ECLI:NL:TGZRAMS:2026:233 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10212

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:233
Datum uitspraak: 08-10-2026
Datum publicatie: 08-10-2026
Zaaknummer(s): A2026/10212
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een huisarts. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht. Doordat klager niet heeft geconcretiseerd wanneer de contacten met de huisarts hebben plaatsgevonden is het onduidelijk gebleven of de klacht over handelen gaat dat minder dan tien jaar geleden heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat het klaagschrift niet voldoet aan de daaraan in de wet gestelde eisen.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Voorzittersbeslissing van 8 oktober 2026 naar aanleiding van de klacht van:

A,

wonende te B,

klager,

tegen

C,

huisarts,

werkzaam te B,

verweerder.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het klaagschrift, ontvangen op 15 juni 2026;
  • de brief van 28 juli 2026 van de secretaris.

2. De overwegingen

2.1 De voorzitter moet beoordelen of klager in zijn klacht kan worden ontvangen. De voorzitter is van oordeel dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet inhoudelijk behoeft te worden besproken. Voor die beslissing is het volgende van belang.

2.2 Een klaagschrift moet voldoen aan een aantal krachtens de wet gestelde eisen. Omdat het klaagschrift niet aan die eisen voldoet, heeft de secretaris van het college aan klager bij brief van 28 juli 2026 gevraagd om vóór 11 augustus 2026 te laten weten wanneer de contacten met de huisarts en de genoemde doorverwijzingen naar de fysiotherapeut, de neuroloog en de orthopeed hebben plaatsgevonden. Ook is verzocht om de stukken met betrekking tot de door klager genoemde diagnostiek in D [land] in te dienen voor zover aanwezig.

2.3 Vanwege het uitblijven van een reactie op deze vraag is klager op 12 augustus 2026 verzocht om alsnog binnen één week te reageren. Daarna is er nog tweemaal telefonisch contact geweest tussen klager en een medewerker van de administratie van het tuchtcollege, waarna zowel op 18 augustus 2026 als laatstelijk op 4 september 2026 aan klager op diens verzoek een uitstel is verleend om te reageren op de brief van 28 juli 2026, met als laatste een termijn tot 16 september 2026. Klager heeft echter desondanks geen reactie gegeven.

2.4 In het tuchtrecht voor de gezondheidszorg geldt een termijn van tien jaar om te klagen over het handelen of nalaten van een zorgverlener. Deze termijn begint te lopen op de dag nadat dit handelen heeft plaatsgevonden of – als sprake is van nalaten – had moeten plaatsvinden. Na het verstrijken van deze tienjaarstermijn kan een klacht niet meer inhoudelijk worden beoordeeld. Doordat klager niet heeft geconcretiseerd wanneer de contacten met de huisarts hebben plaatsgevonden is het onduidelijk gebleven of de klacht over handelen gaat dat minder dan tien jaar geleden heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat het klaagschrift niet voldoet aan de daaraan in de wet gestelde eisen (artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG), in verbinding met artikel 4 lid 1 van het Tuchtrechtbesluit BIG), nu deze feiten nodig zijn om de ontvankelijkheid van de klacht te kunnen beoordelen.

2.5 Daarom is klager kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

3. De beslissing

Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

Deze beslissing is gegeven op 8 oktober 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter, bijgestaan door R. van der Vaart, secretaris.