Zoekresultaten 201-250 van de 47536 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:55 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-231/DB/LI
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:55
Voorzittersbeslissing. Waar verweerster uitdrukkelijk heeft weersproken dat zij aan klager rechtsbijstand heeft verleend en de voorzitter dit ook niet is gebleken uit de overgelegde stukken, kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerster klager heeft bijgestaan. Omdat niet is gebleken dat verweerster klager heeft bijgestaan, mist de klachtonderdeel 1, dat betrekking op de kwaliteit van de dienstverlening, feitelijke grondslag. Klachtonderdeel 1 is dus kennelijk ongegrond. Dat verweerster, in haar hoedanigheid van kantoordirecteur, klager heeft aangesproken op nakoming van de overeengekomen betalingsregeling, maakt niet dat verweerster het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Verweerster mocht klager namens het kantoor verzoeken tot betaling. Klachtonderdeel 2 is kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:5 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/451778 KL RK 25-74
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:5
De notaris is benoemd tot opvolgend executeur in de nalatenschap van de broer van klager. De klacht is niet-ontvankelijk voor zover deze betrekking heeft op andere personen dan de notaris. De klacht is voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:143 Hof van Discipline 's Gravenhage 240046H
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:143
Verzoek om herziening niet-ontvankelijk. De beslissing waar verzoekster zich op heeft beroepen (ECLI:NL:TAHVD:2022:141) betrof een beklag tegen een weigering van een deken om een advocaat toe te wijzen. Voor die procedures op grond van artikel 13 Advocatenwet, waarin de positie van een klager wezenlijk anders is dan in een klachtprocedure, heeft het hof een uitzondering gemaakt. Nu het hier echter een klachtprocedure betreft tegen een andere advocaat doet de uitzondering die het hof heeft gemaakt zich niet voor.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:47 Accountantskamer Zwolle 25/1518 Wtra AK
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:47
Afdoebeslissing. Klacht na zitting ingetrokken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:91 Raad van Discipline Amsterdam 25-693/A/A
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:91
Raadsbeslissing; ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8565
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:104
Klaagster verwijt de klinisch psycholoog dat zij ten onrechte is behandeld voor een persoonlijkheidsstoornis zonder dat een diagnose is gesteld en zonder haar toestemming. De klinisch psycholoog is op basis van een zorgvuldige afweging tot de diagnose gekomen en heeft het diffuse karakter van de problematiek van klaagster in acht genomen. Geen sprake van een onjuiste declaratie. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9017
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:67
Ongegronde klacht tegen een ambulanceverpleegkundige die betrokken is geweest bij de zorg aan klager die op straat was gevallen. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij ten onrechte uit is gegaan van dronkenschap en de mogelijkheid van neurologische problemen niet heeft uitgevraagd/onderzocht. Het college heeft geen contact kunnen krijgen met de verpleegkundige en er is geen verweer gevoerd. Anamnese en lichamelijk onderzoek voldoende. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat onjuiste informatie is vastgelegd in het ritformulier.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:144 Hof van Discipline 's Gravenhage 250334
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:144
Voorvragen over de ontvankelijkheid en omvang van het hoger beroep. Appelverbod. Verder geldt op grond van artikel 57 lid 4 Advocatenwet dat het hof onderzoek doet op grondslag van de beslissing van de raad. Dat betekent dat de klacht niet kan worden uitgebreid in hoger beroep. Hoger beroep ontvankelijk ten aanzien van één van de in totaal vijf klachtonderdelen. Verweerder was de wederpartij van klager in een procedure met betrekking tot de onderbewindstelling van een cliënte van klager. Verweerder was de advocaat van de bewindvoerder /mentor. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat klager zijn cliënte (financieel) heeft benadeeld en is in dat verband een procedure bij de Geschillencommissie Advocatuur gestart. Klagers verwijten verweerder dat hij in die procedure standpunten heeft aangevoerd waarvan hij wist, of behoorde te weten, dat deze onjuist zijn, dan wel zaken heeft weggelaten of onjuist heeft weergegeven. De Raad van Discipline in het ressort Den Haag (hierna: de raad) heeft de klacht ongegrond verklaard. Klagers zijn het met die beslissing niet eens en zijn in hoger beroep gekomen. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:92 Raad van Discipline Amsterdam 25-904/A/A
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:92
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat is in alle onderdelen ongegrond. Het is de raad niet gebleken dat verweerster onvoldoende voortvarend zou hebben opgetreden, of dat sprake is geweest van een verkeerde uitleg aan klager of een ontbrekend inzicht van verweerster.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8417
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:105
Ongegronde klachten tegen een internist-oncoloog en een chirurg. Beide klachten zijn ingediend door de patiënt; de zoon van klager. De patiënt had uitgezaaide galwegkanker in de lever. Na het overlijden van de patiënt heeft klager (de vader) de klacht doorgezet. De patiënt werd behandeld door de internist en geopereerd door de chirurg. Over deze behandelingen/operaties was de patiënt erg ontevreden. De patiënt heeft de internist en chirurg een groot aantal verwijten gemaakt, waaronder medische nalatigheid, schending informed consent en onvoldoende communicatie. De artsen hebben verweer gevoerd. Klachten ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:145 Hof van Discipline 's Gravenhage 250269
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:145
Verweerster was de advocaat van de wederpartij van klaagster in een arbeidsrechtelijk geschil. Verweerster heeft namens haar cliënt de rechtsgeldigheid betwist van een aantal in de arbeidsovereenkomst van haar cliënt opgenomen bedingen. Daarnaast heeft verweerster uitleg gegeven over waarom haar cliënt na zijn uitdiensttreding bij klaagster gebruik is blijven maken van het handelsgegevenssysteem van klaagster. Daarbij heeft verweerster zich volgens klaagster onnodig grievend over klaagster uitgelaten (klachtonderdeel a) en onjuiste informatie aan de rechter verstrekt (klachtonderdeel b). De Raad van Discipline in het ressort Den Haag heeft beide klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klaagster is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld. Het Hof van Discipline bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:93 Raad van Discipline Amsterdam 26-032/A/A
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:93
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is deels gegrond. Verweerder heeft onvoldoende voortvarend opgetreden in zijn bijstand aan klager. Ook heeft verweerder klager niet goed op de hoogte gehouden van de stand van zaken en alle ontwikkelingen in de procedure van klager. Verweerder heeft klager nauwelijks meegenomen in de correspondentie met onder meer de wederpartij en de rechtbank, waardoor klager bijvoorbeeld niet op de hoogte was van de datum van een rolzitting en hij ook over veel overige informatie niet beschikte. Klager heeft bij verweerder meermaals en herhaaldelijk aangedrongen op het verstrekken van informatie en het verkrijgen van duidelijkheid over de voortgang van zijn zaak, maar verweerder gaf hier niet of nauwelijks gehoor aan. Verweerder heeft hiermee niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van hem in de gegeven omstandigheden kon en mocht worden verwacht. Dit valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Mede gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerder, acht de raad de oplegging van een berisping passend.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8418
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:106
Ongegronde klachten tegen een internist-oncoloog en een chirurg. Beide klachten zijn ingediend door de patiënt; de zoon van klager. De patiënt had uitgezaaide galwegkanker in de lever. Na het overlijden van de patiënt heeft klager (de vader) de klacht doorgezet. De patiënt werd behandeld door de internist en geopereerd door de chirurg. Over deze behandelingen/operaties was de patiënt erg ontevreden. De patiënt heeft de internist en chirurg een groot aantal verwijten gemaakt, waaronder medische nalatigheid, schending informed consent en onvoldoende communicatie. De artsen hebben verweer gevoerd. Klachten ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:94 Raad van Discipline Amsterdam 25-707/A/A
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:94
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is in alle onderdelen ongegrond. Het is de raad niet gebleken dat verweerder steken zou hebben laten vallen bij het aanbrengen van de procedure voor een Nederlandse rechter of dat hij op dit punt op enige andere wijze onzorgvuldig heeft gehandeld. Dat verweerder niet in overeenstemming heeft gehandeld met hetgeen er tussen klaagster en hem was afgesproken, is de raad evenmin gebleken. Het verwijt dat verweerder er zorg voor had moeten dragen om de auto aan klaagster ter beschikking te stellen, mist naar het oordeel van de raad feitelijke grondslag.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:95 Raad van Discipline Amsterdam 25-763/A/A
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:95
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtzaak is deels gegrond. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door haar declaraties aan de gezamenlijke onderneming te sturen. Klaagster dreigde hierdoor (aanvankelijk) mee te betalen aan de advocaatkosten van verweerster in een procedure die tegen klaagster zelf werd gevoerd. Alles overziend acht de raad de oplegging van een maatregel in de vorm van een waarschuwing passend.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9098
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:102
Gegronde klacht van de IGJ tegen een klinisch psycholoog. Een patiënte van verweerster heeft voorafgaand aan de behandelsessie psilocybinehoudende truffels gebruikt. Verweerster heeft daarmee ingestemd en de behandelsessies door laten gaan in de wetenschap van dat voorafgaande gebruik. Het staat vast dat verweerster deze behandeling heeft gefaciliteerd en heeft geïncorporeerd de behandeling. Hiermee heeft verweerster de beroepsnorm overschreden. Ook heeft zij hierover geen collegiaal overleg gevoerd en is zij tekortgeschoten in de dossierplicht. Verweerster heeft voorts als coach een tweedaagse retreat met psilocybine aangeboden. Dit heeft een dusdanige verwevenheid met haar BIG-registratie, valt onder de tweede tuchtnorm, en is in strijd met deze norm. Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing van zes maanden, proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:46 Accountantskamer Zwolle 25/1885 Wtra AK
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:46
Afdoebeslissing. Klacht na zitting ingetrokken.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9099
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:103
Gegronde klacht van de IGJ tegen een psychotherapeut. Een patiënte van verweerster heeft voorafgaand aan de behandelsessie psilocybinehoudende truffels gebruikt. Verweerster heeft daarmee ingestemd en de behandelsessies door laten gaan in de wetenschap van dat voorafgaande gebruik. Het staat vast dat verweerster deze behandeling heeft gefaciliteerd en heeft geïncorporeerd de behandeling. Hiermee heeft verweerster de beroepsnorm overschreden. Ook heeft zij hierover geen collegiaal overleg gevoerd en is zij tekortgeschoten in de dossierplicht. Verweerster heeft voorts als coach een tweedaagse retreat met psilocybine aangeboden. Dit heeft een dusdanige verwevenheid met haar BIG-registratie, valt onder de tweede tuchtnorm, en is in strijd met deze norm. Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing van zes maanden, proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:3 Kamer voor het notariaat Amsterdam 776618 / NT 25-34
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 21-04-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:3
Klacht 1. De kamer is van oordeel dat de notaris tijdens de bespreking van 5 maart weliswaar heeft geprobeerd klaagster en haar moeder correct voor te lichten, maar dat de notaris niet adequaat is omgegaan met de – naar het oordeel van de kamer – duidelijk hoorbare verwarring bij klaagster. (...) Het had in de gegeven omstandigheden eerder op de weg van de notaris gelegen om klaagster en haar moeder na de bespreking schriftelijk te berichten over hetgeen besproken was en de nog door de moeder van klaagster te ondernemen stappen samen te vatten. Dit geldt vooral waar klaagster, die ook aan de notaris had duidelijk gemaakt ernstig autistisch te zijn, de notaris kort na de bespreking duidelijk heeft gemaakt een en ander niet te begrijpen en hem heeft gevraagd uit te leggen hoe de schenking van de resterende € 4.000 gerealiseerd moest worden. Dat de notaris dit heeft nagelaten, is in strijd met de op hem rustende zorgplicht en valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Dat er uit de bespreking geen opdracht is voortgevloeid en dat de notaris geen kosten in rekening heeft gebracht, zoals door de notaris ter zitting aangevoerd, doet hier niet aan af. (...) De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook gegrond verklaren. Maatregel: berisping. Klacht 2. Ter zitting heeft de notaris verklaard dat hij geen opdracht heeft gekregen voor de notariële boedelafwikkeling. De kamer heeft geen reden hieraan te twijfelen en klaagster heeft ook niet onderbouwd dat zij de notaris hiervoor wel opdracht heeft gegeven. Dat de notaris de boedelafwikkeling niet op zich heeft genomen, is hem daarom niet tuchtrechtelijk te verwijten. De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook ongegrond verklaren. Klacht 3. Uit de door de notaris afgegeven verklaring van erfrecht blijkt dat klaagster en haar twee broers gedrieën gezamenlijk bevoegd zijn om de goederen die behoren tot de nalatenschap van moeder te beheren en daarover te beschikken. (...) Wat zich precies bij de bank heeft afgespeeld en om welke handtekening het ging waardoor klaagster haar broers ‘vrij spel’ zou geven, is de kamer niet duidelijk geworden. Desgevraagd heeft klaagster niet kunnen uitleggen waarvoor zij destijds haar handtekening moest zetten. Nu de inhoud van de verklaring van erfrecht geen onderwerp is van de klacht en het de kamer niet is gebleken dat de notaris klaagster hierover onjuist heeft geïnformeerd, zal de kamer ook dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:112 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-212/AL/MN
- Datum publicatie: 07-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:112
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil Verweerster mocht uitgaan van de juistheid van de informatie die zij van haar cliënte kreeg. Niet gebleken dat er onjuiste informatie is opgenomen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:140 Hof van Discipline 's Gravenhage 250283
- Datum publicatie: 07-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:140
Het hof onderschrijft het oordeel van de raad dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld doordat hij in een familierechterlijk geschil onjuiste en schadelijke informatie over klager heeft verspreid. Verweerder heeft in de door hem ingediende processtukken in de procedure tussen zijn cliënte en klager over een omgangsregeling diverse zeer negatieve uitlatingen en beschuldigingen over klager gedaan, onder meer over het drugsgebruik van klager. Het hof is van oordeel dat verweerder, op basis van (een gebrek aan) de informatie die verweerder op het moment van deze uitlatingen had, niet deze sterk negatieve uitspraken en beschuldigingen aan het adres van klager had mogen doen. Verweerder heeft hiermee de belangen van klager in het familierechtelijk geschil onnodig geschaad. .
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:141 Hof van Discipline 's Gravenhage 250274
- Datum publicatie: 07-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:141
Verweerder heeft de opdracht tot het bijstaan van klager in een cassatieprocedure aanvaard. In de opdrachtbevestiging die aan klager is gestuurd, zijn de argumenten die de gemachtigde van klager naar voren gebracht wilde zien, niet opgenomen. Verweerder heeft vervolgens zonder overleg met klager of zijn gemachtigde een cassatieschriftuur ingediend bij de Hoge Raad. Ook daarin zijn de door gemachtigde van klager voorgestane argumenten niet opgenomen. Verweerder heeft verklaard dat hij dit telefonisch met klager heeft afgestemd, echter een schriftelijke bevestiging hiervan ontbreekt. Het hof is van oordeel dat het van essentieel belang is dat een advocaat belangrijke afspraken met de client schriftelijk vastlegt. In de -zeer korte- opdrachtbevestiging staan geen afspraken over de aanpak van de zaak. Indien verweerder de argumenten die klager, bij monde van zijn gemachtigde, niet aan de Hoge Raad had willen voorleggen, dan past dat enerzijds bij de vrijheid die de advocaat heeft met betrekking tot de wijze waarop hij een zaak behandelt, maar geldt anderzijds dat verweerder daarover bij aanvaarding van de opdracht of nadien duidelijk had moeten zijn. Verweerder heeft op geen enkel moment, tijdens de aanvaarding van de opdracht noch daarna toen hij er achter kwam dat hij de argumenten die gemachtigde van klager niet wilde gebruiken, gecommuniceerd dat hij niet bereid was om deze argumenten in rechte naar voren te brengen. Verweerder heeft evenmin gevraagd of klager dan nog wel wilde dat hij in de cassatieprocedure voor hem zou optreden. Als verweerder telefonisch met klager heeft besproken dat hij de argumenten van de gemachtigde van klager niet zou opnemen, dan had verweerder dit schriftelijk moeten vastleggen. Dat heeft verweerder niet gedaan. Het verwijt van klager dat verweerder zijn werkzaamheden heeft verricht zónder acht te slaan op de specifieke wensen van klager, wordt versterkt doordat verweerder de cassatieschriftuur heeft ingediend zonder het concept aan klager voor te leggen. Als hij dat had gedaan, dan had klager -of zijn gemachtigde- gezien dat daarin niet stond wat de gemachtigde namens klager had gevraagd. Het argument van verweerder dat hij dominus litis is, maakt niet dat hij zonder meer zonder overleg met zijn client mag handelen. Als verweerder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid als advocaat bepaalde argumenten niet naar voren had willen brengen, dan had hij dit moeten communiceren en in het meest verstrekkende geval de opdracht terug moeten geven. Verweerder heeft niet juist gehandeld door de opdracht aan te nemen en vervolgens -zonder communicatie met de client- zijn eigen gang te gaan bij de uitvoering van die opdracht. Hij heeft hierbij de wensen die namens zijn waren geuit genegeerd. Dat is een taakopvatting die niet bij de advocatuur past. Gezien de aard en de ernst van de in hoger beroep gegrond verklaarde klachtonderdelen, ziet het hof aanleiding de maatregel te verzwaren en over te gaan tot de oplegging van een berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:110 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-193/AL/OV
- Datum publicatie: 07-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:110
Voorzittersbeslissing over advocaat van de wederpartij van klaagster in een familierechtelijk geschil. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder afgaan op de van zijn cliënt verkregen informatie zonder nader onderzoek. Van misleiding van de rechter door verweerder is de voorzitter niet gebleken. Alhoewel de verwisseling van de namen van de zoons in het processtuk slordig was, is dat alleen nog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:142 Hof van Discipline 's Gravenhage 260112
- Datum publicatie: 07-05-2026
- Datum uitspraak: 07-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:142
De beslissing van de deken om een klacht over een advocaat al dan niet in behandeling te nemen en daarnaar een onderzoek te verrichten, is een procedurele beslissing van de deken en het klachtrecht is geen middel om een dergelijke beslissing van de deken ter discussie te stellen. In artikel 46e Advocatenwet staat dat wanneer het griffierecht niet binnen de daarvoor gegeven termijn wordt betaald, de deken de klacht niet ter kennis van de raad brengt. Voor wat betreft de heffing van het griffierecht handelt de deken dus in overeenstemming met de Advocatenwet. Het klachtrecht is evenmin een middel om dat ter discussie te stellen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:111 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-199/AL/MN
- Datum publicatie: 07-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:111
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een letselschadeprocedure. Niet gebleken dat belangrijke informatie ontbreekt in het dossier. Verweerster mocht klager adviseren om in te stemmen met een minnelijke regeling, omdat zij weinig kans zag in een procedure. Verweerster heeft het dossier tijdig aan klager verstrekt. Ook mocht zij de potentieel opvolgend advocaat inlichten over de stand van zaken in het dossier. Niet Verweerster heeft tot slot wel degelijk om voorschotten gevraagd. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:99 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-893/DH/RO 26-039/DH/RO 25-845/DH/RO/D
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:99
Dekenbezwaar en twee klachtzaken. Verweerder heeft delen van zijn dossier uit een persgevoelige gewelds- en zedenzaak in een openbare prullenbak weggegooid. Het vertrouwen in de advocatuur is ernstig geschaad. Maatregelverweer slaagt niet. Voorwaardelijke schorsing van 2 weken met als bijzondere voorwaarde een coachingstraject. Toewijzing proceskostenvergoeding aan klaagsters. Eén gezamenlijke proceskostenveroordeling voor kosten van de NOvA en Staat.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7701
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 06-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:85
De ouders van een patiënte die door suïcide overleed, dienden een klacht in tegen haar psychiater, tevens geneesheer-directeur. Zij verwijten hem onder meer dat hij geen gedwongen opname heeft geregeld, geen medicatie heeft verstrekt bij ontslag, het medisch dossier niet heeft gedeeld en het overlijden niet heeft gemeld als calamiteit. Het tuchtcollege oordeelt dat de klacht ongegrond is. Het ingezette en door de psychiater, gedurende de paar dagen dat hij behandelaar was, voortgezette behandelbeleid (gericht op meer autonomie) was volgens de professionele normen en gezien de voorgeschiedenis van de patiënte verdedigbaar. De psychiater was niet betrokken bij het verstrekken van het medisch dossier en de medicatie bij ontslag. Hij was als geneesheer-directeur niet verantwoordelijk voor het melden van een calamiteit. Daarnaast was er geen sprake van fouten in de zorg die een melding verplicht maakten.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:93 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-145/DH/DH
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:93
Voorzittersbeslissing. Klacht over privékwestie van de advocaat. Klacht deels kennelijkniet-ontvankelijk: klaagster heeft geen rechtstreeks belang bij de klacht over misbruik van toevoeging, nog los van het feit dat niet kan worden vastgesteld dat verweerster een toevoeging heeft aangevraagd. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond, omdat niet is gebleken dat verweerster zich in de kwestie in de privésfeer heeft gedragen op een wijze waardoor het vertrouwen in de advocatuur wordt geschaad.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8843
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 06-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:86
De inspectie verwijt de arts dat hij in de periode van juli 2021 tot en met februari 2022 ongeoorloofd off-label ivermectine en hydroxychloroquine heeft voorgeschreven voor de behandeling en/of preventie van COVID-19 en dat hij daarbij tevens in strijd heeft gehandeld met de destijds geldende normen voor het op afstand voorschrijven van medicatie. Daarnaast verwijt de inspectie de arts dat hij onvoldoende heeft samengewerkt met andere behandelaren. Het college komt tot het oordeel dat de arts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en de klacht gegrond is. Het college legt de arts de maatregel van berisping op en besluit tot openbaarmaking van die maatregel in het BIG-register.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:100 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-585/DH/DH
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:100
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:94 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-146/DH/DH
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:94
Voorzittersbeslissing. Klacht over privékwestie van de advocaat. Klacht deels kennelijkniet-ontvankelijk: klaagster heeft geen rechtstreeks belang bij de klacht over misbruik van toevoeging, nog los van het feit dat niet kan worden vastgesteld dat verweerster een toevoeging heeft aangevraagd. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond, omdat niet is gebleken dat verweerster zich in de kwestie in de privésfeer heeft gedragen op een wijze waardoor het vertrouwen in de advocatuur wordt geschaad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:139 Hof van Discipline 's Gravenhage 250222
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:139
Het betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft in een geschil tussen klagers en de Stichting T -de opdrachtgever van verweerster- de (historische) adresgegevens van klager sub 1 opgevraagd bij de afdeling burgerzaken van de gemeente. De raad heeft geoordeeld dat genoegzaam is gebleken dat verweerster het verzoek aan de gemeente heeft gedaan met het doel om bewijs te vergaren. Bewijsvergaring mag echter geen reden zijn voor het opvragen van een uittreksel uit de bedoelde registers. Daarnaast heeft verweerster in strijd gehandeld met gedragsregel 25 doordat zij bij brief van 16 februari 2024 rechtstreeks contact heeft opgenomen met klager. De klacht is gegrond verklaard en aan verweerster is de maatregel van berisping opgelegd. Verweerster heeft hiervan beroep ingesteld. Klachtonderdeel 1 opvragen gegevens Het hof stelt vast dat de zaak waarin verweerster optrad voor Stichting T niet kan worden gekwalificeerd als een eenvoudig koop-verkoopgeschil. Gelet op de vordering van Stichting T onderschrijft het hof het standpunt van verweerster dat in deze zaak sprake is van een maatschappelijk belang. Hierbij speelt een rol dat niet alleen is gevraagd om klager sub 1 te veroordelen om de woning terug te geven op grond van artikel 5 MGE (de koop-verkoop) maar dat ook is gevorderd om een bedrag € 160.000,= aan boete toe te wijzen op grond van artikel 9 van de MGE (de zelfbewoningsplicht). Voor de laatste vordering had Stichting T het uittreksel BRP nodig. Nu de cliënte van verweerster naar het oordeel van het hof inderdaad de bevoegdheid had om het uittreksel BRP op te vragen bij de gemeente, gold deze bevoegdheid ook voor verweerster als de advocaat van de Stichting T. Anders dan de raad is het hof dan ook van oordeel dat verweerster met het opvragen van het uittreksel niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.Klachtonderdeel 2 rechtstreeks aanschrijven Het hof onderschrijft het oordeel van de raad dat verweerster had kunnen volstaan met verzending van een (aangetekende) brief aan klager sub 2, nu zij wist dat die optrad als gemachtigde van klager sub 1. Verweerster heeft hiermee gedragsregel 25 geschonden. Omdat klachtonderdeel 1 ongegrond is, matigt het hof de door de raad opgelegde maatregel tot een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:101 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-478/DH/DH
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:101
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:95 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-156/DH/RO
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:95
Voorzittersbeslissing. Niet gebleken dat een overeenkomst van opdracht is ontstaan. Verweerster kan niet worden verplicht een zaak in behandeling te nemen als zij meent dat deze kansloos is. Geen ongeoorloofde druk door strafrechtelijke aangifte en een dagvaarding aan te kondigen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:102 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-345/DH/DH
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:102
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:96 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-169/DH/DH
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:96
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil. Niet gebleken is dat verweerder vervalste documenten heeft ingediend. Ook mocht hij vragen om beveiligingsmaatregelen tijdens een zitting. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8462
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 06-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:82
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster, echtgenote van de overleden patiënt, verwijt de huisarts dat hij bij een consult onvoldoende onderzoek heeft gedaan, een onjuiste diagnose (virusinfectie) heeft gesteld en een hartinfarct heeft gemist.Het tuchtcollege oordeelt dat de huisarts heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwame huisarts verwacht mag worden. Op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek waren er geen aanwijzingen voor een hartinfarct en was aanvullend onderzoek niet geïndiceerd. Dat later een hartinfarct werd vastgesteld, maakt dit niet anders. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9142
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 06-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:101
Voorzittersbeslissing. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zonder overleg en toestemming een verwijzing heeft gestuurd naar een neuroloog en dat aan klaagster geen verwijsbrief is gestuurd of gegeven. De voorzitter concludeert op basis van het medisch dossier dat er een consult heeft plaatsgevonden waarin de verwijzing naar de neuroloog is besproken. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:90 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-587/DH/DH
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:90
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:103 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-190/DH/DH
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 06-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:103
Voorzittersbeslissing. Ontvankelijkheidsverweren slagen niet. Klacht over het (willen) vorderen van een daadwerkelijke proceskostenveroordeling kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:97 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-125/DH/DH
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 22-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:97
Voorzittersbeslissing. Klacht over liegen in de tuchtprocedure kennelijk ongegrond. Klacht voor het overige kennelijk niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8053
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 06-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:83
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster, echtgenote van de overleden patiënt, verwijt de huisarts dat geen aanvullend onderzoek (bloedonderzoek en röntgenfoto) is verricht, dat de patiënt ten onrechte met de diagnose griep/COPD-exacerbatie naar huis is gestuurd en dat sprake was van onheuse bejegening.Het tuchtcollege oordeelt dat de huisarts op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek in redelijkheid tot haar diagnose en beleid kon komen en dat aanvullend onderzoek niet geïndiceerd was. De gestelde onheuse bejegening kan niet worden vastgesteld. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:91 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-626/DH/DH
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:91
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:98 Raad van Discipline 's-Gravenhage zaak 25-881/DH/RO
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:98
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een arbeidsrechtelijk geschil. Het stond verweerder vrij om geen procedure te starten omdat hij vond dat het causaal verband onvoldoende bewezen kon worden. Ook is het begrijpelijk dat verweerder geen procedure wilde starten over onderwerpen waarover al finale kwijting was verleend. Verweerder was niet gehouden om werkzaamheden te verrichten voordat de eigen bijdrage was betaald. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8095
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 06-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:84
Klaagster heeft ernstige psychische problemen en wordt in 2024 met een zorgmachtiging opgenomen in een psychiatrische instelling. Zij dient een klacht in tegen de psychiater over maatregelen die op een specifieke dag zijn genomen, zoals het innemen van haar telefoon, en dat sprake is van gebrekkig overleg, intimidatie, onjuiste uitspraken over autisme en onjuiste dossiervoering. Het tuchtcollege acht de klacht ongegrond. De maatregelen die zijn ingezet waren gerechtvaardigd, proportioneel en zorgvuldig, er was geen sprake van intimidatie of onjuiste uitspraken over autisme en het dossier is correct bijgehouden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:92 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2973
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 06-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:92
Klacht tegen een huisarts. Klager heeft door de huisarts een kleine, donkere, onderhuidse zwelling op zijn bovenbeen laten verwijderen. Uit pathologisch onderzoek bleek dat dit een dermatofibroom was. Klager verwijt de huisarts onder meer dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:92 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-144/DH/DH
- Datum publicatie: 06-05-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:92
Voorzittersbeslissing. Klacht over een piketadvocaat. Hoewel fysieke aanwezigheid van de advocaat bij een verhoor sterk de voorkeur verdient, is telefonische bijstand niet klachtwaardig. De rol van de advocaat tijdens een verhoor is om ervoor te zorgen dat de rechten van de verdachte zijn gewaarborgd, dat hij niet onder oneigenlijke druk wordt gezet en dat het verhoor ordentelijk verloopt. Als dat zo is, is ingrijpen van de advocaat niet nodig. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:137 Hof van Discipline 's Gravenhage 250426
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:137
Klacht over de advocaat van de wederpartij. Geen strijd met ne-bis-in-idembeginsel omdat de klacht van klaagster niet gelijk is aan een eerdere klacht waarop onherroepelijk is beslist. De onderhavige klacht heeft betrekking op een ander document dat door verweerster in een andere procedure tussen klaagster en de cliënte van verweerster in het geding is gebracht. Het indienen van de klacht is evenmin in strijd met de beginselen van behoorlijk tuchtprocesrecht. Klaagster is ontvankelijk; de klacht wordt ook in beroep door het hof ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:131 Hof van Discipline 's Gravenhage 250343
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:131
Bekrachtiging beslissing raad. Klacht over de dienstverlening door verweerder en de wijze waarop verweerder die dienstverlening vormgeeft qua inhoud en qua communicatie. De dienstverlening in de zaak van klaagster was ondermaats en het hof is met de raad van oordeel dat verweerder daarin op verschillende manieren is tekortgeschoten. Mede rekening houdend met de beide andere tuchtzaken tegen verweerder waarin gelijktijdig is beslist, volgt de maatregel van schrapping van het tableau (zie beslissing 250246D).
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:138 Hof van Discipline 's Gravenhage 250467
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:138
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft op goede gronden geweigerd om aan klagers herhaalde verzoek te voldoen. Zij heeft eerder een advocaat aangewezen voor het hoger beroep dat klager wilde instellen tegen een vonnis van de kantonrechter. Dat de aangewezen advocaat na het geven van een procesadvies klager niet heeft willen bijstaan omdat een hoger beroep naar verwachting zou leiden tot bevestiging van het vonnis in eerste aanleg, is geen reden voor aanwijzing van een nieuwe advocaat. Van belang is in dit geval dat de aangewezen advocaat de beslissing heeft gebaseerd op een inhoudelijk voldoende onderbouwd procesadvies. Het hof is daarbij niet gebleken van de door klager gestelde “ondermijnende voorwaarden” die volgens klager aan de eerdere aanwijzing zouden zijn verbonden.