ECLI:NL:TADRAMS:2026:219 Raad van Discipline Amsterdam 25-900/A/A
| ECLI: | ECLI:NL:TADRAMS:2026:219 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 05-10-2026 |
| Datum publicatie: | 09-10-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25-900/A/A |
| Onderwerp: | Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk |
| Beslissingen: | Beslissing op verzet |
| Inhoudsindicatie: | Raadsbeslissing; verzet ongegrond. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 5 oktober 2026 in de zaak 25-900/A/A
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad
van discipline van 2 februari 2026 op de klacht van:
klager
over:
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 7 april 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het
arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 23 december 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2485368/ER/KV
van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 2 februari 2026 heeft de plaatsvervangend voorzitter van
de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk
en gedeeltelijk kennelijk ongegrond verklaard. Deze beslissing is op (eveneens) 2
februari 2026 verzonden aan partijen.
1.4 Op 27 februari 2026 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van
de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift diezelfde dag ontvangen.
1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 24 augustus 2026. Daarbij
waren klager en verweerder aanwezig.
1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen
het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd
en van het verzetschrift.
2 VERZET
2.1 Klager heeft in verzet het volgende naar voren gebracht:
- klager is van mening dat verweerder zijn belangen onnodig en op een ontoelaatbare
manier heeft geschaad;
- hij beschikt over een getuige die mondeling een verklaring kan afleggen bij
de raad;
- een schriftelijke beslissing voelt heel onrechtvaardig voor klager;
- tijdens een fysieke zitting kan er beter geoordeeld worden over de door hem
ingediende klachten;
- klager heeft daarom de raad verzocht om een fysieke zitting in te plannen zodat
er sprake is van een eerlijk procesgang;
- hij dient zijn eerdere klachten opnieuw in.
2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet
niet op.
3 FEITEN EN KLACHT
3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad
naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van
een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld
of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als
de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing
heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet
slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft
rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee
hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter
juist is.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe
gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De
raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline verklaart:
- het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. K.M. van Hassel, voorzitter, mrs. I.J. de Laat en M. Kemmers, leden, bijgestaan door mr. N. Borgers-Abu Ghazaleh als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 5 oktober 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 5 oktober 2026