ECLI:NL:TADRSGR:2026:203 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-274/DH/DH
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSGR:2026:203 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 31-08-2026 |
| Datum publicatie: | 16-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-274/DH/DH |
| Onderwerp: | Grenzen van het tuchtrecht, subonderwerp: Advocaat in hoedanigheid van faillissementscurator |
| Beslissingen: | Regulier |
| Inhoudsindicatie: | Raadsbeslissing. Klacht over de faillissementscurator. Verweerder kon en mocht opdracht geven voor een taxatie van de woning van klagers. Niet gebleken dat verweerder het taxatieproces heeft beïnvloed. Niet gebleken van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder. Klacht ongegrond. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag
van 31 augustus 2026
in de zaak 26-274/DH/DH
naar aanleiding van de klacht van:
klagers
gemachtigde: A.K. Awadzi
over
verweerder
gemachtigde: mr. C. de Vette
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 23 juni 2025 hebben klagers bij de deken van de Orde van Advocaten in
het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 31 maart 2026 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K151 2025 van
de deken ontvangen.
1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 20 juli 2026. Daarbij
waren de gemachtigde van klagers, alsmede verweerder en zijn gemachtigde aanwezig.
1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van
de op de bijbehorende inventarislijsten genoemde bijlagen.
2 FEITEN
2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier
en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2 Klagers (en de door hen gedreven v.o.f.) zijn op 23 april 2024 failliet verklaard.
Verweerder is benoemd tot curator in deze faillissementen. In het vermogen van klagers
viel een onroerende zaak aan de [adres] waarop een hypotheekrecht ten gunste van ING
Bank was gevestigd (hierna: de woning).
2.3 Klagers hebben hoger beroep ingesteld tegen de vonnissen waarbij hun faillissementen
zijn uitgesproken. Op 18 juni 2024 heeft het gerechtshof de vonnissen van de rechtbank
bekrachtigd. Er is geen cassatieberoep ingesteld.
2.4 Het dossier bevat een taxatierapport van de woning van klagers van makelaar
[A], van 17 februari 2025. In het rapport is als opdrachtgever voor de taxatie vermeld:
[kantoor verweerder], met verweerder als contactpersoon. Verder is vermeld dat bij
de inspectie op 9 januari 2025 aanwezig waren: klaagster en ‘Anderen Curator, de heer
[mr. X]’. De woning is getaxeerd op € 700.000,- (marktwaarde) en € 600.000 (onderhandse
verkoopwaarde bij verkoop binnen drie maanden).
2.5 Klager heeft in mei 2025 (zelf) opdracht gegeven voor een taxatie van de
woning aan [B] Makelaars B.V. Het dossier bevat ook het taxatierapport van deze makelaar,
van 16 juni 2025. In het rapport is vermeld dat klager opdrachtgever is en dat de
eigenaar aanwezig was bij de inspectie. De woning is in dit rapport getaxeerd op €
560.000,- (marktwaarde). Deze woning is tot op heden niet verkocht.
2.6 Klagers hebben zich tot op heden niet tot de rechter-commissaris gewend.
Tot een afwikkeling van de faillissementen is het nog niet gekomen.
2.7 Op 19 juli 2026 is klaagster overleden.
3 KLACHT
3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klagers verwijten
verweerder dat hij als curator onzorgvuldig en in strijd met zijn zorgplicht heeft
gehandeld. Klagers wijzen concreet op het volgende:
a) Taxatierapport: verweerder heeft een taxatierapport laten opstellen zonder
dat hij zelf fysiek aanwezig was bij de bezichtiging door de taxateur. Mr. [Y] was
hierbij namens de curator fysiek aanwezig, maar de rapportage vermeldde ten onrechte
dat mr. [X] aanwezig was.
De waarde die door de taxateur aan de woning is toegekend is (kenbaar) te hoog.
Klagers hebben zelf een tweede onafhankelijke taxateur ingeschakeld die op een veel
lagere taxatiewaarde uitkwam. Bovendien worden allerlei onjuiste feiten vermeld in
het taxatierapport van de door de curator ingeschakelde taxateur, met name over de
staat van de woning en het achterstallige onderhoud. Dit roept bij klagers ernstige
twijfel op over de objectiviteit en de inhoud van het rapport.
Doordat verweerder opdracht heeft gegeven voor de taxatie van de woning heeft hij
het taxatieproces geregisseerd en beïnvloed, wat niet geoorloofd is.
b) Vorderingen schuldeisers: verweerder heeft niet gevraagd naar een deugdelijke
onderbouwing van de vorderingen die in de faillissementen zijn ingediend door de schuldeisers.
Er is geen onderbouwing en de faillissementen zijn op ondeugdelijke gronden uitgesproken.
Verweerder weigert dit recht te zetten bij de rechter-commissaris.
3.2 Klagers hebben met betrekking tot het taxatierapport toegelicht dat sprake
is van ernstige onregelmatigheden tijdens het taxatieproces. Klagers wijzen op het
tweede, volgens hen wel onafhankelijke taxatierapport. Er is sprake van bewuste misleiding,
valsheid in geschrifte, fraude en/of oplichting en schending van de kernwaarde integriteit.
3.3 Klagers hebben met betrekking tot de in de faillissementen ingediende vorderingen
toegelicht dat zij alle gestelde schuldeisers hebben verzocht om bewijsstukken van
hun vorderingen te overleggen. Geen enkele schuldeiser heeft kenbaar gemaakt wat de
precieze omvang of grondslag van de vordering inhoudt. Desondanks heeft verweerder,
zonder verificatie of deugdelijk onderzoek naar de rechtmatigheid van deze vorderingen,
het faillissementstraject voortgezet en een onrealistisch taxatierapport ingebracht
als basis voor zijn handelen.
3.4 De raad zal hierna op de klachtonderdelen ingaan.
4 VERWEER
4.1 Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. Hij heeft toegelicht dat
hij als curator bij de afwikkeling van de faillissementen wordt bijgestaan door medewerkers
van kantoor, waaronder mrs. [X] en [Y]. De door mrs. [X] en [Y] uitgevoerde werkzaamheden
in de faillissementen van klagers zijn namens de curator verricht.
4.2 Wat betreft de taxatie van de woning heeft verweerder toegelicht dat door
hem opdracht is gegeven aan een onafhankelijke makelaar voor taxatie. Verweerder is
niet deskundig op het gebied van taxaties en heeft ook geen invloed op de inhoud van
het taxatierapport. Klagers hebben buiten verweerder om, zonder overleg of aankondiging,
een tweede taxatie laten uitvoeren die een lagere waarde van de woning geeft. Het
taxatierapport (van de tweede taxatie) is pas als bijlage van deze tuchtklacht ter
kennis van de curator gebracht. Dit tweede taxatierapport en het daarin genoemde feit
dat de woning een slechte onderhoudsstaat zou hebben, kunnen een rol spelen bij de
beslissing over de inrichting van een verkooptraject, maar er niet wordt ingezien
op welke wijze verweerder klachtwaardig zou hebben gehandeld door de woning van klagers
met het oog op (mogelijke) verkoop in het faillissement te laten taxeren door een
onafhankelijk makelaar.
4.3 Wat betreft de ingediende vorderingen en de voortgang van het faillissement
heeft verweerder toegelicht dat een aantal crediteuren vorderingen in het faillissement
van klagers heeft ingediend. Deze vorderingen zijn (zoals gebruikelijk) op de lijst
van voorlopig erkende crediteuren geplaatst. Pas als het tot verificatie van de vorderingen
in het faillissement komt, vindt definitieve erkenning (of betwisting) plaats. Voor
verweerder is er geen aanleiding om tot voorlopige betwisting van de ingediende vorderingen
over te gaan. Het feit dat de genoemde crediteuren niet reageren op directe verzoeken
van klagers of hun adviseur is voor verweerder geen rechtsgeldige reden om tot betwisting
van de ingediende vorderingen over te gaan.
4.4 De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
5 BEOORDELING
Toetsingskader
5.1 Het in de artikelen 46 en volgende van de Advocatenwet geregelde tuchtrecht
heeft betrekking op het handelen en nalaten van advocaten als zodanig en beoogt een
behoorlijke beroepsuitoefening te waarborgen. Maar ook wanneer een advocaat optreedt
in een andere hoedanigheid dan die van advocaat, blijft voor hem het advocatentuchtrecht
gelden. Indien de advocaat zich bij de vervulling van die andere functie zodanig gedraagt
dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur wordt geschaad, zal in het algemeen sprake
zijn van handelen of nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt
waarvan hem een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.
5.2 Voor een advocaat die optreedt als faillissementscurator brengt deze maatstaf
mee dat niet snel van tuchtrechtelijk handelen sprake zal zijn. Dat komt onder meer
omdat een curator bij de uitoefening van zijn taak rekening dient te houden met uiteenlopende
belangen nu hij de boedel vertegenwoordigt en het belang van de schuldeisers van de
gefailleerde primair dient te behartigen. Ook speelt een rol dat de curator zijn taak
uitoefent onder toezicht van de rechter-commissaris en dat het in de eerste plaats
aan de rechter-commissaris is te beslissen of het handelen van de curatoren zich binnen
de wettelijke kaders afspeelt. Met inachtneming van het voorgaande zal de raad de
klacht van klagers beoordelen (ECLI:NL:TAHVD:2025:236).
Klachtonderdeel a) - taxatierapport
5.3 De raad is van oordeel dat verweerder in overleg met de hypotheekhouder opdracht
kon en mocht geven voor een taxatie van de woning. Hij heeft dit gedaan aan een onafhankelijke
makelaar. Dat hij het taxatieproces heeft geregisseerd en/of beïnvloed, wordt door
klagers gesteld, maar niet geconcretiseerd of onderbouwd en het is de raad op grond
van het klachtdossier ook niet gebleken. Dat een tweede, door klagers aangezochte,
taxateur op een lagere woningwaarde uitkomt maakt dit niet anders.
5.4 De raad is daarnaast van oordeel dat verweerder als curator niet verplicht
is om zelf fysiek aanwezig te zijn bij de bezichtiging in het kader van een taxatie.
Dat in het taxatierapport ten onrechte is vermeld dat mr. [X] aanwezig was, terwijl
mr. [Y] aanwezig is, is een fout van de makelaar. Daarvan kan verweerder geen verwijt
worden gemaakt. Ook de verdere verwijten van klagers zien op het door de makelaar
opgestelde taxatierapport en niet op gedragingen van verweerder. Het had bovendien
op de weg van klagers gelegen om het rapport van de in hun opdracht verrichte taxatie
tijdig aan verweerder te verstrekken, zodat hij daarvan kennis had kunnen nemen en
daar zo nodig naar had kunnen handelen. Verweerder is nu pas door het indienen van
de klacht bekend geraakt met het tweede taxatierapport.
5.5 De raad is gelet op het voorgaande van oordeel dat verweerder geen tuchtrechtelijk
verwijt valt te maken. Hij heeft met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur
niet geschaad.
Klachtonderdeel b)
5.6 Verweerder heeft, zoals gebruikelijk, een aantal vorderingen die zijn ingediend
in het faillissement van klagers op de lijst van voorlopige erkende schuldvorderingen
geplaatst. Een verificatievergadering, waarbij de vorderingen worden erkend of betwist,
heeft nog niet plaatsgevonden. Dat de crediteuren niet hebben gereageerd op (directe)
berichten van klagers, is geen grond voor een faillissementscurator om tot betwisting
van de ingediende vorderingen over te gaan. Daarnaast zijn klagers bevoegd om bij
gelegenheid van de verificatievergadering vorderingen te betwisten (artikel 126 Faillissementswet).
Ook hier is niet gebleken dat verweerder met zijn handelen het vertrouwen in de advocaat
heeft geschaad. Hem valt geen tuchtrechtelijk verwijt te maken.
Conclusie
5.7 De raad verklaart de klacht in alle onderdelen ongegrond.
5.8 Voor zover ter zitting nieuwe klachten naar voren zijn gebracht, geldt dat
dit op gespannen voet staat met artikel 46c van de Advocatenwet, waarin is bepaald
dat klachten worden ingediend bij de deken. De raad neemt eventuele nieuwe klachten
daarom niet in behandeling.
BESLISSING
De raad van discipline verklaart de klacht ongegrond.
Aldus beslist door mr. A.L. Pöll, voorzitter, mrs. E.A.L. van Emden, D.M. de Knijff, A.T. Bol en M.H. Janssen, leden, bijgestaan door mr. C.M. van de Kamp als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 31 augustus 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 31 augustus 2026