Zoekresultaten 101-150 van de 48147 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:191 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9621 A2026/9622

    Deels gegronde klacht tegen psychotherapeut / gz-psycholoog, die een schriftelijke verklaring heeft opgesteld waarin zij over haar cliënte schrijft en gebeurtenissen beschrijft waarbij klager betrokken was. Klager verwijt verweerster onder meer dat zij valse kwalificaties en beschrijvingen over hem de verklaring heeft opgenomen. Het college oordeelt dat de psychotherapeut / gz-psycholoog de verklaring niet had mogen schrijven op de manier waarop zij dit heeft gedaan. Verwijtbaar handelen door op verzoek van cliënte een ongeadresseerde verklaring op te stellen waarin strafrechtelijke gedragingen van klager als feiten zijn opgenomen. Waarschuwing. Inzicht in onjuistheid van handelen en daar adequaat op gereflecteerd.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:1 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/117

    Paard. Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een paard in zijn onderzoek, diagnosestelling en behandeling te zijn tekortgeschoten. [Klacht op een onderdeel gegrond, volgt een waarschuwing. Overige klachtonderdelen ongegrond].

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:180 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-473/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ne bis in idem-beginsel en de beginselen van een behoorlijke tuchtprocesorde. Misbruik van recht-bepaling.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9163

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een radioloog. Klager verwijt de radioloog dat hij hem onjuist advies heeft gegeven over de rustperiode na de injectie in de slijmbeurs van de rechterenkel en dat hierdoor zijn achillespees is afgescheurd. Het college oordeelt dat het advies van de radioloog om een paar dagen rust te houden na de injectie, met de folder die patiënten ontvangen - en ook met de wetenschappelijke literatuur - in lijn is, mede gelet op het feit dat er (nog) geen wetenschappelijk bewijs is dat een langere rustperiode van meerwaarde zou zijn.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:2 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/93

    Kat. Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een kat in haar onderzoek, diagnosestelling en behandeling te zijn tekortgeschoten. [Klacht ongegrond]

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:181 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-523/DH/RO

    Klacht over het niet tijdig terugbellen door een advocaat naar wie klager was verwezen door het Juridisch Loket. Verweerster heeft klager teruggebeld op het moment dat zij daartoe in de gelegenheid was na terugkeer van haar vakantie. Klacht kennelijk ongegrond, voor zover deze niet al van kennelijk onvoldoende gewicht is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:169 Raad van Discipline Amsterdam 26-578/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocatenkantoor. Gebrek aan belang. Geen van de advocaten die bij verweerder werkzaam zijn treedt namens de werkgever van klager op in het geschil over de door klager gestelde werkgeversaansprakelijkheid. Verder staat vast dat klager de medische informatie zelf heeft verstrekt om zijn verzet in de klachtprocedure tegen mr. Z. te onderbouwen. Voor zover verweerder deze informatie intern heeft verwerkt, bewaard en gedeeld staat vast dat dit nodig was voor het voeren van verweer tegen de over mr. Z. ingediende klacht. Ook staat vast dat verweerder de medische informatie van klager na afloop van de verzetprocedure tegen mr. Z. heeft vernietigd. Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:251 Hof van Discipline 's Gravenhage 260106V

    Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Hetgeen klager in zijn klacht, in zijn toelichting daarop, alsook in zijn verzetschrift, naar voren heeft gebracht, houdt verband met het onderzoek van de deken van de klachten die klager over mrs. B en B heeft ingediend. Het hof sluit zich om die reden aan bij de beoordeling van de voorzitter en neemt die over. De door klager aangehaalde uitspraak van het hof van discipline van 30 maart 2026 (ECLI:NL:TAHVD:2026:91) ziet op een geheel andere kwestie en mist toepassing in deze zaak. De overige verzoeken van klager blijven buiten behandeling omdat het hof daartoe geen wettelijke bevoegdheid heeft. Wat in verzet verder nog naar voren is gebracht, leidt niet tot een ander oordeel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:246 Hof van Discipline 's Gravenhage 240355

    Klacht over eigen advocaat. Klager is ontevreden over de wijze waarop verweerder hem heeft bijgestaan in een geschil tussen klager en zijn zus over de nalatenschap van hun moeder. De raad heeft de klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klager heeft in hoger beroep met name bezwaren gericht tegen de klachtomschrijving door de deken en heeft verzocht om een nieuw klachtschrift te mogen indienen, dan wel om terugverwijzing naar de deken. Het hof ziet geen aanleiding om de zaak terug te verwijzen naar de deken en beslist op de klacht zoals die bij de raad is voorgelegd. Het hof oordeelt in hoger beroep dat verweerder klager zorgvuldig en deskundig heeft bijgestaan, voldoende heeft geïnformeerd en geen onnodige kosten in rekening heeft gebracht. De klacht is in alle klachtonderdelen ongegrond. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:170 Raad van Discipline Amsterdam 26-579/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Vanwege deze vertrouwensbreuk was verweerder gehouden om zijn werkzaamheden voor klager te beëindigen. Niet gebleken dat verweerder dit ontijdig of anderszins op onzorgvuldige wijze heeft gedaan. Verder is niet gebleken dat verweerder klager heeft laten betalen voor werkzaamheden die niet zijn verricht. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:247 Hof van Discipline 's Gravenhage 260170

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Nu duidelijk is dat klaagster het griffierecht voor een te voeren procedure en de eigen bijdrage van een toevoeging niet kan betalen, heeft de deken het verzoek op goede gronden afgewezen. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat zij van een advocaat niet kan verlangen dat hij/zij voor klaagster het griffierecht betaalt en afziet van de eigen bijdrage.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:248 Hof van Discipline 's Gravenhage 260156

    Beklag artikel 13 ongegrond. Het hof is met de deken van oordeel dat klager onvoldoende bewijzen heeft overgelegd waaruit is gebleken dat hij recent advocaten heeft benaderd. Verder maakt het hof uit het dossier op dat klager in de loop der tijd door verschillende advocaten is bijgestaan maar dat die hun werkzaamheden kennelijk hebben neergelegd omdat klager het door de WAM-verzekeraar gedane bod ondanks het advies van de advocaten, niet heeft geaccepteerd. Ook andere benaderde advocaten geven na bestudering van het dossier en het aanwezige bewijs aan dat zij geen redelijke kans zien om een ander percentage aansprakelijkheid dan reeds erkend te bewerkstelligen dan wel om een hogere schadevergoeding voor klager te realiseren. Het hof is dan ook met de deken van oordeel dat de procedure waarvoor klager een advocaat wil (een hoger percentage aansprakelijkheid en een hogere schadevergoeding) geen redelijke kans van slagen heeft. Ook op die grond die de deken weliswaar ten overvloede aan zijn beslissing ten grondslag heeft gelegd, is terecht het verzoek afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:166 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-759/AL/MN

    De raad heeft geoordeeld dat verweerder klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over – onder meer – de kosten van zijn diensten. Ook heeft verweerder een termijn voor het indienen van een verweerschrift gemist en klaagster daarover niet geïnformeerd. Verweerder heeft hiermee gehandeld in strijd met de gedragsregels en de kernwaarde deskundigheid. De raad rekent dit verweerder aan. Bij het bepalen van de maatregel weegt de raad het tuchtrechtelijk verleden van verweerder zwaar mee. Verweer is meermalen door de tuchtrechter veroordeeld, ook voor soortgelijke feiten. Het hof van discipline heeft recent een beslissing van de raad van discipline bekrachtigd, waarin hem een voorwaardelijke schorsing was opgelegd ter zake van (onder meer) het niet helder communiceren in de richting van zijn cliënt over de door hem in rekening te brengen werkzaamheden. Vanwege de ernst van het handelen en nalaten van verweerder en het tuchtrechtelijk verleden van verweerder, kan niet worden volstaan met een andere maatregel dan een onvoorwaardelijke schorsing. De raad legt aan verweerder de maatregel van schorsing in de praktijkoefening op voor de duur van vier weken op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:166 Raad van Discipline Amsterdam 26-013/A/A

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:249 Hof van Discipline 's Gravenhage 260153

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft zijn beslissing om geen advocaat toe te wijzen gebaseerd op een drietal gronden. Het hof is van oordeel dat de deken zich terecht op twee van die gronden (“verplichte procesvertegenwoordiging” en “redelijke kans van slagen”) heeft mogen baseren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:167 Raad van Discipline Amsterdam 26-457/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in zijn hoedanigheid van bindend adviseur. Voldoende aanknopingspunten met het beroep van advocaat. Het advocatentuchtrecht is volledig van toepassing. Niet gebleken dat verweerder voor de adviesaanvraag relevante informatie heeft genegeerd. Het advies is op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld in zijn rol van bindend adviseur. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:168 Raad van Discipline Amsterdam 26-557/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Vertrouwensbreuk. Uit de toon en inhoud van de overgelegde e-mails van klager van februari en september 2025 blijkt duidelijk dat klager al langere tijd niet tevreden was over de dienstverlening van verweerster. De voorzitter is het met verweerster eens dat daaruit blijkt dat klager geen vertrouwen meer had in de bijstand van verweerster. Vanwege deze vertrouwensbreuk was verweerster gehouden om haar werkzaamheden voor klager te beëindigen. Niet gebleken dat verweerster dat ontijdig of onzorgvuldig heeft gedaan. Vertrouwensbreuk is aan klager te wijten. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:250 Hof van Discipline 's Gravenhage 260155

    Beklag artikel 13 advocatenwet ongegrond. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat er geen grond was voor aanwijzing van een advocaat omdat klaagster op het moment van het verzoek de bijstand van een advocaat had. Het feit dat de advocaat van klaagster zich heeft onttrokken, heeft de deken terecht geen reden gegeven om zijn standpunt te herzien. De deken heeft er met juistheid op gewezen dat de advocaat ‘dominus litis’ is. Het hof onderschrijft de toelichting van de deken dat de advocaat bij de behandeling van de zaak de leiding heeft en dat het -mede- aan de opstelling van klaagster te danken is dat de advocaat zich heeft onttrokken. De deken heeft in dit verband er terecht op gewezen dat artikel 13 Advocatenwet een aanvullende voorziening betreft en niet een remedie is voor een verschil van inzicht over de professionele beoordeling van de zaak. (zie bijvoorbeeld HvD 30 oktober 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:202).

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:169 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-319/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerster heeft antwoord gegeven op klagers vragen en bij het verkrijgen van een schade-uitkering gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:245 Hof van Discipline 's Gravenhage 260151

    Beroep niet-ontvankelijk. Het hof ziet in hetgeen klager heeft aangevoerd geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Klager had, zoals hij zelf ook aangeeft, het beroepschrift tijdig per e-mail kunnen indienen. In de beslissing van de raad staat ook expliciet het e-mailadres van de griffie van het hof van discipline vermeld waar het beroepschrift naar toe kan worden gestuurd. Dat klager in plaats daarvan ervoor heeft gekozen om het beroepschrift uitsluitend per post in te dienen en degene die dit voor hem heeft verzorgd het beroepschrift niet aangetekend heeft verzonden, ligt in de risicosfeer van klager. Dit betekent dat het beroepschrift te laat is ingediend en het hof klager in zijn beroep niet-ontvankelijk zal verklaren.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:187 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8637

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Het is voor klaagster buitengewoon ingrijpend dat achteraf blijkt dat wel sprake was een kwaadaardige uitzaaiing. Dit maakt echter de afwegingen en beoordeling gedurende het behandeltraject van klaagster, met de gegevens die toen bekend waren, niet verkeerd. Het college komt daarom tot de conclusie dat de longarts heeft gehandeld conform de professionele standaard en dat de behandeling en controle van klaagster niet onzorgvuldig is geweest.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:163 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-601/DH/DH 25-602/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaten. Kwaliteit dienstverlening. Uit de overgelegde stukken leidt de raad af dat verweersters de juiste stappen hebben gezet om het echtscheidingsverzoek van klager aan zijn ex-echtgenote in India te laten betekenen en dat zij klager van het verloop van de procedure op de hoogte hebben gehouden. Verweersters mochten vertrouwen op de juistheid van het bericht van de deurwaarder dat hij het deurwaardersexploot met het echtscheidingsverzoek bij het parket van het OM had achtergelaten. Het kan verweersters niet worden aangerekend dat zij geen verzendbewijs van het OM aan de rechtbank konden overleggen, omdat zij dit niet hadden ontvangen. Door niet eerder bij de deurwaarder te informeren, hebben verweersters de grenzen van het tuchtrechtelijk betamelijke niet overschreden. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:176 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-010/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verwijt is dat verweerder aanwezig was terwijl zijn cliënt een vrachtwagen onttrok aan het retentierecht van klager. Het is in een dergelijke situatie aan de advocaat om, gelet op de kernwaarde onafhankelijkheid, voldoende afstand te bewaren en zich niet te laten meeslepen in de escalatie van het geschil. Het vergezellen van de cliënt ter plaatse om de situatie op te nemen, is op zichzelf niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dat wordt anders op het moment dat verweerder zijn cliënt informeert dat de politie niet zal ingrijpen zijn cliënt daarmee in feite een vrijbrief geeft om de vrachtwagen mee te nemen. Verweerder had zijn cliënt erop moeten wijzen dat sprake was van een door klager gesteld retentierecht. Hij had in een situatie als deze zijn cliënt moeten weerhouden van het plegen van eigenrichting of afstand moeten nemen van het gedrag van de cliënt. Klacht gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:170 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-430/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een klachtenfunctionaris. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur niet geschonden bij de klachtbehandeling. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:188 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8638

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Het is voor klaagster buitengewoon ingrijpend dat achteraf blijkt dat wel sprake was een kwaadaardige uitzaaiing. Dit maakt echter de afwegingen en beoordeling op het moment dat deze werd gedaan en met de gegevens die toen bekend waren, niet verkeerd. De longarts heeft op basis van wat er toen bekend was en met de CT-uitslagen van dat moment op goede gronden kunnen overwegen dat de situatie van klaagster stabiel was. Volgens de geldende behandelprotocollen was het daarom op dat moment standaard beleid om klaagster met een interval van zes maanden weer terug te zien.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:164 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-656/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:68 Accountantskamer Zwolle 24/3943 Wtra AK

    Klaagster is gescheiden. In het kader van de beëindiging van hun huwelijk hebben klaagster en haar ex-partner in 2014 een convenant gesloten waarin zij afspraken hebben gemaakt over de vaststelling en verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap. De afwikkeling van de nalatenschap van de moeder van de ex-partner maakte hiervan deel uit. Betrokkene zou – samen met prof.dr. [B] – als opdrachtnemer onder het convenant de gemaakte afspraken ten uitvoer leggen. Klaagster stelt dat betrokkene zijn opdracht tot op heden niet heeft uitgevoerd. Klaagster vindt dit tuchtrechtelijk verwijtbaar. De Accountantskamer oordeelt dat betrokkene onzorgvuldig heeft gehandeld bij de uitvoering van het convenant. De klacht is in zoverre gegrond. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:171 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-454/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtkwestie. Verweerster mocht klager rechtstreeks aanschrijven, aangezien hij geen advocaat meer had die hem vertegenwoordigde. Zij heeft niet gedaan alsof de dagvaarding al betekend was. Verweerster mocht klager vragen om zijn huidige adres zodat de dagvaarding daar betekend kon worden. Dat zij klager later heeft geïnformeerd over de openbaar betekende dagvaarding, is niet klachtwaardig maar juist zorgvuldig. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:189 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9298

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Het college kan niet vaststellen dat de longarts klager niet serieus heeft genomen en dat onderzoeken te laat zouden zijn verricht. Binnen een periode van vier werken nadat het de longarts duidelijk werd dat klager niet opknapte, terwijl er op dat moment nog geen vermoeden van maligniteit was en de klachten van klager ook pasten bij al eerder gestelde diagnoses, zijn allerlei onderzoeken bij klager verricht die uiteindelijk toch tot de diagnose kanker hebben geleid. De longarts heeft er vervolgens voor gekozen om de uitkomst van het biopt en dat het om kanker ging telefonisch met klager te bespreken, omdat zij klager niet onnodig ongerust wilde maken door de telefonische afspraak om te laten zetten in een poli afspraak. Het college oordeelt dat deze keuze in dit geval onwenselijk en spijtig, maar niet verwijtbaar is. Dat het anders had gekund, betekent niet dat het in dit geval anders had gemoeten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:165 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-672/DH/RO

    Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Binnen de tuchtprocedure heeft de tuchtrechter geen ruimte om de door verweerder namens de verhuurder ingenomen standpunten inhoudelijk op juistheid te toetsen en/of te verifiëren. De tuchtrechter toetst het handelen van verweerder aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen en in dat verband heeft de voorzitter bij de beoordeling van de klachtonderdelen de juiste toetsingskaders toegepast. Ook heeft de voorzitter rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval zoals die uit het klachtdossier blijken. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:172 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-477/DH/RO 26-478/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk omdat zij geen bestaande rechtspersoon is. Klager kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan een eigen, rechtstreeks belang.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:166 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-714/DH/DH

    Verzet gegrond. Klager is niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Verweerder heeft zich onvoldoende ingezet voor zijn cliënte en ook de inhoud van zijn werk was onder de maat. Hij heeft geen zicht gehouden op de afspraken uit de schikking en de termijn die daarbij gold. Evenmin heeft hij actie ondernomen nadat deze termijn was verstreken. Schending kernwaarde deskundigheid. Belangrijke afspraken en informatie zijn door verweerder niet schriftelijk vastgelegd, waardoor bij klaagster verwarring is ontstaan over de voortgang van haar zaak. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:242 Hof van Discipline 's Gravenhage 260259 260260 260261

    Klacht over deken niet verwezen. De vijf klachten van klaagster over verweerster hebben betrekking op het dekenaal onderzoek dat verweerster heeft uitgevoerd naar aanleiding van de tuchtklachten die klaagster over mr. V heeft ingediend. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie op een tuchtklacht over een andere advocaat ter discussie te stellen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:173 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-734/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat bij de teruggeleiding van het (minderjarige) kind naar Nederland. Kernverwijt is dat verweerder geen teruggeleidingsprocedure is gestart. Klager en verweerder waren nog in gesprek over de te voeren strategie en de vraag welke procedure zou worden gestart. Niet onbegrijpelijk dat toen nog geen opdrachtbevestiging is gestuurd. De keuze van verweerder om de teruggeleiding te willen bewerkstelligen via een echtscheidingsprocedure met voorlopige voorzieningen is een reële en te verdedigen strategie. De opdracht om een teruggeleidingsprocedure te starten heeft verweerder nooit aangenomen Klacht daarom ongegrond. Geen sprake van (grove) foute in de procedure over vervangende toestemming paspoort. Van een strafrechtelijke procedure was (bij aanvang) nog geen sprake en verweerder heeft de opdracht voor een strafrechtelijke procedure ook nooit aanvaard. Klacht over de toevoegingsaanvraag, de procedure bij de RvR en einde bijstand eveneens ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:167 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-724/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:243 Hof van Discipline 's Gravenhage 250271

    In deze zaak wordt geklaagd over een advocaat die uitlatingen over klager heeft gedaan op LinkedIn. Het hof is evenals de raad van discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) van oordeel dat niet gebleken is dat in het gewraakte LinkedIn-bericht feiten zijn gesteld waarvan verweerder wist of behoorde te weten dat deze onjuist zijn. Verweerder heeft geen misbruik gemaakt van zijn geheimhoudingsplicht door niet de naam te noemen van de cliënt van klager die verweerder had benaderd en die verweerder aanhaalt in het betreffende LinkedIn-bericht. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:174 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-753/DH/RO

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:168 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-009/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen (letselschade)advocaat. Verweerder heeft klager terecht verwijzen naar een arbeidsrechtadvocaat omdat hij geen verstand had van het arbeidsrecht. Ook mocht hij proberen om te klacht onderling met klager op te lossen. Verweerder heeft wel tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager onder druk te zetten om op betalende basis verder te werken, terwijl klager in aanmerking kwam voor een toevoeging. Omdat verweerder zijn voorstel niet heeft herhaald en hij helder heeft gemaakt te weten dat toevoegingszaken de aandacht moeten krijgen die zij verdienen, gaat de raad ervan uit dat verweerder in het vervolg anders zal handelen. Gegrond zonder oplegging van maatregel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:244 Hof van Discipline 's Gravenhage 260152

    Beklag artikel 13 Advocatenwet gedeeltelijk gegrond. In tegenstelling tot de deken maakt het hof uit de stukken niet op dat klaagster de notarissen alleen aansprakelijk wil stellen. In haar verzoek om aanwijzing geeft klaagster aan ook tegen de notarissen een procedure te willen starten. Het aanwijzingsverzoek van klaagster strekt daarmee verder dan wat de deken heeft aangevoerd (alleen aansprakelijk stellen). Op dit onderdeel heeft de deken het aanwijzingsverzoek te beperkt opgevat. Daarmee ontvalt in zoverre de grondslag aan de beslissing van de deken. De deken zal dan ook opnieuw moeten beslissen op het verzoek van klaagster voor zover dit op de kwestie aangaande de notarissen ziet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-863/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in de echtscheidingsprocedure. Kern van de verwijten is dat verweerster klaagster niet goed heeft bijgestaan en onder druk heeft gezet bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst. Hoewel voorstelbaar is dat klaagster druk heeft gevoeld om een keuze te maken, blijkt niet dat verweerster klaagster onder druk heeft gezet. Verweerster heeft klaagster juist duidelijk geadviseerd en haar de opties voorgelegd, waarbij zij klaagster erop heeft gewezen dat het klaagster is die de keuze moet maken. Niet gebleken van onvoldoende advisering of onvoldoende belangenbehartiging. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:22 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/05

    Optreden als boedelnotaris bij verstoorde familieverhoudingen, terwijl de executeur een medewerker van het notariskantoor is. Om schijn van belangenverstrengeling/partijdigheid te voorkomen, doet een notaris er goed aan erop bedacht te zijn dat het vragen kan oproepen als hij/zij als boedelnotaris optreedt in een zaak waar hij/zij nauwer bij betrokken is dan gebruikelijk: dat kan ten koste gaan van het vertrouwen dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen en daarom kan het aanbeveling verdienen om zo’n opdracht door te verwijzen naar een notaris van een ander kantoor. Ministerieplicht. Rol boedelnotaris in het algemeen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9063

    Ongegronde klacht van een nabestaande van een patiënt tegen een MDL-arts. Bij de behandeling patiënt werd uitgegaan van galwegkanker. Klaagster verwijt de MDL-arts dat onvoldoende onderzoek werd gedaan naar de mogelijkheid van IgG4 gerelateerde ziekte, dat niets werd gedaan met de uitslag van het bevolkingsonderzoek darmkanker en dat geweigerd werd prednison voor te schrijven.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8277

    Klaagster klaagt erover dat de psychiater zich tijdens een intakegesprek onheus heeft gedragen tegenover haar en haar moeder. Het tuchtcollege oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat de psychiater zich onheus heeft gedragen, omdat de verklaringen van partijen daarover uiteenlopen en hiervoor geen bewijs is. De eerste twee klachtonderdelen zijn daarom ongegrond. Klaagster is niet-ontvankelijk in het derde klachtonderdeel over de bejegening van moeder, omdat alleen moeder daarover kan klagen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9570

    Voorzittersbeslissing. De klacht gaat over het handelen van de arts ten tijde van de opname van de dochter van klaagster op de intensive care en rondom de euthanasie van de dochter van klaagster. De arts heeft aangevoerd dat klaagster niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende, aangezien er geen sprake is geweest van een behandelrelatie tussen haar en de dochter van klaagster en dat zij en de dochter uitsluitend een vriendschappelijke privérelatie hadden. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9465

    IGJ klaagt tegen verpleegkundige over grensoverschrijdend gedrag. Verwijt dat de verpleegkundige (seksueel) grensoverschrijdend heeft gehandeld door tijdens de behandelrelatie privécontact aan te gaan met een patiënt, welk contact zij - binnen de afkoelingsperiode - heeft voortgezet na beëindiging van de behandelrelatie, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in seksueel contact. De verpleegkundige erkent het handelen. Het college verklaard de klacht gegrond, maatregel van een voorwaardelijke schorsing met een bijzondere voorwaarden.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/7971

    Klacht tegen een bedrijfsarts in opleiding. Ongegrond. De bedrijfsarts in opleiding wordt verweten dat hij het opzettelijk heeft doen voorkomen alsof klaagster zou hebben tegengewerkt bij de beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid en re-integratiemogelijkheden, dat hij klaagster na een vertrouwensbreuk niet heeft gewezen op de mogelijkheid contact op te nemen met zijn supervisor en dat hij niet persoonlijk heeft gereageerd op een aansprakelijkheidsstelling. Het college oordeelt dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De rapportage over het eerste spreekuur gaf feitelijk juist weer dat geen contact tot stand was gekomen en dat daardoor geen beoordeling kon plaatsvinden. Tijdens het tweede spreekuur kon evenmin een beoordeling plaatsvinden, omdat uitsluitend de partner van klaagster het woord voerde en klaagster zelf niet aan het gesprek deelnam. Ook bestond geen verplichting om klaagster actief op de supervisor te wijzen en mocht verweerder het incident tijdens het reguliere supervisieoverleg bespreken. Ten slotte was het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de aansprakelijkheidsstelling via de advocaat van de instelling werd afgehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:183 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9545

    Voorzittersbeslissing. De klacht gaat over de betrokkenheid van de psychotherapeut bij de familie van klager. Uit de door klager overlegde mailwisseling tussen hem en de psychotherapeut blijkt dat klager de psychotherapeut een groot aantal vragen voorlegt waarin hij opheldering vraagt over de grenzen tussen diens rol als vriend en als professional, maar klager noemt daarin geen feitelijke handelingen die zouden duiden op tuchtrechtelijk verwijtbaar gedrag. Ook overigens blijkt naar het oordeel van de voorzitter niet dat er sprake is van handelen dat in strijd is met wat een behoorlijk beroepsbeoefenaar hoort te doen. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9034

    Klacht tegen een bedrijfsarts. Gegrond. De bedrijfsarts wordt verweten dat hij in een rapportage aan de werkgever van klaagster medische gegevens heeft opgenomen zonder haar toestemming. Het college oordeelt dat de bedrijfsarts hiermee zijn beroepsgeheim en geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Hoewel de bedrijfsarts de ernst van de problematiek van klaagster wilde benadrukken, had hij dit moeten doen zonder medische kwalificaties of andere vertrouwelijke informatie te verstrekken. Het college rekent de bedrijfsarts aan dat hij onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij een kerntaak van zijn beroep en slechts beperkt blijk heeft gegeven van zelfreflectie op zijn handelen. De klacht wordt gegrond verklaard. Gelet op de ernst van de schending van het beroepsgeheim legt het college de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:184 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9009

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter overweegt dat hij op basis van het dossier niet kan vaststellen of aanleiding heeft om te veronderstellen dat de psychiater klaagster onheus of onbehoorlijk heeft bejegend. De psychiater ontkent dat dit zo is en deze beschuldigingen zijn niet concreet toegelicht of onderbouwd. De voorzitter kan bij deze tegenstrijdige lezing van de feiten zonder nadere bevestiging van de lezing van klaagster niet in het nadeel van de psychiater uitgaan van wat klaagster over de bejegening heeft gezegd. Dit betekent dat de voorzitter niet kan vaststellen dat de psychiater tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:185 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9695

    Voorzittersbeslissing. Nu klaagster de verkeerde beklaagde heeft aangeschreven en er geen aanknopingspunten zijn voor het achterhalen welke beklaagde klaagster wel bedoelt, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden. De klacht is kennelijk ongegrond.