Zoekresultaten 2951-3000 van de 48471 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:156 Raad van Discipline Amsterdam 24-838/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Klager heeft van verweerder geen hulp gekregen bij de problemen waarvoor hij zich tot verweerder had gewend. Verweerder had de standaard-ingebrekestelling niet mogen versturen en hij had klager hiervoor ook niet mogen laten betalen. De kwaliteit van de door verweerder geleverde dienst is duidelijk onder de maat geweest. Verweerder lijkt zijn fout bovendien maar nauwelijks in te willen zien. Bij het bepalen van de hoogte van de maatregel neemt de raad ook in aanmerking hetgeen is overwogen en beslist in de andere in de beslissing genoemde klachtzaak en het dekenbezwaar tegen verweerder, die gelijktijdig met de onderhavige klachtzaak bij de raad aanhangig zijn. Gezien de aard, de ernst en de omvang van het dekenbezwaar en van de (gegrond bevonden) klachten, in samenhang met eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen, en gelet op het vertrouwen dat in de advocatuur moet kunnen worden gesteld, is de raad van oordeel dat schrapping van het tableau van verweerder dient te volgen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:157 Raad van Discipline Amsterdam 24-763/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening is deels gegrond. Verweerder heeft niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van hem in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. Bij het bepalen van de hoogte van de maatregel neemt de raad ook in aanmerking hetgeen is overwogen en beslist in de andere in deze beslissing genoemde klachtzaak en in het dekenbezwaar tegen verweerder, die gelijktijdig met de onderhavige klachtzaak bij de raad aanhangig waren. Gezien de aard, de ernst en de omvang van beide (gegrond bevonden) klachten en het dekenbezwaar, in samenhang met eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen, en gelet op het vertrouwen dat in de advocatuur moet kunnen worden gesteld, is de raad van oordeel dat schrapping van het tableau van verweerder dient te volgen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:151 Raad van Discipline Amsterdam 25-470/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de (voormalig) eigen advocaat. Verweerder is niet tekortgeschoten in zijn dienstverlening aan klager. Verweerder heeft met toestemming van klager de paspoortgegevens van klager aan de SVB verstrekt. Ook als verweerder op de hoogte was geweest van het feit dat klager een bijstandsuitkering ontving - hetgeen verweerder betwist - rustte op verweerder, anders dan klager stelt, geen verplichting om klager te informeren over de mogelijke gevolgen die het verstrekken van deze paspoortgegevens aan de SVB zouden kunnen hebben op klagers bijstandsuitkering. Klager is zelf verantwoordelijk voor de terugvordering van zijn bijstandsuitkering, omdat hij kennelijk gedurende bepaalde periodes zonder toestemming in het buitenland verbleef en als gevolg daarvan ten onrechte een uitkering ontving.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:158 Raad van Discipline Amsterdam 25-149/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is gegrond. Verweerder heeft met zijn handelen het bepaalde in gedragsregel 25 lid 1 geschonden. Gelet op de ernst van de herhaalde verwijtbare gedraging door verweerder, acht de raad de oplegging van een waarschuwing passend. De raad heeft daarbij in het voordeel van verweerder meegewogen dat hij heeft ingezien dat dit anders had gemoeten en zijn excuses heeft aangeboden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:152 Raad van Discipline Amsterdam 25-468/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van de ex-partner in een familierechtzaak. Verweerder is bij de behandeling van de procedure binnen de grenzen van het betamelijke gebleven; niet is komen vast te staan dat verweerder zich onnodig grievend heeft uitgelaten of depolariserend te werk is gegaan. Hoewel het treffen van een minnelijke schikking de voorkeur heeft, is dit geen absolute verplichting.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:159 Raad van Discipline Amsterdam 24-915/A/A 24-918/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij gegrond. Verweerders hebben in strijd gehandeld met gedragsregel 20 lid 2. Dit valt hen tuchtrechtelijk te verwijten. Gelet op de ernst van de verwijtbare gedraging, acht de raad de oplegging van een maatregel in de vorm van een waarschuwing passend.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:153 Raad van Discipline Amsterdam 25-447/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ne bis in idem beginsel en het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang en voor het overige kennelijk ongegrond omdat niet gebleken is dat verweerder in zijn bijstand aan zijn cliënt de grenzen van het betamelijke heeft overschreden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:154 Raad van Discipline Amsterdam 25-424/A/A 25-425/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is kennelijk ongegrond. Voor zover klagers hebben aangevoerd dat de betekening door hen als intimiderend is ervaren, stelt de voorzitter vast dat deze vermeende intimidatie niet nader door hen is geconcretiseerd. Het is de voorzitter op grond van de inhoud van de stukken ook overigens niet gebleken dat de belangen van klagers als gevolg van het handelen door verweersters onredelijk of onevenredig zouden zijn geschaad. Daarnaast hebben verweersters naar het oordeel van de voorzitter gemotiveerd aangevoerd dat er gegronde redenen voor hen bestonden om het vonnis (ook) aan klagers te betekenen. De voorzitter is van oordeel dat verweersters hebben gehandeld binnen de aan hen toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:155 Raad van Discipline Amsterdam 25-003/A/A/D

    Raadsbeslissing. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de kernwaardes kwaliteit/deskundigheid en (financiële) integriteit te schenden. Bij het bepalen van de hoogte van de maatregel neemt de raad ook in aanmerking wat is overwogen en beslist in de klachtzaken die tegelijk met het onderhavige dekenbezwaar bij de raad aanhangig waren. Gezien de aard, de ernst en de omvang van dit dekenbezwaar en van de (gegrond bevonden) klachten, in samenhang met eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen, en gelet op het vertrouwen dat in de advocatuur moet kunnen worden gesteld, is de raad van oordeel dat schrapping van het tableau van verweerder dient te volgen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:174 Hof van Discipline 's Gravenhage 250294

    Beklag artikel 13 ongegrond. De advocaat die klaagster bijstond, moet wegens ziekte terugtreden en heeft een opvolger gezocht en gevonden. Het staat klaagster vrij om niet met die opvolger akkoord te gaan, maar dat betekent nog niet dat de deken nu een advocaat moet aanwijzen die aan de wensen van klaagster moet voldoen. Daarbij is ook niet gebleken dat klaagster zelf heeft geprobeerd een advocaat te vinden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2513

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De zoon van klagers is begin 2021 door suïcide overleden. Hij was bekend met depressieve klachten. Klagers stellen dat de huisarts hun zoon in de periode voorafgaand aan de suïcide adequate hulp en medische behandeling heeft onthouden en hem ten onrechte niet naar de specialistische GGZ heeft verwezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:183 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-123/DH/RO

    Raadsbeslissing. Verweerster is tekortgeschoten in haar communicatie met en bijstand aan klager. Zij heeft klager, zelfs na uitdrukkelijk verzoek daartoe, niet op de hoogte gebracht c.q. gehouden van de stand van zaken in de procedure. Hierdoor was klager er niet van op de hoogte dat en wanneer het hof arrest zou wijzen en dat er geen mondelinge behandeling plaatsvond. Ook kan niet worden vastgesteld dat verweerster het arrest van het hof aan klager heeft verzonden. Voorwaardelijke schorsing van twee weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:184 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-954/DH/DH 24-955/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:127 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-502/DB/OB 25-503/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaten in een familierechtelijk geschil. Verweerders hebben klager voldoende geïnformeerd over de risico’s van problemen binnen de familie op de benoeming van een bewindvoerder en mentor uit familiale kring en hebben het standpunt van klager op adequate wijzen aar voren gebracht. Dat de rechter hen daarin niet is gevolgd, is iets wat verweerders niet kan worden aangerekend. Niet gebleken dat verweerders zich onvoldoende voor klagers belangen heeft ingezet. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:200 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-464/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klaagster/ Stichting is kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een eigen belang bij de klacht. Klager heeft gesteld dat hij als natuurlijk persoon over verweerder klaagt, niet in enige hoedanigheid, maar dat hij door verweerder als bestuurslid/voorzitter van het bestuur van klaagster op negatieve wijze in de schijnwerpers is gezet door uitlatingen van verweerder in een artikel. Naar het oordeel van de voorzitter heeft klager een evident eigen belang bij de klacht over verweerder zodat hij daarin wordt ontvangen. Naar het verdere oordeel van de voorzitter kunnen de door verweerder over klager gedane uitlatingen in het FD artikel objectief bezien niet als onnodig grievend worden gekwalificeerd. Klager is in het artikel aangesproken op zijn hoedanigheid van advocaat in het dagelijks leven, maar heeft uitdrukkelijk niet als advocaat over verweerder geklaagd. Na plaatsing van het artikel heeft de gemachtigde van klagers de feitelijke gang van zaken uitgelegd en verweerder verzocht om tot rectificatie over te gaan. Verweerder heeft hierop gereageerd en uitgelegd dat en waarom de krant en hijzelf niet bereid zijn om aan een rectificatie mee te werken. Verweerder heeft de gemachtigde voorgesteld om zelf een interview aan de krant te geven. Dat klager dit heeft gedaan, is uit de stukken niet gebleken. Evenmin is gebleken dat verweerder met zijn optreden de belangen van klager onnodig of onevenredig zonder doel heeft geschaad. Verweerder heeft als partijdige advocaat de belangen van zijn cliënt voorop gesteld maar heeft daarbij voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klager. Klacht van klager kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:201 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-456/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klaagster beklaagt zich over een belangenconflict door verweerder. De klacht is te laat door klaagster ingediend. Het beroep op een verschoonbare termijnoverschrijding faalt. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:126 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-535/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerster mocht tot een andere conclusie komen dan klager. Ook heeft zij zich kunnen distantiëren van de aantijgingen van klager jegens de rechterlijke macht, bewindvoerders en haar kantoor. Nadat de klachtenbehandeling was afgerond, was verweerster niet gehouden om daarover nog verder met klager te corresponderen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:170 Hof van Discipline 's Gravenhage 250012

    Het gaat om een klacht over de eigen advocaat. De klacht houdt in dat verweerder (juridisch) ondermaats heeft gepresteerd, de zaak van klaagster niet zorgvuldig heeft behandeld en foutief heeft gedeclareerd. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:171 Hof van Discipline 's Gravenhage 240340

    Deze zaak betreft een klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij. In hoger beroep is nog aan de orde de klacht die ziet op het indienen van stukken bij de rechtbank zonder dat deze gelijktijdig aan klager zijn verstuurd en het doorsturen van een aangifte. Deze klachtonderdelen zijn door de Raad van Discipline Amsterdam (hierna: de raad) gegrond verklaard en aan verweerster is de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Anders dan de raad acht het hof het klachtonderdeel dat ziet op het doorsturen van de aangifte ongegrond. Het andere klachtonderdeel blijft gegrond. De maatregel van waarschuwing blijft in stand.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:172 Hof van Discipline 's Gravenhage 250032

    Het betreft een klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft volgens klaagster de toevoegingsaanvraag niet en vervolgens niet correct ingediend, verweerder is niet voortvarend te werk gegaan en heeft niet gereageerd op klaagsters e-mailbericht van 18 oktober 2023. Vervolgens heeft verweerder ten onrechte de toevoeging niet ingetrokken toen klaagster had laten weten dat zij de samenwerking wilde beëindigen. De raad heeft de klacht gegrond verklaard en aan verweerder de maatregel van berisping opgelegd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:173 Hof van Discipline 's Gravenhage 250028

    Klacht over advocaat van de wederpartij in een familiekwestie. In een kortgedingprocedure die klager was gestart tegen zijn ex-partner om voor de kerstdagen omgang te krijgen met zijn minderjarige zoon, heeft verweerder dickpics overgelegd die klager naar een derde had gestuurd en heeft verweerder gesuggereerd dat klager door seksueel misbruik in zijn jeugd een verhoogd zedenrisico vormt. De raad heeft geoordeeld dat het overleggen van dickpics aan een derde ongepast en onnodig was. Daarnaast werd geoordeeld dat verweerder met de suggestie dat klager door het misbruik in zijn jeugd een zedenrisico vormt klager onrecht heeft aangedaan en bewust in een kwaad daglicht heeft gezet. Dit laakbare handelen van verweerder raakt de voor advocaten belangrijke kernwaarde integriteit, aldus de raad. De raad heeft de klacht gegrond verklaard en aan verweerder een berisping opgelegd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:149 Raad van Discipline Amsterdam 25-265/A/A

    Raadsbeslissing. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zich zonder toestemming van de advocaat van klaagster tot de rechtbank te wenden, terwijl de zaak al voor vonnis stond. De aard en ernst van dit tuchtrechtelijke verwijt rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. Bij de bepaling van de maatregel weegt de raad mee dat verweerster tijdens de zitting heeft erkend dat zij de advocaat van klaagster in cc had moeten zetten van haar e-mail aan de rechtbank en dat aan verweerster niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:143 Raad van Discipline Amsterdam 25-450/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk niet-ontvankelijke klacht over de advocaat wederpartij. Klager heeft geen rechtstreeks eigen belang bij zijn verwijt aan het adres van verweerder dat hij te veel betrokken is bij zijn cliënte of bij zijn verwijt over de zaken die verweerder aanneemt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:150 Raad van Discipline Amsterdam 25-144/A/NH

    Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Uit de voorzittersbeslissing blijkt dat de voorzitter bij de beoordeling van de klacht van klager de juiste maatstaf heeft toegepast en dat de voorzitter ook rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval zoals die uit het klachtdossier blijken. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:144 Raad van Discipline Amsterdam 25-437/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij; Niet gebleken is dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft verstrekt aan de rechter. Evenmin is gebleken dat verweerder heeft geweigerd relevante informatie aan de rechter te verstrekken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:145 Raad van Discipline Amsterdam 25-421/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Er is niet gebleken dat verweerster vertrouwelijke informatie zou hebben achtergehouden voor klaagster. Daarnaast valt niet in te zien op welke wijze verweerster een rol zou hebben gespeeld bij de vrijspraak van de ex-partner van klaagster, dan wel de ex-partner van klaagster op andere wijze een voordeel zou hebben gegeven.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:58 Accountantskamer Zwolle 25/166 Wtra AK

    Kantoortoetsing. Klaagster heeft, na twee reguliere toetsingen, een hertoetsing van het accountantskantoor van betrokkene uitgevoerd. Klaagster stelt dat diverse tekortkomingen zijn geconstateerd in de opzet en werking van het kwaliteitssysteem, op zowel stelsel- als dossierniveau. Betrokkene erkent dit maar wijst erop dat hij inmiddels actie heeft ondernomen teneinde “het stelsel in opzet te verbeteren, de kwaliteit van de werking daarvan te verhogen en daarmee de goede beroepsuitoefening te borgen”. De klacht is gegrond, omdat betrokkene als kwaliteitsbepaler er niet voor heeft gezorgd dat het kwaliteitssysteem een redelijke mate van zekerheid geeft dat NVKS-opdrachten worden uitgevoerd conform de geldende wet- en regelgeving. Betrokkene krijgt de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. De Accountantskamer heeft bij het bepalen van de maatregel meegewogen dat zij het vertrouwen heeft dat betrokkene zijn best doet om te (blijven) voldoen aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Dit vertrouwen wordt versterkt door het gegeven dat het accountantskantoor inmiddels vier tekeningsbevoegde accountants heeft en dat betrokkene geen vrijwillige controles meer zal verrichten.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:146 Raad van Discipline Amsterdam 25-411/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Dat verweerder klaagster niet goed zou hebben geadviseerd, heeft klaagster onvoldoende onderbouwd. Ook uit de overige inhoud van het dossier, kan de voorzitter niet opmaken dat sprake was van onjuiste advisering. Van een onzorgvuldige onttrekking door verweerder is evenmin sprake geweest en klaagster evenmin worden gevolgd in haar klacht dat verweerder het dossier en de urenspecificaties niet heeft willen verstrekken aan klaagster.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:147 Raad van Discipline Amsterdam 25-403/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk. Tegen de achtergrond van de onderliggende procedure kwalificeren de door verweerder gebezigde bewoordingen en uitdrukkingen naar het oordeel van de voorzitter niet als onnodig grievend jegens klager (en daarmee geen schending van gedragsregel 7). Dat verweerder de rechter feiten heeft voorgehouden, waarvan hij de onwaarheid kende of kon kennen, is de voorzitter niet gebleken. Van een schending van gedragsregel 8 is daarom evenmin sprake. De voorzitter is verder van oordeel dat klager niet rechtstreeks in zijn belang wordt geraakt door de vraag of verweerder het belang van de heer J boven dat van zijn eigen cliënt heeft gezet. Deze kwestie speelt uitsluitend tussen verweerder en zijn cliënt. Klager als wederpartij staat daar buiten. Gelet daarop is dit onderdeel van de klacht in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:141 Raad van Discipline Amsterdam 25-418/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij; verweerster heeft de belangen van haar cliënten behartigd aan de hand van het feitenmateriaal dat haar cliënten haar hebben verstrekt en er was geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de door haar cliënten verstrekte informatie. Van schending van gedragsregel 8 is geen sprake. Verweerster is binnen de grenzen van het betamelijke gebleven.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:148 Raad van Discipline Amsterdam 25-143/A/A

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door tijdens een mondelinge behandeling in strijd met de waarheid te zeggen dat hij het citaat uit het advies van de bedrijfsarts niet had, terwijl hij dit citaat voorafgaand aan de mondelinge behandeling zowel via e-mail als via post had ontvangen. Daarmee heeft verweerder de kantonrechter onjuist geïnformeerd. De aard en ernst van deze tuchtrechtelijke verwijten rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. Bij de bepaling van de maatregel weegt de raad mee dat aan verweerder niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Klacht voor een deel gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:142 Raad van Discipline Amsterdam 25-472/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de dienstverlening van de eigen advocaat in een massa-aangifte zaak; de voorzitter kan de juistheid van klagers verwijten niet vaststellen. Onduidelijk is wanneer klager aan verweerster een opdracht heeft gegeven om een procedure voor hem te starten en of verweerster daar onvoldoende voortvarend vervolg aan heeft gegeven. Evenmin is duidelijk geworden of verweerster klager beter had moeten informeren over het verdere verloop van de procedure.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7476

    Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Patiënte klaagt onder meer over onjuiste diagnostiek, onjuiste behandeling en eenzijdige beëindiging van de behandelingsovereenkomst. Intensief behandeltraject met meerdere opnames, poliklinische contacten en ECT-behandeling. Een continu proces waarin diagnostiek plaatsvond. Zorgvuldig psychiatrisch onderzoek. Multidisciplinaire richtlijn Depressie. ECT-behandeling niet te snel gestart. Voldoende ingespannen voor passende nazorg. Beëindiging behandelingsovereenkomst. Geen medische indicatie meer voor voortzetten van de behandeling. Behandel- en begeleidingsmogelijkheden waren uitgeput. Gewichtige reden volgens KNMG-Richtlijn ‘Niet aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7477

    Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in klacht tegen verpleegkundige. Patiënte klaagt over onjuiste diagnostiek, onjuiste behandeling en eenzijdige beëindiging van de behandelingsovereenkomst. Geen behandelrelatie. Verweerder heeft niet gehandeld in zijn hoedanigheid van verpleegkundige. Geen weerslag op de individuele gezondheidszorg. Het handelen kan niet worden getoetst aan de eerste en tweede tuchtnorm.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7239

    Verweerster, huisarts werkzaam in PI, wordt verweten dat zij in strijd heeft gehandeld met de voor haar geldende professionele standaard door geen/niet tijdig een diagnose te stellen, te lang af te wachten en klager niet serieus te nemen nadat hij met zijn hoofd op de wasbak is gevallen en aanhoudende klachten had. Ook wordt de huisarts verweten dat zij klager niet voldoende heeft geïnformeerd en er geen sprake is geweest van informed consent. Het college overweegt dat het door de huisarts ingezette beleid passend en toereikend was. Geen sprake van onvoldoende zorg, informatievoorziening of onjuiste behandeling. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:218 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8100

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft in de praktijk van de huisarts, door de doktersassistente, een griepprik laten zetten. Klager stelt dat de lichamelijke klachten die hij twee maanden na het plaatsen van de griepprik heeft gekregen door het verkeerd zetten van de griepprik zijn ontstaan. Het college concludeert dat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:18 Kamer voor het notariaat Amsterdam 759677 / NT 24-45

    Klacht over wilsbekwaamheid testateur. De kamer is van oordeel dat klagers sub 1, 2 en 3 enig redelijk belang hebben bij hun klacht over de wijziging van het testament van de vader. Hun betrokkenheid bij het testament van de vader vloeit voort uit het feit dat klagers erfgenamen bij versterf zijn. Daaruit volgt ook ook dat klager sub 4, de bewindvoerder, enig redelijk belang bij een klacht over het testament van de vader ontbeert. Het vermogen van de vader wordt bij diens leven (en dus tijdens het bewind) door het testament immers niet beïnvloed. De kamer verklaart klager sub 4 daarom niet-ontvankelijk. De omstandigheid dat de vader volgens klagers, die het verzoek tot onderbewindstelling wilden indienen, niet meer in staat was zijn eigen financiën te regelen, betekent nog niet dat ten aanzien van deze relatief beperkte wijziging van zijn testament zijn wil niet zou kunnen bepalen. Relevant is verder dat de vader ten tijde van het passeren van het testament nog zelfstandig woonde. Klagers hebben, nadat aan hen op 9 november 2022 was meegedeeld dat het testament gewijzigd zou worden ten gunste van de ex-vriendin, de wilsbekwaamheid van de vader in relatie tot de wijziging van het testament niet (expliciet) aan de orde gesteld. Zij hadden vooral zorgen over zijn financiële situatie bij leven. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:219 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7790

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager verbleef van 2013 tot 2017 in een specialistisch verpleeghuis. Klager is eenmaal bij de arts, destijds huisarts, op consult geweest. Klager verwijt de arts dat hij adviseerde paracetamol te nemen voor de hoofdpijn. Hij had klager verder moeten onderzoeken. Het college stelt vast dat de arts klager voldoende en zorgvuldig heeft onderzocht. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:19 Kamer voor het notariaat Amsterdam 760306 / NT 24-46

    De klacht is grotendeels gegrond. Van de notaris mocht worden verwacht dat hij erop zou toezien dat bij klagers geen onduidelijkheid bestond over zijn rol. Omdat de notaris ook zelf het testament had verleden waarin erflaatster hem tot executeur had benoemd, mocht van hem ook enige uitleg aan de erfgenamen worden verwacht over het feit dat hij die benoeming niet had aanvaard. De notaris heeft niet zorgvuldig gehandeld door na te laten klagers daarover tijdig te informeren. Omdat uit de e-mail die de notaris na indiening van de klacht aan klagers heeft gezonden blijkt dat hij heeft ingezien dat hij klagers direct op de hoogte had moeten brengen, ziet de kamer aanleiding om de notaris de maatregel van waarschuwing op te leggen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:220 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7789

    Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen een huisarts. Er is een periodevan meer dan tien jaren verstreken sinds het gestelde handelen (of nalaten) is geschied. Het college bespreekt daarom de klacht niet verder inhoudelijk en beslist dat klager niet-ontvankelijk is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:221 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8189

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft door de huisarts een plekje laten verwijderen, later bleek dat dit een dermatofibroom (goedaardige huidtumor) was. Klager verwijt de huisarts dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd en klager niet heeft doorverwezen naar een specialist. Het college oordeelt dat de huisarts op goede gronden heeft voorgesteld het plekje te verwijderen en het plekje ook op de juiste wijze heeft verwijderd. Littekenvorming is inherent aan een dergelijke ingreep en afhankelijk van de genezing van de persoon zelf. Een huisarts hoeft bij een verdenking op een goedaardige tumor in beginsel niet door te verwijzen naar een specialist. Een huisarts is in het algemeen bevoegd en bekwaam een dergelijke tumor zelf te verwijderen en het weefsel op te sturen voor verder onderzoek. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:217 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7979

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft in de praktijk van de huisarts, door de doktersassistente, een griepprik laten zetten. Klager stelt dat de lichamelijke klachten die hij twee maanden na het plaatsen van de griepprik heeft gekregen door het verkeerd zetten van de griepprik zijn ontstaan. Het college concludeert dat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:17 Kamer voor het notariaat Amsterdam 753699 / NT 24-17

    Klager heeft geen redelijk belang bij de klacht over de akte van 2001. Vast staat dat de moeder van klager partij was bij die akte. Zij was belanghebbende bij de beëindiging van de erfdienstbaarheid. Voor het geval dat de moeder van klager hem wel had gemachtigd namens haar de klacht in te dienen, is de klacht niet-ontvankelijk omdat deze niet tijdig is ingediend.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:181 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-068/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de informatievoorziening door de eigen advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager niet schriftelijk te informeren over de termijn voor hoger beroep. Ook heeft hij niet aan klager bevestigd dat hij geen hoger beroep zou instellen. Verweerder heeft klager daarmee de mogelijkheid ontnomen om eventueel een andere advocaat te zoeken voor het instellen van hoger beroep. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:168 Hof van Discipline 's Gravenhage 240383

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Tussen klaagster en haar werkgever speelt de vraag of het advies van de Beoordelingscommissie in het kader van een reorganisatie voor de werkgever bindend was in alle vergelijkbare gevallen of dat het advies enkel zag op de zaak van de een andere werknemer – en niet op die van klaagster - en (slechts) in die zaak bindend is. Klaagster verwijt verweerster – de advocaat van de werkgever - dat zij in dit kader bewust feitelijk onjuiste informatie aan klaagster heeft verschaft. Het hof is – anders dan de raad - van oordeel dat omtrent de vorenbedoelde vraag het door verweerster verwoorde standpunt over de toepasbaarheid van het advies van de Beoordelingscommissie een pleitbaar standpunt was, omdat niet is komen vast te staan dat het standpunt van klaagster de enig juiste uitleg is. Niet gebleken is dan ook dat verweerster bewust onjuiste informatie aan klaagster heeft verschaft. De beroepsgrond van verweerster dat de raad zich heeft begeven op het terrein dat ter beoordeling van de civiele rechter is slaagt. Het hof is van oordeel dat – voor zover dit aan het hof voorligt – alle klachten ongegrond zijn en dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Vernietiging raadsbeslissing

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-393/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding driejaarstermijn. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond, omdat verweerder niet betrokken was bij de zaak van klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:182 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-179/DH/DH

    Deels gegrond verzet. De raad constateert dat de voorzitter een door klagers aangevoerd aspect niet heeft besproken. Verzet daarom gegrond. De raad verklaart de klacht alsnog ongegrond. Verzet voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:169 Hof van Discipline 's Gravenhage 240105

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerder (de advocaat van de oud-werkgever van klager) dat hij onaangekondigd en tegen de wens in van klager tijdens ziekte diens woning heeft betreden en heeft geprobeerd klager te dwingen een (voor klager ongunstige) vaststellingsovereenkomst te ondertekenen. Het hof is van oordeel dat van het rauwelijks voor de deur van klagers woning verschijnen door verweerder een dwang uit ging om de conceptovereenkomst te tekenen. Het hof acht dit handelen van verweerder extra verwijtbaar omdat hier sprake was van een kwetsbare en zieke werknemer. Evenals de raad acht het hof acht de klacht gegrond. Het hof sluit zich aan bij de door de raad opgelegde maatregel van een voorwaardelijke schorsing van 4 weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:176 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-408/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat in hoedanigheid van gedaagde partij in een procedure. Verweerder heeft een toelichting gegeven dat geen evident onpleitbaar standpunt is. Evenmin heeft verweerder het vertrouwen in de advocatuur geschaad door bezwaar te maken tegen het inbrengen van stukken na afloop van de zitting. Klacht kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:177 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-444/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft zijn klacht pas voor het eerst na afronding van de onderzoeksfase bij de deken (zeer) uitvoerig gemotiveerd. De voorzitter acht het in strijd met de goede procesorde om een dergelijke uitbreiding van de klacht in dit stadium nog toe te staan en laat deze aanvullende reactie daarom buiten beschouwing. De klacht is kennelijk ongegrond. Verweerder is niet de patroon van de advocaat-stagiaire. Ook verder is niet gebleken dat hij als procesadvocaat tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.