Zoekresultaten 1-50 van de 22579 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:27 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-050/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door de eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerster haar afspraken niet is nagekomen, onvoldoende heeft gecommuniceerd of haar werkzaamheden op onzorgvuldige wijze heeft beëindigd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:40 Raad van Discipline Amsterdam 26-029/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond. Van enige belangenverstrengeling bij verweerster is de voorzitter niet gebleken. Verweerster lijkt zich juist steeds voor klager te hebben ingespannen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:41 Raad van Discipline Amsterdam 25-673/A/A/D

    Dekenbezwaar dat samenhangt met klacht 25-669. Verweerster heeft vrijwel niets gedaan voor haar cliënt, die daarover een klacht heeft ingediend bij de deken. Tijdens het onderzoek van de deken reageert verweerster eerst traag en daarna niet meer. Net als de deken ziet de raad in het gedrag van verweerster een zorgwekkend patroon. De raad legt aan verweerster een voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken op. Als bijzondere voorwaarde legt de raad aan verweerster de verplichting op om zich gedurende zes maanden te houden aan de aanwijzingen van de deken aangaande haar praktijkvoering.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:68 Hof van Discipline 's Gravenhage 250363

    Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Klager heeft zijn klacht over mr. H ingetrokken en zijn klacht over mr. O is reeds ter verdere behandeling naar de raad toegestuurd. De Advocatenwet voorziet niet in de mogelijkheid voor verweerster in haar hoedanigheid van deken – en evenmin voor het hof – om een ingetrokken klacht alsnog tegelijk met een andere klacht (waarin reeds een dekenonderzoek heeft plaatsgevonden) door te sturen naar de raad voor verdere behandeling. Klager kan, als hij dat wil, opnieuw een klacht indienen over mr. H bij verweerster die deze dan zal onderzoeken waarna klager ook die klacht, na voldoening van het griffierecht, ter verdere behandeling naar de raad van discipline kan laten doorsturen. Reeds daarom is er ook geen sprake van strijd met de artikelen 6 en 13 EVRM zoals klager stelt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:42 Raad van Discipline Amsterdam 25-669/A/A

    Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerster heeft klager in een familiezaak in de steek gelaten. Zij nam zijn zaak in behandeling, werd vervolgens ziek, maar informeerde haar cliënt niet. Als gevolg hiervan is geen verweer gevoerd in een rechtbankprocedure. De klacht is gegrond, maar de raad legt geen maatregel op. Dat gebeurt in het met deze zaak samenhangende dekenbezwaar (25-673).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:43 Raad van Discipline Amsterdam 25-686/A/A

    Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft klager 2 en de ondernemingen van klager 1 bijgestaan in een geschil met een gemeenschappelijke schuldeiser. Klager 1, die in persoon klaagt, is in de klacht niet-ontvankelijk om dat hij niet belanghebbend is. De klachten van klager 2 zijn ongegrond. Het is de raad niet gebleken dat verweerder met zijn bijstand aan de ondernemingen en klager 2 tegenstrijdige belangen heeft gediend. Het is de raad ook niet gebleken dat verweerder excessief of anderszins onbetamelijk heeft gedeclareerd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:55 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-079/AL/MN

    voorzittersbeslissing. De klacht van klager is te laat ingediend. Nu van een verschoonbare termijnoverschrijding niet is gebleken, wordt klager niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:44 Raad van Discipline Amsterdam 25-661/A/A

    Klacht tegen een advocaat in andere hoedanigheid. Klaagster is eigenaar van een zelfbouwkavel. Verweerder is voorzitter van de dorpsraad van klaagsters woonplaats. Verweerder heeft de gemeente, namens de dorpsraad, verzocht om handhavend op te treden omdat de woning volgens de dorpsraad niet voldeed aan de vergunning. De raad is van oordeel dat klaagster in haar klacht ontvankelijk is. Weliswaar trad verweerder niet op als advocaat van de dorpsraad, maar voor zijn werkzaamheden als voorzitter van de dorpsraad maakte hij wel gebruik van zijn zakelijke e-mailadres. Hij verrichtte bovendien juridische werkzaamheden. De raad is daarom van oordeel dat het tuchtrecht van toepassing is. De klachten van klaagster (rauwelijks procederen, ongepaste uitlatingen, onduidelijkheid over hoedanigheid van advocaat) zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:56 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-538/AL/GLD

    De raad verklaart een klacht tegen de eigen advocaat ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:57 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-582/AL/MN

    De raad verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:67 Hof van Discipline 's Gravenhage 250360

    Verzet ongegrond. Het hof ziet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. De voorzitter heeft overwogen dat het indienen van een klacht niet de geëigende wijze is om een weigering van verweerder om een advocaat aan te wijzen aan de orde te stellen en dat de klacht verder geen (andere) omschrijving bevat van enig handelen of nalaten van verweerder. Klaagster heeft in het verzet geen gronden aangevoerd die zien op de toetsingsmaatstaf of de feiten die aan de beslissing van 6 november 2025 ten grondslag liggen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:63 Hof van Discipline 's Gravenhage 250381

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De mogelijkheid die artikel 13 Advocatenwet biedt om een advocaat aangewezen te krijgen, is in beginsel beperkt tot zaken waarin de bijstand door een advocaat verplicht is gesteld. Die situatie doet zich hier niet voor. De deken is, anders dan zij heeft aangevoerd, wel bevoegd een advocaat aan te wijzen, maar zij kan in een dergelijk geval een aanwijzing van een advocaat achterwege laten. Indien klager een procedure verkiest boven aanvaarding van de aangeboden woning kan klager die procedure zonder bijstand van een advocaat starten omdat procesvertegenwoordiging in huurgeschillen bij de kantonrechter niet verplicht is. Klager kan in die procedure ook (zo klager dat wil) hulp of bijstand van een niet-advocaat vragen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:64 Hof van Discipline 's Gravenhage 250389

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klager heeft om aanwijzing van een advocaat gevraagd in een fiscale procedure. Het belastingrecht wordt beschouwd als een gespecialiseerd onderdeel van het bestuursrecht en in het bestuursrecht is bijstand door een advocaat niet verplicht. Uit de stukken in het dossier leidt het hof af dat klager tijdig een uitgebreid beroepschrift heeft kunnen indienen. De door klager aangehaalde uitspraken van het hof zien op andere situaties dan die van klager, waarbij het hof voorts opmerkt dat de door klager aangehaalde citaten niet in deze uitspraken te vinden zijn. De omstandigheid dat klager geen machtiging heeft toegestuurd is blijkens de beslissing van 12 november 2025 voor de deken niet redengevend geweest om het aanwijzingsverzoek af te wijzen. De de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de toetsing door de deken van een aanwijzingsverzoek ex artikel 13 Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:65 Hof van Discipline 's Gravenhage 250386

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Uit het dossier blijkt dat klaagster bijstand van een advocaat wenst in een bestuursrechtelijke procedure. In het bestuursrecht is bijstand door een advocaat niet verplicht. Reeds om die reden is het beklag van klaagster tegen de afwijzingsbeslissing van de deken ongegrond. Voorts heeft klaagster reeds zelf bezwaar ingediend tegen het besluit. De deken heeft haar afwijzende beslissing op juiste gronden genomen en klaagster erop gewezen dat zij zich door iemand anders dan een advocaat kan laten bijstaan alsook met het Juridisch Loket contact kan opnemen. Hetgeen klaagster verder heeft aangevoerd, geeft het hof geen aanleiding anders te oordelen dan de deken heeft gedaan.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:66 Hof van Discipline 's Gravenhage 250398

    Beklag artikel 13 ongegrond. De deken heeft op goede gronden geweigerd aan klaagsters herhaalde verzoek te voldoen nadat hij eerder een advocaat had aangewezen. Dat klaagster het kennelijk niet eens is met de wijze waarop de aangewezen advocaat de zaak aanpakt is geen reden voor aanwijzing van een nieuwe advocaat. De deken heeft in dit verband terecht naar eerdere uitspraken van het hof van discipline verwezen zoals HvD 14 februari 2011, ECLI:N:TAHVD:2011:YA1409, HvD 10 juli 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:142. Artikel 13 Advocatenwet voorziet er niet in dat een advocaat in alle opzichten aan de wensen van een client dient te voldoen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:62 Hof van Discipline 's Gravenhage 260032

    Klacht over deken wordt niet verwezen. Uit de formulering van de klacht en de onderbouwing blijkt niet op welke concrete gedragingen van verweerster de klacht betrekking heeft. Niet duidelijk is waar verweerster zich tegen zou moeten verweren. De algemene verwijten en het onbehoorlijke taalgebruik maken dat deze klacht naar het oordeel van de voorzitter niet voor verwijzing in aanmerking komt.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:51 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-105/AL/NN

    Naar het oordeel van de raad heeft klager tijdig geklaagd. Op grond van de stukken en de betwisting door verweerster kan de raad niet vaststellen dat verweerster niet doelmatig heeft gehandeld en daardoor onnodige kosten voor klager heeft gemaakt. De juistheid van het verwijt dat verweerster er bij klager op heeft aangedrongen om zich kort voor een zitting ziek te melden om aanhouding te bewerkstelligen, kan de raad, tegenover de betwisting daarvan door verweerster, evenmin vaststellen. Het verwijt dat verweerster excessief heeft gedeclareerd, is door klager onvoldoende concreet gemaakt. Alhoewel voor de raad het totaalbedrag van € 52.000,- hoog voorkomt, en opvalt dat verweerster voor een juridisch medewerkster haar eigen uurtarief heeft gedeclareerd, is dat alleen onvoldoende om daaraan de conclusie te verbinden dat verweerster excessief heeft gedeclareerd. Het komt de raad voor dat klager uit mededelingen van verweerster heeft opgemaakt dat zijn advocaatkosten fiscaal aftrekbaar zouden zijn voor de inkomstenbelasting maar voor de raad is niet bekend of verweerster dat werkelijk zo tegen hem heeft gezegd of heeft bedoeld te zeggen. Stukken die dat standpunt van klager onderbouwen, ontbreken ook. Klacht ook overigens ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:52 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-025/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Uit de stukken is de voorzitter gebleken dat er veelvuldig contact en overleg tussen klager en verweerster is geweest en ook dat verweerster bij de behandeling van de zaak van klager rekening heeft gehouden met zijn wensen. Als klager het niet eens was geweest met de aanpak van verweerster, had hij een andere advocaat kunnen zoeken, zoals verweerster ook heeft gezegd. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster de belangen van klager op adequate en zorgvuldige wijze behartigd. Na de ontstane vertrouwensbreuk diende verweerster zich te onttrekken. Dat heeft zij op zorgvuldige en correcte wijze gedaan. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:26 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-633/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 26 november 2021, is de klacht met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. Niet gebleken dat verweerder in de diverse procedures die hij namens zijn cliënten heeft gevoerd gelogen tegen de rechters en de curator, noch dat hij procedures is gestart op onjuiste gronden. De verwijten dat verweerder zich escalerend en intimiderend heeft gedragen en dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan smaad en laster missen feitelijke grondslag. Klager kan niet worden ontvangen in het klachtonderdeel dat verweerder S ten onrechte in de procedures heeft betrokken, omdat niet is gebleken dat klager door het verweten handelen rechtstreeks in zijn belangen is getroffen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:53 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-140/AL/NN/D

    dekenbezwaar. De deken heeft in haar bezwaar over dezelfde gedragingen van verweerster geklaagd als een cliënt van haar, de heer R. In die klachtzaak (25-105/AL/NN) is op dezelfde dag uitspraak gedaan als in het dekenbezwaar. De raad oordeelt dat onderdeel van het dekenbezwaar ongegrond en de twee andere bezwaren gegrond. De deken is door het onderzoek naar de klacht van de heer R over verweerster bekend geworden met twee e-mails van verweerster aan de heer R. In de e-mail van oktober 2022 heeft verweerster aan de heer R bericht dat haar werkzaamheden voor 90% zagen op haar werkzaamheden in zijn alimentatiekwestie. In haar e-mail van december 2022 heeft verweerster echter aan de heer R bericht dat haar werkzaamheden grotendeels door hem als zakelijk konden worden geboekt. Vast staat dat die declaraties van ruim € 50.000,- zagen op werkzaamheden van verweerster voor de heer R privé, zoals verweerster twee maanden eerder in haar e-mail van oktober 2022 ook aan hem had geschreven. Verweerster heeft niet alleen opzettelijk gelogen in haar e-mail van december 2022 maar heeft daarmee ook valsheid in geschrifte gepleegd en gepoogd mee te werken aan oplichting door de heer R van de Belastingdienst. Dat het zover niet is gekomen, is dankzij de accountant van de heer R die de valse verklaring van verweerster niet wilde gebruiken bij de aangifte van de heer R voor de inkomstenbelasting over 2021. Verweerster heeft naar aanleiding van vragen van de deken over de inhoud van genoemde e-mails van oktober en december 2022 aan de heer R in haar eerste reactie geprobeerd om de waarheid over haar valse verklaring aan de heer R te verdoezelen. Pas na ontvangst van het concept-dekenbezwaar heeft verweerster open kaart met de deken gespeeld. Verweerster heeft met haar handelen op ernstige wijze in strijd met de normen van artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarden integriteit en onafhankelijkheid gehandeld en ook op onbetamelijke wijze de deken in haar toezichthoudende taak belemmerd en geprobeerd te misleiden. Alhoewel de zeer grote ernst hiervan een onvoorwaardelijke schorsing zou rechtvaardigen, zeker ook gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerster, legt de raad aan verweerster een voorwaardelijke schorsing van 26 weken op met een proeftijd van twee jaar en ook een bijzondere voorwaarde. De raad hecht waarde aan het in het voorjaar van 2025 door verweerster gestarte coaching traject bij collega-advocaat. De raad hoopt, net als de deken tijdens de zitting heeft verklaard, dat die coaching zal resulteren in een verbetering van de bedrijfsvoering van verweerster, zodanig dat hierover geen klachten meer worden ingediend. Omdat de deken tijdens de zitting ook heeft verklaard dat verweerster inhoudelijk een goede advocaat is, en verweerster medische problemen heeft gehad, is de raad bereid om verweerster nog één laatste kans te geven.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:54 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-764/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:50 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-695/AL/MN

    Verweerster wordt beklaagd in haar (toenmalige) hoedanigheid van deken. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster met haar handelwijze niet het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Zij heeft op verzoek van de advocaat van de wederpartij van klaagster in het kader van haar toezichthoudende taak een onafhankelijk feitenonderzoek gedaan naar een haar toegezonden document dat volgens de advocaat van de wederpartij door klaagster in de procedure in hoger beroep als productie was ingebracht en vals was. Die productie betrof een e-mail op naam van een voormalig advocaat van klaagster. Die advocaat heeft zich op zijn geheimhoudingsplicht beroepen bij vragen van de wederpartij over de echtheid van genoemde e-mail. Verweerster heeft de vermeende schrijver/advocaat van de e-mail gehoord. Niet valt in te zien dat ook klaagster als ontvanger van die e-mail gehoord had moeten worden. De informatie die verweerster van de voormalig advocaat heeft gekregen viel onder de bescherming van haar eigen geheimhouding. Niet is gebleken dat verweerster die geschonden heeft, of van de onderzochte advocaat. Vervolgens heeft verweerster in een e-mail aan de advocaat van de wederpartij haar bevindingen gemaild. Die verklaring is in door de wederpartij in het geding gebracht. Klaagster heeft daarvan toen kennis genomen en daartegen verweer gevoerd. Verweerster heeft klaagster de gelegenheid geboden om het volgens klaagster juiste document alsnog te onderzoeken. Van dat aanbod heeft klaagster om haar moverende redenen geen gebruik gemaakt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:24 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-752/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 25 juli 2022, is deze met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. De raad is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder klager niet op de juiste wijze heeft bijgestaan. Vast staat dat verweerder de strategie en de aanpak van de zaak met klager heeft afgestemd en conform die afgesproken aanpak heeft gehandeld en dat verweerder de processtukken steeds tijdig in concept aan klager heeft voorgelegd en met klagers instemming heeft ingediend. Klager heeft ter zitting van de raad naar voren gebracht dat het hem dwarszit dat er geen juridische consequenties zijn verbonden aan het feit hij niet heeft meegetekend bij de bedrijfsoverdracht. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder in dit verband toereikend gemotiveerd toegelicht dat hem uit de overdrachtsakte was gebleken dat klager niet had meegetekend, maar dat dit ook niet was vereist omdat de onderneming niet aan klager is overgedragen. Dat klager niet heeft meegetekend bij de bedrijfsoverdracht in de verdelingskwestie heeft volgens verweerder geen juridisch relevante betekenis hetgeen verweerder naar het oordeel van de raad, voldoende heeft onderbouwd.. Dat verweerder de benodigde kennis van het erfrecht mist en klager had moeten verwijzen naar een advocaat met de juiste kennis is de raad op basis van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht evenmin gebleken. De klacht is, voor zover ontvankelijk, in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:61 Hof van Discipline 's Gravenhage 260027

    Verzoek om verwijzing naar een raad van discipline in een ander ressort niet-ontvankelijk. Artikel 46aa lid 3 Advocatenwet is niet van toepassing omdat de klacht niet is gericht tegen een advocaat-lid van de raad. Ook overigens is er geen wettelijke grondslag om het verzoek toe te wijzen. Het verzoek kan niet worden toegewezen. Omdat de wettelijke grondslag voor het verzoek ontbreekt zal het hof het verzoek om verwijzing van de behandeling van de klacht van klaagster over verweerder naar een raad van discipline in een ander ressort niet-ontvankelijk verklaren.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:25 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-632/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De klacht dat verweerder klaagster ten onrechte heeft betrokken in een faillissementsprocedure en ten onrechte aan klaagster een faillissementsprocedure heeft aangezegd is ongegrond. De raad is van oordeel dat verweerder genoegzaam gemotiveerd heeft toegelicht dat en waarom het in het belang van zijn cliënten was om ook klaagster in de faillissementsprocedure te betrekken en vervolgens ook aan haar nog eens indiening van een faillissementsrekest aan te kondigen. Op basis van de verweerder ter beschikking staande informatie kon hij menen dat zijn cliënten mogelijk (ook) een vordering op klaagster hadden. Dat verweerder, met het doel de levering van het chalet aan zijn cliënten te bewerkstelligen, ook klaagster in de faillissementsprocedure te betrekken, kan hem gelet op het voorgaande niet tuchtrechtelijk worden verweten. De klacht dat verweerder intimiderend en escalerend tegen klaagster heeft opgetreden, is, voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 28 november 2021, met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht ongegrond. Van intimiderend of escalerend gedrag is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:49 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-613/AL/OV

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:23 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-778/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder heeft klaagster bij het beëindiging van de adviesrelatie te absoluut aangegeven dat zij geen problemen meer zou kunnen krijgen met haar huurder. Gelet op het feit dat klager eerder had aangegeven te overwegen om de huur te verhogen, had verweerder een voorbehoud moeten maken zodat enig misverstand hierover niet kon ontstaan. Dat verweerder geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de door hem gemaakte fouten, is niet gebleken. Voor zover klaagster stelt schade geleden als gevolg van de door verweerder gemaakte fouten, is de tuchtrechter onbevoegd. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:34 Raad van Discipline Amsterdam 25-907/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Door verweerster is terecht aangevoerd dat zij als advocaat van de wederpartij van klaagster de door haar cliënte verstrekte gegevens heeft uitgewerkt in de brief van 2 april 2025 aan klaagster. Verweerster mocht daarbij uitgaan van de juistheid van deze door haar cliënte verstrekte gegevens. Dat er voor verweerster aanleiding bestond om aan de inhoud hiervan in redelijkheid te twijfelen en daarom te controleren, heeft klaagster niet onderbouwd en dit is de voorzitter ook niet gebleken. Het stond klaagster daarnaast vrij om inhoudelijk op de brief van verweerster reageren en het niet eens te zijn met de door verweerster namens haar cliënte uitgewerkte gegevens en sommatie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:35 Raad van Discipline Amsterdam 25-905/A/A 25-908/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk vanwege een niet-verschoonbare termijn overschrijding (artikel 46g, lid 1 onder a Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:30 Raad van Discipline Amsterdam 26-013/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over een advocaat in andere hoedanigheid (redacteur juridisch tijdschrift). Niet gebleken is dat verweerder met zijn nevenwerkzaamheden als redacteur het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:31 Raad van Discipline Amsterdam 25-912/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening is kennelijk ongegrond. Verweerder heeft geprobeerd aan zijn zorgplicht te voldoen, nadat hij had begrepen dat er mogelijk fatale termijnen liepen die nog gered konden worden. Klaagster stelt dat het door verweerder gelegde contact met de Belastingdienst prematuur was, maar daarvan was volgens verweerder geen sprake en dit is de voorzitter ook niet gebleken. Als 23 april 2025 de laatste dag van een lopende bezwaartermijn zou zijn geweest, had verweerder mogelijk verwijtbaar gehandeld als hij niet meteen op die dag bezwaar had ingediend. Een advocaat mag zich daarbij niet enkel op interpretaties van niet professionele anderen verlaten, maar dient zelf vast te stellen of er mogelijk termijnen lopen. Het is de voorzitter niet gebleken dat de kwaliteit van dienstverlening ondermaats is geweest. Er is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:32 Raad van Discipline Amsterdam 25-911/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is kennelijk ongegrond. Het is de voorzitter niet gebleken dat de kwaliteit van dienstverlening van verweerder ondermaats is geweest. Naar het oordeel van de voorzitter is door verweerder gemotiveerd betwist dat hij klager onder druk zou hebben gezet en hem zou hebben opgedragen om ter zitting te zwijgen. Dit volgt ook niet uit de inhoud van het proces-verbaal van de zitting. Hieruit blijkt dat ter zitting ook door klager het woord is gevoerd en dat door verweerder (uitgebreid) verweer is aangedragen. Daarbij heeft klager, blijkens het proces-verbaal, ter zitting desgevraagd naar voren gebracht dat de zitting ook buiten aanwezigheid van een tolk, mocht doorgaan. Het besluit om de zitting voort te zetten, is hierop door de rechtbank genomen. Ook ten aanzien van dit onderdeel kan verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:39 Raad van Discipline Amsterdam 26-030/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Niet is komen vast te staan dat verweerster onzorgvuldig is omgegaan met de vertrouwelijke stukken van klager in een bestuursrechtelijke procedure. Klacht is in zoverre kennelijk ongegrond. Voor zover klager de juridische zorgvuldigheid en professionaliteit van verweerster in twijfel trekt, geldt dat dit een aangelegenheid is tussen verweerster en haar cliënte waar klager als wederpartij buiten staat. In zoverre is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:33 Raad van Discipline Amsterdam 25-910/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Verweerder heeft zijn advies aan klager uitgelegd. Dat waren geen dreigementen van verweerder, maar een juridisch advies. Dat klager zich hierdoor onder druk gezet heeft gevoeld, is vervelend maar dit betekent niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Dat verweerder de “beschuldigingen van de IND” namens klager zomaar zou hebben geaccepteerd en niet heeft betwist, is de voorzitter niet gebleken. Het verwijt dat verweerder met de IND zou hebben samengewerkt, in plaats van de belangen van klager te behartigen, mist feitelijke grondslag.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:60 Hof van Discipline 's Gravenhage 260038

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het indienen van een klacht over verweerder is niet het ge-eigende middel om de wijze van behandeling van verweerder van het (naar het hof begrijpt) gehonoreerde verzoek van klager tot aanwijzing van een advocaat ter discussie te stellen. Klager dient zich hierover te verstaan met verweerder. Er is ook geen wettelijke grondslag op grond waarvan het hof aan klager een advocaat kan aanwijzen of daaromtrent aanwijzingen kan geven aan verweerder. Het is verder voor het hof onvoldoende duidelijk geworden op welke wijze verweerder volgens klager tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld, waarmee het ook voor verweerder onduidelijk is waartegen hij zich dient te verweren.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:23 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-804/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:30 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-622/DH/DH/D

    Raadsbeslissing. Gegrond dekenbezwaar over kwaliteit van dienstverlening van de advocaat. Over een lange periode zijn verschillende zorgwekkende signalen over verweerster door de deken ontvangen. Herhaalde interventies hebben niet voorkomen dat in mei 2025 toch weer een vergelijkbare melding over verweerster is ontvangen. Die meldingen gingen met name over het onaangekondigd niet verschijnen op zitting, ook in zaken met een verschijningsplicht, zoals strafzaken tegen minderjarigen. Verder laat de schriftelijke vastlegging aan cliënten te wensen over. Verweerster erkent dat zij hierin tekort is geschoten. Vier weken schorsing voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde een coachingstraject.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:24 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-370/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:56 Hof van Discipline 's Gravenhage 250171

    Deze uitspraak is een tussenbeslissing. Klager is ontevreden over de wijze waarop verweerder hem in meerdere procedures heeft bijgestaan. Klacht is door de raad deels gegrond en deels ongegrond verklaard. Gelet op het dossier en het onderzoek ter zitting heeft het hof alvorens een beslissing te kunnen nemen behoefte aan een nadere reactie van de deken op het gevoerde dekenaal onderzoek. Daartoe heeft het hof in deze tussenbeslissing een aantal vragen en opdrachten opgenomen met het verzoek aan de deken hierop te reageren.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:31 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-575/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een strafzaak. Verweerster is tekortgeschoten in die bijstand en heeft de belangen van klager in ernstige mate verwaarloosd. Zij heeft de zaak onvoldoende (met klager) voorbereid, heeft niets schriftelijk vastgelegd en is niet ter zitting verschenen. Ook in hoger beroep heeft zij klager niet gewezen op de gevolgen van het vonnis, waaronder het aflopen van de voorlopige hechtenis. Verweerster toon nauwelijks inzicht in de laakbaarheid van haar handelen. Vier weken schorsing voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde een coachingstraject.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:25 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-407/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem. Klacht over verklaring die de advocaat het gerechtshof in een artikel 12 Sv procedure heeft afgelegd. De raad kan niet vaststellen dat verweerder (bewust) onjuist heeft verklaard. Van het openbaren van een VSO is geen sprake. Klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:57 Hof van Discipline 's Gravenhage 250160

    Klacht over de eigen advocaat. De raad heeft twee klachtonderdelen gegrond verklaard en aan verweerder een waarschuwing opgelegd, omdat verweerder geen schriftelijke opdrachtbevestiging heeft verzonden en de raad niet kon vaststellen dat tussen verweerder en klaagster een bepaald uurtarief was afgesproken, zodat de raad het ervoor heeft gehouden dat verweerder met klaagster zijn uurtarief niet heeft besproken. In hoger beroep oordeelt het hof dat verweerder ten aanzien van de uitvoering van zijn werkzaamheden onzorgvuldig heeft gehandeld en in strijd heeft gehandeld met de kernwaarden onafhankelijkheid en deskundigheid. Het hof acht het hoger beroep van klaagster gegrond en legt aan verweerder de maatregel van een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:48 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-606/AL/GLD

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:32 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-872/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft uitdrukkelijk betwist dat van een onttrekking in maart 2022 sprake is geweest en het klachtdossier bevat geen brief, e-mail of een ander aanknopingspunt waaruit kan worden afgeleid dat verweerder zich in maart 2022 heeft onttrokken als advocaat van klaagster. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:26 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-482/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij (patroon). Verweerder heeft in strijd gehandeld met de kernwaarde onafhankelijkheid voor onvoldoende afstand te bewaken tot zijn cliënte en de kernwaarde integriteit door de dreigen met het inschakelen van de politie om, tegen klaagsters wens in, toegang te krijgen tot haar privévertrekken. Daarbij heeft verweerder ook zijn advocaat-stagiaire in de situatie gebracht waarin zij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hoewel de advocaat-stagiaire daarin ook een eigen verantwoordelijkheid heeft, rekent de raad dit verweerder zwaar aan. De raad weegt ook mee dat verweerder nauwelijks inzicht heeft getoond in de ernst van zijn handelen. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:58 Hof van Discipline 's Gravenhage 250069

    Klacht van erfgenaam over advocaat wederpartij. Kantoorgenoten van verweerster hebben in het verleden opgetreden voor de (inmiddels overleden) vader van klager. Tussen klager en zijn broer is een geschil ontstaan over de afwikkeling van de nalatenschappen van hun ouders. Verweerster heeft in deze kwestie opgetreden als advocaat van de broer van klager. Klager kan als enig erfgenaam van zijn vader niet worden aangemerkt als (oud-)cliënt van het kantoor van verweerster. Van (schijn van) belangenverstrengeling is geen sprake. Verweerster mocht in het partijdig belang van haar cliënt handelen. Verweerster heeft de haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid van handelen niet overschreden toen zij haar cliënt adviseerde om een ten laste van klager gelegd conservatoir beslag te handhaven. Verweerster heeft geen op voorhand evident onjuist juridisch standpunt ingenomen en daarom heeft verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld nadat later is gebleken dat dit juridisch standpunt onjuist was. De klacht is ook in hoger beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:33 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-821/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een arbeidsrechtelijk geschil. Diverse verwijten over de proceshandelingen, houding en uitlatingen van verweerster en wijze waarop zij verweer heeft gevoerd tegen de tuchtklacht slagen niet. De raad deels kennelijk onbevoegd, de klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:27 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-480/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij (advocaat-stagiaire). Verweerster heeft onvoldoende afstand bewaard tot haar cliënte, waardoor zij het recht op een ongestoord woongenot van klaagster op ontoelaatbare en onevenredige wijze heeft helpen schaden. De raad weegt bij de hoogte van de op te leggen maatregel ook mee dat verweerster in die periode nog advocaat-stagiaire was en zij in de woning aanwezig was in opdracht van haar patroon. Hoewel ook een advocaat-stagiaire verantwoordelijk is voor diens eigen handelen, begrijpt de raad ook dat verweerster hierdoor in een lastige situatie is gebracht waarin zij enerzijds rekening diende te houden met de belangen van haar cliënte en de opdracht die zij van haar patroon kreeg, maar anderzijds ook met de belangen van klaagster. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:22 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-006/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de deken. Het vertrouwen in de advocatuur is niet geschaad doordat de deken om een verduidelijking van de klacht heeft gevraagd. Twee andere klachten had zij niet eerder in behandeling kunnen nemen, omdat deze (nog) niet waren ingediend. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:59 Hof van Discipline 's Gravenhage 250070

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in een huurkwestie. Verweerder heeft zijn cliënten geadviseerd de kamer die klaagster bij hen huurde te ontruimen, terwijl daarvoor geen civielrechtelijke titel was. Met de raad acht het hof de klacht van klaagster over dit advies gegrond. Gelet op de bijzondere omstandigheden van dit geval is het hof echter van oordeel dat het passend en geboden is om geen maatregel op te leggen. Het hof vernietigt de beslissing van de raad uitsluitend op het onderdeel van de opgelegde maatregel (waarschuwing).