ECLI:NL:TGZCTG:2026:193 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3297 VZ

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2026:193
Datum uitspraak: 19-08-2026
Datum publicatie: 07-10-2026
Zaaknummer(s): C2026/3297 VZ
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Griffierecht niet betaald. Klaagster heeft laten weten dat zij gezien haar financiële situatie het griffierecht niet kan betalen. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het beroep.


D E  V O O R Z I T T E R  V A N  H E T  C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2026/3297 van:

A., wonende in B., 
appellante, klaagster in eerste aanleg,
hierna: klaagster,

tegen

C., klinisch psycholoog, destijds werkzaam in B.,
verweerster in beide instanties, 
hierna: de klinisch psycholoog,
gemachtigde mr. V.C.A.A.V. Daniels, werkzaam in Utrecht.

1.    Verloop van de procedure
Klaagster heeft op 3 juni 2025 bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Amsterdam tegen de klinisch psycholoog een klacht ingediend. Bij beslissing van 8 mei 2026, onder nummer A2025/8565 (ECLI:NL:TGZRAMS:2026:104), heeft het Regionaal Tuchtcollege de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Klaagster heeft op tijd beroep ingesteld tegen die beslissing. 

2.    Ontvankelijkheid van het beroep
2.1    De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep beoordeeld op basis van de stukken, te weten:
- het beroepschrift, ontvangen op 19 mei 2026;
- de brieven van 30 juni en 27 juli 2026 van de secretaris van het Centraal Tuchtcollege gericht aan klaagster, met het (herhaalde) verzoek om het verschuldigde griffierecht te voldoen;
- de e-mail van klaagster van 5 augustus 2026;
- de e-mail van de secretaris aan klaagster van 5 augustus 2026.

2.2    De voorzitter komt op basis van de stukken tot het oordeel dat klaagster niet-ontvankelijk is in het beroep. Zij heeft het verschuldigde griffierecht niet betaald. De voorzitter zal dit oordeel hieronder toelichten.

2.3    Artikel 73, eerste lid, juncto artikel 65a, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) bepaalt dat de secretaris van het tuchtcollege 
€ 50,00 griffierecht heft van de indiener van het beroepschrift. Artikel 73, derde lid, juncto artikel 65a, derde lid, Wet BIG bepaalt dat als het verschuldigde bedrag niet binnen vier weken na de dag van verzending van het betalingsverzoek is bijgeschreven op het daarvoor bestemde bankrekeningnummer de voorzitter appellante niet-ontvankelijk verklaart in het beroep.

2.4    Bij brief van 30 juni 2026 heeft de secretaris van het Centraal Tuchtcollege klaagster erop gewezen dat zij voor de behandeling van het beroep griffierecht verschuldigd is, ten bedrage van € 50,00, en dat dit bedrag vóór 28 juli 2026 op het aangegeven bankrekeningnummer moet zijn bijgeschreven. Op 27 juli 2026 heeft het Centraal Tuchtcollege klaagster een herinneringsbrief gestuurd voor de betaling van het verschuldigde griffierecht. In deze brief staat dat dit een laatste herinnering is en dat het griffierecht vóór 11 augustus 2026 ontvangen moet zijn. Ook staat hierin vermeld dat het Centraal Tuchtcollege klaagsters beroep niet inhoudelijk in behandeling kan nemen als het griffierecht niet tijdig is voldaan. 

2.5     In een e-mail van 5 augustus 2026 heeft klaagster aan het Centraal Tuchtcollege laten weten dat zij vanwege haar financiële situatie het griffierecht niet kan betalen. In die e-mail schrijft klaagster ook dat zij twijfelt of het wel zinvol is om haar beroep door te zetten. In reactie op deze e-mail heeft de secretaris aan klaagster laten weten dat haar beroep alleen in behandeling kan worden genomen als het griffierecht is betaald en dat klaagster ook iemand anders kan vragen om voor haar te betalen. De secretaris heeft klaagster geadviseerd om voor advies over het al dan niet doorzetten van het beroep contact op te nemen met de tuchtklachtfunctionaris. Klaagster heeft niet meer op deze e-mail gereageerd en het college heeft het griffierecht niet ontvangen. 

2.6    Nu klaagster niet-ontvankelijk is in haar beroep kan het Centraal Tuchtcollege het beroep niet inhoudelijk beoordelen. Dit betekent dat de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege volledig in stand blijft.

3.    Beslissing
De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg: 

verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het beroep.

 
Aldus gewezen op 19 augustus 2026 en ondertekend door Z.J. Oosting, voorzitter, bijgestaan door mr. K.M. ten Pas secretaris. 
        Voorzitter w.g.                    Secretaris  w.g.

Tegen deze beslissing kunt u binnen veertien dagen na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk verzet doen bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.