ECLI:NL:TGZCTG:2026:163 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3145

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2026:163
Datum uitspraak: 24-06-2026
Datum publicatie: 06-08-2026
Zaaknummer(s): C2026/3145
Onderwerp: Onjuiste verklaring of rapport
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een psychiater. In opdracht van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR) verrichtte de psychiater medisch en psychiatrisch onderzoek naar de rijgeschiktheid van klager. In zijn rapportage overwoog de psychiater dat er aanwijzingen waren gevonden tot het stellen van de diagnose alcoholmisbruik. Om die reden adviseerde hij het CBR om klager ongeschikt te verklaren. Het rijbewijs van klager werd door het CBR vervolgens niet verlengd. Klager verwijt de psychiater onzorgvuldig en ondeskundig onderzoek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2026/3145 van:
A., wonende in B., 
klager in beide instanties,
hierna: klager,
tegen
C., psychiater,
werkzaam in D.,
verweerder in beide instanties, 
hierna: de psychiater.
    
1.    Kern van de zaak
1.1    Klager wilde in 2023 zijn rijbewijs verlengen. Gelet op zijn leeftijd van (destijds) 75 jaar diende eerst een medische keuring plaats te vinden. In opdracht van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR) verrichtte de psychiater medisch en psychiatrisch onderzoek naar de rijgeschiktheid van klager. In zijn rapportage overwoog de psychiater dat er aanwijzingen waren gevonden tot het stellen van de diagnose alcoholmisbruik. Om die reden adviseerde hij het CBR om klager ongeschikt te verklaren. Het rijbewijs van klager werd door het CBR vervolgens niet verlengd. Klager verwijt de psychiater - kort gezegd - onzorgvuldig en ondeskundig onderzoek.

1.2    Het Regionaal Tuchtcollege te ‘s-Hertogenbosch heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege zodat het beroep niet slaagt.

2.    Verloop van de procedure
2.1    Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te 
‘s-Hertogenbosch met nummer H2024/7934 (ECLI:NL:TGZRSHE:2026:16). 

2.2    Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het door het Regionaal Tuchtcollege samengestelde procesdossier, het beroepschrift en het aanvullend stuk van 10 juni 2026 van de zijde van klager. De psychiater heeft geen verweerschrift in beroep ingediend. 

2.3    De zaak is op de zitting van 24 juni 2026 behandeld. De psychiater is bij de zitting aanwezig geweest. Klager heeft het college laten weten dat hij verhinderd was om de zitting bij te wonen. Zijn vooraf toegestuurde spreekaantekeningen zijn aan het dossier toegevoegd, net als de spreekaantekeningen van de psychiater. De psychiater heeft vragen van het college beantwoord en zijn standpunten nader toegelicht. 

2.4    Het Centraal Tuchtcollege heeft na afloop van de mondelinge behandeling de zaak in raadkamer beoordeeld en in het openbaar mondeling uitspraak gedaan. Wat hierna volgt is een schriftelijke uitwerking van die uitspraak.

3.    Feiten
3.1    In het kader van een rijgeschiktheidsonderzoek voor het CBR werd klager op 
22 december 2023 door de psychiater medisch en psychiatrisch onderzocht. Er vond ook bloedonderzoek plaats. Daarbij werden de volgende laboratoriumwaarden vastgesteld:
CDT:         3,7% (de norm is: < 2,0%)
Gamma-GT:     897 U/L (de norm is: < 68 U/L)

3.2    Van het onderzoek is een rapport opgemaakt. Hierin vermeldt de psychiater onder meer (alle citaten voor zover van belang en ongecorrigeerd weergegeven):
“ Aanleiding
Bij betrokkene is polyneuropathie gevonden en thiamine gebruik, overmatig alcohol gebruik in de voorgeschiedenis en om deze reden moet patiënt gekeurd worden.

Anamnese
Voorgeschiedenis: 1x in 2016 met 2 glazen wijn op gereden en toen net boven grens van wat is toegestaan gereden en een boete gekregen.
Reden van gebruik/huidig gebruik: drinkt ’s avonds 2-3EH (bier 12% halve liters 2-3EH) laatste 2 maanden, dronk daarvoor 1-2 biertjes per avond. Dronk al vanaf jeugd halve liter wijn per dag, nooit opgenomen geweest voor alcohol afhankelijkheid, slaat soms 1 dag over.

Beschouwing
(…) het alcoholgebruik is 2-3EH van 12% bier halve liters per avond (…)
Overwegingen met betrekking tot alcoholdiagnostiek: er worden aanwijzingen gevonden tot het stellen van de diagnose alcoholmisbruik in ruime zin. Op grond van voorwaarden uit de regeling eisen geschiktheid 2000 conform paragraaf 8.8 kom ik tot het volgende advies: ongeschikt voor beide categorieën met een termijnbeperking van 1 jaar.

Overweging met betrekking tot psychiatrische comorbiditeit: In diagnostische termen is geen sprake van relevante psychiatrische problematiek.”

4.    Het beroep

Waar gaat het in beroep over
4.1    Klager verwijt de psychiater dat hij onzorgvuldig en ondeskundig heeft gehandeld omdat hij a) zijn advies aan het CBR om klagers rijbewijs niet te verlengen heeft gebaseerd op nietszeggende bloedparameters, CDT en Gamma-GT (hierna: GGT) waarden en b) geen enkele beschikbare betrouwbare/gevalideerde test voor rijgeschiktheid heeft gebruikt ter onderbouwing van zijn diagnose.

4.2    Klager is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep heeft tot doel dat de klacht alsnog gegrond wordt verklaard. 

4.3    De psychiater heeft tijdens de zitting in beroep gemotiveerd verweer gevoerd en verzocht het beroep te verwerpen. 

Toetsingskader
4.4    Het Centraal Tuchtcollege moet beoordelen of de psychiater heeft gehandeld zoals van hem verwacht mocht worden. De norm hiervoor is een redelijk bekwame en redelijk handelend psychiater. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor hem geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. In deze specifieke situatie is gekeken naar de Richtlijn ‘Alcoholmisbruik in het kader van rijgeschiktheidskeuringen’ van de Federatie Medisch Specialisten (hierna: de richtlijn) en de Wettelijke regeling ‘Regeling eisen geschiktheid 2000’ (hierna: de regeling). Dat een zorgverlener beter of anders had kunnen handelen, is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt. 

Inhoudelijke beoordeling
4.5    Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de kern van de klacht is dat de psychiater de diagnose ‘alcoholmisbruik’ uitsluitend op grond van de DSM-5 criteria had mogen stellen. Nu hij zich alleen heeft gebaseerd op CDT en GGT bloedwaarden was er geen medische basis voor een rijgeschiktheidsontzegging. Daarnaast heeft klager in beroep nog aangevoerd dat een deel van de keuring is uitgevoerd door E. die onder supervisie van de psychiater werkt. 

4.6    Uit het oogpunt van een goede en eerlijke procesorde kunnen in beroep alleen die klachten ter beoordeling aan het Centraal Tuchtcollege worden voorgelegd die deel uitmaken van de oorspronkelijke klacht die aan het Regionaal Tuchtcollege is voorgelegd. Nieuwe klachten vallen buiten het bereik van het beroep. Het in beroep aangevoerde verwijt dat niet duidelijk is wat de kwalificaties zijn van de arts die mede betrokken is geweest bij het onderzoek en welk deel van het onderzoek door hem is verricht, is een nieuwe klacht. Het college kan dit nieuwe klachtonderdeel niet in behandeling nemen en hier niet inhoudelijk over oordelen.

4.7    Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht terecht en op goede gronden ongegrond heeft verklaard. Het Centraal Tuchtcollege neemt het oordeel van de Regionaal Tuchtcollege en de hieraan ten grondslag liggende motivering volledig over.    
Naar aanleiding van de behandeling in beroep voegt het College hier enige opmerkingen aan toe.

4.8    Klager heeft uitgelegd dat hij zijn alcoholgebruik goed onder controle heeft en ervoor zorgt dat er geen enkel risico is dat hij onder (enige) invloed van alcohol auto rijdt. Hij beperkt zijn alcoholgebruik tot het tijdvak tussen 17.00 uur en 22.00 uur en stelt dat hij nooit in de auto stapt voordat de alcohol volledig is afgebroken. Klager stelt dat van de criteria die voor de diagnose van alcoholmisbruik genoemd staan in de DSM-5 geen enkele op hem van toepassing is.

4.9    Het Centraal Tuchtcollege overweegt hierover dat de argumenten die klager noemt een rol bij de beoordeling van het misbruik zouden kunnen spelen als de gemeten waarde van de beide biomarkers (CDT en GGT) rond de grenswaarde zou zijn. Dat is bij klager niet het geval. De gemeten CDT waarde is bijna dubbel zo hoog als de beslisgrens (het afkappunt) van 2,0% en de GGT waarde is ruim 13 maal hoger dan de beslisgrens van 68 U/L. De gemeten waarden zijn verder in lijn met het alcoholgebruik zoals klager dit zelf heeft opgegeven, te weten 2-3 eenheden halve liter bier met een alcoholpercentage van 12%. Het Centraal Tuchtcollege kan daarom goed volgen dat de psychiater in zijn onderzoek conform de richtlijnen zijn advies met name heeft gebaseerd op de gemeten waarden in combinatie met het door klager opgegeven alcoholgebruik en dat verder onderzoek niet nodig was. Anders dan klager stelt, is een diagnose die gebaseerd is op de DSM-5 criteria voor een advies over de rijgeschiktheid niet noodzakelijk. Relevant is evenmin in hoeverre de betrokkene zelf beweert de gevaren van het alcoholgebruik in het verkeer te vermijden.

4.10    Het bovenstaande leidt ertoe dat het Centraal Tuchtcollege tot het oordeel komt dat het beroep niet kan slagen.

5.    Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg: verklaart klager niet-ontvankelijk voor zover daarbij de klacht is uitgebreid of aangevuld; verwerpt het beroep voor het overige. 

Deze beslissing is genomen door Z.J. Oosting, voorzitter, S.M. Evers en M.W. Zandbergen, leden-juristen, en I.A. de Boer en M.C. ten Doesschate, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door C.J.M. Manders, secretaris.
  
Uitgesproken ter openbare zitting van 24 juni 2026.

    Voorzitter   w.g.                    Secretaris w.g.