ECLI:NL:TGZCTG:2026:159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2904
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2026:159 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 22-07-2026 |
| Datum publicatie: | 23-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | C2025/2904 |
| Onderwerp: | Onvoldoende informatie |
| Beslissingen: | Gegrond, waarschuwing |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen een internist. De echtgenote van klager is gedurende negen dagen opgenomen geweest op de afdeling interne geneeskunde van een ziekenhuis. Daar is een neusmaagsonde geplaatst. Klager verwijt de internist dat zij bij het ontslag uit het ziekenhuis onzorgvuldig heeft gehandeld, omdat zij (a) de patiënte en klager twee uur heeft laten wachten op een ontslaggesprek, (b) de patiënte en klager niet of onvoldoende heeft geïnformeerd over het gebruik van de sonde en de daarmee samenhangende risico’s bij het gebruik, alsmede de voorgeschreven medicatie, en (c) in de zorgoverdracht en een brief aan de huisarts geen of onvoldoende instructie heeft gegeven over het gebruik van de voorgeschreven medicatie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel (b) gegrond en legt aan de internist een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager over klachtonderdeel (c) en het incidenteel beroep van de internist over klachtonderdeel (b). |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2904 van:
A., wonende in B., appellant, klager in eerste aanleg,
verweerder in het incidenteel beroep,
hierna: klager,
tegen
C., internist, werkzaam in D., verweerster in beide instanties,
appellante in het incidenteel beroep,
hierna: de internist, gemachtigde: mr. M.F. Mooibroek, werkzaam in Utrecht.
1. Kern van de zaak
1.1 De echtgenote van klager (hierna: de patiënte) is van 5 april 2022 tot en
met 14 april 2022 opgenomen geweest op de afdeling Interne geneeskunde van een ziekenhuis.
Daar is zij behandeld voor een longontsteking en is in verband met ondervoeding een
neusmaagsonde geplaatst. Op 14 april 2022 is de patiënte met ontslag naar huis gegaan.
Klager is ontevreden omdat zijn echtgenote en hij twee uur tevergeefs op een ontslaggesprek
hebben gewacht en over de informatievoorziening bij het ontslag uit het ziekenhuis.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft klachtonderdeel b over de informatievoorziening aan de patiënte en klager gegrond verklaard, de internist de maatregel van waarschuwing opgelegd en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Voorts heeft dat college bepaald dat de beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, geanonimiseerd in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege over de klachtonderdelen b en c en zal het beroep van klager ten aanzien van onderdeel c en het incidenteel beroep van de internist ten aanzien van onderdeel b verwerpen.
2. Verloop van de procedure
2.1 Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege
te Amsterdam van 24 juni 2025 met nummer A2024/7660 (ECLI:NL:TGZRAMS:2025:154).
2.2 De internist heeft in het beroep gemotiveerd verweer gevoerd en incidenteel beroep ingesteld. Klager heeft verweer gevoerd in het incidenteel beroep.
2.3 Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het procesdossier van het Regionaal Tuchtcollege, het beroepschrift van klager, het verweerschrift in beroep, het incidenteel beroepschrift van de internist en de aanvullende gronden van het incidenteel beroep, het verweer in incidenteel beroep en de nadere brieven/e-mails van klager.
2.4 De zaak is op de zitting van 15 juni 2026 behandeld. Klager en de internist waren beiden aanwezig. Klager werd vergezeld van zijn zoon, E., en de internist werd bijgestaan door haar gemachtigde, mr. M.F. Mooibroek. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van het college beantwoord. De spreekaantekeningen van klager en van de gemachtigde van de internist zijn aan het dossier toegevoegd.
3. Feiten
3.1 Het Centraal Tuchtcollege gaat uit van de volgende feiten.
3.2 De patiënte, geboren in 1939, is op 5 april 2022 opgenomen op de afdeling Interne
geneeskunde van het F.-ziekenhuis (hierna: het ziekenhuis) vanwege een longontsteking
als gevolg van aspiratie en ondervoeding. Zij was in een slechte voedingstoestand
geraakt omdat zij als gevolg van een operatie aan haar tong en de daaropvolgende bestralingen
een verminderde slikfunctie had. Ook kon zij zich daardoor lastig uitdrukken met spraak.
In het dossier is daarbij opgetekend dat de patiënte al langer bekend was met “problemen van geheugen”, “slecht te verstaan” en “kwetsbaar” was (alle citaten voor zover van belang en inclusief taal- en tikfouten). Op 6 april
2022 is de patiënte gezien door een diëtist, die in het dossier noteerde: “De voedingsintake is onvoldoende en niet veilig, sondevoeding is geindiceerd maar
mevr wil geen sonde.” Om 17.30 uur op dezelfde dag is er een gesprek geweest tussen de zaalarts (arts-assistent;
niet zijnde verweerder in zaak A2024/7657), de patiënte en klager, waarin de patiënte
akkoord is gegaan met sondevoeding. Op 7 april 2022 is een neusmaagsonde geplaatst,
waarvan de juiste plaatsing werd bevestigd middels röntgenfoto’s op 7 en 8 april.
Op 7 april 2022 werd in het medisch dossier aangetekend: “lijkt cognitief gestoord”. Er gold daarna een NPO-beleid (niets per os, niets via de mond) vanwege het verslikgevaar,
maar de patiënte bleef daarnaast soms drinken en eten, ondanks de instructie dit niet
te doen.
3.3 Op 10 april 2022 hebben de patiënte en klager blijkens het dossier aan de
verpleging gevraagd om een gesprek met de arts om de stand van zaken te bespreken.
Op 11 april 2022 is een visite afgelegd door een anios (arts niet in opleiding) interne
geneeskunde, die in overleg met de internist het beleid heeft bepaald. Klager en de
internist waren niet aanwezig bij deze visite. In het medisch dossier is hierover
het volgende opgetekend:
“Overlegd met dr. C. (…)
Gezien goede kliniek en dalend CRP over op augmentin oraal via de sonde voor totale
behandelduur van 7 dagen (…)
Advies diëtitst: NPO beleid gezien onveilige slikfunctie. Onverdikt water mag eventueel
obv het Alrijne water protocol. We bieden niet meer actief eten aan maar als pte toch
wil eten kunnen we dat niet weigeren. Pte is op de hoogte van het risico op longontsteking
door verslikking.
- icc geriatrie: advies is om pte poliklinisch door te verwijzen naar de DOC poli
om haar in kaart te laten brengen, dit moet nog worden georderd.”
In het verpleegkundig dossier van die dag staat onder meer:
“Logo: Hadden een NPO beleid afgesproken vorige week, dit echter niet bij ons bekend
of niet doorgevoerd. Plan voor nu iom arts: mw geen eten meer aanbieden, als mw hier
om vraagr dan dit niet weigeren. (…) Beleid van geriatrie volgt nog. Eerst telefonisch
contact, dan mogelijk FG [familie gesprek].” Dat gesprek heeft niet plaatsgevonden.
3.4 Op 13 april 2022 tekende de diëtist op na het verstopt raken van de sonde:
“Mw geeft aan erg honger te hebben en niet goed te begrijpen waarom mw niet mag eten.
Nieuwe sonde geplaatst waarna sondevoeding weer wordt gestart volgens advies.”
Verweerder in zaak A2024/7657 (hierna: de arts) tekende op 13 april 2022 op in het
dossier:
“iom C.
- Plan: eind van de week naar huis met sondevoeding + thuiszorg
- Macrogol op zo nodig
- Controleren of er vervolgafspraken moeten komen bij het G. mag ze weer eten
?
- DOC poli? (ger) (…)”
3.5 De arts heeft de patiënte de volgende dag, op 14 april 2022 om 09.45 uur gesproken
en schreef hier in het dossier:
“Beloop - Gaat goed, ADL zelfstandig, def -, intake NPO (echter eet zelf wel op
eigen initiatief) (…)
Overweging/ diferentiaal diagnose (…) Op 14-04 had patiënte geen refeeding-symptomen
meer, en kreeg zij sondevoeding middels een correct geplaatste maagsonde. Thuiszorg
werd aangevraagd en patiente kon in goede orde met ontslag naar huis.
Beleid - iom C.
- Naar huis met thuiszorg en sondevoeding.”
De diëtist heeft de patiënte die dag bezocht en tekende daarover om 13.15 uur aan
in het dossier:
“Laatste adviezen omtrent voeding met mw en echtgenoot besproken. Advies sondevoeding
ook op papier meegegeven.
Echtgenoot vroeg wat het advies is omtrent orale voeding. Besproken dat logopedie
aangeeft dat slikfunctie niet beter wordt en dat orale voeding altijd een risico zal
geven op aspiratie pneunomie.(…)
Adviezen thuis: (…)
NPO, evt. water
Vervolg via diëtist/logopedist via huisartsenpraktijk. Dhr kan naar diëtist hier
bellen bij vragen in de tussentijd.”
3.6 Bij het ontslag is een zorgoverdrachtformulier opgesteld en aan de thuiszorgorganisatie verzonden. Ook is een ontslagbrief voor de huisarts gemaakt en aan deze verzonden.
3.7 In het ziekenhuis zijn de diensten op de afdeling Interne geneeskunde blijkens verklaringen ter zitting zo geregeld dat de internisten steeds twee weken dienstdoen als superviserend internist en in die hoedanigheid hoofdbehandelaar zijn van de patiënten op de afdeling. De internist was in de periode van 11 april 2022 tot aan het ontslag van de patiënte de superviserend internist en daarmee ook eindverantwoordelijk voor het handelen van de arts (verweerder in dossier A2024/7657), die op 13 april 2022 bij de patiënte betrokken raakte. In het dossier staan daarnaast aantekeningen van meerdere andere artsen en een andere superviserende internist.
3.8 De patiënte heeft na het ontslag op 14 april 2022 thuiszorg ontvangen. De neusmaagsonde heeft in de periode na het ontslag herhaaldelijk voor problemen gezorgd. De patiënte had vaak last van misselijkheid en overgeven. Dit leidde ertoe dat de sonde regelmatig werd uitgespuugd en dat deze steeds opnieuw moest worden ingebracht, soms op de SEH. Patiënte kreeg na haar ontslag uit het ziekenhuis ook meermalen te kampen met aspiratiepneumonie.
3.9 Medio 2024 is de patiënte overleden.
3 Beoordeling van het beroep
Waar gaat het in beroep over
4.1 Volgens klager heeft de internist onzorgvuldig en daarmee onjuist gehandeld,
omdat zij:
a) de patiënte en klager twee uur heeft laten wachten op een ontslaggesprek,
en;
b) de patiënte en klager niet of onvoldoende heeft geïnformeerd over het gebruik
van de sonde en de daarmee samenhangende risico’s bij het gebruik, alsmede de voorgeschreven
medicatie;
c) in de zorgoverdracht en een brief aan de huisarts geen of onvoldoende instructies
heeft gegeven over het gebruik van de voorgeschreven medicatie.
Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel b gegrond verklaard en de klacht
voor het overige ongegrond verklaard.
4.2 Klager is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Zijn beroep is alleen gericht tegen het oordeel van dat college over klachtonderdeel c. Hij vraagt het Centraal Tuchtcollege om dit klachtonderdeel alsnog gegrond te verklaren.
4.3 De internist heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd en verzoekt het Centraal Tuchtcollege om het beroep van klager te verwerpen. In incidenteel beroep verzoekt de internist om klachtonderdeel b alsnog ongegrond te verklaren dan wel aan haar geen maatregel op te leggen. Klager heeft hiertegen verweer gevoerd.
4.4 Dit betekent dat in deze procedure alleen de klachtonderdelen b en c ter beoordeling van het Centraal Tuchtcollege voorliggen. Klachtonderdeel a is hier niet meer aan de orde.
Toetsingskader
4.5 Het Centraal Tuchtcollege heeft oog voor het verdriet van klager en de familie
als gevolg van het moeilijke ziekbed van de patiënte en haar overlijden. Dit college
moet op een zakelijke manier beoordelen of de internist de zorg heeft verleend die
van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk
handelende internist. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener
geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter
anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.
Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk
zijn voor hun eigen handelen.
Inhoudelijke beoordeling beroep van klager (klachtonderdeel c)
4.6 Klager verwijt de internist dat bij het ontslag van de patiënte uit het ziekenhuis
in het zorgoverdrachtformulier en in de brief aan de huisarts geen instructies zijn
gegeven over het gebruik en de toediening van het voorgeschreven medicijn Macrogol.
4.7 Het Centraal Tuchtcollege overweegt hierover dat het zorgoverdrachtformulier is opgesteld en verzonden door de verpleging in het ziekenhuis ten behoeve van het overnemen van de zorg door de thuiszorgorganisatie. De internist was hier niet bij betrokken. Zij kan voor de inhoud van dit formulier en de wijze waarop de zorgoverdracht aan de thuiszorgorganisatie is verlopen niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden.
4.8 De ontslagbrief van 14 april 2022 aan de huisarts is geschreven door de arts
(de anios interne geneeskunde) in opdracht van de internist en door de internist geaccordeerd.
In de brief is onder het kopje ‘Actuele medicatie: thuismedicatie’ vermeld:
‘Macrogol/zouten pdr v drank (movic/molax/laxt/gen); oraal; zo nodig 2 x per dag 1
stuk’.
Klager heeft ook in beroep naar voren gebracht dat de instructies ‘zo nodig’, ‘oraal’
en ‘1 stuk’ in deze brief onduidelijk dan wel niet juist zijn, te meer nu er sprake
was van sondevoeding. Volgens hem hadden in de brief aan de huisarts duidelijker instructies
moeten worden opgenomen over bereidingswijze, toedieningswijze, frequentie en monitoring
van het medicijn Macrogol.
4.9 Dit betoog slaagt niet. Huisartsen schrijven Macrogol veelvuldig zelf voor aan patiënten met obstipatieklachten. Gelet hierop mocht de internist ervan uitgaan dat de huisarts wist wanneer het gebruik van dit medicijn geïndiceerd was en dat de huisarts bekend was met de wijze van toediening ervan. Dit geldt ook als de betrokken patiënt – zoals de echtgenote van klager – sondevoeding gebruikt. Het gebruik van de term ‘oraal’ hoeft in dat geval niet tot verwarring te leiden, omdat Macrogol ook via de sonde kan worden toegediend en van een huisarts mag worden verwacht dat deze dit weet. De in de brief aan de huisarts van 14 april 2022 opgenomen informatie over het gebruik en de toediening van het medicijn Macrogol was dan ook voldoende duidelijk. Voor een zogeheten warme overdracht aan de huisarts, met direct contact tussen de arts of de internist enerzijds en de huisarts anderzijds, bestond in dit geval onvoldoende aanleiding. Daar komt bij dat in de brief ook is aangegeven dat de huisarts met de polikliniek contact kon opnemen voor overleg, onder vermelding van contactgegevens. In geval van twijfel kon de huisarts zich dus nader laten informeren over het gebruik en de wijze van toediening van het medicijn Macrogol.
4.10 Dit betekent dat het Regionaal Tuchtcollege klachtonderdeel c terecht ongegrond heeft verklaard.
Inhoudelijke beoordeling incidenteel beroep van de internist (klachtonderdeel b)
4.11 Klager verwijt de internist met klachtonderdeel b dat de patiënte en klager
niet of onvoldoende zijn geïnformeerd over het gebruik van de sonde en de risico’s
bij het gebruik, alsook over de voorgeschreven medicatie. Hij doelt daarbij onder
meer op de mogelijkheid van verstopping van de darmen en overgeven door het gebruik
van sondevoeding. Volgens klager heeft geen (deugdelijk) ontslaggesprek plaatsgevonden.
4.12 Blijkens het medisch dossier heeft de arts (een anios interne geneeskunde) op 14 april 2022, de dag van het vertrek van patiënte uit het ziekenhuis, om 09:45 uur met de patiënte gesproken. Klager was daar niet bij aanwezig. De internist heeft hierover in het incidenteel beroep naar voren gebracht dat dit het ontslaggesprek was en dat zij dit gesprek als supervisor van de arts zonder haar tussenkomst of toezicht aan de arts mocht overlaten. De arts was volgens haar voldoende ervaren om een dergelijke, niet complexe handeling zelfstandig te doen. Omdat zij niet persoonlijk betrokken was bij het ontslaggesprek en ook niet door de arts daarover geraadpleegd is, kan zij hiervoor dus ook niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden, aldus de internist. Subsidiair heeft de internist naar voren gebracht dat de patiënte en klager al meermalen waren geïnformeerd over het gebruik van de sonde en de risico’s ervan. De internist kan dan ook niet volgen dat een en ander voor klager toch nog onduidelijk zou zijn geweest. Zij heeft daarom incidenteel beroep ingesteld.
4.13 Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat het doel van het ontslaggesprek is het waarborgen van een veilig en soepel verloop van de overgang van het ziekenhuis naar de eigen thuisomgeving of een andere zorginstelling. In dat kader behoort de arts de patiënt in het ontslaggesprek te informeren over het verloop van de opname, de uitgevoerde onderzoeken/behandelingen, de verwachtingen over het verdere beloop, de medicatie, eventuele vervolgafspraken en de nazorg. Verder is het belangrijk dat de patiënt weet wat hij moet doen bij complicaties of problemen en met wie er dan contact kan worden opgenomen. Het ontslaggesprek is ook een gelegenheid voor de patiënt om eventuele vragen die hij nog heeft aan de arts te stellen.
4.14 Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het gesprek dat de arts in de ochtend van 14 april 2022 met de patiënte heeft gevoerd niet als een volwaardig ontslaggesprek in de hiervoor bedoelde zin kan worden aangemerkt. Blijkens de aantekeningen in het medisch dossier was patiënte als kwetsbare oudere aangemerkt en bestond er twijfel over haar cognitieve vaardigheden. Ook was bekend dat zij zich moeilijk door spraak kon uitdrukken en tegen de adviezen in soms zelfstandig bleef eten. Zoals het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft overwogen, had de arts, gegeven deze omstandigheden, zich niet mogen beperken tot het in algemene termen houden van dit gesprek. Gezien de gezondheidstoestand van de patiënte (sterke ondervoeding) en het ingrijpende en belastende karakter van de aangebrachte sonde, met de daarmee samenhangende risico’s, had het gebruik van de sonde nadrukkelijk door een arts met de patiënte besproken moeten worden. Daarbij had ook het NPO-beleid en de risico’s van het zelfstandig eten door de patiënte (nogmaals) nadrukkelijk uitgelegd moeten worden. Uit de aantekening in het dossier van 14 april 2022 en de toelichting van de arts tijdens de zitting bij het Regionaal Tuchtcollege kan worden afgeleid dat de arts dit toen niet heeft gedaan. De internist heeft dit ook niet weersproken. Uiteindelijk is de patiënte naar huis vertrokken zonder dat de arts zich ervan heeft vergewist dat het gebruik van de sonde, inclusief de risico’s en eventuele vervolgstappen, haar voldoende duidelijk was. Daar komt bij dat de echtgenoot van de patiënte (klager in deze procedure) niet bij het gesprek met de arts in de ochtend van 14 april 2022 aanwezig was. Dat was wel gewenst, gezien het feit dat de patiënte een kwetsbare oudere was waarbij er twijfel was over de cognitieve vaardigheden, en die ook door haar problemen met spraak mogelijk datgene wat met de arts was besproken moeilijk zelf aan de mensen in haar omgeving zou kunnen overbrengen. In dit kader is ook relevant dat de patiënte om 10 april 2022 nadrukkelijk had verzocht om een familiegesprek, maar dat dit om onduidelijke redenen niet meer heeft plaatsgevonden.
4.15 Het Centraal Tuchtcollege komt dan ook tot het oordeel dat de informatieverstrekking aan de patiënte (en klager) onvoldoende was. Hieraan doet niet af dat op 6 april 2022 een familiegesprek had plaatsgevonden waarin het gebruik van de sonde met de patiënte en klager is besproken. Dat gesprek vond plaats een dag na de opname in het ziekenhuis en voordat met de sondevoeding was gestart en kan dan ook niet worden gelijkgesteld met een ontslaggesprek zoals hiervoor bedoeld. Ook het feit dat de diëtiste later op de dag van het ontslag met de patiënte en klager over het gebruik van de sonde heeft gesproken en eventuele uitleg van de thuiszorgmedewerkers maakt het oordeel van het Centraal Tuchtcollege niet anders. Hier bestond een eigen verantwoordelijkheid voor de behandelend arts waarbij hij zich er zelf van diende te vergewissen dat de verstrekte informatie door de patiënte voldoende was begrepen. Omdat het gesprek met de diëtiste plaatsvond na het gesprek dat de arts op de ontslagdatum zelf met de patiënte voerde, heeft hij dit laatste niet kunnen doen.
4.16 Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege kan de tekortkoming in de informatieverstrekking door de arts de internist als supervisor van de arts tuchtrechtelijk worden aangerekend. Het Centraal Tuchtcollege overweegt hierover dat in zijn algemeenheid bij een onervaren anios een aanzienlijk deel van de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid voor het handelen van de arts op de schouders van de superviserend arts rust. Naarmate de anios meer ervaren is en aan hem meer kan worden toevertrouwd, rust de verantwoordelijkheid voor diens handelen meer op zijn eigen schouders.
4.17 De arts in kwestie was destijds bijna anderhalf jaar als anios interne geneeskunde werkzaam. Hij heeft het beleid ten aanzien van de patiënte steeds met de internist afgestemd. Er mag van worden uitgegaan dat een anios met bijna anderhalf jaar ervaring voldoende bekwaam is om zelfstandig een ontslaggesprek te voeren. De superviserende arts mag zo’n gesprek in de regel dan ook geheel aan de anios met deze ervaring overlaten. Echter, gelet op de leeftijd en de slechte gezondheidstoestand van de patiënte en haar mogelijk beperkte cognitieve vermogens, en gezien het ingrijpende karakter van de aangebrachte sonde, met de daarmee samenhangende risico’s, had de internist zich er in dit geval als supervisor van de arts van moeten vergewissen dat het gebruik van de sonde door de arts met de patiënte en klager besproken was en dat de gegeven informatie door beiden of althans door klager begrepen was. De internist heeft dit ten onrechte nagelaten. Gelet hierop, kan haar ter zake van de tekortkoming in de informatieverstrekking een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.
Conclusie en maatregel
4.18 De conclusie is dat het Regionaal Tuchtcollege klachtonderdeel b terecht
gegrond heeft verklaard en klachtonderdeel c terecht ongegrond heeft verklaard. Het
Centraal Tuchtcollege is het voorts eens met de oplegging van een waarschuwing. Een
waarschuwing is een zakelijke terechtwijzing die de onjuistheid van de gedraging naar
voren brengt, maar zonder het afkeurende stempel van laakbaarheid. Het Centraal Tuchtcollege
ziet in de gegeven omstandigheden geen reden om aan de internist geen maatregel op
te leggen. Dit betekent dat de maatregel van waarschuwing gehandhaafd blijft.
4.19 Het Centraal Tuchtcollege zal daarom het beroep van klager en het incidenteel beroep van de internist verwerpen.
Publicatie
4.20 Het Centraal Tuchtcollege is met het Regionaal Tuchtcollege van oordeel
dat het algemeen belang gediend is met publicatie van deze beslissing en bepaalt daarom
dat deze beslissing wordt bekend gemaakt zoals hierna in het dictum staat vermeld.
4 Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg: verwerpt het beroep van klager;
verwerpt het incidenteel beroep van de internist; verstaat dat de aan de internist
opgelegde maatregel van waarschuwing gehandhaafd blijft; bepaalt dat deze beslissing
op de voet van artikel 71 Wet BIG zal worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant,
en zal worden aan¬geboden aan het tijdschrift Medisch Contact met het verzoek tot
plaatsing.
Deze beslissing is gegeven door G. Tangenberg, voorzitter, B.J.M. Frederiks en T. Dompeling, leden-juristen, en E.J.F.M. de Kruijf en R.H.H. Bemelmans, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door E.D. Boer, secretaris.
Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juli 2026.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.