ECLI:NL:TGZRSHE:2026:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9688 en H2026/9689
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:160 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 04-09-2026 |
| Datum publicatie: | 04-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2026/9688 en H2026/9689 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Wrakingsverzoek. Verzoeker heeft als wrakingsgrond aangevoerd dat sprake was van partijdigheid en vooringenomenheid, omdat de secretaris tijdens het mondeling vooronderzoek 519 foto’s en 6 films niet aan het dossier had toegevoegd en het college desondanks akkoord is gegaan met behandeling van de tuchtklachten in de raadkamer. Daarnaast wees verzoeker op een eerder ingediende klacht. Het wrakingsverzoek is afgewezen. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’S-HERTOGENBOSCH
Beslissing op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 63 van de Wet op de beroepen
in de
individuele gezondheidszorg (Wet BIG) in de zaken onder nummers H2026/9688 en H2026/9689,
ingediend
door:
[A],
wonende in [B],
verzoeker.
1. Procedure
1.1 Verzoeker heeft bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te
‘s-Hertogenbosch (hierna: college) tegen twee artsen tuchtklachten ingediend. Verzoeker
verwijt
beide artsen kort gezegd tekort te zijn geschoten in de medische zorg voor zijn
overleden moeder.
1.2 Op 11 juni 2026 heeft onder leiding van een secretaris van het college een mondeling
vooronderzoek met klager en de twee artsen plaatsgevonden. Tijdens het mondeling
vooronderzoek
heeft de secretaris geweigerd 519 foto’s en 6 films aan het dossier toe te voegen.
Na afloop van
het mondeling vooronderzoek heeft verzoeker een klacht ingediend over de secretaris.
Die klacht is
door de voorzitter van het college ongegrond verklaard. Verzoeker heeft vervolgens
over de
voorzitter van het college een klacht ingediend. Die klacht is ter behandeling voorgelegd
aan de
voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Deze
heeft de klacht
ongegrond verklaard.
1.3 Bij brief van 6 juli 2026 is aan verzoeker meegedeeld dat zijn tuchtklachten
op
18 september 2026 in raadkamer worden behandeld. Bij brief van 30 juli 2026 is verzoeker
de namen
van de behandelend voorzitter [C] en de behandelend leden-beroepsgenoten [D] en
[E] meegedeeld.
1.4 Verzoeker heeft op 1 augustus 2026 verzocht om wraking van de voorzitter en
de
leden-beroepsgenoten. Dit verzoek is op 28 augustus 2026 door de wrakingskamer ter
zitting
behandeld. Verzoeker is verschenen, heeft een pleitnota voorgedragen en heeft vragen
van de
wrakingskamer beantwoord.
2. Beoordeling
2.1 Op grond van artikel 63 van de Wet BIG kan een lid van een tuchtcollege worden
gewraakt
indien er sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid
schade
zou kunnen lijden. De artikelen 512 tot en met 524 van het Wetboek van Strafvordering
zijn van
overeenkomstige toepassing verklaard. Uitwerking heeft plaatsgevonden in het wrakingsprotocol
van de tuchtcolleges dat gepubliceerd is op de website www.tuchtcollege-gezondheidszorg.nl.
Bij de
beoordeling van een wrakingsverzoek moet voorop staan dat een lid van een tuchtcollege
op grond van
zijn of haar aanstelling geacht wordt onpartijdig te zijn. Dit is slechts anders
als er een
uitzonderlijke omstandigheid is die een zwaarwegende aanwijzing vormt voor vooringenomenheid
van de
rechter. De vrees voor vooringenomenheid van de rechter moet objectief gerechtvaardigd
zijn
(vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1770,
r.o. 4.2.3).
2.2 Verzoeker heeft aan zijn verzoek (samengevat en zoveel mogelijk in de woorden
van verzoeker)
ten grondslag gelegd dat de voorzitter en de leden-beroepsgenoten ermee akkoord
zijn gegaan dat de
tuchtklachten van verzoeker achter gesloten deuren worden beoordeeld op basis van
een geamputeerd
en verminkt dossier. De secretaris heeft tijdens het mondeling vooronderzoek namelijk
geweigerd
tijdig ingediend cruciaal bewijs van de actuele levenswil, levensvreugde en het
ontbreken van een
euthanasiewens bij zijn moeder aan het dossier toe te voegen, namelijk 519 foto’s
en 6 films.
Hierdoor worden de voorzitter en de leden-beroepsgenoten door de secretaris verkeerd
voorgelicht en
zijn de dossiers van de tuchtklachten besmet. Dit maakt dat er geen sprake is van
een eerlijk
proces en er geen goede beslissing meer kan worden genomen. De voorzitter en de
leden-beroepsgenoten hebben daarnaast geweigerd de behandeling van verzoekers tuchtklachten
aan te
houden, terwijl bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle
een officieel
integriteitsonderzoek loopt tegen de voorzitter van het college.
2.3 Het lid-beroepsgenoot [D] heeft, zoals zij in haar reactie op het verzoek om
wraking aangaf,
om haar moverende redenen berust in het verzoek om wraking. Dat betekent dat het
verzoek om wraking
enkel nog betrekking heeft op voorzitter [C] en lid-beroepsgenoot [E]. De voorzitter
heeft
inhoudelijk gereageerd op het verzoek om wraking en heeft niet berust in de wraking.
Lid-beroepsgenoot [E] heeft ook niet berust in de wraking.
2.4 Wat verzoeker aan zijn verzoek om wraking ten grondslag legt, kort gezegd: het
in het
mondeling vooronderzoek weigeren van stukken door de secretaris, is voor de wrakingskamer
– gezien de maatstaf zoals hiervoor opgenomen in 2.1 – geen grond om te oordelen
dat sprake is van
een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid van de voorzitter en
het
lid-beroepsgenoot. Anders dan verzoeker betoogt, kan de beslissing van de secretaris
niet aan hen
worden toegerekend. De door verzoeker ingediende tuchtklachten zullen door de voorzitter
en het
lid-beroepsgenoot, tezamen met een nieuw aan te wijzen lid-beroepsgenoot (vanwege
de berusting van
het andere lid-beroepsgenoot), pas in de raadkamer op 18 september 2026 worden beoordeeld.
Die
beoordeling heeft op dit moment nog niet plaatsgevonden en de voorzitter of het
lid-beroepsgenoot
heeft op dit moment nog geen enkele (proces)beslissing genomen of zelfs nog maar
inhoudelijk kennis
genomen van de zaken en de daarbij betrokken partijen. Bij de beoordeling in de
raadkamer ligt
bovendien de vraag voor of de tuchtklachten alsnog op een zitting moeten worden
behandeld en kunnen
ook de procesbeslissingen van de secretaris in het vooronderzoek worden beoordeeld.
Verder
benadrukt de wrakingskamer dat in beginsel de omstandigheid dat de rechter een beslissing
neemt die
een partij zeer onaangenaam vindt, op zichzelf geen grond kan zijn tot wraking van
die rechter.
2.5 Nog daargelaten dat een klacht van verzoeker over de voorzitter van het college
niet in de
weg staat aan de behandeling in de raadkamer van een of meer tuchtklachten van verzoeker
door
andere leden van het college, is deze klacht over de voorzitter al ongegrond verklaard
door de
voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Dit
levert daarom geen
grond op voor de wrakingskamer om te oordelen dat sprake is van een objectief gerechtvaardigde
vrees voor vooringenomenheid van de voorzitter en het lid-beroepsgenoot.
2.6 Het voorgaande betekent dat het verzoek om wraking zal worden afgewezen.
3. Beslissing
De wrakingskamer:
- wijst het verzoek om wraking af;
- bepaalt dat de behandeling van de hoofdzaken wordt voortgezet in de stand waarin
deze zich
bevonden ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
- beveelt dat de secretaris van de wrakingskamer onverwijlde mededeling doet aan
verzoeker, de
vergeefs gewraakte voorzitter en lid-beroepsgenoot en de beklaagde artsen.
Deze beslissing is gegeven door T.N.E. Meyboom, voorzitter, C.M.H.M. van Lent en I.H.M.
van Rijn,
leden-juristen, bijgestaan door G.J. Stoepker, secretaris en in het openbaar uitgesproken
door de
voorzitter op 4 september 2026.