ECLI:NL:TGDKG:2026:71 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/775771 / DW RK 25/354 HE/SM

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2026:71
Datum uitspraak: 29-07-2026
Datum publicatie: 05-08-2026
Zaaknummer(s): C/13/775771 / DW RK 25/354 HE/SM
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder de agenda en notulen van de VvE niet heeft meegestuurd met de brief om de openstaande vordering te voldoen. Met de voorzitter overweegt de kamer dat de gerechtsdeurwaarder daartoe niet was gehouden. Klager heeft die stukken ontvangen die voor de incasso relevant waren. Verzet ongegrond.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 29 juli 2026 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 2 september 2025 met zaaknummer C/13/771166 DW RK 25/209 BB/WdJ van en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/775771 / DW RK 25/354 HE/SM ingesteld door:

[   ] ,

wonende te [   ],

klager,

tegen:

[   ] ,

gerechtsdeurwaarder te [   ],

beklaagde.

1. Ontstaan en verloop van de procedure

Bij e-mail met bijlagen, ingekomen op 19 juni 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 1 augustus 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij beslissing van 2 september 2025 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Een afschrift van de beslissing van de voorzitter is bij brief van diezelfde datum aan klager toegezonden. Bij e-mail, ingekomen op 16 september 2025, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 17 juni 2026 alwaar klager en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 29 juli 2026.

2. De ontvankelijkheid van het verzet

Klager heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat hij in het verzet kan worden ontvangen.

3. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

-          Bij brief van 10 juni 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder klager verzocht de betalingsachterstand bij de VvE te voldoen.

-          Bij e-mail van 12 juni 2025 heeft klager verzocht om een onderbouwing van de openstaande vordering.

-          Hierop heeft de gerechtsdeurwaarder bij e-mail van 18 juni 2025 gereageerd.

4. De oorspronkelijke klacht

Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder zijn zorgplicht ernstig heeft geschonden. De gerechtsdeurwaarder had ter onderbouwing van de aangezegde vordering de agenda’s en notulen van de algemene ledenvergaderingen bij zijn brief van 10 juni 2025 mee moeten sturen.

5. De beslissing van de voorzitter

5.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

4.2 De voorzitter stelt vast dat de gerechtsdeurwaarder bij de brief van 10 juni 2025 een specificatie heeft meegezonden waaruit kan worden afgeleid dat klager vanaf

1 januari 2023 tot en met 1 juni 2025 heeft verzuimd de volledige maandelijkse bijdrage aan de VvE te voldoen. Tevens is een toelichtingsbijlage meegezonden, waarin antwoorden zijn gegeven op de meest gestelde vragen over incasso. De gerechtsdeurwaarder was niet gehouden om agenda’s en notulen van de VvE bij de brief van 10 juni 2025 mee te sturen. De stelling van klager dat de gerechtsdeurwaarder zijn zorgplicht heeft geschonden stuit hierop af.

4.3 Voor zover klager nog stelt dat de gerechtsdeurwaarder zich niet aan een eerdere uitspraak van de kamer heeft gehouden, waarin de kamer heeft overwogen dat het in de incassofase van belang is om in de (eerste) aanmaning op te nemen dat de geadresseerde kan aangeven of hij de vordering betwist en op welke gronden, overweegt de voorzitter dat de gerechtsdeurwaarder hieraan heeft voldaan middels het meesturen van de toelichtingsbijlage.

4.4 Nu geen tuchtrechtelijk laakbaar handelen is gebleken, wordt op grond van het voorgaande beslist als volgt.

5.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen.

6. De gronden van het verzet

In verzet heeft klager aangevoerd dat de door de gerechtsdeurwaarder meegezonden specificatie van de vordering onvoldoende is geweest. De gerechtsdeurwaarder had als goed handelend gerechtsdeurwaarder ook de agenda en notulen van de algemene ledenvergaderingen bij zijn brief van 10 juni 2025 mee moeten sturen aan klager.

7. De beoordeling van de gronden van het verzet

7.1 De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. Het door klager ter zitting aangevoerde maken dit niet anders.

7.2 De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

7.3 Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

BESLISSING:

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. J.H.J. Evers, plaatsvervangend-voorzitter, mr. M.L.S. Kalff en mr. O.J. Boeder, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 juli 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.