ECLI:NL:TGZRAMS:2026:213 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9391
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:213 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 03-09-2026 |
| Datum publicatie: | 11-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2025/9391 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Niet-ontvankelijk |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het onder de omstandigheden, gezien de veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam zijn, gerechtvaardigd om de naam van de verwerende partij niet met klager te delen. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. De persoon tegen wie de klacht is gericht is niet BIG-geregistreerd. |
A2025/9391
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Voorzittersbeslissing van 3 september 2026 naar aanleiding van de klacht van:
A,
wonende in B,
klager,
tegen
een medewerker van de medische dienst van de Penitentiaire Inrichting (PI) C, volledige namen bekend bij het college,
werkzaam in de C,
hierna ook: verweerster.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 13 augustus 2025;
- het aanvullende klaagschrift met de bijlagen;
- het bericht van klager, ontvangen op 8 oktober 2025 waarin hij bevestigt tegen
dertien personen destijds werkzaam bij de PI C een klacht te willen indienen;
- de brief namens de PI C van 18 december 2025, waarin is verzocht om geen persoonsgegevens
te verstrekken aan klager.
2. Waar gaat de zaak over?
2.1 Klager heeft een klacht ingediend tegen in totaal twaalf personen, allen (destijds)
werkzaam in de PI C. Klager lijdt aan een ernstige vorm van plasangst en verbleef
in de PI op een meerpersoonscel. Hij heeft bij de medische dienst van de PI meerdere
keren om een verwijzing naar de psycholoog gevraagd, dit zou niet zijn gehonoreerd.
Klager verwijt de medische dienst, onder wie verweerster, dat zijn klachten niet serieus
zijn genomen en dat hij niet is doorverwezen naar een psycholoog.
2.2 De voorzitter is van oordeel dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht.
‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen
en dat duidelijk is dat de klacht niet inhoudelijk behoeft te worden besproken. Voor
die beslissing is het volgende van belang.
3. De overwegingen
3.1 De voorzitter overweegt in de eerste plaats het volgende. Door de PI C zijn
de persoonsgegevens van de betrokkenen verstrekt aan het college, maar is verzocht
om geen persoonsgegevens te verstrekken aan klager. Uit de onderbouwing van de PI
van 18 december 2025 blijkt dat zij dit verzoek doen vanuit een veiligheidsoverweging
en de bijzondere setting waarin de betrokkenen werkzaam zijn. De populatie van gedetineerden
is er een waarbij niet uitgesloten kan worden dat zij represailles niet schuwen, aldus
de PI. Daarbij is ook aangevoerd dat klager eerder persoonlijke informatie van sociale
media heeft afgehaald om de persoonsgegevens van personeel uit de PI te achterhalen.
3.2 De voorzitter oordeelt als volgt. In de beslissing van 24 maart 2026
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:79 is omschreven dat afgeweken kan worden van het uitgangspunt
dat de naam van de verwerende partij gedeeld wordt met de klagende partij, als er
sprake is van objectieve, concrete en gemotiveerde zwaarwegende omstandigheden die
aanleiding geven om de openbaarmaking van de persoonsgegevens van betrokkenen te beperken.
De voorzitter is van oordeel dat het argument van de PI dat de populatie van gedetineerden
er een is waarbij niet uitgesloten kan worden dat zij represailles niet schuwen, geen
goede onderbouwing is voor de beslissing om de naam van de verwerende partij niet
te delen. Wat er ook zij van dit argument, het is in zodanig algemene zin gesteld
dat het niet voldoet aan het genoemde vereiste van objectiviteit, concreetheid en
gemotiveerdheid. Het argument echter dat klager eerder persoonlijke informatie van
PI personeel heeft willen achterhalen door gegevens van sociale media af te halen
voldoet wél aan het genoemde vereiste. Onder die omstandigheden is het, gezien de
veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam
zijn, gerechtvaardigd om de naam niet aan klager beschikbaar te stellen.
3.3 Vervolgens moet de voorzitter beoordelen of klager in zijn klacht kan worden
ontvangen. De voorzitter is van oordeel dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is
in de klacht.
3.4 De persoon tegen wie de klacht is gericht, is niet ingeschreven in een van de
registers, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele
gezondheidszorg (Wet BIG) en is ook niet op grond van artikel 36a van die wet onderworpen
aan tuchtrechtspraak door het college. Dat betekent dat het college de klacht niet
inhoudelijk kan behandelen.
4. De beslissing
Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
Deze beslissing is gegeven op 3 september 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt,
voorzitter, bijgestaan door M.A. Valé, secretaris.