ECLI:NL:TGZRAMS:2026:238 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9934

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:238
Datum uitspraak: 09-10-2026
Datum publicatie: 09-10-2026
Zaaknummer(s): A2026/9934
Onderwerp: Schending beroepsgeheim
Beslissingen: Gegrond, geen maatregel
Inhoudsindicatie: Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft in een verwijsbrief voor de dochter van klaagster een opmerking opgenomen over klaagsters psychiatrische problematiek. De huisarts had deze informatie niet zonder toestemming van klaagster mogen opnemen in de verwijsbrief. De huisarts heeft zich na het incident toetsbaar en leerbaar opgesteld en heeft adequaat gereageerd. Het college vindt het daarom niet nodig een maatregel op te leggen

A2026/9934
Beslissing van 29 september 2026


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Beslissing van 29 september 2026 op de klacht van:


A,
wonende te B,

klaagster,

tegen


C,
huisarts, werkzaam te B,
verweerder, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: mr. C.J. van den Ham, werkzaam te Utrecht.


1. De zaak in het kort
1.1   Klaagster was patiënt bij de huisarts. Op 11 juli 2023 heeft de huisarts een dochter van 
klaagster, ook patiënt bij de huisarts, verwezen naar een psycholoog. In de verwijsbrief heeft de 
huisarts onder meer vermeld “bij een moeder met in de VG psychiatrische problematiek”.

1.2   Klaagster zegt dat er geen toestemming aan haar is gevraagd om dit op te nemen in de 
verwijsbrief en dat haar dochter deze verwijsbrief heeft laten zien en dat haar dochter en 
klaagsters andere kinderen haar vragen hebben gesteld over de genoemde problematiek. Klaagster had 
nooit over deze problemen met haar kinderen gesproken en zij voelt zich emotioneel geraakt en 
gekwetst.

1.3   De huisarts heeft gezegd dat hij de opmerking over de psychiatrische problematiek niet zo had 
mogen opnemen en dat hij hier spijt van heeft. Hij zegt dat hij zich niet gerealiseerd heeft dat de 
psychiatrische problematiek onbekend was bij het gezin van klaagster. Hij heeft bij meerdere 
gelegenheden zijn excuses aangeboden.

1.4   Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is. Hierna vermeldt het college eerst 
hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1  Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
-  het klaagschrift met de bijlage, ontvangen op 15 april 2026;
-  het verweerschrift;
-  het proces-verbaal van het op 4 augustus 2026 gehouden mondelinge vooronderzoek.

2.2   De zaak is behandeld op de openbare zitting van 29 september 2026. Partijen zijn verschenen, 
de huisarts werd bijgestaan door zijn gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten mondeling 
toegelicht.

2.3  Het college heeft na de behandeling op de zitting en na kort beraad onmiddellijk mondeling 
uitspraak gedaan.

3. De overwegingen van het college
Ontvankelijkheid
3.1   De klacht heeft betrekking op het opnemen van medische informatie over klaagster in de 
verwijsbrief van haar dochter. Zij is daarom rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 65 
lid 1, aanhef en onder a van de Wet BIG.

De criteria voor de beoordeling
3.2   De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm 
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling wordt rekening 
gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

3.3   Door zonder overleg in de verwijzing een opmerking te maken over klaagsters psychiatrische 
problematiek heeft de huisarts klaagsters belangen geschaad. Klaagsters dochter heeft de opmerking 
gelezen en heeft hierover vragen gesteld aan klaagster. De huisarts heeft gezegd dat hij dacht dat 
klaagster haar psychiatrische problemen in haar gezin had besproken. Klaagster had dat echter nooit 
gedaan.

3.4   Het college is van oordeel dat de huisarts aan klaagster had moeten vragen of zij toestemming 
gaf voordat hij de opmerking over de psychiatrische problemen maakte. In artikel 7:457, eerste lid, 
BW staat dat een hulpverlener zonder toestemming van de patiënt geen informatie over die patiënt 
aan derden mag geven. Dit volgt ook uit de KNMG-richtlijn Omgaan met medische gegevens. Dat de 
informatie werd opgenomen in de verwijsbrief van klaagsters dochter maakt dit niet anders. De 
toestemming van de dochter voor haar verwijzing ziet immers niet op het verstrekken van medische 
informatie over klaagster.

Slotsom
3.5  Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht gegrond is.


Maatregel
3.6   Het college vindt het niet nodig om aan de huisarts een maatregel op te leggen. Toen de 
psychiatrische problemen van klaagster bij haar dochter bekend werden is klaagster daarmee 
geconfronteerd, wat bij haar tot schaamte leidde en tot spanningen in het gezin. Maar de 
bedoelingen van de huisarts waren goed, want hij hoopte dat klaagsters dochter door deze opmerking 
beter en eerder door de psycholoog behandeld zou kunnen worden. Bovendien heeft de huisarts vanaf 
het moment dat klaagster de gebeurtenissen bij hem meldde, zijn fout toegegeven. Hij heeft daarvoor 
meerdere keren excuses gemaakt, bijvoorbeeld in het gesprek met klaagster op 25 juli 2023, tijdens 
het mondelinge vooronderzoek en ook tijdens de behandeling van de klacht op de zitting van het 
tuchtcollege. Tot slot heeft de huisarts gezegd dat hij van deze fout heeft geleerd. Na het maken 
van zijn fout heeft de huisarts professioneel en menselijk gereageerd. Het college is van oordeel 
dat de huisarts zich na het incident toetsbaar en leerbaar heeft opgesteld en adequaat heeft 
gereageerd. Het opleggen van een maatregel dient daarom geen redelijk tuchtrechtelijk doel meer.

Publicatie
3.7   In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin 
gelegen dat andere zorgverleners mogelijk iets kunnen leren van wat hiervoor is overwogen. De 
publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties 
herleidbare gegevens.

4. De beslissing
Het college:
-  verklaart de klacht gegrond;
-  bepaalt dat geen maatregel wordt opgelegd;
-  bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen 
of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter 
publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Tijdschrift voor Gezondheidsrecht en Medisch 
Contact.

Deze beslissing is gegeven door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter, L.J. Knap, lid-jurist,
V.M Schijf, G.J. Dogterom en A. Wewerinke, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door
S. Verdaasdonk, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026.