ECLI:NL:TGZRSHE:2026:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10244

ECLI: ECLI:NL:TGZRSHE:2026:162
Datum uitspraak: 09-09-2026
Datum publicatie: 09-09-2026
Zaaknummer(s): H2026/10244
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Klacht van behandelend zorgverlener tegen, volgens klager, een verpleegkundige over (het handelen rondom) de beoordeling van de aanvraag van de patiënt van klager voor vergoeding van zorg, verleend in het buitenland door klager. Klager is geen rechtstreeks belanghebbende, aangezien er geen sprake is van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. De klacht van klager gaat over de algemene gezondheidszorg (en de vergoeding hiervan). Klager valt ook niet onder een van de andere categorieën klachtgerechtigden. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’S-HERTOGENBOSCH

Voorzittersbeslissing van 9 september 2026 op de klacht van:

[A],
werkzaam in [B],
klager,

tegen:

[C],
verpleegkundige volgens klager,
werkzaam in [D],
BIG-registratienummer onbekend,
verweerster.

1. De procedure
De procedure blijkt uit:
-  het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 9 juli 2026;
-  het aanvullend klaagschrift met bijlage, ontvangen op 5 augustus 2026.

2. Overwegingen
2.1   In artikel 65 lid 1 onder a van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet 
BIG) is bepaald dat een klacht aanhangig kan worden gemaakt door een rechtstreeks belanghebbende. 
Om als rechtstreeks belanghebbende te kunnen worden aangemerkt, dient sprake te zijn van een 
concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Dit 
vloeit voort uit de aard en de strekking van de Wet BIG, die beoogt de kwaliteit van de individuele 
gezondheidszorg te bewaken. Volgens artikel 1 Wet BIG wordt in deze wet onder individuele 
gezondheidszorg verstaan de zorg die rechtstreeks betrekking heeft op een persoon en ertoe strekt 
diens gezondheid te bevorderen of te bewaken, het onderzoeken en het geven van raad daaronder 
begrepen, waaronder geneeskunst.

2.2   Klager is zorgverlener. Verweerster zou volgens klager – al dan niet onder de 
verantwoordelijkheid van een arts – de aanvraag van de patiënt van klager voor vergoeding van zorg 
verleend in het buitenland door klager, hebben beoordeeld. Verweerster zou daarbij volgens klager – 
kort gezegd – onjuist hebben gehandeld en de aanvraag van de patiënt van klager hebben afgewezen. 
Klager is het met de afwijzing – zo maakt de voorzitter uit het klaagschrift op – oneens.

2.3   De voorzitter is van oordeel dat klager niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks 
belanghebbende in de zin van artikel 65 lid 1 onder a Wet BIG. Klager stelt dat hij als behandelend 
zorgverlener door het handelen van verweerster in een onmogelijke professionele positie terecht is 
gekomen. Van hem werd namelijk verwacht dat hij de behandelrelatie met de patiënt zou aangaan nog 
voordat de financiering rond was. Voor klager betekende dit dat hij het contact met deze ernstig 
zieke patiënt vervolgens niet zomaar kon verbreken. De stelling van klager dat hij hierdoor als 
rechtstreeks belanghebbende kan worden aangemerkt, volgt de voorzitter niet. Het belang dat klager 
aanvoert staat in een te ver verwijderd verband om als rechtstreeks belang van klager te gelden. De 
klacht van klager gaat namelijk niet over de individuele, maar over de algemene gezondheidszorg (en 
de vergoeding hiervan). De gestelde beoordeling door verweerster heeft immers geen betrekking op 
een specifieke persoon en de bevordering of bewaking van diens gezondheid, zoals bedoeld in artikel 
1 Wet BIG, maar over de vraag of een bepaalde behandeling voor vergoeding in aanmerking komt, welke 
beoordeling niet als individuele gezondheidszorg kan worden beschouwd. Er is dan ook geen sprake 
van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele 
gezondheidszorg. Dat de beoordeling in het kader van de algemene gezondheidszorg een rol kan spelen 
bij besluitvorming omtrent de vergoeding van een behandeling in het buitenland en zo uiteindelijk 
doorwerking zal kunnen hebben naar de individuele gezondheidszorg, maakt dit in dit geval niet 
anders. In wezen is het belang van klager bij de gestelde beoordeling door verweerster een 
(afgeleid) financieel belang.

2.4   Klager valt ook niet onder een van de categorieën klachtgerechtigden zoals weergegeven in 
artikel 65 lid 1 onder b, c en d Wet BIG.

2.5   De voorzitter is dan ook van oordeel dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. 
Dat betekent dat de klacht niet inhoudelijk zal worden beoordeeld.

3. De beslissing
Klager is kennelijk niet-ontvankelijk.

Aldus gedaan op 9 september 2026 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk, voorzitter, in 
tegenwoordigheid van D. van Gootveld, secretaris.