Zoekresultaten 51-100 van de 46800 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:66 Hof van Discipline 's Gravenhage 250398
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:66
Beklag artikel 13 ongegrond. De deken heeft op goede gronden geweigerd aan klaagsters herhaalde verzoek te voldoen nadat hij eerder een advocaat had aangewezen. Dat klaagster het kennelijk niet eens is met de wijze waarop de aangewezen advocaat de zaak aanpakt is geen reden voor aanwijzing van een nieuwe advocaat. De deken heeft in dit verband terecht naar eerdere uitspraken van het hof van discipline verwezen zoals HvD 14 februari 2011, ECLI:N:TAHVD:2011:YA1409, HvD 10 juli 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:142. Artikel 13 Advocatenwet voorziet er niet in dat een advocaat in alle opzichten aan de wensen van een client dient te voldoen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8773
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:37
Gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klager is de IGJ. De fysiotherapeut heeft zich schuldig gemaakt aan het betasten van intieme delen van een cliënt die hij op dat moment behandelde. De wijze waarop de fysiotherapeut de kwetsbare en van hem afhankelijke cliënt heeft behandeld is onaanvaardbaar. Meer in het bijzonder verwijt het college de fysiotherapeut dat hij, ondanks dat hij gedurende zijn loopbaan meerdere meldingen heeft gekregen van seksueel grensoverschrijdend gedrag, zijn gedrag niet heeft gebeterd. Het college beveelt de doorhaling van de inschrijving van de fysiotherapeut in het BIG-register.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:23 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/771020 / DW RK 25/202 HE/WdJ
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 25-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:23
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich over de beslagvrije voet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:36 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2616 Verzet
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 15-01-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:36
Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een huisarts. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat het handelen van de huisarts ten opzichte van klager niet valt onder één van de tuchtnormen. Ten aanzien van het handelen van de huisarts als zorgondernemer en het handelen ten aanzien van patiënten is klager geen rechtstreeks belanghebbende is. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:29 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/80
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:29
Kat. Dierenarts wordt verweten dat zij ten onrechte heeft geadviseerd een bloedonderzoek uit te voeren bij een stervende kat en dat zij is doorgegaan met het uitvoeren van dit onderzoek in weerwil van protest daartegen. [Klacht is ongegrond.]
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:24 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/776163 / DW RK 25/369 HE/WdJ
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 25-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:24
Beslissing op verzet. Eerder geklaagd over hetzelfde feitencomplex. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:62 Hof van Discipline 's Gravenhage 260032
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 26-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:62
Klacht over deken wordt niet verwezen. Uit de formulering van de klacht en de onderbouwing blijkt niet op welke concrete gedragingen van verweerster de klacht betrekking heeft. Niet duidelijk is waar verweerster zich tegen zou moeten verweren. De algemene verwijten en het onbehoorlijke taalgebruik maken dat deze klacht naar het oordeel van de voorzitter niet voor verwijzing in aanmerking komt.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:25 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/778728 / DW RK 25/470 HE/WdJ
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 25-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:25
Klager heeft eerder geklaagd over hetzelfde feitencomplex. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:30 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/71
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:30
Hond. Dierenarts wordt verweten dat zij het verzoek van klagers om preventief het middel Oxytocine voor te schrijven voor hun hond ten onrechte niet heeft ingewilligd en dat zij klagers verkeerd heeft geadviseerd over de behandeling van hun hond, met als gevolg dat de hond een spoedoperatie heeft moeten ondergaan. [Klacht is ongegrond.]
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:31 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/76
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:31
Kat. Dierenarts wordt verweten dat zij nalatig en onzorgvuldig is geweest bij het behandelen van de kat van klaagster, wat heeft geresulteerd in de dood van het dier, waarvoor klaagster de dierenarts verantwoordelijk houdt. [Klacht is ongegrond.]
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:20 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/767355 / DW RK 25/124 HE/WdJ
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 25-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:20
De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door een sloopvergoeding voor de gedemonteerde auto van klager te eisen. Klager heeft niet aangetoond dat hij geen sloopvergoeding heeft ontvangen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:32 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/46
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:32
Kat. Dierenarts wordt verweten dat zij de behandeling van de kat van klager onzorgvuldig heeft uitgevoerd, met het overlijden van de kat als gevolg, en dat er fouten in het patiëntendossier van de kat staan. [Klacht is ongegrond.]
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:26 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/1 en 2023/2
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:26
Hond. Klacht tegen dierenarts die de hond van klaagster heeft behandeld vanwege herniaklachten met uitval van de achterpoten en de blaas. Deze dierenarts wordt verweten dat zij daarbij foutieve informatie heeft verschaft met betrekking tot het maken van de keuze tussen het uitvoeren van een CT-scan en een MRI-scan. Ook wordt haar verweten dat zij niet heeft geïnformeerd over de risico’s die kleven aan een narcose bij het uitvoeren van een MRI-scan en dat zij een foutieve diagnose heeft gesteld, waardoor de hond nodeloos is geopereerd. [Klacht is ongegrond].Daarnaast klacht tegen specialist veterinaire radiologie, die wordt verweten dat zij MRI-beelden verkeerd heeft beoordeeld. Het college heeft een deskundigenbericht met betrekking tot de MRI/CT-beelden gelast, onder aanhouding van de klachtbehandeling, die later is voortgezet. [Klacht is gegrond, met oplegging van een waarschuwing].
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:21 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/767125 / DW RK 25/114 HE/WdJ
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 25-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:21
Klager betwist de vordering en stelt dat de gerechtsdeurwaarder geen transparantie geeft in de kosten, geen inzage geeft in lopende en gesloten dossiers en niet alle betalingen heeft verwerkt. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:33 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/78
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 11-09-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:33
Klachtambtenaarzaak. Dierenarts treft het verwijt meerdere keren Euthasol te hebben afgeleverd in strijd met de daarvoor geldende voorwaarden. [Klacht gegrond] Volgt voorwaardelijke schorsing voor één maand met een proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:27 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/69
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 11-09-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:27
Hond. Dierenarts wordt verweten te veel medicatie te hebben voorgeschreven voor een hond, waardoor de gezondheidstoestand van de hond ernstig is verslechterd. [Klacht ongegrond.]
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:22 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/766711 / DW RK 25/106 HE/WdJ
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 25-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:22
De klacht is voor zover die ziet op het uitblijven van verduidelijking van de executiekosten en de communicatie daaromtrent, gegrond. De gerechtsdeurwaarder is de maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:34 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/32
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:34
Hond. Dierenarts wordt verweten dat hij naar aanleiding van hetgeen klaagster op verschillende momenten in de avond en nacht over de klachten van haar hond aan hem heeft gemeld, telkens niet adequaat heeft gehandeld en dat de verslaglegging daarvan in het patiëntendossier van de hond onjuistheden en onvolkomenheden bevat. [Klacht is deels gegrond, met oplegging van een waarschuwing.]
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:28 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/53
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 11-09-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:28
Hond. Dierenarts wordt verweten bij de behandeling van plasproblemen van een hond en in de nazorg volgend op een operatieve verwijdering van blaasstenen, diverse fouten te hebben gemaakt, die tot de dood van de hond hebben geleid. [Klacht gegrond.] Volgt geldboete van € 500 en een voorwaardelijke schorsing voor drie maanden met een proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7961
- Datum publicatie: 25-02-2026
- Datum uitspraak: 24-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:35
Klacht tegen een bedrijfsarts gedeeltelijk gegrond. Maatregel: berisping met bekendmaking in het BIG-register. De klacht gaat over een bedrijfsarts die klaagster heeft begeleid in het kader van ziekteverzuim. Klaagster maakt de bedrijfsarts verschillende verwijten over een consult en het naar aanleiding daarvan door hem opgestelde advies. Zo vindt klaagster onder meer dat het advies onzorgvuldig tot stand is gekomen, zij onheus is bejegend, de dossiervoering onvoldoende is en onjuistheden bevat, en dat het stappenplan voor een second opinion en de richtlijnen niet zijn gevolgd. Het college overweegt dat de bedrijfsarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door onvoldoende diagnostiek te verrichten, een onzorgvuldig advies aan de werkgever uit te brengen, zich niet in te zetten voor het realiseren van de gevraagde second opinion en de richtlijnen van de NVAB niet of onvoldoende te volgen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8747
- Datum publicatie: 25-02-2026
- Datum uitspraak: 24-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:34
Klacht tegen huisarts. Klagers hebben zich tot (de praktijk van) de huisarts gewend in verband met toegenomen gedragsproblemen bij hun minderjarige zoon en met het verzoek om herhaling van een in het buitenland voorgeschreven antipsychoticum aan hun zoon. Klagers maken de huisarts uiteenlopende verwijten over onder meer de wijze waarop zij heeft gehandeld naar aanleiding van de hulpvraag voor hun zoon, haar dossiervoering, communicatie, klachtafhandeling en een door haar gedane melding bij Veilig Thuis. Het college verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:51 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-105/AL/NN
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:51
Naar het oordeel van de raad heeft klager tijdig geklaagd. Op grond van de stukken en de betwisting door verweerster kan de raad niet vaststellen dat verweerster niet doelmatig heeft gehandeld en daardoor onnodige kosten voor klager heeft gemaakt. De juistheid van het verwijt dat verweerster er bij klager op heeft aangedrongen om zich kort voor een zitting ziek te melden om aanhouding te bewerkstelligen, kan de raad, tegenover de betwisting daarvan door verweerster, evenmin vaststellen. Het verwijt dat verweerster excessief heeft gedeclareerd, is door klager onvoldoende concreet gemaakt. Alhoewel voor de raad het totaalbedrag van € 52.000,- hoog voorkomt, en opvalt dat verweerster voor een juridisch medewerkster haar eigen uurtarief heeft gedeclareerd, is dat alleen onvoldoende om daaraan de conclusie te verbinden dat verweerster excessief heeft gedeclareerd. Het komt de raad voor dat klager uit mededelingen van verweerster heeft opgemaakt dat zijn advocaatkosten fiscaal aftrekbaar zouden zijn voor de inkomstenbelasting maar voor de raad is niet bekend of verweerster dat werkelijk zo tegen hem heeft gezegd of heeft bedoeld te zeggen. Stukken die dat standpunt van klager onderbouwen, ontbreken ook. Klacht ook overigens ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8628
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:29
Klager is door de huisarts gezien in verband met een plek op zijn knie. De huisarts heeft de diagnose verruca seborroica (ouderdomswratje) gesteld en het plekje weggekrabd. Een aantal maanden later heeft de huisarts besloten een excisie te doen en het weefsel op te sturen. Nadien bleek dat sprake was van een melanoom. Klager maakt de huisarts onder meer verwijten over de gestelde diagnose, het wegkrabben en het niet opsturen van weefsel voor nader onderzoek. De huisarts heeft aangevoerd dat hij het betreurt dat achteraf sprake was van een melanoom maar dat hij op basis van de kennis die hij op dat moment had zorgvuldig heeft gehandeld. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:52 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-025/AL/OV
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:52
Voorzittersbeslissing. Uit de stukken is de voorzitter gebleken dat er veelvuldig contact en overleg tussen klager en verweerster is geweest en ook dat verweerster bij de behandeling van de zaak van klager rekening heeft gehouden met zijn wensen. Als klager het niet eens was geweest met de aanpak van verweerster, had hij een andere advocaat kunnen zoeken, zoals verweerster ook heeft gezegd. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster de belangen van klager op adequate en zorgvuldige wijze behartigd. Na de ontstane vertrouwensbreuk diende verweerster zich te onttrekken. Dat heeft zij op zorgvuldige en correcte wijze gedaan. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:26 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-633/DB/OB
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:26
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 26 november 2021, is de klacht met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. Niet gebleken dat verweerder in de diverse procedures die hij namens zijn cliënten heeft gevoerd gelogen tegen de rechters en de curator, noch dat hij procedures is gestart op onjuiste gronden. De verwijten dat verweerder zich escalerend en intimiderend heeft gedragen en dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan smaad en laster missen feitelijke grondslag. Klager kan niet worden ontvangen in het klachtonderdeel dat verweerder S ten onrechte in de procedures heeft betrokken, omdat niet is gebleken dat klager door het verweten handelen rechtstreeks in zijn belangen is getroffen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8675
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:30
Klacht tegen een verpleegkundige kennelijk ongegrond. De verpleegkundige werkte bij een bemoeizorg-team. Naar aanleiding van een melding dat er veel overlast was door en van klaagster werd besloten een huisbezoek bij klaagster af te leggen. De verpleegkundige ging met een wijkcoach naar de woning van klaagster. Klaagster verwijt de verpleegkundige, samengevat, dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij dit bezoek. Het college oordeelt dat de verpleegkundige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:53 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-140/AL/NN/D
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:53
dekenbezwaar. De deken heeft in haar bezwaar over dezelfde gedragingen van verweerster geklaagd als een cliënt van haar, de heer R. In die klachtzaak (25-105/AL/NN) is op dezelfde dag uitspraak gedaan als in het dekenbezwaar. De raad oordeelt dat onderdeel van het dekenbezwaar ongegrond en de twee andere bezwaren gegrond. De deken is door het onderzoek naar de klacht van de heer R over verweerster bekend geworden met twee e-mails van verweerster aan de heer R. In de e-mail van oktober 2022 heeft verweerster aan de heer R bericht dat haar werkzaamheden voor 90% zagen op haar werkzaamheden in zijn alimentatiekwestie. In haar e-mail van december 2022 heeft verweerster echter aan de heer R bericht dat haar werkzaamheden grotendeels door hem als zakelijk konden worden geboekt. Vast staat dat die declaraties van ruim € 50.000,- zagen op werkzaamheden van verweerster voor de heer R privé, zoals verweerster twee maanden eerder in haar e-mail van oktober 2022 ook aan hem had geschreven. Verweerster heeft niet alleen opzettelijk gelogen in haar e-mail van december 2022 maar heeft daarmee ook valsheid in geschrifte gepleegd en gepoogd mee te werken aan oplichting door de heer R van de Belastingdienst. Dat het zover niet is gekomen, is dankzij de accountant van de heer R die de valse verklaring van verweerster niet wilde gebruiken bij de aangifte van de heer R voor de inkomstenbelasting over 2021. Verweerster heeft naar aanleiding van vragen van de deken over de inhoud van genoemde e-mails van oktober en december 2022 aan de heer R in haar eerste reactie geprobeerd om de waarheid over haar valse verklaring aan de heer R te verdoezelen. Pas na ontvangst van het concept-dekenbezwaar heeft verweerster open kaart met de deken gespeeld. Verweerster heeft met haar handelen op ernstige wijze in strijd met de normen van artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarden integriteit en onafhankelijkheid gehandeld en ook op onbetamelijke wijze de deken in haar toezichthoudende taak belemmerd en geprobeerd te misleiden. Alhoewel de zeer grote ernst hiervan een onvoorwaardelijke schorsing zou rechtvaardigen, zeker ook gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerster, legt de raad aan verweerster een voorwaardelijke schorsing van 26 weken op met een proeftijd van twee jaar en ook een bijzondere voorwaarde. De raad hecht waarde aan het in het voorjaar van 2025 door verweerster gestarte coaching traject bij collega-advocaat. De raad hoopt, net als de deken tijdens de zitting heeft verklaard, dat die coaching zal resulteren in een verbetering van de bedrijfsvoering van verweerster, zodanig dat hierover geen klachten meer worden ingediend. Omdat de deken tijdens de zitting ook heeft verklaard dat verweerster inhoudelijk een goede advocaat is, en verweerster medische problemen heeft gehad, is de raad bereid om verweerster nog één laatste kans te geven.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8694
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 24-02-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:33
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Het college is met de huisarts van oordeel dat het missen van de juiste diagnose niet zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar is. In dit geval is de huisarts wat het college betreft te snel en te stellig op het spoor van de bijwerking van Saxenda gaan zitten als oorzaak van de tachycardie. De kortademigheid en de daarmee gepaard gaande immobiliteit, het overgewicht en het pilgebruik van patiënte hadden voor de huisarts aanleiding moeten zijn om nader diagnostisch bloedonderzoek te doen (D-dimeer). Volgt een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8801
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:31
Klacht tegen een bedrijfsarts ongegrond. Als superviserend bedrijfsarts van de arbo-arts begeleidde zij klager in het kader van de verzuimbegeleiding. Er vond een (video)consult plaats met klager. Volgens Klager waren onder andere de uitleg en informatieverstrekking over de rol van de arbo-arts en de bedrijfsarts als supervisor niet in orde. Op basis van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken acht het college het aannemelijk dat de rollen van de arbo-arts en de bedrijfsarts aan het begin van het consult zijn uitgelegd. Het college kan niet vaststellen dat de arbo-arts zich als bedrijfsarts heeft voorgedaan. Daarnaast staat in de rapportage vermeld dat de bedrijfsarts de supervisor is. Hoewel het beter geweest als de supervisieconstructie van tevoren expliciet was aangekondigd en in het medisch dossier was genoteerd levert dat geen tuchtrechtelijk verwijt op. De bedrijfsarts heeft zorgvuldig gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:54 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-764/AL/MN
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:54
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8362
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 24-02-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:34
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager is door twee huisartsen, verweerder en verweerster in de zaak A2025/8821, gezien en beoordeeld. Enkele dagen later is in het ziekenhuis de diagnose fasciitis necroticans gesteld en heeft klager zeer intensieve maar ook mutilerende behandelingen ondergaan die hem uiteindelijk hebben gered maar met zeer ernstig en blijvend letsel tot gevolg. Het is in het kader van de tuchtklacht niet aan het college om het ingebrachte deskundigenbericht te beoordelen. Het college betrekt dit wel bij de beoordeling van de klachtonderdelen. Het college overweegt dat in de situatie van klager het geenszins voor de hand lag dat de klachten waarmee klager eerst bij de waarnemend huisarts en vervolgens ook bij de andere huisarts presenteerde, zich uiteindelijk zo zouden ontwikkelen zoals zij hebben gedaan. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8993
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:32
Klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster wordt door de voorzitter (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard omdat zij al eerder en klacht tegen de verzekeringsarts heeft ingediend en de nieuwe klacht in de kern op hetzelfde neerkomt. De door klaagster genoemde feiten en omstandigheden zijn in de vorige procedure meegewogen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8821
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 24-02-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:35
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager is door twee huisartsen, verweerster en verweerder in de zaak A2025/8362, gezien en beoordeeld. Enkele dagen later is in het ziekenhuis de diagnose fasciitis necroticans gesteld en heeft klager zeer intensieve maar ook mutilerende behandelingen ondergaan die hem uiteindelijk hebben gered maar met zeer ernstig en blijvend letsel tot gevolg. Het is in het kader van de tuchtklacht niet aan het college om het ingebrachte deskundigenbericht te beoordelen. Het college betrekt dit wel bij de beoordeling van de klachtonderdelen. Het college overweegt dat in de situatie van klager het geenszins voor de hand lag dat de klachten waarmee klager eerst bij de waarnemend huisarts en vervolgens ook bij de andere huisarts presenteerde, zich uiteindelijk zo zouden ontwikkelen zoals zij hebben gedaan. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8426
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:33
Klacht tegen verpleegkundige. De (coördinerend) verpleegkundige heeft een verklaring opgesteld over een bezoek van klager aan de woonzorglocatie waar zijn moeder verbleef, en dit verslag aan de mentor verstrekt. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het opstellen van het verslag en het beroepsgeheim heeft geschonden. De klacht ten aanzien van de zorgvuldigheid bij het opstellen van het verslag is gegrond. De verpleegkundige had deze verklaring niet zelf moeten opstellen en ondertekenen. Ook maakt de verpleegkundige onvoldoende onderscheid tussen waarnemingen van anderen en haar (beperkte) eigen waarnemingen en is het verslag onvoldoende objectief geformuleerd. Het klachtonderdeel dat ziet op schending van het beroepsgeheim is ongegrond. Het college legt een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8652
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 24-02-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:36
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat hij onredelijk lang met een risico van een hartinfarct heeft gelopen en dat zijn herstelproces is vertraagd doordat er geen adequate behandeling heeft plaatsgevonden. Het college is van oordeel dat de huisarts voldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan. Gezien de hoge hartslag is voor het college navolgbaar dat de huisarts klager heeft doorverwezen voor een holteronderzoek en een fietsergometrie. Tijdens de spreekuurcontacten was er geen sprake van symptomen die duidden op een dreigend hartinfarct.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:50 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-695/AL/MN
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:50
Verweerster wordt beklaagd in haar (toenmalige) hoedanigheid van deken. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster met haar handelwijze niet het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Zij heeft op verzoek van de advocaat van de wederpartij van klaagster in het kader van haar toezichthoudende taak een onafhankelijk feitenonderzoek gedaan naar een haar toegezonden document dat volgens de advocaat van de wederpartij door klaagster in de procedure in hoger beroep als productie was ingebracht en vals was. Die productie betrof een e-mail op naam van een voormalig advocaat van klaagster. Die advocaat heeft zich op zijn geheimhoudingsplicht beroepen bij vragen van de wederpartij over de echtheid van genoemde e-mail. Verweerster heeft de vermeende schrijver/advocaat van de e-mail gehoord. Niet valt in te zien dat ook klaagster als ontvanger van die e-mail gehoord had moeten worden. De informatie die verweerster van de voormalig advocaat heeft gekregen viel onder de bescherming van haar eigen geheimhouding. Niet is gebleken dat verweerster die geschonden heeft, of van de onderzochte advocaat. Vervolgens heeft verweerster in een e-mail aan de advocaat van de wederpartij haar bevindingen gemaild. Die verklaring is in door de wederpartij in het geding gebracht. Klaagster heeft daarvan toen kennis genomen en daartegen verweer gevoerd. Verweerster heeft klaagster de gelegenheid geboden om het volgens klaagster juiste document alsnog te onderzoeken. Van dat aanbod heeft klaagster om haar moverende redenen geen gebruik gemaakt. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:24 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-752/DB/ZWB
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:24
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 25 juli 2022, is deze met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. De raad is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder klager niet op de juiste wijze heeft bijgestaan. Vast staat dat verweerder de strategie en de aanpak van de zaak met klager heeft afgestemd en conform die afgesproken aanpak heeft gehandeld en dat verweerder de processtukken steeds tijdig in concept aan klager heeft voorgelegd en met klagers instemming heeft ingediend. Klager heeft ter zitting van de raad naar voren gebracht dat het hem dwarszit dat er geen juridische consequenties zijn verbonden aan het feit hij niet heeft meegetekend bij de bedrijfsoverdracht. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder in dit verband toereikend gemotiveerd toegelicht dat hem uit de overdrachtsakte was gebleken dat klager niet had meegetekend, maar dat dit ook niet was vereist omdat de onderneming niet aan klager is overgedragen. Dat klager niet heeft meegetekend bij de bedrijfsoverdracht in de verdelingskwestie heeft volgens verweerder geen juridisch relevante betekenis hetgeen verweerder naar het oordeel van de raad, voldoende heeft onderbouwd.. Dat verweerder de benodigde kennis van het erfrecht mist en klager had moeten verwijzen naar een advocaat met de juiste kennis is de raad op basis van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht evenmin gebleken. De klacht is, voor zover ontvankelijk, in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:17 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/769718 / DW RK 25/172 MK/RH
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:17
beslissing op verzet, verzet gedeeltelijk gegrond. Op grond van artikel 4.6 lid 1van de Gerechtsdeurwaardersverordening dient de gerechtsdeurwaarder de opdrachtgever inlichtingen over de voor de dienstverlening relevante feiten te verstrekken. Nu is gebleken dat de debiteur wel degelijk voorkomt in de database van de gerechtsdeurwaarder en dat hij persoonlijk failliet is gegaan moet worden vastgesteld dat klaagster niet op de hoogte is gesteld van de relevante feiten. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de samenwerking met klaagsters te beëindigen. Klaagster sub 1 heeft gesteld de factuur niet te zullen voldoen. Op basis daarvan kon de gerechtsdeurwaarder besluiten ook de relatie met klaagster sub 2 te willen beëindigen. Dit bedrijf werd immers geleid door dezelfde persoon. Maatregel van waarschuwing opgelegd ivm overtreding art. 4.6 lid 1 Gerechtsdeurwaardersverordening.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:9 Accountantskamer Zwolle 25/1455 Wtra AK
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:9
De Accountantskamer legt een doorhaling van vijf jaar en een geldboete van € 5.000 op aan een accountant die zich voor een kantoortoetsing onbereikbaar houdt en ook niet reageert op de daarmee verband houdende tuchtklacht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:61 Hof van Discipline 's Gravenhage 260027
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:61
Verzoek om verwijzing naar een raad van discipline in een ander ressort niet-ontvankelijk. Artikel 46aa lid 3 Advocatenwet is niet van toepassing omdat de klacht niet is gericht tegen een advocaat-lid van de raad. Ook overigens is er geen wettelijke grondslag om het verzoek toe te wijzen. Het verzoek kan niet worden toegewezen. Omdat de wettelijke grondslag voor het verzoek ontbreekt zal het hof het verzoek om verwijzing van de behandeling van de klacht van klaagster over verweerder naar een raad van discipline in een ander ressort niet-ontvankelijk verklaren.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:25 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-632/DB/OB
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:25
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De klacht dat verweerder klaagster ten onrechte heeft betrokken in een faillissementsprocedure en ten onrechte aan klaagster een faillissementsprocedure heeft aangezegd is ongegrond. De raad is van oordeel dat verweerder genoegzaam gemotiveerd heeft toegelicht dat en waarom het in het belang van zijn cliënten was om ook klaagster in de faillissementsprocedure te betrekken en vervolgens ook aan haar nog eens indiening van een faillissementsrekest aan te kondigen. Op basis van de verweerder ter beschikking staande informatie kon hij menen dat zijn cliënten mogelijk (ook) een vordering op klaagster hadden. Dat verweerder, met het doel de levering van het chalet aan zijn cliënten te bewerkstelligen, ook klaagster in de faillissementsprocedure te betrekken, kan hem gelet op het voorgaande niet tuchtrechtelijk worden verweten. De klacht dat verweerder intimiderend en escalerend tegen klaagster heeft opgetreden, is, voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 28 november 2021, met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht ongegrond. Van intimiderend of escalerend gedrag is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:18 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/766650 / DW RK 25/103 MK/RH
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 18-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:18
Beslissing op verzet. Verzet ongegrond, de gerechtsdeurwaarder was gerechtigd het dwangbevel te executeren. De kosten zijn conform Btag.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:19 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773996 / DW RK 25/293 MK/RH
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 18-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:19
beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarder heeft twee dwangbevelen geexecuteerd. Tuchtrechtelijk lakbaar handelen niet gebeleken. Verzet is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:14 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755191 / DW RK 24/284 MK/RH
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:14
Ontruiming. Klaagster is op het verkeerde been gezet door de gerechtsdeurwaarder die eerst meedeelde dat klaagster haar eigendom moest bewijzen en nadat zij dat had gedaan haar meedeelde dat eerst de kosten van de ontruiming moesten worden voldaan wilde zij haar deel van de ontruimde goederen terug kunnen krijgen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:49 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-613/AL/OV
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:49
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:15 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/764470 / DW RK 25/46 MK/RH
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:15
De gerechtsdeurwaarder heeft niet tijdig gereageerd op correspondentie van klaagster. Omdat termijnoverschrijding gering was is de maatregel van waarschuwing niet opgelegd.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:7 Accountantskamer Zwolle 25/1787 Wtra AK
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:7
Klager verwijt betrokkene dat hij valse facturen en dreigementen naar klager stuurt, dat hij op onprofessionele wijze met klager communiceert en dat hij hem in de jaarrekening van de stichting heeft neergezet als wanbetaler. De Accountantskamer verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:23 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-778/DB/ZWB
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:23
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder heeft klaagster bij het beëindiging van de adviesrelatie te absoluut aangegeven dat zij geen problemen meer zou kunnen krijgen met haar huurder. Gelet op het feit dat klager eerder had aangegeven te overwegen om de huur te verhogen, had verweerder een voorbehoud moeten maken zodat enig misverstand hierover niet kon ontstaan. Dat verweerder geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de door hem gemaakte fouten, is niet gebleken. Voor zover klaagster stelt schade geleden als gevolg van de door verweerder gemaakte fouten, is de tuchtrechter onbevoegd. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:16 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/766057 / DW RK 25/80 MK/RH
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:16
De gerechtsdeurwaarder heeft een exploot betekend aan klaagster waardoor klaagster op het verkeerde been is gezet doordat zij ervan uit mocht gaan dat na betaling de ontruiming niet plaats zou vinden. Vervolgens is een exploot betekend waarin ten onrechte is opgenomen de de huurovereenkomst ontbonden zou zijn. Daarnaast heeft de gerechtsdeurwaarder ten onrechte kosten gevorderd op grond waarvan klaagster haar inboedel had terug kunnen krijgen. Aangezien het opstellen van exploten en het vorderen van juiste bedragen behoren tot de kerntaak van een gerechtsdeurwaarder is de maatregel van berisping opgelegd. Omdat er sprake is van meerdere tekortkomingen bestaat tevens aanleiding de gerechtsdeurwaarder een boete van € 500,- op te leggen
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:8 Accountantskamer Zwolle 25/1454 Wtra AK
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:8
Kantoortoetsing, gegronde klacht. Klaagster heeft, na een eerdere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. Daaruit blijkt volgens klaagster dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene in opzet en in werking nog altijd niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling op voor de duur van twaalf maanden.