ECLI:NL:TGZRSHE:2026:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9731, 9732, 10106, 10107, 10108 Wraking

ECLI: ECLI:NL:TGZRSHE:2026:163
Datum uitspraak: 16-09-2026
Datum publicatie: 16-09-2026
Zaaknummer(s): H2026/9731, 9732, 10106, 10107, 10108 Wraking
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: Wrakingsverzoek. Volgens verzoekster is de onpartijdigheid van het college ernstig in het geding, blijkend uit objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid en actieve procedurele bewijsverijdeling. Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE'S-HERTOGENBOSCH

Beslissing op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 63 van de Wet op de beroepen in de 
individuele gezondheidszorg (Wet BIG) in de zaken onder nummers H2026/9731, H2026/9732 en 
H2026/10106 t/m H2026/10108, ingediend door:

[A],
wonende in [B],
verzoekster

1.   Procedure
1.1   Verzoekster heelt bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te
's-Hertogenbosch (college) tegen verschillende zorgverleners tuchtklachten ingediend. In de zaken 
H2026/9731 en H2026/9732 heelt de secretaris verzoekster en de beklaagde zorgverleners een 
mondeling vooronderzoek aangeboden. In de zaken H2026/10106 t/m H2026/10108 zijn de beklaagde 
zorgverleners door de secretaris in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen.

1.2   Verzoekster heelt op 31 augustus 2026 verzocht om wraking van de leden van het college die 
belast zijn met de voorbereiding en behandeling van haar zaken. Volgens verzoekster is de 
onpartijdigheid van het college ernstig in het geding, blijkend uit objectief gerechtvaardigde 
vrees voor vooringenomenheid en actieve procedurele bewijsverijdeling. Verzoekster heeft aan haar 
verzoek het volgende ten grondslag gelegd (alle citaten voor zover van belang en letterlijk 
weergegeven):
1. Bevel tot bewijsvermindering van onbetwiste computerfeiten (Brief d.d. 21 juli 2026): Het 
college heeft mij schriftelijk bevolen de objectieve, digitale audittrail te verkleinen c.q. te 
amputeren omdat de feiten/ast "niet behapbaar" zou zijn voor de verweerder. De onderliggende 
overtreding is echter door geen enkele verweerder of betrokken instantie betwist. De feiten/ast is 
volledig automatisch gegenereerd op basis van onweerlegbare computerlogging (Epic Logs) en berust 
niet op een 'mening' of interpretatie van klager. Het dwingen tot het vernietigen van 
onbetwistbare, harde systeemdata om de positie van de verweerders te beschermen, is een flagrante 
schending van het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM) en getuigt van directe partijdigheid.
2. Weigering procesregie bij medische spoed (sinds 11 maart 2026): Hoewel deze procedure wegens 
medische spoed al sinds 11 maart 2026 aanhangig is, is er tot op heden geen enkele zitting gepland 
ten aanzien van de eerste verweerders. Daarnaast ontbreken de noodzakelijke nieuwe 
regienumbers/toevoegingen volledig en wordt er geen verweerschrift van de overige verweerders 
overgelegd. Het college weigert hiermee doelbewust rechtsbescherming te bieden in een spoedeisende 
situatie.
3. Gijzeling van bewijslast door Woo-sabotage: Het college heeft per heden bewust de wettelijke 
termijn van mijn Woo-verzoek laten verlopen. Zij weigeren hiermee de vitale, interne 
crisiscommunicatie en informele afstemming met de Raden van Bestuur van de betrokken instanties 
openbaar te maken en aan het dossier toe te voegen.
4. Mishandeling door procesregie (Fysieke uitputtingsslag): Onder de noemer van procesregie word ik 
door de secretaris en het college gedwongen om een onbetwiste, digitale datatrail van 192 pagina's 
voor de zesde zevende en achtste keer analoog op papier aan te leveren. Dit is, mede gelet op de 
medische spoedsituatie, een bewuste fysieke en mentale uitputtingsslag om mij als klager uit te 
schakelen.

2.   Beoordeling
2.1   Op grond van artikel 63 van de Wet BIG kan een lid van een tuchtcollege worden gewraakt 
indien sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou 
kunnen lijden. De artikelen 512 tot en met 518 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) zijn van 
overeenkomstige toepassing verklaard. Uitwerking hiervan heeft plaatsgevonden in het 
Wrakingsprotocol van de tuchtcolleges dat gepubliceerd is op de website 
www.tuchtcollege-gezondheidszorg.nl.

2.2   Artikel 5, vierde lid, aanhef en onder c end, van het Wrakingsprotocol bepaalt dat de 
wrakingskamer, zonder daartoe een zitting te houden, kan beslissen een verzoek om wraking niet in 
behandeling te nemen indien het verzoek geen betrekking heeft op een met de behandeling van de zaak 
belast lid van het college dan wel het verzoek betrekking heeft op het hele tuchtcollege.

2.3   De wrakingskamer beslist daarom zonder daarover een zitting te hebben gehouden en neemt het 
verzoek om wraking op grond van de hiervoor genoemde bepalingen niet in behandeling. Het verzoek 
heeft geen betrekking op de persoon van een of meer leden van het college die belast zijn met de 
behandeling van de zaken van verzoekster. De zaken van verzoekster zijn namelijk nog niet 
toebedeeld aan leden van het college, omdat zij nog verkeren in de fase van het vooronderzoek door 
de secretaris. Voor zover het verzoek moet worden begrepen als zijnde gericht tegen het gehele 
tuchtcollege geldt dat een wrakingsgrond moet zijn gelegen in feiten of omstandigheden die 
betrekking hebben op de persoon van het lid van het college dat een zaak behandelt. Een verzoek om 
wraking van het tuchtcollege als zodanig kan door de wrakingskamer daarom eveneens niet in 
behandeling worden genomen, zonder dat daarover een zitting is gehouden, zo is ook bepaald in 
voornoemd Wrakingsprotocol. Voor zover het wrakingsverzoek is gericht tegen het handelen van een 
secretaris van het college, kan het evenmin in behandeling worden genomen. Een secretaris kan 
namelijk niet worden gewraakt (zoals ook in artikel 2 van het Wrakingsprotocol is bepaald).

3.   Beslissing
De wrakingskamer:
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in alle verzoeken;
- bepaalt dat de behandeling van de hoofdzaken wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond 
  ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
- beveelt dat de secretaris van de wrakingskamer onverwijlde mededeling van deze beslissing doet aan 
  verzoekster en de beklaagde zorgverleners.

Deze beslissing is gegeven door T. Dohmen, voorzitter, N.H.J. Lafghani en A.H.M.J.F. Piëtte, 
leden-juristen, bijgestaan door G.J. Stoepker, secretaris en in het openbaar uitgesproken door
K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk op 16 september 2026.