ECLI:NL:TADRAMS:2026:220 Raad van Discipline Amsterdam 26-060/A/A
| ECLI: | ECLI:NL:TADRAMS:2026:220 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 05-10-2026 |
| Datum publicatie: | 09-10-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-060/A/A |
| Onderwerp: | Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk |
| Beslissingen: | Beslissing op verzet |
| Inhoudsindicatie: | Raadsbeslissing; ongegrond verzet. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 5 oktober 2026 in de zaak 26-060/A/A
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad
van discipline van 16 maart 2026 op de klacht van:
klager
over:
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 20 juni 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het
arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 22 januari 2026 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2499652/EvR/JN
van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 16 maart 2026 heeft de plaatsvervangend voorzitter van
de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Deze
beslissing is op 16 maart 2026 verzonden aan partijen.
1.4 Op 16 maart 2026 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de
voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op 16 maart 2026 ontvangen.
1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 24 augustus 2026. Daarbij
waren klager en verweerder aanwezig.
1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen
het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd
en van het verzetschrift. Daarnaast heeft de raad kennisgenomen van de e-mail van
8 april 2026 van verweerder en de e-mail van 8 april 2026 van klager.
2 VERZET
2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:
a) de voorzittersbeslissing laat beslissende punten onbesproken;
b) er is beslist op een onvolledig feitenbeeld;
c) ten onrechte heeft de voorzitter niet getoetst aan de familierechtelijke maatstaf.
2.2 Tegen de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op.
3 FEITEN EN KLACHT
3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad
naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van
een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld
of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als
de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing
heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet
slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft
rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. De voorzitter
is in haar beslissing voldoende ingegaan op de klachtonderdelen.
4.3 Al hetgeen klager verder naar voren heeft gebracht, leidt niet tot een ander
oordeel. Voor zover klager stelt dat de voorzitter haar beslissing heeft gebaseerd
op een onvolledig feitenbeeld, overweegt de raad dat niet alle door partijen naar
voren gebrachte feiten volledig behoeven te worden vastgesteld. Het gaat om een zakelijke
weergave van de voor de beslissing meest relevante feiten.
4.4 Ook overigens is niet gebleken dat aan de beslissing van de voorzitter getwijfeld
moet worden. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing
van de voorzitter juist is.
4.5 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe
gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De
raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline verklaart:
- het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. K.M. van Hassel, voorzitter, mrs. I.J. de Laat en M. Kemmers, leden, bijgestaan door P.H.A. Neuschäfer als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 5 oktober 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 5 oktober 2026