ECLI:NL:TDIVTC:2026:33 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2025/2

ECLI: ECLI:NL:TDIVTC:2026:33
Datum uitspraak: 28-05-2026
Datum publicatie: 14-09-2026
Zaaknummer(s): 2025/2
Onderwerp: Klachtambtenaarzaken
Beslissingen: Gegrond met boete
Inhoudsindicatie: Klachtambtenaarzaak. Dierenarts wordt verweten dat hij is tekortgeschoten in de zorg die hij als dierenarts had behoren te betrachten ten opzichte van dieren en in hetgeen van hem als dierenarts mocht worden verwacht ter voorkoming van ernstige schade voor de dier- en volksgezondheid door: diverse diergeneesmiddelen af te leveren in strijd met de vergunningsvoorschriften; meerdere Europese paspoorten af te geven in strijd met de daarvoor geldende eisen; onvoldoende administratie te voeren ten aanzien van de toepassing van diergeneesmiddelen. Klacht gegrond met geldboete van € 1.000 waarvan de helft voorwaardelijk. (Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld).

HET  VETERINAIR TUCHTCOLLEGE

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Uitspraak in de zaak van 

de klachtambtenaar, bedoeld in artikel 8.15,

tweede lid, onderdeel b, van de Wet dieren,                    de klachtambtenaar,

tegen

dierenarts [naam]                                                                beklaagde.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1. DE PROCEDURE

Het college heeft kennisgenomen van het klaagschrift, het verweer, de repliek en de dupliek.

De mondelinge behandeling vond plaats op 29 januari 2026. Namens de klachtambtenaar is verschenen mr. L. Schleeper. Beklaagde is eveneens verschenen.

2.  DE KLACHT

Beklaagde wordt verweten dat hij is tekortgeschoten in de zorg die hij als dierenarts had behoren te betrachten ten opzichte van dieren en in hetgeen van hem als dierenarts mocht worden verwacht ter voorkoming van ernstige schade voor de dier- en volksgezondheid door:

1. diverse diergeneesmiddelen af te leveren in strijd met de vergunningsvoorschriften;

2. meerdere Europese paspoorten af te geven in strijd met de daarvoor geldende eisen;

3. onvoldoende administratie te voeren ten aanzien van de toepassing van diergeneesmiddelen.

De klachtambtenaar heeft verzocht om aan beklaagde als maatregel een voorwaardelijke schorsing van twee maanden op te leggen.

3. DE VOORGESCHIEDENIS

3.1. Op 15 maart 2023 is door de NVWA een controle verricht bij een hondenfokker (en diens broer) op twee adressen in [locatie] naar aanleiding van meldingen over het bedrijfsmatig houden en fokken van honden, waarbij het welzijn van de honden in het geding zou zijn.

3.2. Bij de inspectie hebben de toezichthouders een aangebroken 500 ml verpakking Noromectin (REG NL 10107) aangetroffen, waarop de naam van beklaagde als dierenarts stond vermeld. Dit diergeneesmiddel is geregistreerd voor runderen en varkens. De fokker heeft verklaard dit middel te hebben gebruikt tegen oormijt bij honden. Een en ander heeft geleid tot een onderzoek naar de betrokkenheid van beklaagde hierbij.

3.3. Op 25 maart 2023 hebben de toezichthouders beklaagde gehoord. Op verzoek heeft hij nadien per e-mail facturen en registratiemeldingen verstrekt. Op 19 juni 2023 heeft een tweede verhoor plaatsgevonden. Hierna heeft beklaagde nog een aanvullende verklaring en nog nadere stukken naar de NVWA gestuurd.

3.4. Uit het onderzoek van de NVWA is het volgende naar voren gekomen:

Ten aanzien van de geleverde diergeneesmiddelen

Noromectin 500 ml (REG NL 10107). Deze voor paarden geregistreerde medicatie is op 15 maart 2023 aangetroffen bij de fokker. Blijkens twee facturen is deze medicatie door beklaagde aan de fokker geleverd op 21 maart 2021 en op 14 en 16 april 2021.

Byemite (REG NL 101917). Van dit voor leghennen geregistreerde diergeneesmiddel is blijkens een factuur door beklaagde 1 liter aan de fokker geleverd op 25 augustus 2022.

Eqvalan (REG NL 1769). Dit voor paarden geregistreerd diergeneesmiddel is blijkens facturen door beklaagde aan de fokker althans zijn bedrijf geleverd op 30 april 2021 (driemaal), op 20 mei 2021 en op 8 juli 2022 (driemaal).

Curofen (REG NL 116271). Dit voor varkens geregistreerd diergeneesmiddel is blijkens facturen door beklaagde aan de fokker althans zijn bedrijf geleverd (steeds 1 kg) op 4 juni 2021, 25 februari 2022,  4 mei 2022 en 8 juli 2022.

3.5. De toezichthouders hebben bij het bezoeken van de twee adressen, behoudens enkele stuks pluimvee, geen andere dieren dan honden aangetroffen. Tevens hebben zij geconstateerd dat op de data dat de diergeneesmiddelen zijn geleverd er alleen honden op de twee locaties stonden geregistreerd.

3.6. Tijdens het verhoor op 19 juni 2023 heeft beklaagde op de vraag waarom hij Noromectin had voorgeschreven en had geleverd onder meer verklaard dat hij dit niet meer wist en daarvoor geen behandelplan heeft kunnen vinden en dat, als hij dit zou hebben voorgeschreven, hij dat dan voor bijvoorbeeld geiten zou doen. Beklaagde heeft ook verklaard dat hij dacht dat er ander vee op de locaties aanwezig was en dat hij dit diergeneesmiddel zeker niet heeft voorgeschreven tegen oormijt bij honden. 

3.7. Over Eqvalan heeft beklaagde onder meer verklaard dat, als hij ontwormmiddelen levert, hij normaal altijd de mest na het ontwormen controleert om te zien of het middel heeft gewerkt en dat hij daar foto’s van maakt en doorstuurt naar de eigenaar, maar dat hij in het Whatsapp- verkeer met de fokker hier niets over terug kon vinden. Beklaagde heeft ook verklaard dat dit tevens gold voor Noromectin en dat het hem niet zou verbazen als de fokker dit heeft gekocht voor zijn broer.

3.8. Met betrekking tot Curofen heeft beklaagde onder meer verklaard dat dit middel hetzelfde werkzame bestanddeel heeft als Panacur (een ontwormmingsmiddel voor honden), dat Curofen voor varkens is bedoeld maar dat er wel 10 soorten Panacur zijn en dat, als dat niet voorradig is, Curofen wel ‘handig’ is. Beklaagde heeft ook verklaard dat Byemite waarschijnlijk zal zijn geleverd voor pluimvee.

3.9. Op 4 juli 2023 heeft beklaagde een e-mail gestuurd aan de toezichthouders, waarin hij onder meer heeft geschreven dat de bij de fokker aangetroffen fles Noromectin nooit aan de fokker is geleverd maar uit zijn eigen varkensvoorraad komt, dat daar diverse boerderijdieren per injectie mee zijn behandeld tegen endo- en ectoparasieten en dat de aangebroken fles is achtergebleven op het bedrijf, met de bedoeling dat deze retour zou komen naar de praktijk. Dit is echter niet gebeurd, maar de aangebroken fles is verder ook niet off label gebruikt, aangezien  deze een jaar later zo goed als vol op het bedrijf is aangetroffen. Beklaagde heeft ook geschreven dat Byemite met een logboekformulier is geleverd voor kippen en eenden die er waren op het tussenveldje tussen de twee adressen en dat Eqvalan en Noromectin bestemd waren voor de paarden van de broer van de fokker en diens dochter. Curofen kwam volgens beklaagde ook uit zijn eigen varkensvoorraad en daar zijn volgens hem diverse boerderijdieren oraal mee behandeld, enkel tegen endoparasieten. Dat er is geconstateerd dat het om 4 leveringen zou gaan berust volgens beklaagde op een fout in de facturering. Volgens beklaagde is er tenminste 1 kilogram retour gekomen omdat er minder erfbewoners waren en dat de retour gekomen kilo mogelijk opnieuw is gefactureerd. 

3.10. Bij het e-mailbericht is een logboekverklaring van 25 augustus 2022 gevoegd met betrekking tot de levering van 1 liter Byemite waarin als doeldier kip is vermeld en een logboekverklaring van 4 mei 2022 met betrekking tot de levering van 1 kg Curofen, waarin als doeldier varken is vermeld.

Ten aanzien van de dierenpaspoorten

3.11. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat er van de 54 aanwezige honden er 44 dierenpaspoorten op locatie van de fokker aanwezig waren. De toezichthouders zagen dat in 25 paspoorten de gegevens van de eigenaar in onderdeel I niet conform de daarvoor geldende wettelijke vereisten opgenomen waren. In het merendeel van die paspoorten ontbraken de gegevens van de eigenaar volledig en bij enkele andere paspoorten ontbrak de handtekening van de eigenaar. Als voorbeeld zijn de foto’s van een dierenpaspoort (met nummer [ paspoortnummer ]) bijgevoegd, waarbij de gegevens van de eigenaar volledig ontbreken. Dit paspoort is door beklaagde (gelet op naam, adres en handtekening) uitgegeven op 31 december 2021 voor een vrouwelijke dwergteckel met geboortedatum [datum]. Beklaagde heeft tegenover de NVWA verklaard dat hij paspoorten altijd afneemt bij AA-vet of bij de KNMvD en deze aan hem behorende paspoorten gebruikt voor bijvoorbeeld konijnen of geiten (Q koorts). Hij heeft verder verklaard dat hij alle import voor de fokker doet en bij de fokker dan alle honden ziet en ze na het scannen koppelt met de chipnummers en de paspoortboekjes.

3.12. Daarnaast hebben de toezichthouders twee Europese paspoorten van het oude model aangetroffen, waarin alleen vaccinaties waren vermeld. Op de voorzijde van de paspoorten waren stickers geplakt met chipnummers. De paspoorten bleken te horen bij twee honden, geboren 14 februari 2022. Deze honden waren op 14 april 2022 op de fokkerij aangevoerd en op 26 oktober 2022 afgevoerd. Voor die honden was nimmer (eerder) een paspoort uitgegeven. Beklaagde heeft verklaard dat deze oude paspoorten enkel dienden als vaccinatiebewijs en niet als paspoort en dat daarin om die reden geen dier- of eigenaar gegevens stonden vermeld en dat hij deze oude modellen nog steeds gebruikt voor bijvoorbeeld dwerggeiten.

3.13. De toezichthouders hebben verder geconstateerd dat beklaagde zes pups heeft geregistreerd op naam van een derde persoon ( [naam] ) die hoogstwaarschijnlijk niet de eerste houder van de honden was en dat hierdoor niet meer te achterhalen is dat deze honden zijn geboren bij de fokker. Beklaagde heeft hierover tegen de NVWA verklaard dat de eigenaar van die honden vaker bij de fokker kwam en daar koffiedronk en dat hij die hondjes op diens verzoek bij de fokker heeft gechipt.

3.14. Uit overgelegde uitdraaien en visitebrieven blijkt verder dat in de periode 14 april 2021 tot en met 6 februari 2023 door beklaagde 300 pups zijn gechipt en geregistreerd, dat beklaagde 64 importregistraties heeft verricht en 3 vervangende paspoorten heeft uitgegeven.

3.15. De NVWA heeft haar onderzoeksbevindingen neergelegd in een berechtingsrapport, dat is verzonden naar de klachtambtenaar, die heeft besloten tot de onderhavige tuchtprocedure.

4. HET VERWEER   

Beklaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op dat verweer zal, voor zover nodig, hierna worden ingegaan.

5. DE BEOORDELING

5.1. Aan de orde is de vraag of beklaagde is tekortgeschoten in de zorg die hij als dierenarts jegens de dieren in kwestie behoorde te betrachten of dat hij anderszins in strijd heeft gehandeld met hetgeen van hem als diergeneeskundige mocht worden verwacht, een en ander als bedoeld in artikel 8.15 juncto artikel 4.2 van de Wet dieren.

T.a.v. de diergeneesmiddelen Noromectin, Byemite, Eqvalan en Curofen

5.2. De eerste klacht betreft het leveren van deze diergeneesmiddelen in strijd met de vergunningsvoorschriften. Tussen partijen is niet in geschil dat beklaagde de betreffende diergeneesmiddelen heeft geleverd aan de fokker. Evenmin is in geschil dat er alleen honden waren geregistreerd op de betreffende locaties.

5.3. De lezingen van partijen lopen uiteen over de vraag voor welke dieren of diersoort de diergeneesmiddelen door beklaagde zijn geleverd. Beklaagde stelt dat ze zijn geleverd voor boerderijdieren, zoals voor de paarden van de broer van de fokker, een hangbuikzwijntje, dwerggeitjes en eenden en kippen, die werden gehouden op het veldje tussen de bedrijven. Beklaagde stelt de diergeneesmiddelen ook in de kleinst beschikbare hoeveelheden te hebben geleverd. De klachtambtenaar stelt daartegenover dat er buiten de honden geen andere dieren geregistreerd stonden en dat er, op enkele stuks pluimvee na, ook geen andere dieren door de NVWA zijn gezien.

5.4. Het college merkt op dat het registreren van boerderijdieren niet in alle gevallen verplicht is, bijvoorbeeld niet als het om enkele stuks pluimvee gaat en dat het ook niet tot de taak van een dierenarts behoort om dit te controleren. Hoewel beklaagde zijn stelling dat de middelen voor  boerderijdieren bestemd waren niet heeft onderbouwd met bijvoorbeeld visitebrieven, verklaringen van de eigenaren of foto’s, staat naar het oordeel van het college niettemin onvoldoende vast dat hij alle bedoelde diergeneesmiddelen heeft verstrekt voor gebruik bij honden terwijl ze voor een ander diersoort zijn bedoeld en geregistreerd. Alleen voor wat betreft Curofen, geregistreerd voor varkens, acht het college onaannemelijk dat dit middel enkel bestemd is geweest voor een hangbuikzwijntje, gelet op de hoeveelheid die aan de fokker is geleverd en de afgelegde verklaring van beklaagde hierover tegenover de NVWA. Deze klacht wordt ten aanzien van Curofen gegrond verklaard. Voor de andere diergeneesmiddelen ontbreekt het aan toereikend bewijs om aannemelijk te achten dat ze zijn geleverd en ingezet voor honden.

Ten aanzien van de dierenpaspoorten

5.5. De tweede klacht betreft dat beklaagde meerdere Europese paspoorten heeft afgegeven in strijd met de daarvoor geldende voorwaarden. Een dierenarts behoort erop toe te zien dat een correct ingevuld en afgetekend dierenpaspoort wordt verstrekt aan de juiste diereigenaar om daarmee misbruik te voorkomen. De klachtambtenaar stelt dat beklaagde in dat verband zijn verantwoordelijkheid en zorgplicht heeft geschonden. Deze klacht bestaat uit drie onderdelen.

A. De klachtambtenaar stelt op basis van het onderzoek van de NVWA dat beklaagde 25 dierenpaspoorten heeft afgegeven zonder de vereiste gegevens van de eigenaar in te vullen. Nu beklaagde dit op geen enkele manier heeft bestreden noch hierop enig verweer heeft gevoerd, wordt dit klachtonderdeel door het college gegrond verklaard.

B. De klachtambtenaar stelt dat beklaagde ook twee verouderde paspoorten heeft afgegeven voor twee honden, die niet eerder een paspoort hadden en daarin slechts vaccinatiegegevens heeft opgenomen. Beklaagde heeft daarover verklaard dat hij deze paspoorten enkel als vaccinatiebewijs heeft ingevuld en gebruikt, omdat de honden wel al paspoorten hadden die op dat moment echter even niet konden worden gevonden.

In het berechtingsrapport is geconcludeerd dat met betrekking tot de betreffende honden niet eerder een paspoort is verstrekt. Het college overweegt dat dit door beklaagde op eenvoudige wijze gecontroleerd en aangetoond had kunnen worden door het uitlezen van de chip. De ingevulde verouderde dierenpaspoorten kunnen door de fokker overigens niet worden gebruikt als geldig identificatie- en reisdocument, nu deze oude modellen daarvoor alleen nog geldig zijn als de houders van de honden op 29 december 2014 al van dit verouderde paspoort waren voorzien. Beklaagde had, in de situatie dat voor deze honden al paspoorten waren verstrekt, misverstanden kunnen voorkomen door opnieuw verstrekte en volgens hem als vaccinatiebewijs dienende paspoorten ongeldig te maken door er bijvoorbeeld gaten in te maken. Hoe het ook zij, in ieder geval kwalificeert het college het handelen van beklaagde ten aanzien van deze twee paspoorten als uitermate onhandig, maar wordt dit klachtonderdeel ongegrond verklaard bij gebrek aan aanvullend bewijs voor de conclusie dat beklaagde met verkeerde intenties of frauduleus heeft gehandeld.

C. De klachtambtenaar heeft verder gesteld dat beklaagde zes puppy’s heeft gechipt en zes hondenpaspoorten op locatie van de fokker heeft afgegeven en geregistreerd op een andere naam dan die van de hondenfokker. Beklaagde heeft hierover verklaard dat de eigenaar met de moederhond toen bij de fokker was, dat de puppy’s van deze persoon waren en dat werd gevraagd of beklaagde de puppy’s wilde chippen en op diens naam wilde zetten en de factuur naar de fokker wilde sturen, wat beklaagde heeft gedaan. 

Het college kan uit het dossier niet afleiden dat de puppy’s niet van diegene waren op wiens naam beklaagde de honden heeft geregistreerd en de paspoorten heeft uitgegeven. Dat hier sprake is geweest van een hondeneigenaar die zijn pups op locatie bij een bevriende hondenfokker door diens dierenarts laat vaccineren en registreren, kan door het college niet worden uitgesloten. Ook het feit dat de dierenarts de nota’s voor die vaccinaties en registraties naar de hondenfokker - met wie hij een zakelijke relatie heeft - heeft verzonden, komt het college als zodanig niet direct vreemd of verwijtbaar voor. Daarmee is onvoldoende vast komen te staan dat beklaagde met betrekking tot de bedoelde zes paspoorten tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Dit klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard.

Ten aanzien van de administratie

5.6. De derde klacht betreft het tekortschieten in de administratie van de toepassing van de diergeneesmiddelen. Uit het berechtingsrapport blijkt dat beklaagde Noromectin, Byemite, Eqvalan en Curofen aan de fokker heeft geleverd, maar alleen met betrekking tot Byemite en Curofen logboekgegevens heeft overgelegd. In het berechtingsrapport is verder vermeld dat in de logboekgegevens met betrekking tot Byemite de wachttijd van deze medicatie en de identificatie van de behandelde dieren ontbreken. Ook is geconcludeerd dat, indien Curofen zou zijn gebruikt voor varkens, de wachttijd vermeld had moeten worden en, als dit middel is gebruikt voor andere boerderijdieren, dat dan de cascaderegeling gevolgd en schriftelijk vastgelegd had moeten worden.

5.7. Met de klachtambtenaar is het college van oordeel dat uit de door beklaagde overgelegde stukken onvoldoende blijkt welke diergeneesmiddelen bij welke dieren en voor welke aandoening deze diergeneesmiddelen zijn ingezet. Tevens is niet geadministreerd, voor zover dit van toepassing was, of de cascaderegeling is gevolgd. Door de onzorgvuldige wijze van administreren is geen controle mogelijk en kan bijvoorbeeld ook een eventueel vervangend of opvolgend dierenarts geen adequate zorg leveren, wat schadelijk kan zijn voor het welzijn en de gezondheidszorg van dieren. Beklaagde heeft erkend dat hij niet exact kan aangeven welk middel voor welk dier is geleverd en ook uit de facturen en logboeken die zijn aangeleverd blijkt dit niet of onvoldoende. Hieruit alleen al volgt dat beklaagde in de administratie ten aanzien van de diergeneesmiddelen tekort is geschoten en verwijtbaar gebrekkig is geweest. Deze klacht is gegrond.

Slotsom

5.8. Samenvattend acht het college de eerste klacht gegrond voor zover het betreft de aan de fokker geleverde Curofen, alsook het eerste onderdeel van de tweede klacht met betrekking tot de 25 onvolledig ingevulde dierenpaspoorten en de derde klacht met betrekking tot de administratie van het diergeneesmiddelengebruik. Het college acht na te melden maatregel passend en geboden.

6. DE BESLISSING   

Het college:

verklaart de klacht gegrond zoals samengevat onder 5.8;

legt beklaagde een geldboete op van € 1.000, waarvan € 500 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.31, eerste lid, onderdeel c, juncto het vijfde en zesde lid, van de Wet dieren, waarbij de proefperiode ingaat vanaf de dag dat deze uitspraak onherroepelijk is geworden.

Aldus vastgesteld te ’s-Gravenhage door mr. A.J. Kromhout, voorzitter, en door de leden drs. M. Lockhorst, drs. A.C.M. van Heuven- van Kats, drs. M.E.A. Cuppens-Joosten en drs. I. Hens en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026.