het proces dat uiteindelijk leidde tot de diagnose cholangiocarcinoom (galwegkanker). Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager ongegrond verklaard. Het Centraal tuchtcollege oordeelt dat de chirurg tuchtrechtelijk te verwijten valt dat hij vóór het eerste consult geen kennis had genomen van het verslag van de MRI, die in het kader van de verwijzing was gemaakt. Hierdoor is onvoldoende aandacht besteed aan de in dit verslag genoemde mogelijkheid van een kwaadaardige aandoening. Daarnaast is de chirurg tekortgeschoten in de communicatie met patiënte door haar onvoldoende mee te nemen in de door hem te nemen diagnostische stappen en haar op de hoogte te houden van de ontwikkelingen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond en legt de chirurg een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:187 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3039
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:187
Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij het inzage- en correctierecht niet goed heeft uitgevoerd. Daarnaast verwijt klager de verzekeringsarts dat in de adviesrapportage onjuiste medische gegevens staan en het onmogelijk is dat, zoals in het rapport zou staan, dat de verzekeringsarts dezelfde dag als het spreekuurcontact met klager contact heeft gehad met de gemeente. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3172
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:188
Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in haar sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts haar sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een rapportage. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klaagster voor een deel niet-ontvankelijk is in haar klacht en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:189 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3171
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:189
Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in zijn sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts dat zijn sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een medische rapportage. Ook verwijt zij de arts dat hij haar tijdens het spreekuur onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klaagster voor een deel niet-ontvankelijk is in haar klacht en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9204
- Datum publicatie: 25-09-2026
- Datum uitspraak: 25-09-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:149
Klager, toen 33 jaar, bezocht spoedeisende hulp vanwege aanhoudende ernstige buikpijn. Hij is een dag later door verweerder herbeoordeeld. Klachten worden geduid als passend bij gastritis/gastro-enteritis. Een aantal dagen later bleek klager een aortadissectie te hebben. Klager verwijt verweerder, samengevat, dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan waardoor hij deze diagnose heeft gemist. Het college oordeelt dat een dissectie een weinig voorkomende, lastig vast te stellen en voor deze patiënt niet voor de hand liggende aandoening was. Bij differentiaal diagnostisch ‘doorredeneren’ had de mogelijkheid van een dissectie of aneurysma echter wellicht wel in beeld kunnen komen, nu klager terug naar het ziekenhuis was gekomen met verergerde pijnklachten in de bovenbuik. Verweerder, die kort daarvoor arts was geworden en nog weinig ervaring had, heeft de casus en het voorgestelde beleid besproken met de dienstdoende chirurg-supervisor. Daarbij werd het beeld van de patiënt geduid als passend bij een gastritis/gastro-enteritis in combinatie met spierpijn als gevolg van het braken. Onder de hiervoor geschetste omstandigheden heeft de verweerder voldoende zorgvuldigheid betracht en acht het college een tuchtrechtelijk verwijt niet op zijn plaats. De klachtonderdelen zijn dan ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9281
- Datum publicatie: 25-09-2026
- Datum uitspraak: 25-09-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:150
Essentie:Kennelijk ongegronde klacht over een uitgevoerde gastroscopie door een MDL-arts. Klaagster is via de huisarts doorverwezen naar het ziekenhuis voor een eerstelijns gastroscopie. Klaagster is ontevreden over het uitvoeren van deze gastroscopie, omdat er volgens klaagster geen voorgesprek of overleg heeft plaatsgevonden, de medische voorgeschiedenis van klaagster is genegeerd en klaagster niet is verdoofd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:221 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9189
- Datum publicatie: 25-09-2026
- Datum uitspraak: 25-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:221
Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Klaagster vindt dat de internist haar dochter zelf fysiek had moeten onderzoeken en haar had moeten laten opnemen in het ziekenhuis. Haar dochter is na het bezoek aan de SEH enkele dagen later plotseling overleden. Het college overweegt dat patiënte die week driemaal is onderzocht en dat mede gelet op het feit dat er op redelijk korte termijn een gastroscopie gepland stond, de beslissing van de internist om patiënte niet op te nemen in het ziekenhuis met de kennis van dat moment verdedigbaar is. Dat de internist deze beslissing heeft genomen zonder patiënte zelf te zien, maakt het voorgaande niet anders.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:222 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9019
- Datum publicatie: 25-09-2026
- Datum uitspraak: 25-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:222
Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Verweerster heeft in het kader van een aansprakelijkstelling een medisch advies uitgebracht aan de verzekeraar van de woningcorporatie. Klager verwijt verweerster, kort gezegd, dat het medisch advies onzorgvuldig is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:183 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3102
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 23-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:183
Klacht tegen een arts die werkzaam is op een consultatiebureau. Klagers zijn de ouders van een baby die twee maanden na zijn geboorte is overleden. De arts heeft de baby tweemaal op het spreekuur gezien. Klagers verwijten de arts dat zij hun kind niet met spoed naar een kinderarts heeft verwezen. Zij stellen dat adequate herkenning van alarmerende symptomen en daarbij passend tijdig handelen van de arts zou hebben geleid tot een eerdere diagnose en een effectiever behandeltraject. Zij klagen er voorts over dat het shared decision making heeft gemaakt dat zij onvoldoende geïnformeerd medeverantwoordelijk zijn gemaakt voor medische beslissingen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9591
- Datum publicatie: 23-09-2026
- Datum uitspraak: 23-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:164
Klacht tegen een dermatoloog. Klager maakt de dermatoloog een groot aantal verwijten, waaronder dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over een proctoscopie, het onderzoek zonder verdoving heeft uitgevoerd, onvoldoende verslag heeft gedaan, geen nader onderzoek heeft verricht naar de oorzaak van zijn klachten en schade heeft veroorzaakt. Het college oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is, omdat de dermatoloog op basis van de destijds beschikbare informatie mocht uitgaan van perianaal eczeem, de proctoscopie een passende onderzoeksmethode was en de later vastgestelde zeldzame auto-immuunziekte ten tijde van de behandeling niet hoefde te worden vermoed. Ook kan de dermatoloog geen persoonlijk verwijt worden gemaakt van de gestelde vertraging bij de afgifte van het medisch dossier.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:220 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9969
- Datum publicatie: 21-09-2026
- Datum uitspraak: 15-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:220
Voorzittersbeslissing. De klacht is onvoldoende duidelijk om in behandeling te kunnen nemen, zo is onder andere onbekend tegen wie de klacht zich richt. In de (gevraagde) aanvulling van de klacht noemt klager een andere zorgverlener en een andere behandeling dan in zijn initiële klaagschrift.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8895
- Datum publicatie: 18-09-2026
- Datum uitspraak: 18-09-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:148
Klacht tegen psychotherapeut. De ex-partner van klaagster (hierna: patiënt) is bij de psychotherapeut onder behandeling geweest. Van deze behandeling heeft de psychotherapeut op 6 februari 2025 een ontslagbrief opgesteld en aan de huisarts gezonden. In deze brief worden onder meer uitlatingen gedaan over klaagster. Klaagster maakt de psychotherapeut hierover verschillende verwijten. Naar het oordeel van het college betreft het hier enkel de weergave van het subjectieve verhaal van patiënt en blijkt uit de brief niet van enig eigen oordeel van de psychotherapeut. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:299 Hof van Discipline 's Gravenhage 260150
- Datum publicatie: 18-09-2026
- Datum uitspraak: 18-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:299
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. De deken kan alleen overgaan tot aanwijzing van een advocaat als de verzoeker de deken voldoende informatie geeft om te kunnen beoordelen wat voor procedure gevoerd moet worden en of zo’n procedure voldoende kans van slagen heeft. Dat betekent dat het op de weg van klager ligt om concreet, aan de hand van feiten, aan te geven wat de procedure is die hij wil voeren en de aanvullende informatie ter onderbouwing van die procedure, waar de deken om heeft verzocht, in te dienen. Dat heeft klager, ondanks dat de deken hem daartoe meerdere malen de gelegenheid heeft gegeven, onvoldoende met feitelijke gegevens concreet gemaakt. Hierdoor heeft de deken niet kunnen beoordelen of aan de voorwaarden van artikel 13 Advocatenwet is voldaan, zodat de deken gegronde redenen had om het verzoek af te wijzen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:295 Hof van Discipline 's Gravenhage 260242
- Datum publicatie: 18-09-2026
- Datum uitspraak: 18-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:295
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. De medisch tuchtrechtelijke procedure waarvoor klager bijstand van een advocaat wenst, is een procedure waarvoor bijstand door een advocaat niet verplicht is. De mogelijkheid die artikel 13 Advocatenwet biedt om een advocaat aangewezen te krijgen, is in beginsel beperkt tot zaken, waarin de bijstand door een advocaat verplicht is gesteld. Die situatie doet zich hier niet voor. De wenselijkheid om over een advocaat te beschikken, is niet het wettelijke criterium om voor toewijzing van een advocaat in aanmerking te komen. De deken hoefde in de afwijzingsbeslissing dan ook niet nader op de persoonlijke omstandigheden van klager in te gaan.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9731, 9732, 10106, 10107, 10108 Wraking
- Datum publicatie: 16-09-2026
- Datum uitspraak: 16-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:163
Wrakingsverzoek. Volgens verzoekster is de onpartijdigheid van het college ernstig in het geding, blijkend uit objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid en actieve procedurele bewijsverijdeling. Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:219 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9130
- Datum publicatie: 15-09-2026
- Datum uitspraak: 15-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:219
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht. Het college overweegt dat verweerster, hoewel slechts eenmalig betrokken bij de zorg voor klaagster en niet aanwezig bij het lichamelijk onderzoek, wel als beleid voor de nacht de optie van inwendig onderzoek heeft overwogen en met de instelling heeft besproken. De behandelaren van klaagster hebben de dag erna kennisgenomen van deze optie en besloten tot het verrichten van het lichamelijk onderzoek. Dat verweerster deze optie heeft onderzocht en besproken is echter gelet op de omstandigheden navolgbaar en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:217 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9128
- Datum publicatie: 15-09-2026
- Datum uitspraak: 15-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:217
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht. Het college overweegt dat verweerster, hoewel slechts eenmalig betrokken bij de zorg voor klaagster en niet aanwezig bij het lichamelijk onderzoek, zij wel als beleid voor de nacht de optie van inwendig onderzoek heeft overwogen en dit ook met de instelling is besproken. De behandelaren van klaagster hebben de dag erna kennisgenomen van deze optie en besloten tot het verrichten van het lichamelijk onderzoek. Dat verweerster deze optie heeft onderzocht en besproken is echter gelet op de omstandigheden navolgbaar en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:218 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9129
- Datum publicatie: 15-09-2026
- Datum uitspraak: 15-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:218
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht en de arts medeverantwoordelijk was voor dit beleid. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2849
- Datum publicatie: 15-09-2026
- Datum uitspraak: 14-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:181
Klager verwijt de arts dat hij bij een knieoperatie zijn rechterbeen heeft rechtgezet zonder onderzoek te hebben gedaan naar de stand van zijn rechtervoet. Daarbij verwijt klager het ziekenhuis dat dit heeft kunnen gebeuren en dat de scholing en intercollegiale toetsing van orthopedisch chirurgen niet op orde is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk voor wat betreft het klachtonderdeel over het ziekenhuis en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:215 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9126
- Datum publicatie: 15-09-2026
- Datum uitspraak: 15-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:215
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat zij bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek heeft verricht. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:182 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3186
- Datum publicatie: 15-09-2026
- Datum uitspraak: 14-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:182
Klaagster heeft zich in 2014 in verband met knieklachten tot de arts gewend. Aanvankelijk werd een conservatieve behandeling ingezet. In oktober 2014 werd zij in verband met een ontwrichting van de linkerknieschijf en een bloeding in het kniegewricht op de wachtlijst geplaatst voor een operatie die in januari 2015 plaatsvond. Klaagster verwijt de arts dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgenomen operatie, de operatie niet lege artis heeft verricht en niet heeft gezorgd voor een zorgvuldige overdracht aan zijn collega-artsen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:216 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9127
- Datum publicatie: 15-09-2026
- Datum uitspraak: 15-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:216
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerder dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht en de arts medeverantwoordelijk was voor dit beleid. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9693
- Datum publicatie: 14-09-2026
- Datum uitspraak: 14-09-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:147
Voorzittersbeslissing. Klagers klagen namens hun moeder (patiënte) over de behandeling van patiënte door de psychiater en over het afgeven van verklaringen door de psychiater ten behoeve van rechtszaken. De voorzitter oordeelt dat klagers kennelijk niet-ontvankelijk zijn voor zover ze klagen over de behandeling van patiënte en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9352
- Datum publicatie: 14-09-2026
- Datum uitspraak: 14-09-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:146
Klacht tegen een huisarts gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens verjaring en voor het overige kennelijk ongegrond. Klaagster is in de periode 2014 tot en met 2017 meerdere malen op consult geweest bij de huisarts. Er werden verschillende onderzoeken verricht wegens buikklachten. Buiten een urineweginfectie waar klaagster antibiotica voor kreeg, kwamen daar geen afwijkingen uit naar voren. Uiteindelijk bleek sprake te zijn van endometriumcarcinoom (baarmoederkanker). Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar niet tijdig heeft doorverwezen naar de gynaecoloog. Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, er zijn geen aanwijzingen dat zij de klachten van klaagster niet juist heeft ingeschat of zij niet tijdig heeft verwezen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:214 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10327
- Datum publicatie: 14-09-2026
- Datum uitspraak: 10-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:214
Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het argument van de PI dat de bijzondere setting waarin de medewerkers werkzaam zijn geen goede onderbouwing voor de beslissing om de naam van de verwerende partij niet te delen. Gezien de inhoudelijke beslissing ziet de voorzitter echter alsnog reden om de persoonsgegevens van deze beklaagde niet met klager te delen. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:180 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2850
- Datum publicatie: 14-09-2026
- Datum uitspraak: 14-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:180
Klager verwijt de arts onder meer dat hij onzorgvuldig onderzoek heeft gedaan, heeft gezegd dat een operatie aan klagers voet niet meer mogelijk was en een gebrek aan kennis van triple artrodese operaties heeft. Daarbij verwijt klager het ziekenhuis dat dit heeft kunnen gebeuren en dat de scholing en intercollegiale toetsing van orthopedisch chirurgen niet op orde is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is voor wat betreft het klachtonderdeel tegen het ziekenhuis en dat de klacht voor het overige in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2026:33 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2025/2
- Datum publicatie: 14-09-2026
- Datum uitspraak: 28-05-2026
- ECLI:NL:TDIVTC:2026:33
Klachtambtenaarzaak. Dierenarts wordt verweten dat hij is tekortgeschoten in de zorg die hij als dierenarts had behoren te betrachten ten opzichte van dieren en in hetgeen van hem als dierenarts mocht worden verwacht ter voorkoming van ernstige schade voor de dier- en volksgezondheid door: diverse diergeneesmiddelen af te leveren in strijd met de vergunningsvoorschriften; meerdere Europese paspoorten af te geven in strijd met de daarvoor geldende eisen; onvoldoende administratie te voeren ten aanzien van de toepassing van diergeneesmiddelen. Klacht gegrond met geldboete van € 1.000 waarvan de helft voorwaardelijk. (Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld).
-
ECLI:NL:TDIVTC:2026:32 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2025/1
- Datum publicatie: 14-09-2026
- Datum uitspraak: 28-05-2026
- ECLI:NL:TDIVTC:2026:32
Klachtambtenaarzaak. Dierenarts wordt verweten dat hij ten aanzien van een rund een noodslachtverklaring onjuist, althans lichtvaardig heeft ingevuld en afgegeven en dat hij de noodslachting heeft uitgevoerd terwijl niet aan de daarvoor geldende vereisten was voldaan, omdat het rund zich nog in de wachttijd van een diergeneesmiddel bevond. De klachtambtenaar heeft verzocht beklaagde een voorwaardelijke schorsing van één maand op te leggen. [Klacht gegrond zonder maatregel.]
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:212 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9390
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 11-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:212
Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het onder de omstandigheden, gezien de veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam zijn, gerechtvaardigd om de naam van de verwerende partij niet met klager te delen. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. De persoon tegen wie de klacht is gericht is niet BIG-geregistreerd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:213 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9391
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 03-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:213
Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het onder de omstandigheden, gezien de veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam zijn, gerechtvaardigd om de naam van de verwerende partij niet met klager te delen. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. De persoon tegen wie de klacht is gericht is niet BIG-geregistreerd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:211 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9378
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 03-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:211
Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het onder de omstandigheden, gezien de veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam zijn, gerechtvaardigd om de naam van de verwerende partij niet met klager te delen. Inhoudelijk is de klacht kennelijk ongegrond. Door de gemachtigde van verweerster is gemotiveerd uiteengezet dat sprake is van een persoonsverwisseling.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10244
- Datum publicatie: 09-09-2026
- Datum uitspraak: 09-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:162
Voorzittersbeslissing. Klacht van behandelend zorgverlener tegen, volgens klager, een verpleegkundige over (het handelen rondom) de beoordeling van de aanvraag van de patiënt van klager voor vergoeding van zorg, verleend in het buitenland door klager. Klager is geen rechtstreeks belanghebbende, aangezien er geen sprake is van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. De klacht van klager gaat over de algemene gezondheidszorg (en de vergoeding hiervan). Klager valt ook niet onder een van de andere categorieën klachtgerechtigden. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9683
- Datum publicatie: 09-09-2026
- Datum uitspraak: 09-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:161
Kennelijk ongegronde klacht tegen kno-arts in verband met uitgebrachte expertise. Rapportage voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld. De kno-arts heeft de voor het onderzoek bepaalde normaalwaarde niet genegeerd en geen gebruik gemaakt van verkeerde cijfers. De kno-arts heeft op concrete, inzichtelijke en wetenschappelijk onderbouwde wijze beschreven hoe hij tot zijn conclusies is gekomen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/10435
- Datum publicatie: 07-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:142
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een gezondheidszorgpsycholoog kennelijk niet-ontvankelijk. Klager verwijt de gezondheidszorgpsycholoog dat hij een verklaring heeft afgegeven over zijn cliënt, de ex-partner van klager. De voorzitter oordeelt dat klager geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet BIG. Klager heeft weliswaar een financieel belang (in de alimentatieprocedure), maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/10237
- Datum publicatie: 07-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:143
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een psychotherapeut kennelijk niet-ontvankelijk. Klager verwijt de psychotherapeut dat hij een verklaring heeft afgegeven over zijn cliënt, de ex-partner van klager. De voorzitter oordeelt dat klager geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet BIG. Klager heeft weliswaar een financieel belang (in de alimentatieprocedure), maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9688 en H2026/9689
- Datum publicatie: 04-09-2026
- Datum uitspraak: 04-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:160
Wrakingsverzoek. Verzoeker heeft als wrakingsgrond aangevoerd dat sprake was van partijdigheid en vooringenomenheid, omdat de secretaris tijdens het mondeling vooronderzoek 519 foto’s en 6 films niet aan het dossier had toegevoegd en het college desondanks akkoord is gegaan met behandeling van de tuchtklachten in de raadkamer. Daarnaast wees verzoeker op een eerder ingediende klacht. Het wrakingsverzoek is afgewezen.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 309
- Volgende pagina zoekresultaten