ECLI:NL:TGZRAMS:2026:211 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9378
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:211 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 03-09-2026 |
| Datum publicatie: | 11-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2025/9378 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het onder de omstandigheden, gezien de veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam zijn, gerechtvaardigd om de naam van de verwerende partij niet met klager te delen. Inhoudelijk is de klacht kennelijk ongegrond. Door de gemachtigde van verweerster is gemotiveerd uiteengezet dat sprake is van een persoonsverwisseling. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Voorzittersbeslissing van 3 september 2026 naar aanleiding van de klacht van:
A,
wonende in B,
klager,
tegen
een medewerker van de medische dienst van de Penitentiaire Inrichting (PI) C, volledige namen bekend bij het college,
werkzaam in de PI C,
hierna ook: verweerster.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 13 augustus 2025;
- het aanvullende klaagschrift met de bijlagen;
- het bericht van klager, ontvangen op 8 oktober 2025 waarin hij bevestigt tegen
dertien personen destijds werkzaam bij de PI C een klacht te willen indienen;
- de brief namens de PI C van 18 december 2025, waarin is verzocht om geen persoonsgegevens
te verstrekken aan klager;
- de brief van (gemachtigde van) verweerster met bijlagen, ontvangen op 20 juli
2026, inhoudende een verzoek tot beëindiging van de tuchtklachtprocedure.
2. Waar gaat de zaak over?
2.1 Klager heeft een klacht ingediend tegen in totaal twaalf personen, allen (destijds)
werkzaam in de PI C. Klager lijdt aan een ernstige vorm van plasangst en verbleef
in de PI op een meerpersoonscel. Hij heeft bij de medische dienst van de PI meerdere
keren om een verwijzing naar de psycholoog gevraagd, dit zou niet zijn gehonoreerd.
Klager verwijt de medische dienst, onder wie verweerster, dat zijn klachten niet serieus
zijn genomen en dat hij niet is doorverwezen naar een psycholoog.
2.2 De voorzitter komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht niet inhoudelijk behoeft te worden besproken. Voor die beslissing
is het volgende van belang.
3. De overwegingen
3.1 De voorzitter overweegt in de eerste plaats het volgende. Door de PI C zijn
de persoonsgegevens van de betrokkenen verstrekt aan het college, maar is verzocht
om geen persoonsgegevens te verstrekken aan klager. Uit de onderbouwing van de PI
van 18 december 2025 blijkt dat zij dit verzoek doen vanuit een veiligheidsoverweging
en de bijzondere setting waarin de betrokkenen werkzaam zijn. De populatie van gedetineerden
is er een waarbij niet uitgesloten kan worden dat zij represailles niet schuwen, aldus
de PI. Daarbij is ook aangevoerd dat klager eerder persoonlijke informatie van sociale
media heeft afgehaald om de persoonsgegevens van personeel uit de PI te achterhalen.
3.2 De voorzitter oordeelt als volgt. In de beslissing van 24 maart 2026
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:79 is omschreven dat afgeweken kan worden van het uitgangspunt
dat de naam van de verwerende partij gedeeld wordt met de klagende partij, als er
sprake is van objectieve, concrete en gemotiveerde zwaarwegende omstandigheden die
aanleiding geven om de openbaarmaking van de persoonsgegevens van betrokkenen te beperken.
De voorzitter is van oordeel dat het argument van de PI dat de populatie van gedetineerden
er een is waarbij niet uitgesloten kan worden dat zij represailles niet schuwen, geen
goede onderbouwing is voor de beslissing om de naam van de verwerende partij niet
te delen. Wat er ook zij van dit argument, het is in zodanig algemene zin gesteld
dat het niet voldoet aan het genoemde vereiste van objectiviteit, concreetheid en
gemotiveerdheid. Het argument echter dat klager eerder persoonlijke informatie van
PI personeel heeft willen achterhalen door gegevens van sociale media af te halen
voldoet wél aan het genoemde vereiste. Onder die omstandigheden is het, gezien de
veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam
zijn, gerechtvaardigd om de naam niet aan klager beschikbaar te stellen.
3.3 Inhoudelijk is de voorzitter van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.
3.4 De voorzitter overweegt dat bij het verzoek aan verweerster om schriftelijk op het klaagschrift te reageren is gebleken dat verweerster in het geheel niet betrokken is geweest bij de zorgverlening aan klager. Hierbij is door de gemachtigde van verweerster gemotiveerd uiteengezet dat sprake is van een persoonsverwisseling. Het behoort tot de processuele verantwoordelijkheid van klager om bij het indienen van een tuchtklacht te verduidelijken om welke zorgverlener het gaat en met name dat die zorgverlener degene is die de handelingen waarover de klacht gaat heeft verricht of nagelaten. Nu de zorgverlener die door klager is genoemd niet degene is die betrokken was bij de zorgverlening aan klager en er geen aanknopingspunten zijn om te achterhalen welke beklaagde klager dan wel bedoelt, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden.
3.5 Op basis van het voorgaande stelt de voorzitter vast dat verweerster niet betrokken
was bij het handelen waarover wordt geklaagd. Daarom is de voorzitter van oordeel
dat de klacht kennelijk ongegrond is.
4. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 3 september 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt,
voorzitter, bijgestaan door M.A. Valé, secretaris.