We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TNORDHA:2026:15 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-49

ECLI: ECLI:NL:TNORDHA:2026:15
Datum uitspraak: 17-06-2026
Datum publicatie: 21-07-2026
Zaaknummer(s): 25-49
Onderwerp: Registergoed, subonderwerp: Overig
Beslissingen: Klacht niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: De kamer is van oordeel dat klager misbruik heeft gemaakt van het klachtrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 17 juni 2026 inzake de klacht onder nummer 25-49 van:

[klager],

hierna: klager,

tegen:

[notaris],

notaris, gevestigd te [vestigingsplaats],

gemachtigde: mr. M.J.P. Peters, advocaat te Rotterdam,

hierna: de notaris.

1. Het procesverloop

1.1       De kamer heeft kennisgenomen van de klacht, met bijlagen, ingekomen op 9 juli 2025.

1.2       De kamer heeft het antwoord van de notaris, met bijlagen, ontvangen.

1.3       Op 9 februari en 16 maart 2026 heeft klager aanvullingen op de klacht ingediend.

1.4       De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 mei 2026. Daarbij was de notaris aanwezig, bijgestaan door mr. Peters. Klager heeft op voorhand bericht niet aanwezig te kunnen zijn. Van de mogelijkheid om via de hem toegezonden link aan de mondelinge behandeling deel te nemen heeft hij geen gebruik gemaakt. Van de mondelinge behandeling zijn schriftelijke aantekeningen gemaakt. De notaris heeft pleitnotities overgelegd.

2. De feiten

2.1       Op 8 juli 2025 heeft klager per e-mail de notaris verzocht om een volmacht en twee identiteitsbewijzen te legaliseren.

2.2       Op 9 juli 2025 heeft klager de notaris verzocht of hij een en ander kon afstemmen met [A] (een Spaanse adviseur), zodat het proces goed en snel kan worden afgerond.

2.3       Een medewerker van het notariskantoor ([B]) heeft op 9 juli 2025 telefonisch contact gehad met klager.

2.4       Naar aanleiding van het telefoongesprek heeft de notaris diezelfde dag een e-mail van klager ontvangen, luidende:

“Prutsers, net gebeld en mijn god wat een volstrekt amateurisme bij mevrouw [B]!

Snap niet dat [A] naar een analoog opererend kantoor doorverwijst voor het langs digitale weg legaliseren van de stukken.”

2.5       De notaris heeft om 19.31 uur hierop als volgt gereageerd:

“Wat een vreemde en vooral onbeschofte reactie. U kunt mijn medewerkers en mij niet verwijten dat wij de wet correct toepassen en dat u als “jurist” de wet niet kent. Diploma zeker gekocht op de No-Brain Academy in Prinsenbeek of op de Albert Cuyp van de virtuele kantoorlocatie van [naam B.V.]?”

2.6       Klager heeft om 20.12 uur de volgende reactie gemaild aan de notaris:

“Een losgeslagen ambtenaar die met oplichters als [A] werkt en die zichzelf nog niet eens kan beheersen en onderstaande uitlatingen doet?

Zou het een no-brainer zijn om hiervoor een tuchtklacht bij de Kamer voor het Notariaat te maken, [notaris]? ;-)”

2.7       De klacht, waarbij het e-mailbericht van 20.12 uur wordt mee-/doorgezonden (geforward), is op diezelfde dag (9 juli 2025) bij de kamer binnengekomen om 20.38 uur. Klager heeft daarbij de schorsing van de notaris op grond van artikel 106 van de Wet op het notarisambt (Wna) verzocht, terwijl hij in een aanvullende mail van 21.05 uur de voorzitter van de kamer heeft gewezen op artikel 27, eerste lid, van de Wet op het notarisambt (Wna).

2.8       Op 4 februari 2026 om 10.51 uur heeft klager de notaris de volgende e-mail gestuurd:

“Ik biedt u daarom éénmalig – en geheel onverplicht – aan om een ‘symbolisch’ bedrag van € 8.000,-- aan schadevergoeding richting mij/ons te voldoen. Zulks ter compensatie voor uw belediging en schoffering van mijn persoon.”

2.9       Daarna heeft klager om 12.28 uur de notaris per e-mail een schikkingsvoorstel van € 6.800,- gedaan.

2.10     Om 14.33 uur heeft klager de notaris de volgende email gestuurd:

“U heeft in het geheel (nog) niet de moeite genomen voor het maken van excuses, dan wel uw reactie op ons aanbod ter schikking van de kwestie te geven.

Ik zal het u daarom heel makkelijk maken. Wij geven u 50% korting op het aanbod ter minnelijke afdoening van hedenmorgen, indien u dit bedrag vandaag vòòr 17h00 tegen finale kwijting over en weer voldoet.

(…)

Bij akkoord kunt u de betaling van € 4.000,-- vanmiddag via iDEAL aan mij voldoen”.

2.11     Op 6 februari 2026 om 17.05 uur heeft klager de notaris per e-mail een schikkingsvoorstel van € 500,- gedaan.

3. De klacht

3.1       Klager verwijt de notaris een zeer onprofessionele houding en gedragingen als schofferingen en beledigingen.

4. Het verweer

4.1       De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Daarop zal – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna worden ingegaan.

5. De beoordeling van de klacht

5.1       Ter beoordeling van de kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.

5.2       De kamer stelt bij de beoordeling van de klacht voorop dat ook binnen het tuchtrecht sprake kan zijn van misbruik van recht. Van misbruik van klachtrecht kan onder meer sprake zijn indien een klachtprocedure wordt aangewend voor een ander doel dan waarvoor het tuchtrecht is bedoeld, bijvoorbeeld indien de procedure uitsluitend of in overwegende mate wordt gebruikt als pressiemiddel ter verkrijging van een financiële tegemoetkoming.

5.3       Uit de hiervoor weergegeven feiten blijkt dat klager binnen een dag na het verzoek tot legalisatie, en binnen iets meer dan een uur na het gewraakte bericht en binnen 26 minuten na zijn eigen reactie daarop, bijna rauwelijks, al de klacht tegen de notaris heeft ingediend.

Na het indienen van de klacht heeft klager, in een tijdsbestek van twee dagen meerdere sterk wisselende voorstellen tot ‘schikking’ gedaan, waarbij bedragen werden genoemd variërend van € 8.000,- tot (met korting) € 500,-. Daarbij heeft klager expliciet een verband gelegd tussen betaling van deze bedragen en het al dan niet voortzetten van de klacht.

5.4       Uit de inhoud en opbouw van deze latere berichten volgt dat het klager met het indienen van de klacht niet of in elk geval niet in hoofdzaak te doen was om een inhoudelijke tuchtrechtelijke beoordeling van het handelen van de notaris, maar om het verkrijgen van een financiële vergoeding. Klager heeft daarbij geen concrete schade gesteld of onderbouwd, maar ogenschijnlijk willekeurige bedragen voorgesteld. Die voorstellen zijn aldus niet gericht op het vergoeden van daadwerkelijk geleden schade. Ze getuigen ervan dat het aanwenden van de tuchtprocedure als drukmiddel is gebruikt om de notaris geld afhandig te maken. Van berichten tussen klacht en bedoelde voorstellen die een ander licht daarop werpen is niet gebleken.

5.5       Niet eenvoudig zal mogen worden aangenomen dat het klachtrecht wordt gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven. Tegelijk dienen notarissen gevrijwaard te blijven van (onderhandelingen over) het betalen van willekeurige ‘schikkingen’, juist ook bij mineure kwesties. Voor dergelijke praktijken is het klachtrecht niet bedoeld. De kamer is van oordeel dat klager misbruik heeft gemaakt van het klachtrecht. De klacht is dan ook niet-ontvankelijk. Dit laat onverlet dat van een notaris, mede gelet op zijn publieke ambt, wordt verwacht dat hij ook in geval vervelende, provocerende of beledigende uitlatingen van derden professioneel en zakelijk blijft communiceren,  maar dat maakt dit oordeel niet anders.

BESLISSING

De kamer voor het notariaat:

verklaart de klacht niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mrs. G.H.M. Smelt, voorzitter, J. Snoeijer en M.R.H. Krans, in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH  Amsterdam. Het beroepschrift dient binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief door het Hof te zijn ontvangen, waarbij de datum van ontvangst door het Hof bepalend is.