ECLI:NL:TNORDHA:2026:16 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-76
| ECLI: | ECLI:NL:TNORDHA:2026:16 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-06-2026 |
| Datum publicatie: | 21-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25-76 |
| Onderwerp: | Registergoed, subonderwerp: leveringsakte |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klager verwijt de notaris dat op de datum van indiening van de klacht alle gegevens betreffende de veiling van het pand nog voor een ieder zichtbaar waren op de website, hetgeen op klager zeer bedreigend overkomt. Naar het oordeel van de kamer leidt de enkele omstandigheid dat de gegevens tot eind 2025 online zichtbaar zijn gebleven niet tot de conclusie dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De lat daarvoor ligt hoger. Daarbij acht de kamer van belang dat niet is gebleken dat klager de notaris eerder heeft verzocht de betreffende gegevens te (laten) verwijderen en dat de notaris, toen hij de klacht had ontvangen, de gegevens onmiddellijk van de website heeft laten verwijderen. De klacht is ongegrond. |
Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag
Beslissing d.d. 17 juni 2026 inzake de klacht onder nummer 25-76 van:
[klager],
hierna: klager,
tegen:
[notaris],
notaris, gevestigd te [vestigingsplaats], thans kandidaat-notaris,
gemachtigde: mr. A.A. Marcus, advocaat te Rotterdam,
hierna: de notaris.
1. Het procesverloop
1.1 De kamer heeft kennisgenomen van de klacht, met bijlagen, ingekomen op 27 oktober 2025. De daarin aangekondigde uitbereiding van de klacht heeft de kamer niet ontvangen.
1.2 De kamer heeft het antwoord van de notaris, met bijlagen, ontvangen.
1.3 Partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 20 mei 2026 van 15.00 tot 15.45 uur.
1.4 Op 20 mei 2026 in de ochtend heeft klager per e-mail laten weten dat hij in de nacht ziek was geworden en heeft hij verzocht om het inplannen van een nieuwe datum. Hij heeft daarop bericht ontvangen dat de voorzitter van de kamer voorshands geen aanleiding zag om de zaak aan te houden, omdat een onderbouwing van de reden van verhindering ontbrak. Vervolgens heeft klager zijn aanhoudingsverzoek per e-mail nader toegelicht met de mededeling dat hij in de avond al voelde aankomen dat hij ziek zou worden, dat hij verkouden/grieperig was, keelpijn had en in bed lag.
1.5 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 mei 2026. Daarbij was de notaris aanwezig bijgestaan door mr. Marcus. Klager was afwezig. De kamer heeft ter zitting beslist het aanhoudingsverzoek van klager af te wijzen, omdat de reden van zijn verhindering onvoldoende was gesubstantieerd.
1.6 Van de mondelinge behandeling zijn schriftelijke aantekeningen gemaakt.
2. De feiten
2.1 In het voorjaar van 2022 heeft de notaris van de Staat der Nederlanden (hierna: de Staat) de opdracht gekregen tot executoriale verkoop van het pand aan het [adres] (hierna: het pand). Het pand was eigendom van klager. De executoriale verkoop geschiedde op grond van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis dat de Staat had verkregen jegens klager.
2.2 De veiling zou op 25 mei 2022 plaatsvinden door middel van een internetveiling via www.openbareverkoop.nl en zou bekend worden gemaakt via de website www.veilingbiljet.nl (hierna: de website).
2.3 Vlak voor het moment van veilen is de veiling op verzoek van de Staat geannuleerd, omdat de vordering van de Staat op klager (alsnog) was voldaan. Het vervallen van de veiling is vervolgens gepubliceerd op de website. Bij status van het pand werd het woord “vervallen” vermeld.
2.4 Tot eind 2025 is op de website zichtbaar geweest dat het pand geveild zou worden op 25 mei 2022 en dat deze executieveiling op 25 mei 2022 was komen te vervallen.
3. De klacht
3.1 Klager verwijt de notaris dat op de datum van indiening van de klacht alle gegevens betreffende de veiling van het pand nog voor een ieder zichtbaar waren op de website, hetgeen op hem (klager) zeer bedreigend overkomt.
3.2 Volgens klager is de notaris in gebreke gebleven en is er sprake van:
- ondermijning van de rechtsstaat;
- schending van de geheimhoudingsplicht;
- schending van de notariële zorgplicht;
- schending van de notariële onderzoeksplicht;
- schending van de informatieplicht;
- schending van de waarschuwingsplicht;
- schending van de privacy.
4. Het verweer
4.1 Volgens de notaris is klager niet-ontvankelijk. Klager was ervan op de hoogte dat het pand online geveild zou worden en dat dit via de website bekend werd gemaakt. Kort na het vervallen van de veiling, in mei 2022, had klager al kennis kunnen nemen van de voortdurende publicatie op de website. De klacht is dus niet tijdig ingediend.
4.2 De notaris heeft verder (subsidiair) aangevoerd dat hem van zijn handelen dan wel nalaten geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, nu hij direct nadat klager hem dat had verzocht, de publicatie alsnog heeft laten verwijderen.
5. De beoordeling van de ontvankelijkheid
5.1 Voordat de kamer aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht toekomt, moet eerst worden beoordeeld of de klacht ontvankelijk is.
5.2 Artikel 99 lid 21 van de Wet op het Notarisambt (hierna: Wna) bepaalt dat een klacht slechts kan worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde kennis heeft genomen van het handelen of nalaten van een notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven. Indien de klacht wordt ingediend na afloop van die drie jaren, wordt de klacht door de voorzitter niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring blijft achterwege als de gevolgen van het handelen of nalaten redelijkerwijs pas na afloop van de vervaltermijn van drie jaren bekend zijn geworden. In dat geval verloopt de termijn voor het indienen van een klacht een jaar na de datum waarop de gevolgen redelijkerwijs als bekend geworden zijn aan te merken.
5.3 De kamer stelt vast dat de notaris de onder 2.4 genoemde gegevens tot eind 2025 niet heeft laten verwijderen van de website. Daarmee is sprake van een voortdurend nalaten en is geen moment vast te stellen waarop de driejaarstermijn is gaan lopen. De klacht is dan ook tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn klacht.
6. De beoordeling van de klacht
6.1 Daarmee komt de vraag aan de orde of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.
6.2 De kamer stelt voorop dat een executoriale verkoop naar haar aard openbaar is en dat bekendmaking van de verkoop op een of meer algemeen toegankelijke websites wettelijk vereist is. Vaststaat dat de voorgenomen veiling bekend is gemaakt onder meer via de website en dat, nadat de vordering door of namens klager was voldaan, de veiling is geannuleerd en op de website de status “vervallen” is vermeld.
6.3 Naar het oordeel van de kamer leidt de enkele omstandigheid dat de onder 2.4 genoemde gegevens tot eind 2025 online zichtbaar zijn gebleven niet tot de conclusie dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De lat daarvoor ligt hoger. Daarbij acht de kamer van belang dat niet is gebleken dat klager de notaris eerder heeft verzocht de betreffende gegevens te (laten) verwijderen en dat de notaris, toen hij de klacht had ontvangen, de gegevens onmiddellijk van de website heeft laten verwijderen.
6.4 De notaris heeft daarmee de op hem rustende notariële zorgplicht als bedoeld in artikel 93 Wna voldoende in acht genomen. De klacht zal daarom ongegrond worden verklaard.
BESLISSING
De kamer voor het notariaat:
verklaart de klacht ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. F.A.M. Veraart, voorzitter, J. Snoeijer en M.R.H. Krans, in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2025.
Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. Het beroepschrift dient binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief door het Hof te zijn ontvangen, waarbij de datum van ontvangst door het Hof bepalend is.