Zoekresultaten 151-200 van de 48499 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:211 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-021/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:218 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-011/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een huurkwestie. De raad is van oordeel dat verweerders dienstverlening heeft voldaan aan de daaraan te stellen eisen. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:212 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-044/DH/RO

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een familiezaak. Verweerster heeft vergaande en onvoldoende gefundeerde uitlaten gedaan over klager, waarbij zij strafrechtelijke kwalificaties heeft gebruikt. Een en ander was onnodig grievend en daarmee onbetamelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:219 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-159/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de advocaat in een familierechtelijke kwestie. Verweerder heeft klaagster onvoldoende geïnformeerd over de stappen die hij het meest geraden achtte in de procedure. Een duidelijke koersbepaling ontbrak en (terechte) vragen van klaagster heeft verweerder herhaaldelijk onbeantwoord gelaten. Ook ontbreekt vastlegging van belangrijke afspraken en inschattingen. Klacht gegrond. Vanwege ernst gedragingen, opstelling van verweerder en tuchtrechtelijk verleden wordt een voorwaardelijke schorsing opgelegd. Twee weken schorsing voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:207 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-503/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster met haar handelen niet de grenzen overtreden van de haar toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij van klaagster. Verweerster heeft bij haar partijdig optreden voor haar cliënt voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster. Zo mocht verweerster een selectie foto's overleggen. Het lag op de weg van klaagster om daartegen verweer te voeren. Daarnaast stond het verweerster vrij om tijdens een zitting een bewijsvoorstel te doen zoals gedaan. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:201 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-120/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de mediator. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat die te laat is ingediend. Voor zover ontvankelijk, is de klacht ongegrond. Verweerster was niet gehouden een neutraal beëindigingsbericht aan partijen te sturen. Verweerster heeft toegelicht hij zij de overeenkomst heet opgesteld en wat daarbij een rol heeft gespeeld. Daarmee heeft zij niet partijdig en evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Verweerster hoefde er niet op bedacht te zijn dat het beëindigingsbericht later (door de wederpartij) in de civiele procedure zou worden ingebracht. Het bericht was onderdeel van de mediation, waarvoor geheimhouding gold.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:208 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-559/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klager wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht wegens het ontbreken van een eigen rechtstreeks belang bij de klacht over verweerder.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:202 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-186/DH/DH

    Raadsbeslissing. Dekenbezwaar over onder kwaliteit en kantoororganisatie. Er is sprake van tekort schieten in de schriftelijke vastlegging c.q. dossieropbouw. Ook is de waarneming niet goed op orde. Daarvoor is recent aan verweerster een coachtingstraject opgelegd, maar dat traject was nog niet aangevangen op het moment van indiening van het dekenbezwaar. Niet verwacht kan worden dat verweerster haar praktijk zo snel al weer op orde zou hebben. De raad ziet hierin aanleiding om voor dit deel af te zien van het opleggen van een maatregel. Dat is anders voor de geheimhoudersstukken die onversnipperd in een container zijn weggegooid en daar door de buren zijn aangetroffen. Hoewel verweerster stelt de juiste instructies te hebben gegeven aan haar ondersteunen personeel, is het toch niet goed gegaan. De raad weegt daarbij zwaar mee dat verweerder niet adequaat heeft gereageerd op het moment dat de deken liet weten dat geheimhoudersstukken waren aangetroffen. Verweerster heeft deze (nog steeds) niet ingezien. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:197 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-692/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familiekwestie. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat de klacht te laat is ingediend. Voor zover ontvankelijk is de klacht over de kwaliteit van de bijstand deels gegrond. Verweerster is op meerdere punten tekortgeschoten in de behartiging van klagers belangen, onder meer door zonder toelichting of berekening een jaaropgave in te dienen, waar de rechtbank vervolgens geen rekening mee heeft gehouden. Verweerster heeft aangifte tegen klager gedaan naar aanleiding van door hem bij de Geschillencommissie ingediende stukken. Verweerster heeft daarmee niet gehandeld als een betamelijk advocaat, omdat er geen noodzaak was om aangifte te doen en verweerster niet vooraf overleg heeft gevoerd met de deken. Zij heeft daarbij ook haar geheimhoudingsplicht geschonden door een e-mail uit haar dossier aan de politie te overleggen. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:203 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-274/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de faillissementscurator. Verweerder kon en mocht opdracht geven voor een taxatie van de woning van klagers. Niet gebleken dat verweerder het taxatieproces heeft beïnvloed. Niet gebleken van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:198 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-723/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:204 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-731/DH/DH/H

    Herzieningsverzoek niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:199 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-020/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:205 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-493/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over deken. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. Verweerder heeft gehandeld overeenkomstig de Leidraad dekenaal klachtonderzoek 2025. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • Wrakingsverzoek. Volgens verzoekster is de onpartijdigheid van het college ernstig in het geding, blijkend uit objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid en actieve procedurele bewijsverijdeling. Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:206 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-497/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de ex-partner deels niet-ontvankelijk omdat de klacht te laat is ingediend. Klachten voor het overige kennelijk ongegrond, omdat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen niet is gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:200 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-064/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijke kwestie in alle onderdelen ongegrond. De civiele vordering was geen onderdeel van de opdracht en verweerster heeft de documenten in het licht van de gegevens opdracht beoordeeld. Duidelijk was hoe een en ander zou verlopen en verweerster heeft ook steeds regie gevoerd. De communicatiefout is slordig, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het ingediende verzoekschrift voldoet aan de professionele standaard. Het is niet ongebruikelijk dat klaagster en haar gemachtigde daarvoor zelf veel informatie moesten aanleveren.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:218 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9129

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht en de arts medeverantwoordelijk was voor dit beleid. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:219 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9130

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht. Het college overweegt dat verweerster, hoewel slechts eenmalig betrokken bij de zorg voor klaagster en niet aanwezig bij het lichamelijk onderzoek, wel als beleid voor de nacht de optie van inwendig onderzoek heeft overwogen en met de instelling heeft besproken. De behandelaren van klaagster hebben de dag erna kennisgenomen van deze optie en besloten tot het verrichten van het lichamelijk onderzoek. Dat verweerster deze optie heeft onderzocht en besproken is echter gelet op de omstandigheden navolgbaar en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2849

    Klager verwijt de arts dat hij bij een knieoperatie zijn rechterbeen heeft rechtgezet zonder onderzoek te hebben gedaan naar de stand van zijn rechtervoet. Daarbij verwijt klager het ziekenhuis dat dit heeft kunnen gebeuren en dat de scholing en intercollegiale toetsing van orthopedisch chirurgen niet op orde is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk voor wat betreft het klachtonderdeel over het ziekenhuis en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:215 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9126

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat zij bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek heeft verricht. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:182 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3186

    Klaagster heeft zich in 2014 in verband met knieklachten tot de arts gewend. Aanvankelijk werd een conservatieve behandeling ingezet. In oktober 2014 werd zij in verband met een ontwrichting van de linkerknieschijf en een bloeding in het kniegewricht op de wachtlijst geplaatst voor een operatie die in januari 2015 plaatsvond. Klaagster verwijt de arts dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgenomen operatie, de operatie niet lege artis heeft verricht en niet heeft gezorgd voor een zorgvuldige overdracht aan zijn collega-artsen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:216 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9127

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerder dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht en de arts medeverantwoordelijk was voor dit beleid. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:217 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9128

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht. Het college overweegt dat verweerster, hoewel slechts eenmalig betrokken bij de zorg voor klaagster en niet aanwezig bij het lichamelijk onderzoek, zij wel als beleid voor de nacht de optie van inwendig onderzoek heeft overwogen en dit ook met de instelling is besproken. De behandelaren van klaagster hebben de dag erna kennisgenomen van deze optie en besloten tot het verrichten van het lichamelijk onderzoek. Dat verweerster deze optie heeft onderzocht en besproken is echter gelet op de omstandigheden navolgbaar en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:33 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2025/2

    Klachtambtenaarzaak. Dierenarts wordt verweten dat hij is tekortgeschoten in de zorg die hij als dierenarts had behoren te betrachten ten opzichte van dieren en in hetgeen van hem als dierenarts mocht worden verwacht ter voorkoming van ernstige schade voor de dier- en volksgezondheid door: diverse diergeneesmiddelen af te leveren in strijd met de vergunningsvoorschriften; meerdere Europese paspoorten af te geven in strijd met de daarvoor geldende eisen; onvoldoende administratie te voeren ten aanzien van de toepassing van diergeneesmiddelen. Klacht gegrond met geldboete van € 1.000 waarvan de helft voorwaardelijk. (Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld).

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9352

    Klacht tegen een huisarts gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens verjaring en voor het overige kennelijk ongegrond. Klaagster is in de periode 2014 tot en met 2017 meerdere malen op consult geweest bij de huisarts. Er werden verschillende onderzoeken verricht wegens buikklachten. Buiten een urineweginfectie waar klaagster antibiotica voor kreeg, kwamen daar geen afwijkingen uit naar voren. Uiteindelijk bleek sprake te zijn van endometriumcarcinoom (baarmoederkanker). Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar niet tijdig heeft doorverwezen naar de gynaecoloog. Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, er zijn geen aanwijzingen dat zij de klachten van klaagster niet juist heeft ingeschat of zij niet tijdig heeft verwezen.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:34 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2025/56

    Hond. Dierenarts wordt verweten te zijn tekortgeschoten in de behandeling van een hond door ten onrechte de medicatie Furosoral volledig af te bouwen, naast dat haar verwijten worden gemaakt met betrekking tot de euthanasie van de hond. [Klacht ongegrond.]

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9693

    Voorzittersbeslissing. Klagers klagen namens hun moeder (patiënte) over de behandeling van patiënte door de psychiater en over het afgeven van verklaringen door de psychiater ten behoeve van rechtszaken. De voorzitter oordeelt dat klagers kennelijk niet-ontvankelijk zijn voor zover ze klagen over de behandeling van patiënte en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:180 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2850

    Klager verwijt de arts onder meer dat hij onzorgvuldig onderzoek heeft gedaan, heeft gezegd dat een operatie aan klagers voet niet meer mogelijk was en een gebrek aan kennis van triple artrodese operaties heeft. Daarbij verwijt klager het ziekenhuis dat dit heeft kunnen gebeuren en dat de scholing en intercollegiale toetsing van orthopedisch chirurgen niet op orde is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is voor wat betreft het klachtonderdeel tegen het ziekenhuis en dat de klacht voor het overige in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:35 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/84

    Klachtambtenaarzaak. Dierenarts wordt verweten met betrekking tot het welzijn en de gezondheidstoestand van de op een veehouderij aanwezige varkens verwijtbaar nalatig te hebben gehandeld. De klachtambtenaar heeft gevorderd beklaagde een boete van € 3.000 op te leggen en een voorwaardelijke schorsing van één maand met een proeftijd van twee jaar. [Klacht deels gegrond met waarschuwing.]

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:214 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10327

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het argument van de PI dat de bijzondere setting waarin de medewerkers werkzaam zijn geen goede onderbouwing voor de beslissing om de naam van de verwerende partij niet te delen. Gezien de inhoudelijke beslissing ziet de voorzitter echter alsnog reden om de persoonsgegevens van deze beklaagde niet met klager te delen. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:36 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2025/15

    Hond. Dierenarts wordt verweten te lang te hebben gewacht met een operatie bij een hond, als gevolg waarvan het dier is overleden. [Klacht ongegrond.]

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:185 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-551/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:37 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/119

    Hond. Dierenarts wordt verweten dat zij met betrekking tot een hond ten onrechte heeft geadviseerd tot een tweede operatie (een rhinoscopie gecombineerd met trepanatie), dat zij daaraan voorafgaand onvoldoende onderzoek heeft verricht en die tweede operatie onjuist heeft uitgevoerd, als gevolg waarvan de hond is overleden. [Klacht ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:38 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2025/18

    Kat. Dierenarts wordt verweten dat zij de diagnose patella luxatie heeft gemist bij een klinisch onderzoek voorafgaand aan het vaccineren van een kitten, dat nadien door klaagster is geadopteerd. [Klacht ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:32 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2025/1

    Klachtambtenaarzaak. Dierenarts wordt verweten dat hij ten aanzien van een rund een noodslachtverklaring onjuist, althans lichtvaardig heeft ingevuld en afgegeven en dat hij de noodslachting heeft uitgevoerd terwijl niet aan de daarvoor geldende vereisten was voldaan, omdat het rund zich nog in de wachttijd van een diergeneesmiddel bevond. De klachtambtenaar heeft verzocht beklaagde een voorwaardelijke schorsing van één maand op te leggen. [Klacht gegrond zonder maatregel.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:39 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2025/21

    Hond. Dierenarts wordt verweten dat zij tijdens een laparoscopische ovariëctomie bij een hond de galblaas heeft geraakt, waarna er gal in de buikholte terecht is gekomen. [Klacht ongegrond.]

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:181 Raad van Discipline Amsterdam 26-259/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij ongegrond. Niet gebleken is dat verweerder een (potentiële) getuige heeft beïnvloed of bewust onjuiste informatie heeft verstrekt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:194 Raad van Discipline Amsterdam 26-160/A/A

    Raadsbeslissing. Klaagster vindt dat verweerder niets voor haar heeft gedaan, hij haar nergens over heeft geïnformeerd, haar onheus heeft bejegend en onaangekondigd aan haar huis stond. De raad oordeelt dat het klachtonderdeel met betrekking tot de informatieplicht gedeeltelijk gegrond. Het klachtonderdeel met betrekking tot het onaangekondigde bezoek aan huis is gegrond omdat verweerder de gedraging erkent. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. De raad oordeelt dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en legt daarvoor de maatregel waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:188 Raad van Discipline Amsterdam 26-496/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond. Het betreft een klacht van een advocaat over een andere advocaat. De voorzitter heeft niet kunnen vaststellen dat verweerster klager bewust onjuiste informatie heeft verschaft in haar reactie op de vraag of er al een toevoeging was verstrekt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:212 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9390

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het onder de omstandigheden, gezien de veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam zijn, gerechtvaardigd om de naam van de verwerende partij niet met klager te delen. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. De persoon tegen wie de klacht is gericht is niet BIG-geregistreerd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:182 Raad van Discipline Amsterdam 26-141/A/NH

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de eigen advocaat in een strafzaak. Van verweerder hoefde niet verwacht te worden dat hij het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal in twijfel trok. Geen van de andere professionele procespartijen heeft dat in eerste aanleg gedaan. Het enkele feit dat het de nieuwe advocaat van klager wel was opgevallen dat het proces-verbaal onjuistheden bevatte, betekent niet zonder meer dat het verweerder tuchtrechtelijk verweten kan worden dat het hem niet was opgevallen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:195 Raad van Discipline Amsterdam 26-171/A/NH

    Raadsbeslissing. Klaagster klaagt voor zichzelf en voor haar kinderen over de kwaliteit van de dienstverlening van verweerster. De kinderen zijn meerderjarig, zodat klaagster geen wettelijk vertegenwoordiger meer is van de kinderen. In zoverre is klaagster niet-ontvankelijk. De raad oordeelt dat het recht van klaagster om te klagen deels is vervallen. De klachten waarin klaagster wel ontvankelijk is, worden ongegrond verklaard. Op een advocaat rust een inspanningsverplichting, geen resultaatverplichting.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:189 Raad van Discipline Amsterdam 26-494/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft niet onzorgvuldig gehandeld door zich terug te trekken. Verweerder heeft niet de kernwaarde partijdigheid geschonden door geen procedure te starten. Niet gebleken is dat verweerder de deken onjuist heeft geïnformeerd of anderszins onzorgvuldig is geweest. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:213 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9391

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het onder de omstandigheden, gezien de veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam zijn, gerechtvaardigd om de naam van de verwerende partij niet met klager te delen. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. De persoon tegen wie de klacht is gericht is niet BIG-geregistreerd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:183 Raad van Discipline Amsterdam 25-880/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:196 Raad van Discipline Amsterdam 26-075/A/A 26-099/A/A

    Raadsbeslissing. Het betreft een klacht over de curator (verweerder sub 1) en over de advocaat van de curator (verweerder sub 2). Er wordt geklaagd over verschillende handelingen die verweerders hebben verricht in het faillissementstraject. Verder wordt de curator ernstige belangenverstrengeling verweten. De raad heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klagers hebben onvoldoende toegelicht waarom zich in dit geval een onaanvaardbare belangenverstrengeling heeft voorgedaan en evenmin dat en in welke zin de gedragingen van de curator het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:184 Raad van Discipline Amsterdam 26-408/A/NH

    Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. De klacht is gegrond voor zover verweerder in zijn pleitnota onjuiste informatie heeft verkondigd (gedragsregel 8) en zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten (gedragsregel 7). De raad ziet af van het opleggen van een maatregel. Klaagster heeft immers op de zitting in de onderliggende procedure op deze informatie kunnen reageren waardoor de schade voor klaagster beperkt is gebleven. Bovendien heeft verweerder op de zitting van de raad inzicht getoond in zijn handelen en kent verweerder geen tuchtrechtelijk verleden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:185 Raad van Discipline Amsterdam 26-029/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:198 Raad van Discipline Amsterdam 25-877/A/A 25-879/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.