ECLI:NL:TGZCTG:2026:153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2926
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2026:153 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 15-07-2026 |
| Datum publicatie: | 15-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | C2025/2926 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klager is gediagnosticeerd met Morgellons disease door een collega-dermatoloog van de dermatoloog. De dermatoloog heeft in 2015 een artikel gepubliceerd op huidziekten.nl over Morgellons disease. In dit artikel wordt de ziekte beschreven en verwezen naar een aantal (inter)nationale bronnen. Klager verwijt de dermatoloog dat hij zich in dit artikel beledigend heeft uitgelaten naar patiënten met Morgellons disease. Ook verwijt hij de dermatoloog dat hij niet heeft gereageerd op uitnodigingen van klager om met hem over zijn opvattingen over het artikel in discussie te treden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde eindoordeel, omdat klager niet als rechtstreeks belanghebbende kan worden aangemerkt. Het beroep van klager wordt verworpen. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2926 van:
A., wonende te B., appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager,
tegen
G., dermatoloog, destijds werkzaam te D.,
verweerder in beide instanties, hierna: de dermatoloog,
gemachtigde: mr. A. van der Veen, werkzaam te Amsterdam.
1. Waar gaat het over in deze zaak?
1.1 Klager is gediagnosticeerd met Morgellons disease door een collega-dermatoloog van de dermatoloog. De dermatoloog heeft in 2015 een artikel gepubliceerd op de website huidziekten.nl over Morgellons disease. In dit artikel wordt de ziekte beschreven en verwezen naar een aantal (inter)nationale bronnen. Klager verwijt de dermatoloog dat hij zich in dit artikel beledigend heeft uitgelaten naar patiënten met Morgellons disease. Ook verwijt hij de dermatoloog dat hij niet heeft gereageerd op uitnodigingen van klager om met hem over zijn opvattingen over het artikel in discussie te treden.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. Het Centraal Tuchtcollege komt op andere gronden tot hetzelfde oordeel en zal dat hieronder toelichten.
2. Verloop van de procedure
2.1 Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam met nummer A2024/7507 (ECLI:NL:TGZRAMS:2025:192).
2.2 Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van de stukken van de procedure bij het Regionaal Tuchtcollege, het beroepschrift van klager, het verweerschrift van de dermatoloog in beroep en de nadien ingediende stukken.
2.3 De zaak is op de zitting van 10 juni 2026 behandeld. Daar waren aanwezig klager en de gemachtigde van de dermatoloog, mr. A. van der Veen. Vragen van het college zijn aldaar beantwoord en partijen hebben hun standpunten nader toegelicht. De spreekaantekeningen van klager en mr. Van der Veen zijn aan het dossier toegevoegd.
3. Beoordeling van het beroep
3.1 Klager is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep van klager heeft tot doel dat klager alsnog ontvankelijk wordt verklaard in de klacht en dat de klacht gegrond wordt verklaard.
3.2 De dermatoloog heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd en verzoekt het beroep van klager te verwerpen.
3.3 Voor beantwoording van de vraag of klager ontvankelijk is in zijn klacht, is artikel 65 lid 1 onder a van de Wet BIG van belang. Daarin is te lezen dat een zaak in eerste aanleg bij het bevoegde regionale tuchtcollege aanhangig wordt gemaakt door indiening van een klaagschrift door a) een rechtstreeks belanghebbende, b) degene die aan de beklaagde een opdracht heeft verstrekt, c) degene bij wie of het bestuur van een instelling waarbij de beklaagde werkzaam of voor het verlenen van individuele gezondheidszorg ingeschreven is, of d) de inspecteur.
3.4 Gelet op deze bepaling kan klager uitsluitend worden ontvangen in zijn klacht als hij rechtstreeks belanghebbende is. Om als rechtstreeks belanghebbende te kunnen worden aangemerkt, vereist de wet dat er sprake is van een belang dat rechtstreeks bij een behandeling op het gebied van de individuele gezondheidszorg is betrokken. Hierbij moet allereerst worden gedacht aan een patiënt van een aan tuchtrechtspraak onderworpen beroepsbeoefenaar. Bij uitzondering kunnen ook anderen dan de patiënt als rechtstreeks belanghebbenden worden aangemerkt. Hierbij kan worden gedacht aan de naaste betrekkingen van de patiënt en aan de nabestaanden van de overleden patiënt. Onder omstandigheden zullen ook collega's van een beroepsbeoefenaar als zodanig kunnen worden beschouwd; hierbij kan worden gedacht aan het geval waarin een beroepsbeoefenaar ten laste wordt gelegd zich zo oncollegiaal te hebben gedragen dat daardoor de goede gang van zaken bij de uitoefening van individuele gezondheidszorg is verstoord.
3.5 Het Centraal Tuchtcollege is, anders dan het Regionaal Tuchtcollege, van oordeel dat klager niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende. Klagers is geen patiënt van de dermatoloog en valt evenmin onder één van de uitzonderingsgronden, zoals hiervoor genoemd. Door het artikel van de dermatoloog wordt het eigen belang van klager niet getroffen. De stelling van klager dat hij rechtstreeks in zijn belang is getroffen omdat de dermatoloog zich volgens klager in het artikel beledigend heeft uitgelaten naar patiënten met Morgellons disease, volgt het Centraal Tuchtcollege niet en brengt het Centraal Tuchtcollege niet tot een ander oordeel. Aan een toetsing of de gedraging van de dermatoloog valt onder een tuchtnorm als bedoeld in artikel 47 lid 1 onder a en b van de Wet BIG komt het Centraal Tuchtcollege daarom niet toe.
3.6 Het voorgaande betekent dat het Centraal Tuchtcollege met het Regionaal Tuchtcollege, zij het op andere gronden, van oordeel is dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de door hem ingediende klacht, en dat het beroep van klager moet worden verworpen.
4. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg: verwerpt het beroep.
Deze beslissing is genomen door R.C.A.M. Philippart, voorzitter, L. van Dijk en R.
Prakke-Nieuwenhuizen,
leden-juristen, en E.J.F.M. de Kruijf en B. Velstra, leden-beroepsgenoten, bijgestaan
door
N. Germeraad-van der Velden, secretaris.
Uitgesproken ter openbare zitting van 15 juli 2026.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.