ECLI:NL:TGZRAMS:2026:235 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10394

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:235
Datum uitspraak: 08-10-2026
Datum publicatie: 08-10-2026
Zaaknummer(s): A2026/10394
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster staat onder curatele. De voorzitter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat klaagster wilsonbekwaam is terzake het indienen van de klacht nu zowel haar zoon (ook haar gemachtigde) als de curator hebben aangegeven dat dit het geval is vanwege vergevorderde dementie. De curator stemt niet in met de klacht, dit betekent dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. De zoon (en gemachtigde) van klaagster wenst de klacht zelf voort te zetten, maar hij is geen rechtstreeks belanghebbende als bedoeld in artikel 65 lid 1 onder a Wet BIG.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Voorzittersbeslissing van 8 oktober 2026 naar aanleiding van de klacht van:

A,

wonende te B,

klaagster,

gemachtigde: C, zoon van klaagster.

tegen

D,

specialist ouderengeneeskunde,  

werkzaam te B,

verweerster.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 31 juli 2026;
  • de brief met bijlagen van E [curator], ontvangen op 17 september 2026.

2. De overwegingen

2.1 Klaagster lijdt aan vergevorderde dementie en verblijft in een zorginstelling. De zoon van klaagster heeft namens klaagster een klacht ingediend tegen de specialist ouderengeneeskunde, werkzaam binnen de zorginstelling waar klaagster verblijft. De specialist ouderengeneeskunde wordt verweten dat zij het zonder opgave van een gegronde reden niet toestaat dat de zoon van klaagster, klaagster meeneemt voor een wandeling of een uitje. Namens klaagster is toegelicht dat zij zeer weinig buiten komt. Een enkele keer wordt klaagster door vrijwilligers meegenomen in haar rolstoel voor een wandeling buiten, dit vindt zij erg fijn. Dat het niet wordt toegestaan dat haar zoon haar meeneemt buiten het terrein van de instelling, schaadt het welzijn van klaagster.
Het klaagschrift is niet ondertekend door klaagster zelf. Daarbij is opgemerkt dat klaagster lijdt aan vergevorderde dementie en zij (daardoor) niet meer zelf voor haar rechten kan opkomen en daarom ook niet het klaagschrift kan ondertekenen.

2.2 De voorzitter is van oordeel dat klaagster kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet inhoudelijk behoeft te worden besproken. Voor die beslissing is het volgende van belang.

2.3 In artikel 65 lid 1 onder a van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) is bepaald dat een tuchtklacht aanhangig kan worden gemaakt door een rechtstreeks belanghebbende. Een rechtstreeks belanghebbende is in de eerste plaats de patiënt van een aan tuchtrechtspraak onderworpen beroepsbeoefenaar die een klacht heeft over zijn of haar behandeling. Uit de bijlage bij het klaagschrift volgt dat klaagster onder curatele staat. Een patiënt die een curator heeft kan zonder toestemming van die curator een tuchtklacht indienen tenzij aannemelijk is dat de patiënt ter zake het indienen van die klacht wilsonbekwaam is (vgl. Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 10 september 2021, ECLI:NL:TGZCTG:2021:158).

2.4 Door de vooronderzoeker is contact opgenomen met de curator van klaagster. De curator heeft de meest recente beschikkingen waaruit de ondercuratelestelling blijkt overgelegd en zij heeft verklaard dat zij niet instemt met de klacht tegen de arts. De curator heeft daarbij vermeld dat haar standpunt om niet in te stemmen met de klacht verband houdt met haar beoordeling van de belangen van klaagster. Verder heeft zij in de brief verklaard dat klaagster wilsonbekwaam dient te worden beschouwd om de klacht in te dienen.

2.5 De voorzitter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat klaagster wilsonbekwaam is terzake het indienen van de klacht nu zowel haar zoon als de curator hebben aangegeven dat dit het geval is vanwege vergevorderde dementie. Dit betekent dat zonder de instemming van de curator – die ontbreekt – klaagster (en haar zoon als gemachtigde) niet ontvangen kan worden in haar klacht. 

2.6 Gelet op het voorgaande is de voorzitter van oordeel dat klaagster kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht.

2.7 In een e-mail van 28 augustus 2026 heeft de zoon van klaagster opgemerkt dat hij, ingeval de curator de klacht niet ondersteunt, zelf als direct belanghebbende de klacht wenst voort te zetten. De klacht zoals deze is weergegeven in het klaagschrift betreft echter de behandeling/het welzijn van klaagster. Het is invoelbaar dat de zoon zich betrokken voelt bij de behandeling en het welzijn van zijn moeder, en dit kan weliswaar persoonlijk gezien een emotioneel eigen belang voor de zoon van klaagster opleveren, maar dat belang is geen eigen en rechtstreeks belang als bedoeld in artikel 65 lid 1 onder a Wet BIG.

3. De beslissing

Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

Deze beslissing is gegeven op 8 oktober 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter, bijgestaan door R. van der Vaart, secretaris.