ECLI:NL:TADRARL:2026:185 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-551/AL/OV
| ECLI: | ECLI:NL:TADRARL:2026:185 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 14-09-2026 |
| Datum publicatie: | 14-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-551/AL/OV |
| Onderwerp: | Wat een behoorlijk advocaat betaamt, subonderwerp: Wat in het algemeen niet betaamt |
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden
van 14 september 2026
in de zaak 26-551/AL/OV
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over
verweerster
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief met bijlagen volgens de inventarislijst van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Overijssel (hierna: de deken) van 29 juni 2026 met kenmerk 2541440.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1 Klager is op 12 november 2025 door het Juridisch Loket verwezen naar verweerster voor rechtsbijstand in een huurrechtkwestie.
1.2 Uit een overgelegde telefoonspecificatie blijkt dat vanaf het telefoonnummer van klager is gebeld naar het mobiele nummer van verweerster op 14 november 2025, op 20 november 2025 en op 4 december 2025.
1.3 Op 5 december 2025 heeft klager een e-mail aan verweerster gestuurd met daarin onder andere de mededeling dat klager meerdere keren telefonisch contact heeft gezocht zonder resultaat. Klager verzoekt verweerster om binnen zeven dagen een afspraak te bevestigen, bij gebreke waarvan klager zich genoodzaakt ziet een klacht in te dienen bij de deken van de Orde van Advocaten Overijssel.
1.4 Op 5 december 2025 heeft verweerster per e-mail aan klager geantwoord dat eventuele terugbelverzoeken haar niet hebben bereikt, dat mogelijk sprake is van een misverstand en dat zij op dat moment geen ruimte heeft om de zaak in behandeling te nemen.
1.5 Op 18 december 2025 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster.
2 KLACHT
De klacht houdt in, zakelijk weergegeven, dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster dat zij haar zorgplicht en communicatieplicht heeft geschonden.
3 VERWEER
Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING
4.1 De tuchtrechter moet bij de beoordeling van een tegen een advocaat ingediende klacht het aan de advocaat verweten handelen of nalaten toetsen aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, waaronder de kernwaarden zoals omschreven in artikel 10a Advocatenwet. De tuchtrechter is niet gebonden aan de gedragsregels, maar die regels kunnen wel van belang zijn, gezien ook het open karakter van de behoorlijkheidsnorm in artikel 46 Advocatenwet. Of sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen hangt af van de feitelijke omstandigheden en wordt door de tuchtrechter per geval beoordeeld.
4.2 Klager heeft na van een doorverwijzing van het Juridisch Loket contact met verweerster proberen op te nemen. Nadat hij haar drie keer heeft proberen te bellen, heeft hij haar een e-mail gestuurd. Klager klaagt over de inhoud van de reactie van verweerster op deze e-mail en de omstandigheid dat verweerster niet heeft teruggebeld. Verder verwijt klager verweerster dat zij het Juridisch Loket niet heeft geïnformeerd over het feit dat zij de zaak niet heeft aangenomen. Ten slotte stelt klager dat hij niet actief is gewezen op een klachtenfunctionaris.
4.3 De voorzitter stelt voorop dat het een advocaat vrij staat om een zaak wel of niet aan te nemen. De omstandigheid dat zij dat niet heeft gedaan, levert dan ook geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen op. Uit de stukken blijkt dat klager telefonisch contact heeft gezocht met verweerster. Uit de overgelegde telefoonspecificatie volgt echter niet wat tijdens die contactmomenten is besproken en evenmin of daarbij een terugbelverzoek is achtergelaten. Verweerster heeft aangegeven dat er door de telefoondienst geen terugbelverzoek aan haar is doorgegeven. De omstandigheid dat verweerster klager niet heeft teruggebeld, kan haar daarom niet worden verweten. Vervolgens heeft klager een e-mail aan verweerster gestuurd en verweerster heeft nog dezelfde dag op die e-mail gereageerd en aan klager geschreven dat zij niet de ruimte heeft om de zaak van klager in behandeling te nemen. Verweerster heeft hiermee op een correcte manier op de e-mail van klager gereageerd. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is geen sprake.
4.4 Ten aanzien van de andere verwijten constateert de voorzitter dat klager niet de cliënt van verweerster was en dat in de e-mail van klager bovendien geen klacht stond. Verweerster was - mede om die reden - niet gehouden om klager op de klachtregeling te wijzen. Ten slotte geldt dat een advocaat niet verplicht is om het Juridisch Loket te informeren dat een zaak niet in behandeling wordt genomen. Door dat niet te doen, heeft verweerster dan ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
4.5 De voorzitter is gelet op het voorgaande van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.
BESLISSING
De voorzitter verklaart:
de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. O.P. van Tricht, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door
mr. W.B. Kok als griffier en uitgesproken in het openbaar op 14 september 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op : 14 september 2026