ECLI:NL:TGDKG:2026:70 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/777045 / DW RK 25/388 HE/SM
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2026:70 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 29-07-2026 |
| Datum publicatie: | 05-08-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/13/777045 / DW RK 25/388 HE/SM |
| Onderwerp: | Ambtshandelingen (art. 2 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder de beslagvrije voet te laag heeft vastgesteld, met als gevolg dat klager in zware problemen is gekomen. Nu de hoogte van de beslagvrije voet geen kwestie is die ter beoordeling van de kamer staat, heeft de kamer overwogen dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 29 juli 2026 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 7 oktober 2025 met zaaknummer C/13/771865 DW RK 25/230 en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/777045 / DW RK 25/388 HE/SM ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klager,
tegen:
[ ],
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde.
1. Ontstaan en verloop van de procedure
Bij klachtenformulier, ingekomen op 3 juli 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 5 september 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij beslissing van 7 oktober 2025 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Een afschrift van de beslissing van de voorzitter is bij brief van diezelfde datum aan klager toegezonden. Bij brief, ingekomen op 13 oktober 2025, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 17 juni 2026 alwaar klager (via een telefoonverbinding) is verschenen. De gerechtsdeurwaarder is, met kennisgeving, niet verschenen. De uitspraak is bepaald op 29 juli 2026.
2. De ontvankelijkheid van het verzet
Klager heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat hij in het verzet kan worden ontvangen.
3. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- De gerechtsdeurwaarder is belast met de executie van een ten laste van klager gewezen vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 19 november 2020.
- Op 28 april 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder executoriaal derdenbeslag gelegd onder de Sociale Verzekeringsbank ten laste van klager. Hierbij is de beslagvrije voet vastgesteld op een bedrag van € 80.
- Bij e-mail van 5 mei 2025 is namens klager verzocht om opheffing van het beslag en is een betalingsregeling voorgesteld.
- Bij e-mail van 9 mei 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder de beslagvrije voet voorlopig aangepast naar een bedrag van € 1.475 per maand en is klager verzocht om nadere bewijsstukken.
4. De oorspronkelijke klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder de beslagvrije voet te laag heeft vastgesteld, met als gevolg dat klager in zware problemen is gekomen.
5. De beslissing van de voorzitter
5.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:
4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.
4.2 De voorzitter stelt voorop dat de hoogte van de beslagvrije voet geen kwestie is die ter beoordeling van de kamer staat. Dit is slechts anders als sprake is van evidente fouten of handelen tegen beter weten in. Hiervan is niet gebleken. De gerechtsdeurwaarder heeft de beslagvrije voet met behulp van de geautomatiseerde rekenmodule berekend. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van gegevens uit de UWV Polisadministratie, de Basisregistratie Personen en van de Belastingdienst. In dit geval is gebleken dat de rekenmodule is uitgegaan van een onjuist inkomen. Nadat de gerechtsdeurwaarder hier namens klager op gewezen is, heeft hij de beslagvrije voet gelijk aangepast voordat er een inhouding op de uitkering van klager heeft plaatsgevonden. Indien klager het met de berekende beslagvrije voet niet eens is, dient hij zich te wenden tot de gewone civiele rechter.
5.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen.
6. De gronden van het verzet
In verzet heeft klager aangevoerd dat de gerechtsdeurwaarder de beslagvrije voet heeft berekend aan de hand van gegevens uit de Polisadministratie, Basisregistratie Personen, UWV en de belastingdienst. De gerechtsdeurwaarder heeft klager op geen enkel moment geïnformeerd over deze berekening.
7. De beoordeling van de gronden van het verzet
7.1 De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. Het door klager ter zitting aangevoerde maken dit niet anders.
7.2 De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
7.1 Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.
BESLISSING:
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J.H.J. Evers, plaatsvervangend-voorzitter, mr. M.L.S. Kalff en mr. O.J. Boeder, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 juli 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.