ECLI:NL:TNORDHA:2026:17 Kamer voor het notariaat Den Haag 26-18
| ECLI: | ECLI:NL:TNORDHA:2026:17 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 15-07-2026 |
| Datum publicatie: | 22-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-18 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht, subonderwerp: Nalatenschap |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | De notaris was verzocht om de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster in behandeling te nemen. Klaagster verwijt de notaris onder andere onvoldoende duidelijkheid over haar rol, structureel negeren van correspondentie en schijn van partijdigheid. De klacht is op alle onderdelen ongegrond verklaard. |
Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag
Beslissing d.d. 15 juli 2026 inzake de klacht onder nummer 26-18 van:
[klaagster],
hierna: klaagster,
tegen:
[notaris],
notaris, gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de notaris.
1. Het procesverloop
1.1 De kamer heeft kennisgenomen van de klacht, met bijlagen, ingekomen op 22 februari 2026.
1.2 De kamer heeft het antwoord van de notaris, met bijlagen, ontvangen.
1.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 juni 2026. Daarbij waren aanwezig klaagster en de notaris. Van de mondelinge behandeling zijn schriftelijke aantekeningen gemaakt. Klaagster heeft pleitnotities overgelegd.
2. De feiten
2.1 Op 17 juni 2023 is mevrouw [A], de moeder van klaagster, (hierna te noemen: erflaatster) overleden.
2.2 Bij testament van 24 juni 1999, verleden voor mr. [B], destijds notaris te ’s-Gravenhage, heeft erflaatster haar drie kinderen, te weten klaagster, dochter [C] (de zus) en zoon [D], benoemd tot erfgenamen.
2.3 De zus is in het testament benoemd tot executeur. De nalatenschap bestond uit een woning, een garage, een berging en inboedelgoederen.
2.4 De zus heeft in de hoedanigheid van executeur notaris mr. [E], notaris te [vestigingsplaats] en kantoorgenoot van de notaris, verzocht om de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster in behandeling te nemen. Bij e-mail van 29 juni 2023 heeft notaris [E] de erfgenamen hierover geïnformeerd.
2.5 Op 10 augustus 2023 heeft de notaris een verklaring van erfrecht en executele afgegeven.
2.6 Vanwege de verstoorde verstandhouding tussen de erfgenamen, waarbij de broer en de zus enerzijds en klaagster anderzijds tegenover elkaar stonden, heeft klaagster op 30 oktober 2023 een bespreking met de notaris aangevraagd.
2.7 Op 15 november 2023 heeft deze bespreking plaatsgevonden. Alle erfgenamen waren aanwezig, waarbij klaagster werd bijgestaan door adviseur mr. [F], notaris te [vestigingsplaats]. In plaats van notaris [E] was de notaris namens het notariskantoor aanwezig.
2.8 De gemaakte afspraken zijn schriftelijk door de notaris vastgelegd in een verslag, dat op 28 november 2023 per e-mail aan de erfgenamen is gestuurd.
3. De klacht
3.1 Klaagster verwijt de notaris het volgende:
onvoldoende duidelijkheid over de rol van de notaris
Klaagster was in de veronderstelling dat de notaris de rol van boedelnotaris had bij de afwikkeling van de nalatenschap. De notaris heeft verzuimd aan te geven dat zij geen boedelnotaris was.
Omdat de notaris steeds correspondeerde met alle erfgenamen en zij optrad als centraal aanspreekpunt mocht klaagster erop vertrouwen dat de notaris boedelnotaris was.
structureel negeren van correspondentie
Op verzoek van klaagster heeft het notariskantoor vanaf de aanvang van de dossierbehandeling uitsluitend schriftelijk met haar gecommuniceerd. Vanaf april 2024 verliep de correspondentie alleen nog via de advocaat van klaagster (eerst mr. Steehouwer-Mollema opgevolgd voor mr. Devis beiden van DAS Rechtsbijstand).
De notaris heeft structureel een deel van de e-mails van klaagster niet of veel later (deels) beantwoord, e-mails van de advocaat genegeerd, voorstellen tot verdeling genegeerd en inhoudelijke vragen onbeantwoord gelaten.
Ook herhaalde verzoeken om alsnog te reageren zijn onbeantwoord gebleven.
onvoldoende zorgvuldig omgaan met betwiste gegevens in de boedelbeschrijving en aangifte erfbelasting
Klaagster heeft de notaris gewezen op onjuistheden en omissies in de door de executeur opgestelde boedelbeschrijving. Desondanks heeft de notaris geen nader onderzoek verricht en heeft zij geen correctie aangebracht. De aangifte erfbelasting is ingediend op basis van deze onjuiste gegevens.
tekortgeschoten in transparante informatievoorziening bij de verkoop van het vastgoed en de verdwenen te veilen goederen en opbrengst
Klaagster is niet of nauwelijks geïnformeerd over de voortgang van de verkoop van het vastgoed.
Het vastgoed is ontruimd, maar de getaxeerde goederen zijn verdwenen. Deze goederen vertegenwoordigen wel een waarde in de boedelbeschrijving en de aangifte erfbelasting.
Zonder medeweten en akkoord van klaagster zijn er voor het ondertekenen van de koopcontracten en het storten van de borg breekwerkzaamheden verricht.
In de koopovereenkomsten zijn door de notaris fouten gemaakt. De berging bleek niet bij de woning verkocht, maar bij de garage, hetgeen van invloed kon zijn op de verdeling. Er stonden meerdere fouten in de conceptakten. De advocaat heeft hiervan melding gemaakt bij de notaris. Het herstel van de fouten is door de notaris gefactureerd.
Een ander notariskantoor heeft tegen de afspraken in en zonder akkoord van klaagster de akte van levering van de woning gepasseerd.
De notaris weigerde de nota van afrekening aan klaagster te verstrekken en verwees naar het notariskantoor die de akte had gepasseerd.
bij de inboedelverdeling onvoldoende evenwicht en zorgvuldigheid betracht
De notaris heeft onjuiste informatie over de gang van zaken verstrekt. Tot op heden heeft dat de afwikkeling van de nalatenschap vertraagd, omdat de andere twee erfgenamen deze feitelijke onjuistheden steeds weer als feiten misbruiken. Voorbeelden zijn dat de notaris in haar e-mail van 5 maart 2024 stelde dat klaagster nog goederen uit de woning moest halen, terwijl klaagster dat op 10 januari 2024 al gedaan had. Verder stelde de notaris dat de wijze van verloten tijdens de bespreking op 15 november 2023 was besproken en dat klaagster zich had uitgesproken tegen het systeem van dozen en stickeren, hetgeen beide onjuist is.
schijn van partijdigheid
Meerdere malen heeft klaagster aangegeven niet akkoord te gaan met het systeem van verloting voor de verdeling van de inboedelgoederen. Bij een “twee tegen een”- situatie kan dit tot een oneerlijke verdeling leiden. Desondanks werd het verlotingssysteem steeds opnieuw door de notaris voorgesteld. Daarbij is door de notaris een verlootlijst opgesteld, waarbij onterecht en ongevraagd gebruik is gemaakt van de door klaagster zelf opgestelde voorstellijst die hier nadrukkelijk niet voor bedoeld was. Op verzoek van de executeur/andere erfgenamen zijn een aantal door klaagster gewenste goederen van de verlootlijst verwijderd. Verder is de waarde van de inboedelgoederen gewijzigd en verwijderd. De notaris heeft klaagster hierover niet geïnformeerd. In een situatie waarin er twee erfgenamen tegenover een erfgenaam staan had de notaris extra zorgvuldig moeten zijn.
neerleggen van werkzaamheden
Nadat klaagster had aangegeven niet akkoord te zijn met de voorgestelde wijze van verloting en verdeling heeft de notaris in 2025 de werkzaamheden neergelegd. Klaagster voelde zich hierdoor onder druk gezet.
4. Het verweer
4.1 De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Daarop zal – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna worden ingegaan.
5. De beoordeling van de klacht
5.1 Ter beoordeling van de kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.
5.2 Over klachtonderdeel 1 overweegt de kamer het volgende. De notaris erkent dat zij, toen zij in brieven van klaagster werd aangeduid als boedelnotaris, die aanduiding niet (de kamer begrijpt: eigener beweging) heeft weersproken. Niet is echter gebleken dat er daardoor onduidelijkheid was over de rol van de notaris bij de afhandeling van deze nalatenschap. Uit de door de notaris opgestelde weergave van de bespreking op 15 november 2023 tussen de erfgenamen en de notaris blijkt dat die rol inhoudelijk duidelijk was. Mr. [F] heeft als adviseur van klaagster akkoord gegeven op het besprekingsverslag. Evenmin hoefde de notaris duidelijk te zijn dat dit specifieke punt van boedelnotaris zijn een belangrijk vraagpunt voor klaagster was. Klaagster heeft daarover immers niet concreet duidelijkheid gevraagd en die, hoewel ze bekend was met het doen van naslag in het boedelregister, ook zelf niet gezocht. Het klachtonderdeel is ongegrond.
5.3 Ten aanzien van klachtonderdelen 2 en 3 overweegt de kamer als volgt. Duidelijk is dat er in het dossier veel is gecommuniceerd, ook tussen de erfgenamen onderling, waarvan een van hen tevens executeur was. Dat de verhouding tussen de erfgenamen niet goed was en zij het oneens waren, is ook duidelijk. Uit de door beide partijen overgelegde tijdslijnen blijkt echter niet dat het dossier heeft stilgelegen. De notaris is voldoende voortvarend de afspraken van 15 november 2023 nagekomen. Enkel op de e-mail van klaagster van 6 maart 2024 is door de notaris niet gereageerd. De kamer ziet geen grond voor het oordeel dat de notaris klaagster structureel heeft genegeerd of anderszins onnodig vertraging heeft veroorzaakt in de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster. Van klachtwaardig handelen is dan ook niet gebleken. Verder zijn de opmerkingen van klaagster op de aangifte erfbelasting door de notaris doorgestuurd naar de zus. De notaris heeft zich bij het opstellen en indienen van de aangifte erfbelasting gebaseerd op de informatie van de zus als executeur.
Deze klachtonderdelen zijn ongegrond.
5.4 Over klachtonderdeel 4 overweegt de kamer het volgende. Vast staat dat de zus als executeur het beheer voerde over de nalatenschap en niet de notaris. Klaagster was hiervan op de hoogte. Omdat de erfgenamen een geschil hadden over de in de woning aanwezige inboedel, heeft de verkoop lang geduurd. Uiteindelijk zijn zaken enkel getaxeerd, maar niet geveild, omdat er geen overeenstemming was. Gebleken is dat bij de verkoop van de woning in verband met mogelijk aanwezig asbest breekwerkzaamheden zijn verricht. De makelaar was daarbij aanwezig. De notaris ontving pas naderhand bericht hierover. Per abuis waren de garage en de berging niet correct opgenomen in de koopovereenkomsten. In goed overleg is deze omissie tijdens het proces van de levering hersteld. Voor de kopers was er geen twijfel wat aan hen was verkocht en was er geen gevaar voor de verkoopopbrengst. In verband met persoonlijke omstandigheden wenste de koper van de woning dat de levering bij een andere notaris zou plaatsvinden. Dit is aan de erfgenamen gecommuniceerd en stond ook vermeld in de koopovereenkomst. Omdat de levering van de woning bij een andere notaris had plaatsgevonden beschikte de notaris niet over de nota van afrekening. Om die reden heeft de notaris klaagster verwezen naar de andere notaris. Ter zitting is betwist dat, voor zover sprake is geweest van meerdere fouten die zijn hersteld, de daarmee gemoeide werkzaamheden aan de erfgenamen in rekening zijn gebracht. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
5.5 Wat betreft klachtonderdeel 5 het volgende. Vast staat dat de notaris de wijze van verloten met de erfgenamen heeft besproken. Dit voorstel is uiteindelijk niet gevolgd, omdat klaagster zich niet kon verenigen met de voorgestelde wijze van verloting. Van enig klachtwaardig handelen en/of nalaten van de notaris is niet gebleken. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
5.6 Klachtonderdeel 6 is ook ongegrond. De notaris heeft de erfgenamen herhaaldelijk erop gewezen dat zij zich, indien zij geen overeenstemming konden bereiken over de afwikkeling van de nalatenschap, tot de rechter konden wenden voor een beslissing. Daaruit en ook overigens uit het dossier blijkt dat de notaris haar rol als neutrale derde heeft vervuld. In die hoedanigheid heeft zij ook mogelijke oplossingen voorgesteld, maar beslissingen aan de gezamenlijke erfgenamen heeft gelaten. Voor partijdigheid van de notaris en zelfs voor de schijn van partijdigheid is geen begin van aannemelijkheid.
5.7 In diezelfde lijn is ook klachtonderdeel 7 ongegrond. De notaris heeft de erfgenamen meegedeeld dat haar taak zou eindigen indien zij niet gezamenlijk tot overeenstemming over de afwikkeling van de nalatenschap zouden komen. Het in het vooruitzicht stellen van het einde van de dienstverlening kan moeilijk als drukmiddel of dreigement worden gezien; als neutrale derde resteerde voor de notaris immers inderdaad geen andere redelijke mogelijkheid. Het verwijt dat klaagster de notaris in dit klachtonderdeel maakt is overigens te meer opmerkelijk omdat de advocaat van klaagster de notaris op 19 maart 2025 namens klaagster verzocht de werkzaamheden per direct te beëindigen.
5.8 Van enig klachtwaardig handelen van de notaris is niet gebleken. De kamer zal de klacht dan ook op alle onderdelen ongegrond verklaren.
BESLISSING
De kamer voor het notariaat:
verklaart de klacht op alle onderdelen ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. G.H.M. Smelt, voorzitter, R.R. Roukema en M. Zwankhuizen, in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.
Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. Het beroepschrift dient binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief door het Hof te zijn ontvangen, waarbij de datum van ontvangst door het Hof bepalend is.