Zoekresultaten 1-50 van de 48499 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:237 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9372

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist GGZ. Klager is op vrijwillige basis behandeld in een ggz-instelling. Klager verwijt de verpleegkundig specialist onder meer dat zij onzorgvuldig is geweest in het verrichten van de diagnostiek en de (medicamenteuze) behandeling en dat zij verplichtingen inzake informed consent en dossiervorming niet is nagekomen. Het college oordeelt dat de verpleegkundig specialist uitvoerig en zorgvuldige diagnostiek en vervolgonderzoek heeft verricht. Van onzorgvuldigheid in de medicamenteuze behandeling is niet gebleken. Haar verslaglegging was adequaat en gaf een objectieve weergave van het beloop van de behandeling en de gemaakte keuzes. Geen aanleiding om te twijfelen aan vereiste informed consent. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:238 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9934

    Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft in een verwijsbrief voor de dochter van klaagster een opmerking opgenomen over klaagsters psychiatrische problematiek. De huisarts had deze informatie niet zonder toestemming van klaagster mogen opnemen in de verwijsbrief. De huisarts heeft zich na het incident toetsbaar en leerbaar opgesteld en heeft adequaat gereageerd. Het college vindt het daarom niet nodig een maatregel op te leggen

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:220 Raad van Discipline Amsterdam 26-060/A/A

    Raadsbeslissing; ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:221 Raad van Discipline Amsterdam 25-901/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:222 Raad van Discipline Amsterdam 26-182/A/A

    Raadsbeslissing; verweerster heeft in haar brief aan klager vermeld dat haar cliënte, wanneer beslag niet mogelijk zou zijn omdat klager zijn bezittingen elders heeft ondergebracht, de publiciteit zal zoeken over de wijze waarop klager haar cliënte heeft benadeeld. Door op deze wijze te dreigen met media-aandacht heeft verweerster de belangen van klager op ontoelaatbare wijze geschaad. Verweerster heeft zodoende gehandeld in strijd met de wijze waarop een advocaat zich tegenover de wederpartij bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt behoort te gedragen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:324 Hof van Discipline 's Gravenhage 250326W

    Wrakingsverzoek. Aanvullende wrakingsgrond in repliek over het proces-verbaal (nog) tijdig ingediend, maar ongegrond. Het proces-verbaal is minder gedetailleerd dan de weergave van verzoekster, maar verschilt inhoudelijk weinig. Ook de overige wrakingsgronden zijn ongegrond nu zij met name gaan over de wijze waarop de voorzitter de regie heeft gevoerd op de zitting. Verzoekster heeft een onjuiste opvatting over hoor en wederhoor op de zitting. Hoor en wederhoor betreft het debat tussen partijen, niet een debat tussen één partij en het hof. Ook heeft verzoekster een verkeerd beeld van de wijze waarop een rechter de feiten vaststelt. De (tucht)rechter onderzoekt niet zelf actief wat de feiten zijn, maar hij stelt feiten vast op basis van wat partijen aanvoeren en wat door partijen als bewijs wordt aangevoerd. De (tucht)rechter is geen onderzoeksrechter. Verzoekster heeft tijdens de zitting over het wrakingsverzoek twee wrakingsverzoeken ingediend, die zijn afgewezen. Beide verzoeken kwamen er in de kern op neer dat de zitting niet verliep zoals verzoekster wenste en zagen dus op de gang van zaken op zitting. Omdat verzoekster elke keer een verzoek tot wraking indient om haar zin door te drijven over de regie op de zitting is sprake van misbruik van recht en bepaalt de wrakingskamer dat een volgend wrakingsverzoek in de hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:223 Raad van Discipline Amsterdam 26-714/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft in 2021 een medische verklaring gebruikt, ten aanzien waarvan in 2025 door het medisch tuchtcollege is geoordeeld dat de betreffende arts die niet had mogen afgeven. Dat betekent echter niet dat verweerster in 2021 tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Van misleiding en belangenverstrengeling is ook geen sprake. Die klachtonderdelen worden kennelijk-ongegrond verklaard. De overige klachtonderdelen zien op de verhouding tussen verweerster en haar cliënte, niet zijnde klaagster, en in die verhouding komt klaagster geen klachtrecht toe, zodat die klachtonderdelen kennelijk-niet ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:217 Raad van Discipline Amsterdam 26-691/A/A

    voorzittersbeslissing. Verweerder heeft aanvankelijk samen met de primaire behandelaar de zaak van klager gedaan. Na overstap van de primaire behandelaar heeft deze het dossier meegenomen. Het was aan die advocaat om klager daarover te informeren. Verdere klacht is te laat ingediend en daarmee niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:325 Hof van Discipline 's Gravenhage 250255

    Klacht over (voormalig) eigen advocaat. Raad verklaart deels gegrond, maar legt geen maatregel op aangezien verweerder is getroffen door een hersenbloeding en al is uitgeschreven van het tableau. Hof constateert dat datgene dat zijdens verweerder is aangevoerd niet als namens hem kan worden aangemerkt zodat het ervoor gehouden wordt dat geen verweer is gevoerd. Volgt bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:224 Raad van Discipline Amsterdam 26-720/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. In een arbeidsrechtelijk geschil tussen klaagster en haar werkgever werd de werkgever bijgestaan door verweerder. Klaagster werd bijgestaan door haar eigen advocaat. Het geschil is, na onderhandelingen, geëindigd in een vaststellingsovereenkomst. Klaagster verwijt verweerder dat hij daarbij onvoldoende met de belangen van klaagster rekening heeft gehouden. De voorzitter van de raad is van oordeel dat verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, nu hij niet de belangen van klaagster behartigde maar die van de werkgever. Klaagster had zelf een advocaat die haar belangen behartigde. Dat, zoals klaagster lijkt te stellen, de werkgever de afspraken uit de vaststellingsovereenkomst niet goed nakomt, kan verweerder niet worden aangerekend of verweten. De klacht wordt kennelijk-ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:218 Raad van Discipline Amsterdam 26-709/A/A

    voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder afgaan op de van zijn cliënte ontvangen feitelijke informatie zoals hij dat heeft gedaan. Klaagster of haar advocaat heeft tegen vermeende onjuiste feiten en standpunten verweer kunnen voeren in de verschillende procedures. Het behoort verder niet tot de taak van de tuchtrechter om over de juistheid van standpunten in een civielrechtelijk geschil een oordeel te geven. Dat is voorbehouden aan de civiele rechter, tenzij duidelijk is dat de verwerende advocaat de in de beslissing genoemde maatstaf heeft overtreden. Daarvan is de voorzitter echter niet gebleken. Deels kennelijk ongegrond, deels niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:236 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9844

    Gegronde klacht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd tegen een verpleegkundige, werkzaam in de ggz. De verpleegkundige heeft gedurende ongeveer een maand een persoonlijke en seksuele relatie gehad met een cliënte die werd behandeld in de ggz-instelling waar verweerder destijds als verpleegkundige werkte. Dit contact heeft plaatsgevonden na de klinische opname, waar cliënte op dat moment nog wel ambulant werd behandeld. De verpleegkundige heeft het hem verweten gedrag direct erkend, meegewerkt aan het onderzoek van de IGJ, reflecterend vermogen getoond en zich in alle fasen open en toetsbaar opgesteld. Hij heeft een behandeltraject gevolgd bij een psycholoog en werkt op dit moment niet als verpleegkundige. Afwijking uitgangspunt onvoorwaardelijke schorsing. Geheel voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaar, waarbij onder meer als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verpleegkundige een supervisietraject dient te volgen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:219 Raad van Discipline Amsterdam 25-900/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:239 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-504/DH/DH

    Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klager in een familierechtelijk geschil. Als partijdige belangenbehartiger van haar cliënte heeft verweerster in haar stukken de standpunten van haar cliënte verwoord, zonder daarbij de gerechtvaardigde belangen van klager uit het oog te verliezen. De door verweerster gebruikte bewoordingen zijn binnen de context van het al jaren gevoerde debat tussen partijen en de opstelling van klager daarbij, naar het oordeel van de voorzitter functioneel en niet grievend geweest. Dat klager dat wel zo heeft ervaren, maakt dat nog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Van schending van de gedragsregels 26 en 27 is de voorzitter niet gebleken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:16 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/455514 / KL RK 25-114

    Nu de nalatenschap in overeenstemming met de testamenten van erflater is afgewikkeld en klager geen boedelgemachtigde meer is, acht de kamer het door klager aangevoerde niet voldoende voor het aannemen van een redelijk belang van klager bij zijn klacht. Ook het door klager benoemde belang van aangifte levert naar het oordeel van de kamer onvoldoende grond op voor het aannemen van een redelijk belang. Niets staat er immers aan in de weg voor klager om (alsnog) aangifte te doen. Voor zover klager met zijn verwijzing naar een (niet nader gespecificeerd) maatschappelijk belang meent een algemeen belang bij zijn klacht te hebben, overweegt de kamer dat dit eveneens onvoldoende is voor het aannemen van een redelijk belang. Dit zou de zekere begrenzing die artikel 99 lid 1 Wna beoogt aan te brengen in de kring van klachtgerechtigden illusoir maken. De kamer komt zodoende tot het oordeel dat de voorzittersbeslissing de klacht van klager terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaart in verband met gebrek aan redelijk belang en in stand moet blijven. Het verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:322 Hof van Discipline 's Gravenhage 260433

    Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Uit de toelichting van klaagster op haar klacht over de deken leidt de voorzitter af dat deze klacht betrekking heeft op de wijze waarop de deken de klacht van klaagster over mr. Van der V in onderzoek heeft. Het klachtrecht is evenwel niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens een klachtonderzoek neemt en/of de wijze waarop de deken zijn onderzoek uitvoert. Klaagster kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, haar klacht over mr. Van der V laten toetsen door de raad van discipline. Binnen de kaders van die procedure kan klaagster al haar bezwaren over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen onder de aandacht van de raad van discipline brengen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:233 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10212

    Klacht tegen een huisarts. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht. Doordat klager niet heeft geconcretiseerd wanneer de contacten met de huisarts hebben plaatsgevonden is het onduidelijk gebleven of de klacht over handelen gaat dat minder dan tien jaar geleden heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat het klaagschrift niet voldoet aan de daaraan in de wet gestelde eisen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:323 Hof van Discipline 's Gravenhage 250439W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. Misbruik van recht. De wrakingskamer oordeelt dat de enkele stelling van verzoeker dat de rechterlijke onpartijdigheid schade lijdt omdat verweerders in eerdere zaken mogelijk onwelgevallige beslissingen hebben genomen, geen uitzonderlijke omstandigheid is die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat verweerders ten opzichte van verzoeker vooringenomenheid koesteren, noch dat de bij verzoeker kennelijk bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Gelet op de lichtvaardige wijze waarop verzoeker (wederom) het wrakingsmiddel heeft ingezet, bepaalt de wrakingskamer met toepassing van artikel 7.3 van het wrakingsprotocol dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze zaak wegens misbruik van recht niet in behandeling wordt genomen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:234 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10393

    Klacht tegen een arts. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster staat onder curatele. De voorzitter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat klaagster wilsonbekwaam is terzake het indienen van de klacht nu zowel haar zoon (ook haar gemachtigde) als de curator hebben aangegeven dat dit het geval is vanwege vergevorderde dementie. De curator stemt niet in met de klacht, dit betekent dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. De zoon (en gemachtigde) van klaagster wenst de klacht zelf voort te zetten, maar hij is geen rechtstreeks belanghebbende als bedoeld in artikel 65 lid 1 onder a Wet BIG.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:235 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10394

    Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster staat onder curatele. De voorzitter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat klaagster wilsonbekwaam is terzake het indienen van de klacht nu zowel haar zoon (ook haar gemachtigde) als de curator hebben aangegeven dat dit het geval is vanwege vergevorderde dementie. De curator stemt niet in met de klacht, dit betekent dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. De zoon (en gemachtigde) van klaagster wenst de klacht zelf voort te zetten, maar hij is geen rechtstreeks belanghebbende als bedoeld in artikel 65 lid 1 onder a Wet BIG.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9167

    Klacht tegen een bedrijfsarts kennelijk ongegrond. Klager heeft zich bij zijn werkgever ziekgemeld na een ongeval. De arts in opleiding tot specialist bedrijfsgeneeskunde heeft de verzuimbegeleiding van klager onder supervisie van de bedrijfsarts op zich genomen. Klager verwijt de bedrijfsarts dat zij verantwoordelijk is voor het handelen van de arts betreffende schending van het beroepsgeheim en onzorgvuldige en partijdige verslaglegging. Het college oordeelt dat niet is gesteld en evenmin is gebleken dat met de delegatie van taken door de bedrijfsarts aan de arts buiten de in het Standpunt gegeven kaders of de supervisieovereenkomst is getreden. Ook kan het college niet vaststellen dat de bedrijfsarts tekort is geschoten is haar rol als supervisor of anderszins onvoldoende verantwoordelijkheid heeft genomen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3153

    Klager heeft een aanvraag gedaan op grond van de Wet studiefinanciering 2000. Deze aanvraag is afgewezen. Klager heeft hiertegen geprocedeerd. De Centrale Raad van Beroep heeft DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) opgedragen een medisch adviseur over de zaak van klager te laten oordelen. Verweerder heeft als medisch adviseur op verzoek van DUO medische rapportages uitgebracht. Klager beklaagt zich over deze rapportages. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. Gelet op het strikte toetsingskader heeft de arts tot zijn conclusies heeft kunnen komen. De redenen die klager heeft aangevoerd dat hij zijn studie heeft moeten beëindigen, rechtvaardigen niet de conclusie dat hem een nieuwe aanspraak op studiefinanciering toekomt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:192 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3282

    In het kader van een strafrechtelijke procedure tegen klaagster heeft het gerechtshof aan de arts de opdracht gegeven een deskundigenrapport te schrijven over de wilsbekwaamheid van de moeder van klaagster ten tijde van het verlijden van de testamentaire akte bij de notaris in 2016. De arts kwam in zijn rappoort tot de conclusie dat met een hoge mate van waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld dat de moeder van klaagster niet meer wilsbekwaam was ter zake het nemen van besluiten over haar testament. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht, omdat er geen sprake is van een schending van een belang dat ziet op een handelen of nalaten op het gebied van de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klaagster kan worden ontvangen in haar klacht, omdat het handelen van de arts wél weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep en wijst de klacht terug naar het Regionaal Tuchtcollege voor inhoudelijke behandeling.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:193 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3297 VZ

    Voorzittersbeslissing. Griffierecht niet betaald. Klaagster heeft laten weten dat zij gezien haar financiële situatie het griffierecht niet kan betalen. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:190 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3149

    Ongegronde klacht tegen een arts. De arts werkt binnen de penitentiaire inrichting (PI) waar klager verblijft. Voor zijn verblijf in detentie had klager al een tijd pijnklachten in zijn onderrug. Klager verwijt de arts dat hij heeft nagelaten een juiste behandeling in te zetten voor zijn rugklachten. Daarnaast verwijt klager de arts dat hij ten onrechte niet is doorverwezen.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klager verwerpen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:232 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-730/DH/NH/W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:226 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-124/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft de belangen van klagers op onnodige en ontoelaatbare wijze geschaad door hen in openbare Facebookreacties met vermelding van hun namen te beschuldigen van het misleiden van haar cliënt en het verduisteren van het festivalgeld. Verweerster heeft haar beschuldigingen gepresenteerd als de waarheid, terwijl zij daarvoor geen bewijs had en terwijl de toon van de berichten in de Facebookgroep, geplaatst door de gedupeerden, al verhit was en haar client al was bedreigd. Verweerster had terughoudender moeten handelen. Onvoldoende reflectie. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:231 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9623

    Deels gegronde klacht tegen een arts. Klaagster werd in het kader van de verzuimbegeleiding begeleid door de arts. Klaagster verwijt de arts onder andere onvoldoende begeleiding bij een second opinion en schending van de vertrouwelijkheid. Het college oordeelt dat ook nadat de verzuimbegeleiding door een collega was overgenomen, de bedrijfsarts de voortgang van het verzoek om een second opinion had moeten controleren en zo nodig zijn supervisor of de arbodienst tot vervolgactie had moeten bewegen. Ook had de arts niet bij de werkgever mogen aangeven dat klaagster geen toestemming gaf voor het opvragen van medische informatie. Dit is niet zonder meer informatie die de werkgever nodig heeft. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:233 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-830/DH/A/W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:227 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-569/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Het stond verweerder vrij om in het belang van zijn cliënte te verzoeken om de vaststelling van een hogere kinderalimentatie. Verweerders cliënte was daartoe ook gehouden op basis van de Participatiewet. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:232 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9600

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager heeft bij het CIZ een aanvraag gedaan voor 24-uurszorg. De arts heeft als medisch adviseur bij het CIZ hierover advies gegeven. Klager meent dat dit advies niet op de juiste wijze tot stand is gekomen en dat hij bovendien zijn blokkerings- en correctierecht niet heeft kunnen uitoefenen. Het college is van oordeel dat klager wel het blokkeringsrecht toekwam, maar dat de arts klager niet in de gelegenheid heeft gesteld daarvan gebruik te maken is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:116 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-211/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een huurrechtelijk geschil. Verweerder heeft de inhoud van vertrouwelijke schikkingsonderhandelingen gedeeld met de rechter, terwijl hij daarvoor geen toestemming had. Ook heeft verweerder zich onnodig kwetsend uitgelaten over verweerster en woonwagenbewoners. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:196 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-142/AL/MN

    Eigen advocaat. De raad heeft geoordeeld dat verweerder zijn cliënt onvoldoende (schriftelijk) heeft geïnformeerd over onder andere de te volgen strategie, de proceskansen en de kosten. Hij heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gelet op de ernst van dit handelen en nalaten en rekening houdend met de omstandigheid dat verweerder onvoldoende inzicht in het verwijtbare van zijn handelen lijkt te hebben, is de raad van oordeel dat de oplegging van een berisping passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:234 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-594/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door het adres van klager te delen met zijn cliënte. Verweerder heeft ten opzichte van zijn cliënte een informatieplicht en in dat kader was hij gehouden om zijn cliënte van informatie over het geschil met klager te voorzien en om de stukken die daarover gaan aan haar te verstrekken. Niet gebleken dat verweerder redelijkerwijs bekend was of had kunnen zijn met omstandigheden op grond waarvan hij bepaalde informatie, waaronder het adres van klager, niet aan zijn cliënte bekend had mogen maken. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:228 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-573/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft erkend dat hij onjuiste informatie heeft verstrekt, maar heeft zich voldoende ingespannen om dat recht te zetten. Verweerder heeft een gespreksverslag opgesteld door zijn cliënt niet gepresenteerd alsof dit door de omgangsbegeleider is opgesteld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:222 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-549/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel heeft verweerder de belangen van klager op zorgvuldige partijdige wijze behartigd en ook goed met klager gecommuniceerd. Uit de stukken is niet gebleken dat de bijstand door verweerder aan klager ondermaats is geweest. Vast staat dat klager concept processtukken heeft ontvangen en stukken aan verweerder heeft gestuurd. Het was de keuze van verweerder om te bepalen welke relevante opmerkingen en stukken in de procedure werden gebruikt. Dat klager op enig moment bezwaar heeft gemaakt tegen het gebruik van zijn medische informatie, is de voorzitter uit de stukken niet gebleken zodat verweerder erop mocht vertrouwen dat hij de medische stukken van klager met diens instemming in het geding mocht brengen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:197 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-664/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:235 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-599/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft bij de deken 13 klachten ingediend over verweerster (de advocaat van zijn ex-partner), waarvan klager er twee aan de tuchtrechter heeft voorgelegd. Deze klachten zijn kennelijk ongegrond en kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Deze nieuwe klacht is eveneens kennelijk niet-ontvankelijk vanwege strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:229 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-591/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de advocaat in een internationale echtscheidingskwestie kennelijk ongegrond. Niet is vast te stellen dat verweerster ondeskundig verweer heeft gevoerd. Ook is niet gebleken van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen rondom het verzoek om een tolk. Verweerster heeft voldoende voortvarend gehandeld in het melding maken van de aansprakelijkstelling bij haar verzekeraar.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:223 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-558/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster verwijt verweerder dat hij onder valse voorwendselen een uittreksel uit de BRP van de gemeente heeft verkregen. Verweerder mocht afgaan op de juistheid van de informatie van zijn cliënte. Van het onder valse voorwendselen opvragen van een uittreksel uit de BRP is dan ook niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:198 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-756/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van klachtrecht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:236 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-610/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een geschil binnen een VVE. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege verwevenheid met eerder door klager ingediende klacht. Van klager kon redelijkerwijs verlangd worden dat hij de klacht tegelijk met de eerste klacht had ingediend. De beginselen van een behoorlijke procesorde staat in de weg aan een inhoudelijke behandeling van dit deel van klacht. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Verweerder mocht zich bij zijn uitlatingen baseren op de informatie die hij van het bestuur van de VVE kreeg.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:230 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-740/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verwijt is dat de advocaat een toezegging tot (gedeeltelijke) creditering niet nakomt. De voorzitter kan niet vaststellen dat verweerder een onvoorwaardelijke toezegging heeft gedaan. Verweerder heeft in 2025 aangeboden de helft van het bedrag te crediteren, onder de voorwaarde van finale kwijting, maar klaagster is niet akkoord gegaan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:224 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-561/DH/DH

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure kennelijk ongegrond wegens gebrek aan onderbouwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:237 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-636/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een civiele procedure. Het stond verweerder vrij om namens zijn cliënt een ontvankelijkheidsverweer (exceptio plurium consortium) te voeren. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft verstrekt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:231 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-644/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een arbeidszaak. De klacht ziet er met name op dat klager niet goed is geïnformeerd, dat hij het niet goed heeft begrepen en dat hij geen toestemming heeft gegeven voor de (ter zitting bereikte) schikking. De voorzitter is niet gebleken dat klager ten tijde van de zitting niet goed is geïnformeerd of niet met de schikking heeft ingestemd. Verweerder heeft wel aanspraak gemaakt op het loon in de tussenliggende periode. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:225 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-705/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:238 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-643/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een kort geding. De klacht ziet op verweerders stellingname in de (concept) kort geding dagvaarding. De (grotendeels) feitelijke discussie is ter beoordeling aan de civiele rechter. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft verschaft. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:230 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9157

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat zij haar klachten niet serieus heeft genomen, niet tijdig medische informatie heeft ingewonnen en druk heeft uitgeoefend om te re-integreren. Het college stelt voorop dat het beter was geweest als de bedrijfsarts klaagster fysiek had gezien. De werkgever waar de bedrijfsarts voor werkte had echter als beleid dat gesprekken telefonisch plaatsvonden omdat de arbodienst landelijk werkt en de reisafstand in veel gevallen te groot is om werknemers op een fysiek spreekuur te beoordelen. Een bedrijfsarts die onder deze omstandigheden moet werken, moet daarop alert zijn door waarborgen te creëren die maken dat toch een zo goed mogelijk beeld kan worden gevormd. Dat heeft de bedrijfsarts voldoende gedaan. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:26 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/59

    De zaak gaat over de afwikkeling van de nalatenschap van klagers moeder. Op grond van haar testament zijn klager en zijn zus de enige erfgenamen. Moeder heeft in haar testament de kandidaat-notaris met de meeste werkjaren binnen het kantoor van een andere notaris benoemd tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder in haar nalatenschap. De betreffende kandidaat-notaris heeft die benoeming aanvaard en meteen daarna het kantoor van de beklaagde notaris in haar plaats gesteld. Klager is ontevreden over de manier waarop (de medewerkers van) de notaris hun/zijn werkzaamheden hebben/heeft verricht en hij heeft bezwaar tegen (de hoogte van) de kosten die voor die werkzaamheden in rekening zijn gebracht.De klacht wordt voor een deel niet-ontvankelijk verklaard (te laat ingediend) en de klacht wordt voor het overige ongegrond verklaard.