ECLI:NL:TADRAMS:2026:185 Raad van Discipline Amsterdam 26-029/A/A
| ECLI: | ECLI:NL:TADRAMS:2026:185 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 07-09-2026 |
| Datum publicatie: | 11-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-029/A/A |
| Onderwerp: | Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk |
| Beslissingen: | Beslissing op verzet |
| Inhoudsindicatie: | Raadsbeslissing; verzet ongegrond. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 7 september 2026
in de zaak 26-029/A/A
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad
van discipline van 23 februari 2026 op de klacht van:
klager
over:
verweerster
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 20 februari 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in
het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.
1.2 Op 13 januari 2026 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2467044/EvR/AS
van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 23 februari 2026 heeft de plaatsvervangend voorzitter
van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Deze
beslissing is op 23 februari 2026 verzonden aan partijen.
1.4 Bij e-mail van 19 maart 2026 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing
van de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op (eveneens) 19 maart 2026 ontvangen.
1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 20 juli 2026. Daarbij
was klager via beeldverbinding aanwezig. Verweerster was met voorafgaand bericht niet
op de zitting aanwezig.
1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen
het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd
en van het verzetschrift. Ook heeft de raad kennisgenomen van de door klager op 5
juli 2026 en door verweerster op 6 juli 2026 nagezonden stukken
2 VERZET
2.1 Het verzet van klager berust op de volgende drie gronden:
a) de aangekondigde producties die verband houden met de akte schadestaat van
18 april 2023 zijn niet bij het gerechtshof ingediend;
b) op 4 november 2025 heeft verweerster via WhatsApp erkend dat de producties
niet bij het gerechtshof zijn ingediend;
c) de producties waren essentieel voor de beoordeling van de zaak, met name voor
de onderbouwing van de schadeposten.
2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet
niet op.
3 FEITEN EN KLACHT
3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad
naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een
gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld
of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als
de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing
heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klager naar voren gebrachte verzetgronden
niet slagen. Voor zover klager ter zitting heeft gesteld dat verweerster hem zou hebben
gechanteerd en de producties pas in het geding wilde brengen als klager haar facturen
had betaald, heeft de raad de juistheid van dit verwijt niet kunnen vaststellen. Weliswaar
heeft verweerster blijkens het klachtdossier klager gewezen op haar openstaande facturen,
maar niet gebleken is dat verweerster in verband hiermee producties niet heeft willen
overleggen. Zoals ook volgt uit de beslissing van de voorzitter, heeft verweerster
juist herhaaldelijk verzocht om de aangekondigde nadere producties aan te leveren,
zodat zij die bij het gerechtshof kon indienen. De raad komt dan ook tot de slotsom
dat de voorzitter bij de beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast en rekening
heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee
hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter
juist is.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe
gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De
raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline verklaart:
- het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. C.S. Schoorl, voorzitter, mrs. M. Bootsma en F.J.J. Baars, leden, bijgestaan door mr. N. Borgers-Abu Ghazaleh als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 7 september 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 7 september 2026