ECLI:NL:TGZRZWO:2026:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9492
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:115 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-07-2026 |
| Datum publicatie: | 21-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/9492 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen een tandarts kennelijk ongegrond. Klaagster bezocht de tandarts diverse keren in verband met pijnklachten. Uiteindelijk moest er een kies verwijderd worden. Klaagster verwijt de tandarts, samengevat, nalatigheid, onvoldoende informatieverstrekking en het niet serieus nemen van de klachten van klaagster. Het college oordeelt dat de tandarts klaagster voldoende heeft voorgelicht en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG ZWOLLE
Beslissing in raadkamer van 17 juli 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klaagster,
tegen
C,
tandarts,
werkzaam in B,
verweerster, hierna ook: de tandarts,
gemachtigde: mr. S.J. Muntinga.
1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster bezocht de tandarts diverse keren in verband met pijnklachten. Uiteindelijk
moest er een kies verwijderd worden. Klaagster verwijt de tandarts, samengevat, nalatigheid,
onvoldoende informatieverstrekking en het niet serieus nemen van de klachten van klaagster.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe
het tot deze beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 31 december 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 8 april 2026.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen
gebruik gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De feiten
3.1 Klaagster was patiënt bij de tandarts en stuurde op 4 december 2025 een e-mail
met het verzoek een afspraak in te plannen voor controle en de mondhygiëne/reiniging.
De tandartsassistente plande de volgende dag een afspraak in op 25 februari 2026,
waarmee klaagster akkoord ging. Later op de dag op 5 december 2025 nam klaagster telefonisch
contact op met de praktijk vanwege klachten linksonder in haar kaak. In het dossier
staat genoteerd (alle citaten letterlijk weergegeven):
“LO, gevoelig met eten en drinken ook pijn. Begint in de wang/keel te zitten.” De tandarts zag klaagster dezelfde dag en besprak met haar de klachten. Op dat moment
zag de tandarts bij de inspectie intra oraal en bij de weke delen geen bijzonderheden
en maakte ze een bitewing foto.
3.2 Klaagster stuurde de praktijk op zaterdag 6 december 2025 een e-mail met onder
meer de volgende inhoud:
“Ik ben afgelopen vrijdag langs geweest, maar wil voor maandag graag een nieuwe afspraak
maken en foto’s laten maken van de wortels of nog meer onderzoek.
De conclusie vrijdag was ontstoken tandvlees, dat heb ik wel eerder gehad maar dit
voelt heel anders.
De symptomen heb ik gegoogled en die komen overeen met wortel(kanaal)ontsteking.
Ik heb al vier nachten nauwelijks geslapen van de pijn en kan niet meer kauwen aan
de linkerkant van mijn mond.
Hebben jullie maandag nog plek?”.
3.3 Op 8 december 2025 werd klaagster gezien door de tandarts. Naar aanleiding van haar klacht werd een röntgenfoto gemaakt van element 36. In het dossier werd genoteerd dat de tandarts een endodontische behandeling (wortelkanaalbehandeling) adviseerde in verband met de ontsteking rond de wortels. Als alternatief noteerde de tandarts extractie. Klaagster koos voor een wortelkanaalbehandeling. De tandarts startte op 9 december 2025 met de wortelkanaalbehandeling maar de tandarts kon de lengte niet volledig bepalen vanwege de gevoeligheid bij klaagster. Er werd daarom een antibioticakuur voorgeschreven en een nieuwe afspraak gemaakt voor het tweede deel van de wortelkanaalbehandeling.
3.4 Tijdens de geplande vervolgafspraak op 15 december 2025 lukte het de tandarts wel de lengte van de wortelkanalen te bepalen, hoewel de kanalen nog steeds gevoelig waren. Vanwege de gevoeligheid werd nogmaals een antibioticakuur voorgeschreven en een vervolgafspraak werd gemaakt voor 23 december 2025 zodat de wortelkanaalbehandeling dan hopelijk afgerond kon worden.
3.5 Op verzoek van klaagster werd zij op 17 december 2025 door de tandarts doorverwezen naar de endontoloog. Klaagster liet echter de volgende dag weten dat de wachttijd daar tien weken bedroeg, zodat ze graag de geplande afspraak bij de tandarts door zou laten gaan om de wortelkanaalbehandeling af te ronden.
3.6 Op 23 december 2025 stond de behandeling gepland. In het dossier staat:
“Afspraak van een uur – veel tijd genomen voor mevrouw.
Mevr dacht dat mesiaal een fractuurlijn loopt > randaansluiting mesiale restauratie
– deze breuklijn heb ik vorige behandeling volgens haar niet gezien. Proberen uit
te leggen; randaansluiting restauratie, geen fractuur tot in radix.
Distaal in element met fracturlijn zichtbaar, gekeken met microscoop, iom mevr uiteindelijk
besloten extractie.
(…)
Geleid. en inf. anest, extr per forceps en elevatorum, goed, nazorg en inst. Gaasjes
meegegeven.
Uitleg gegeven over opties opvullen diasteem, als dit een wens mocht zijn.”
3.7 Na de behandeling op 23 december 2025 liet klaagster per e-mail weten zich uit te schrijven bij de praktijk en de afspraak van 25 februari 2026 af te zeggen. Ook gaf klaagster de gegevens door van de opvolgend tandarts. De volgende dag stuurde klaagster een e-mail naar de praktijk met vragen naar aanleiding van de extractie. Het eten bleef in de ruimte zitten en was na uren nog te zien. Klaagster was bang dat dit zou gaan ontsteken. Ook belde klaagster de praktijk. Er werd geadviseerd na het eten te spoelen met een spuitje. Klaagster kwam dit spuitje ophalen bij de praktijk.
4. De klacht en de reactie van de tandarts
4.1 Klaagster verwijt de tandarts dat zij:
- nalatig was, door niet te kunnen vertellen hoeveel wortels er in een kies zitten terwijl deze kies al twee keer open was geweest, het niet melden van een scheur en nalaten direct een foto te maken;
- onvoldoende alternatieve behandelmogelijkheden heeft besproken en gelijk de kies heeft getrokken;
- onvoldoende de urgentie zag, terwijl de hevige pijn dit vereiste;
- de patiënt niet serieus nam;
- structureel geen voorlichting/uitleg gaf en de informatie in het dossier hieromtrent
komt niet overeen met de werkelijkheid.
4.2 De tandarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Zij
heeft geprobeerd klaagster gerust te stellen en zoveel mogelijk haar vragen beantwoord.
De tandarts betwist dat zij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de tandarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht
mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de tandarts geldende beroepsnormen
en andere professionele standaarden.
5.2 Het college oordeelt dat de tandarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft
gehandeld en zal dat hieronder nader uitleggen.
Klachtonderdeel a) Nalatigheid
5.3 Het college oordeelt allereerst dat het niet gelijk kunnen vaststellen hoeveel
kanalen een molaar (grote kies) heeft, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Een molaar
kan drie of vier kanalen hebben en het is soms lastig deze allemaal te traceren. In
haar e-mail aan klaagster van 17 december 2025 heeft de tandarts dit voldoende duidelijk
uitgelegd. Gelet op de kleine restauratie die in de kies aanwezig was, is het verder
verdedigbaar dat in eerste instantie niet gelijk gedacht werd aan een wortelkanaalbehandeling
waarvoor een foto van de wortel nodig is. Wel is bij het eerste consult naar aanleiding
van de pijnklachten op 5 december 2025 een bitewing (röntgen)foto gemaakt en hier
was geen grote caviteit of restauratie op te zien die aanleiding zouden geven voor
een wortelkanaalbehandeling. Tot slot is op
23 december 2025 met klaagster gesproken over de fractuurlijn die klaagster mesiaal
dacht te zien en waarvan klaagster stelt dat de tandarts deze over het hoofd gezien
had. De door klaagster opgemerkte lijn was echter een randaansluiting in de restauratie
en geen fractuur tot in de wortel. Dit staat ook als zodanig genoteerd in het overgelegde
patiëntendossier. De lijn die klaagster zag, was niet de aanleiding voor het uiteindelijk
treken van de kies. Deze klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel b) Niet bespreken alternatieven
5.4 Volgens klaagster had de tandarts alternatieven voor het trekken van de
kies moeten aanbieden in een eerder stadium. Het college stelt op basis van het dossier
vast dat de tandarts op 23 december 2025, door middel van gebruik van de operatiemicroscoop,
zag dat er distaal in element 36 een fractuurlijn zichtbaar was. Een scheur (breuk)
in deze kies was niet het gevolg van handelen van de tandarts. Op het moment dat een
fractuurlijn door een deel van de kies loopt, is dit niet te behandelen. De enige
optie is dan extractie van het desbetreffende element, wat de tandarts ook gedaan
heeft.
Klachtonderdelen c) en d) Niet zien urgentie en patiënt niet serieus nemen
5.5 Vanwege de samenhang zal het college deze klachtonderdelen gezamenlijk behandelen.
Het college ziet in het dossier geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de tandarts
klaagster onvoldoende serieus nam. Klaagster is fysiek beoordeeld door de tandarts
op 5 december, 8 december, 9 december, 15 december en 23 december 2025 (een afspraak
van een uur) naar aanleiding van haar klachten. Verder is er meerdere keren telefonisch
contact geweest met klaagster en heeft klaagster diverse e-mails gestuurd, waar steeds
door de tandarts op is gereageerd. Ten aanzien van de urgentie heeft klaagster zelf
op 4 december 2025 contact met de praktijk gezocht voor een reguliere afspraak, welke
gelijk werd ingepland. Naar aanleiding van haar verzoek op 5 december 2025 kon klaagster
dezelfde dag nog bij de praktijk terecht. Uit het dossier blijkt niet van hevige pijnklachten
op dat moment, en hoewel klaagster op 6 december 2025 stuurt dat ze al vier nachten
nauwelijks heeft geslapen vanwege de pijn, blijkt niet dat zij die pijnklachten eerder
heeft geuit. Naar aanleiding van deze e-mail plant de tandarts op 8 december 2025,
de eerstvolgende werkdag, een afspraak in waar gelijk ook een röntgenfoto wordt gemaakt.
De tandarts heeft pijnklachten naar het oordeel van het college voldoende serieus
genomen. Daarnaast geeft het college klaagster mee dat een ontstoken zenuw in een
kies weliswaar ernstige pijnklachten kan veroorzaken, maar dat deze zenuwen niet altijd
goed te verdoven zijn. In dat geval is het belangrijk dat goede voorlichting wordt
gegeven en pijnmedicatie wordt voorgeschreven. De pijnklachten zijn met pijnstillers
vaak niet geheel te onderdrukken. De tandarts heeft klaagster in dit geval voldoende
voorgelicht en een antibioticum voorgeschreven.
Klachtonderdeel e) Niet geven van voorlichting en dossiervorming
5.6 Zoals hiervoor deels is besproken, heeft de tandarts klaagster steeds voldoende
geïnformeerd over de bevindingen en de behandeling en de keuzes die klaagsters hierin
kon maken. Op het moment dat klaagster vragen had, reageerde de tandarts hier adequaat
op. Verder is in het dossier voldoende informatie opgenomen om te kunnen vaststellen
wat per consult besproken is en welke behandeling is uitgevoerd. Het verwijt van klaagster
dat de informatie in het dossier niet overeen zou komen, is onvoldoende concreet voor
een geslaagd tuchtrechtelijk verwijt. Dit klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.
Slotsom
5.7 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk
ongegrond zijn.
6. De beslissing
Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 17 juli 2026 door J. Sap, voorzitter, M.E. Geertman en Th.J.M. Hoppenreijs leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M.H. van Ham, secretaris.
secretaris voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld
bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
a. Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard,
of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
b. Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
c. Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.