We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TNORSHE:2026:21 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/03

ECLI: ECLI:NL:TNORSHE:2026:21
Datum uitspraak: 17-07-2026
Datum publicatie: 22-07-2026
Zaaknummer(s): SHE/2026/03
Onderwerp: Personen- en Familierecht, subonderwerp: Testamenten
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Spoedtestament. De notaris bezoekt een testateur met spoed thuis en spreekt af dat zij de volgende ochtend zal terugkomen voor de wijziging van het testament. ’s-Nachts overlijdt de testateur. Omdat hij zijn testament kort daarvoor ook al twee keer had gewijzigd, het om een ingrijpende wijziging ging en degene die daardoor begunstigd zou worden het initiatief tot dienstverlening had genomen, was de notaris alert op de mogelijkheid van beïnvloeding en heeft zij bewust enige bedenktijd ingebouwd. In de gegeven omstandigheden vindt de kamer dat niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Wel had de communicatie met de klaagster over het moment waarop de notaris zou terugkomen beter gekund, maar dat is onvoldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt. Klacht ongegrond.

Klachtnummer    : SHE/2026/03
Datum uitspraak : 17 juli 2026

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH

Beslissing van de kamer voor het notariaat op de klacht van:

mevrouw [naam] (hierna: de klaagster)
wonende in [woonplaats]

tegen

notaris mevrouw mr. [naam] (hierna:de notaris)
gevestigd in [vestigingsplaats]
gemachtigde: de heer mr. W. Knoester, advocaat in Rotterdam

1.         De zaak in het kort

De klaagster heeft het kantoor van de notaris vroeg in de ochtend gebeld omdat haar vader in verband met zijn slechte gezondheidssituatie met spoed zijn testament wilde wijzigen. De notaris heeft vader diezelfde ochtend thuis bezocht en daarna heeft zij een concepttestament opgesteld. Zij zou de volgende ochtend terugkomen zodat vader het gewijzigde testament zou kunnen ondertekenen, maar vader is diezelfde avond overleden.

2.          Het verloop van de procedure

De beslissing van de kamer is gebaseerd op:

  • de klacht (met bijlagen), door de kamer ontvangen op 4 januari 2026;
  • de schriftelijke reactie van de notaris op de klacht;
  • de toelichting die partijen op hun standpunt hebben gegeven bij de mondelinge behandeling van de klacht op 8 juni 2026: die toelichting is vastgelegd in het proces-verbaal (verslag) van die behandeling.

3.          De feiten

De feiten die de kamer van belang vindt voor de beoordeling van de klacht, worden hierna verkort weergegeven. Als dat nodig is, gaat de kamer onder 5 (De beoordeling) verder in op de feitelijke gang van zaken.

3.1.      De klaagster heeft op 5 februari 2024 om 9 uur met het kantoor van de notaris gebeld met de vraag of er in verband met de slechte gezondheidssituatie van haar vader met spoed iemand naar zijn huisadres kon komen omdat hij zijn testament wilde wijzigen. De notaris heeft toen ruimte in haar agenda gemaakt en is diezelfde ochtend naar vader toegegaan.

3.2.      De klaagster was in het huis van vader aanwezig. De notaris heeft met vader gesproken over de wijziging van zijn testament. Daarna is zij teruggegaan naar kantoor en is een concepttestament opgesteld.

3.3.      Omdat het voor de klaagster niet duidelijk was wanneer de notaris zou terugkomen met het gewijzigde testament voor vader, heeft zij die middag opnieuw met het notariskantoor gebeld. Zij heeft in dat gesprek met een medewerker van het kantoor benadrukt dat de notaris nog diezelfde dag moest terugkomen. De notaris heeft de klaagster aan het einde van die middag/begin van de avond teruggebeld. De klaagster heeft toen (opnieuw) duidelijk gemaakt dat zij vond dat de notaris in verband met de gezondheidssituatie van vader diezelfde middag/avond moest terugkomen zodat vaders testament nog kon worden gewijzigd. De notaris heeft de klaagster toen laten weten dat zij in verband met een andere spoedopdracht die avond niet meer zou komen, maar dat zij er de volgende ochtend om 9 uur zou zijn.

3.4.      Vader is in de avond van 5 februari 2024 overleden. De notaris was de volgende ochtend om 9 uur bij het huis van vader aanwezig voor de geplande afspraak.

3.5.      De klaagster heeft de notaris in een e-mail van 13 oktober 2025 onder meer laten weten dat zij bezwaar heeft tegen de manier waarop de spoedopdracht was uitgevoerd en dat zij daardoor emotionele en financiële schade (€ 100.000,00) heeft geleden.

3.6.      De notaris heeft in een e-mail van 20 november 2025 op dit bericht gereageerd en haar handelen op de bewuste dag toegelicht. Zij heeft daarbij vermeld dat vader zelf had aangegeven dat het testament de volgende ochtend kon worden gepasseerd. Omdat haar niet was gebleken dat er een zo spoedeisende medische situatie was dat het testament nog diezelfde dag zou moeten worden gepasseerd heeft de notaris zich op het standpunt gesteld dat de verwijten van de klaagster niet terecht zijn. De notaris heeft de klaagster laten weten dat zij daarom geen reden zag om de genoemde schade te vergoeden en dat zij meer uren aan de opdracht had besteed dan zij in rekening had gebracht.

3.7.      In een e-mail van 2 december 2025 heeft de klaagster haar bezwaren tegen de handelwijze van de notaris verder toegelicht en heeft zij gevraagd alsnog een voorstel te doen voor een passende vergoeding van haar schade.

3.8.      De beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar van de notaris heeft in een e-mail van 29 december 2025 aansprakelijkheid van de notaris voor de gestelde schade afgewezen.

4.          De klacht

4.1.      De klaagster verwijt de notaris dat zij:

1. een expliciete en door haar aanvaarde spoedopdracht niet tijdig en niet zorgvuldig heeft uitgevoerd;

2. onvoldoende prioriteit heeft gegeven en regie heeft gevoerd in een situatie waarin evident sprake was van tijdsdruk;

3. verwachtingen heeft gewekt over afronding diezelfde dag, maar deze niet is nagekomen;

4. achteraf de urgentie van de situatie heeft gerelativeerd op gronden die niet relevant zijn voor haar professionele verantwoordelijkheid als notaris;

5. achteraf de urgentie van de situatie en de gemaakte afspraken anders heeft gepresenteerd dan op het moment van aanvaarding van de spoedopdracht, zonder dat destijds met de klaagster of vader te communiceren.
 

5.          De beoordeling

Is tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld?

De maatstaf

5.1.      De maatstaf die de tuchtrechter hanteert, is of notarissen hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar dat volgens artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (Wna) behoort te doen. De tuchtrechter toetst:

  • of hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en andere wetten en regelgeving;
  • of zij voldoende zorgvuldig hebben gehandeld ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij optreden.

Zo moet een notaris het ambt in onafhankelijkheid uitoefenen en de belangen van alle (rechts)personen die bij de rechtshandeling betrokken zijn op onpartijdige wijze en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid behartigen (artikel 17 lid 1 Wna).

5.2.      De kamer is van oordeel dat de notaris aan deze maatstaf heeft voldaan en legt hierna uit waarom zij tot dit oordeel is gekomen. Omdat de verwijten die de klaagster de notaris maakt nauw met elkaar samenhangen, heeft de kamer deze samen beoordeeld.

De beoordeling van de verwijten

5.3.      Vast staat dat de notaris vader naar aanleiding van het telefoontje van de klaagster van maandag 5 februari 2024 om 9 uur nog diezelfde ochtend thuis heeft bezocht. Toen de notaris vader sprak, was zij ermee bekend dat hij kort daarvoor – op 28 december 2023 en 15 januari 2024 – zijn testament ook had gewijzigd en dat hij de klaagster had onterfd. De notaris heeft bij de mondelinge behandeling verklaard dat een andere notaris van haar kantoor die twee testamenten had gepasseerd, maar dat die notaris op dat moment niet zo snel naar vader toe kon gaan. De klaagster heeft bij de mondelinge behandeling verklaard dat zij wist dat vader, met wie zij onenigheid had gehad, haar had onterfd en dat zij daar in het voorafgaande weekend over hadden gesproken.

5.4.      De notaris had vader niet eerder ontmoet. Hij lag op de bank in de woonkamer en de notaris heeft naar voren gebracht dat duidelijk was dat vader niet gezond was en kortademig, maar dat hij goed aanspreekbaar was. Volgens de notaris vertelde vader haar dat hij drie jaar eerder een longembolie had gehad, dat hij last had van hartritmestoornissen en dat hij bezorgd was dat hij weer een longembolie zou krijgen. De notaris heeft gesteld dat zij tijdens het gesprek met vader merkte dat de klaagster stond mee te luisteren achter de deur van de woonkamer – die op een kier stond – en dat zij de klaagster toen heeft gevraagd daar weg te gaan. Volgens de notaris heeft zij aan het eind van het gesprek aan vader gevraagd of hij wilde dat zij nog diezelfde dag zou terugkomen of dat zij de volgende ochtend zou terugkomen. De notaris heeft gesteld en bij de mondelinge behandeling verklaard dat vader toen heeft gezegd dat het goed was als zij de volgende ochtend zou terugkomen. Hoewel de klaagster heeft aangevoerd dat vader ervan uitging dat de notaris diezelfde dag zou terugkomen, heeft de kamer onvoldoende aanleiding om vraagtekens te plaatsen bij de juistheid van de verklaring van de notaris. Daarom gaat de kamer ervan uit dat de notaris inderdaad met vader had afgesproken dat zij de volgende ochtend weer naar hem toe zou komen. Toen de notaris de woning verliet, heeft zij echter niet aan de klaagster laten weten dat zij de volgende ochtend zou terugkomen en de klaagster is daar ook niet over geïnformeerd toen zij in de middag met het kantoor van de notaris belde om te vragen wanneer zij de notaris kon verwachten. Pas toen de notaris de klaagster aan het einde van de middag/begin van de avond terugbelde, heeft zij haar laten weten dat zij de volgende ochtend om 9 uur zou terugkomen.

5.5.      De kernvraag is of het tuchtrechtelijk verwijtbaar is dat de notaris niet eerder dan in de ochtend van 6 februari 2024 is teruggegaan om het gewijzigde (concept)testament aan vader voor te leggen. Vast staat dat de klaagster haar (terechte) bezorgdheid over de gezondheidssituatie van vader duidelijk aan de notaris kenbaar heeft gemaakt en het is tragisch dat vader nog diezelfde avond is overleden. Het is dan ook invoelbaar dat de klaagster het de notaris kwalijk neemt dat zij die avond niet meer is teruggekomen. In de gegeven omstandigheden vindt de kamer het echter niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de notaris dat niet heeft gedaan. De kamer legt hierna uit waarom zij dat vindt.

5.6.      Het is vaste rechtspraak van de hoogste notariële tuchtrechter dat het tot de kernverantwoordelijkheid van een notaris behoort om te waken voor een vrije en onafhankelijke wilsvorming van een testateur (iemand die een testament maakt). Een notaris moet al het mogelijke doen om zich ervan te verzekeren dat een testateur bij het vormen en uiten van zijn wil niet op ongewenste wijze is beïnvloed door (de aanwezigheid van) iemand anders. Een notaris heeft de vrijheid om te bepalen op welke wijze hij/zij uitvoering geeft aan deze verantwoordelijkheid.

Daarbij wordt van een notaris onder meer extra oplettendheid verwacht als:

  • het verzoek tot dienstverlening niet door een testateur zelf wordt gedaan;
  • een testateur korte tijd na elkaar verzoeken doet om zijn testament te wijzigen;
  • de inhoud van de wijziging(en) die de testateur wil vastleggen ingrijpend afwijkt van de inhoud van (een) eerder(e) testament(en) of ongebruikelijk is;
  • de tijd tussen het verzoek tot het opmaken van een testament en het verlijden daarvan zeer kort is zonder medische noodzaak.

5.7.      Volgens de notaris was voor haar op basis van de indruk die zij bij het gesprek met vader had gekregen, niet te voorzien dat hij zo snel zou overlijden. De notaris heeft naar voren gebracht dat vader wel kortademig was, maar goed aanspreekbaar en dat hij thuis in de woonkamer op de bank zat/lag en niet was opgenomen in een ziekenhuis of een hospice. Niet is gesteld of gebleken dat de klaagster de notaris heeft laten weten dat haar zorg dat vader snel zou overlijden werd gedeeld door een (huis)arts, die vader recent had gezien. Bovendien vond vader het goed als de notaris de volgende ochtend zou terugkomen. Opmerking verdient daarbij dat de klaagster en de notaris het erover eens zijn dat vader wilsbekwaam was toen hij met de notaris sprak.

5.8.      Omdat de notaris wist dat vader zijn testament kort daarvoor al twee keer had gewijzigd, vond zij het belangrijk om er goed op te letten of hij niet was of werd beïnvloed om zijn testament al zo snel weer opnieuw te wijzigen. Door haar geheimhoudingsplicht staat het de notaris niet vrij informatie te geven over de wijziging die vader wilde vastleggen, maar volgens de notaris ging het om een ingrijpende wijziging. De kamer gaat ervan uit dat vader zijn testament inderdaad ingrijpend wilde wijzigen ten opzichte van zijn eerdere testamenten, zodat extra waakzaamheid van de notaris vereist was. Bij de mondelinge behandeling heeft de klaagster namelijk verklaard dat vader haar had onterfd omdat zij ruzie hadden en dat hij toen twee personen als zijn erfgenamen had aangewezen – en later twee andere personen – maar dat hij daar spijt van had en dat hij de klaagster toch weer wilde begunstigen door (onder meer) zijn woning aan haar na te laten. Omdat het ook de klaagster was die het initiatief had genomen om het notariskantoor te vragen of er met spoed iemand kon komen om het testament van vader te wijzigen, terwijl de notaris tijdens het gesprek merkte dat de klaagster bij de deur van de woonkamer stond toen zij met vader sprak, vond zij het op dat moment nodig om vader enige tijd te geven voor bezinning en reflectie voordat hij zijn testament opnieuw zou wijzigen. Om zoveel mogelijk te waarborgen dat vader zijn wil vrij en onafhankelijk had gevormd voordat zij haar ministerie (dienst) zou verlenen, heeft de notaris ervoor gekozen om niet diezelfde dag, maar de volgende ochtend terug te komen.

5.9.      Hoezeer het ook te betreuren is dat vader vervolgens is overleden voordat de notaris het concepttestament met de beoogde wijziging met hem heeft kunnen bespreken, is de kamer al met al van oordeel dat de notaris in de hiervoor omschreven omstandigheden met de vereiste zorgvuldigheid heeft gehandeld door alert te zijn op de mogelijkheid van beïnvloeding van vader en door om die reden enige bedenktijd in te bouwen.

5.10.     Dat neemt niet weg dat de kamer vindt dat de communicatie van de notaris met de klaagster niet optimaal is verlopen. Vast staat dat de notaris niet aan de klaagster heeft laten weten dat zij met vader had afgesproken dat zij (pas) de volgende ochtend terug zou komen en dat zij de klaagster tot het einde van de middag in het ongewisse heeft gelaten over het moment waarop zij zou terugkomen. De notaris heeft naar voren gebracht dat zij de klaagster niet wilde kwetsen door haar deelgenoot te maken van de omstandigheden die maakten dat zij extra waakzaam was en dat zij om die reden pas de volgende ochtend zou terugkomen, terwijl haar geheimhoudingsplicht daarbij ook een belemmering vormde omdat het haar niet vrijstond om te vertellen dat het om een ingrijpende wijziging ging die mede reden vormde voor het inbouwen van bedenktijd. De kamer is zich ervan bewust dat de notaris in een lastige positie zat, maar vindt wel dat de professionaliteit van de notaris meebrengt dat zij gelijk tegen de klaagster had moeten zeggen dat zij om haar moverende redenen (waarover zij aan de klaagster gelet op haar geheimhoudingsplicht geen uitleg hoeft te geven) pas de volgende ochtend zou terugkomen. Dan was dit voor de klaagster duidelijk geweest, terwijl zij nu de hele middag heeft moeten afwachten hoe het verder zou lopen. Dat de notaris dit op de bewuste dag niet eerder tegen de klaagster heeft gezegd en niet heeft gehandeld zoals hiervoor beschreven, vindt de kamer in verband met de hiervoor omschreven omstandigheden echter van onvoldoende gewicht om haar daarvan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. De kamer is dan ook van oordeel dat de klacht ongegrond is.

6.          De beslissing

De kamer:

6.1.      verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.H.L.M. Snijders, voorzitter, en mr. T. Zuidema en mr. E.J.W.M. van Egeraat, leden.

Uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2026 door mr. J.H.L.M. Snijders, voorzitter, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Hoger beroep:
 

U kunt hoger beroep instellen tegen deze beslissing door een verzoekschrift in te dienen bij het gerechtshof in Amsterdam (postadres: Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam). Dit kunt u doen binnen dertig dagen na de datum (dagtekening) van de aangetekende brief waarbij de kamer deze beslissing aan u heeft toegestuurd.