ECLI:NL:TADRSHE:2026:85 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-179/DB/ZWB
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSHE:2026:85 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 13-07-2026 |
| Datum publicatie: | 16-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-179/DB/ZWB |
| Onderwerp: | Grenzen van het tuchtrecht, subonderwerp: Advocaat in hoedanigheid van kantoorgenoot |
| Beslissingen: | Regulier |
| Inhoudsindicatie: | Raadsbeslissing. Verweerder heeft namens het kantoor gecorrespondeerd nadat hij FM, de advocaat van klaagster op non-actief had gesteld. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar met zijn e-mail van 4 augustus 2025 heeft geïntimideerd, doordat hij heeft gedreigd om de zaak via de media openbaar te maken en doordat hij heeft gedreigd met juridische stappen als klaagster contact zouden onderhouden met FM. De door verweerder geschetste context van het arbeidsconflict met FM en zijn vermoeden dat FM voornemens was om (op de achtergrond) bij klaagsters zaak betrokken te blijven en dat FM samenspande met cliënten, waaronder klaagster, vormen wellicht een verklaring voor verweerders opstelling, maar zijn daarvoor geen rechtvaardiging. Ook uit verweerders houding ter zitting van de raad blijkt dat verweerder zich te veel heeft laten meevoeren door het hoog opgelopen arbeidsconflict met FM en dat hij onvoldoende oog heeft gehad voor de advocaat-cliënt relatie tussen FM en klaagster. Zeker in een gevoelige zaak als die waarin klaagster door FM werd bijgestaan had verweerder zich moeten onthouden van het onder dreiging met juridische stappen verbieden van klaagster om contact te hebben met de advocaat die de zaak tot voor kort in behandeling had. Het enkele feit dat dat juridisch mogelijk is maakt nog niet dat het daarom ook een wegis die onder de gegeven omstandigheden passend is. Daarbij komt dat verweerder zijn vermeende belangen voldoende kon beschermen door zijn werkneemster FM rechtstreeks aan te spreken. De raad is van oordeel dat verweerder met de inhoud en toonzetting van zijn e-mail van 4 augustus 2025 tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. In zoverre is de klacht gegrond. Waarschuwing. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch
van 13 juli 2026
in de zaak 26-179/DB/ZWB
naar aanleiding van de klacht van:
klaagster
over:
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 20 augustus 2025 heeft klaagster tegen verweerder een klacht ingediend bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Zeeland-West-Brabant (hierna: “de deken”).
1.2 Op 5 maart 2026 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K25-072 van de deken ontvangen.
1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 18 mei 2026. Verschenen is verweerder. Klaagster is niet verschenen.
1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de
volgende nagekomen stukken:
- de e-mail met bijlage van verweerder van 16 maart 2026;
- de e-mail van klaagsters van 17 maart 2026;
- de e-mailberichten met bijlagen van klaagsters van 23 maart 2026;
- de e-mail van verweerder van 24 maart 2026;
- de e-mail met bijlage van klaagsters van 1 april 2026.
2 FEITEN
2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2 Klaagster is in Spanje slachtoffer geworden van een zedendelict. Klaagster heeft zich voor rechtsbijstand gewend tot verweerders kantoor, dat vestigingen heeft in – onder meer - Nederland en Spanje. Klaagster is vervolgens bijgestaan door een team van drie advocaten van verweerders kantoor, te weten FM, ER en GG.
2.3 Tussen verweerders kantoor en FM is een arbeidsgeschil ontstaan. Op 29 juli 2025 heeft verweerder FM op non-actief gesteld. Het arbeidsconflict tussen verweerders kantoor en FM is hoog opgelopen en heeft geleid tot meerdere civiele procedures en klachtprocedures.
2.4 Bij e-mail van 30 juli 2025 heeft verweerder klaagsters ouders als volgt bericht:
“Geachte heer/mevrouw [….],
Hierbij kan ik u aangeven dat [FM] momenteel niet meer actief werkzaam is bij [verweerders
kantoor]. Of zij nog terugkomt kan ik op dit moment niet aangeven. Hoewel [FM] uiteraard
als "woordvoerder" fungeerde, is deze zaak altijd door een team van meerdere advocaten
behandeld. Zo is [ER] natuurlijk altijd zeer nauw betrokken geweest en heeft zo een
groot deel van het werk op de achtergrond verricht. Ook [GG] is als proces advocaat
betrokken bij de zaak (zie ook haar vermelding op het vonnis).
[ER] zal indien gewenst contact met u opnemen om het verloop van de procedure te
bespreken, in ieder geval zo lang er geen duidelijkheid is over [FM].”
2.5 Klaagsters vader heeft vervolgens bij e-mail van 31 juli 2025 aan ER laten weten dat klaagster een andere advocaat zou aanzoeken.
2.6 Bij e-mail van 1 augustus 2025 heeft verweerder klaagsters ouders als volgt bericht:
"Geachte heer/mevrouw […],
Met enige verbazing heb ik kennisgenomen van uw onderstaande bericht en hopelijk kunt u een toelichting geven.
Op 30 juli hebben wij u om 07:39 uur laten weten dat [FM] op dit moment niet actief werkzaam is, maar dat dit verder geen gevolgen voor de zaak van [klaagster] zal hebben. Daarna hebben wij op 31 juli om 10:03 uur nogmaals aangegeven dat de zaak van [klaagster] in goede handen is, en er feitelijk niets tot weinig zal veranderen. [GG] is namelijk vanaf het eerste moment al de advocaat van [klaagster] geweest voor de rechtbank en zoals u weet heeft [ER] meer dan de helft van het werk gedaan in de zaak van [klaagster] en is zij van alle details op de hoogte. Daarna om 13:52 uur geeft u plots aan dat u een andere advocatenkantoor wilt inschakelen omdat [FM] niet langer de advocaat van [klaagster] zou zijn. Ik weet niet wat u in de tussentijd met [FM] hebt besproken, maar voor ons komt dit redelijk uit de lucht vallen. Zeker nadat u een positieve recensie hebt achtergelaten op Google over [verweerders kantoor].
Het ontgaat mij vanwaar u plots deze beslissing hebt genomen. [FM] is namelijk nog altijd werkzaam bij [verweerders kantoor], echter is zij momenteel niet op kantoor aanwezig. Dit zal [FM] u ook verteld hebben, maar zij is dus nog altijd bij ons werkzaam en is het team niet veranderd.
Uw reactie zie ik graag tegemoet."
2.7 Bij e-mail van 1 augustus 2025 heeft klaagsters vader verweerder als volgt bericht:
"Goedemiddag [verweerder],
De reden waarom wij hebben besloten een andere advocaat te nemen is de reden wij
geen zicht hebben op wanneer [FM] terug komt en wij haar volledig vertrouwden gezien
het succes tot nu U heeft laten weten geen zicht te hebben hoe lang [FM] afwezig zal
zijn.
[ER] nu ons contactpersoon .
[GG] hebben we nooit gesproken en [ER] is gespecialiseerd in Italiaans recht volgens
de website.
Wij als ouders hebben/voelen de verplichting naar onze dochter om een zo goed mogelijk
resultaat te behalen in deze zaak."
2.8 Op 1 augustus 2025 heeft AGS, de opvolgend advocaat van klaagster, contact
gezocht met verweerders kantoor met het verzoek om de behandeling van het dossier
over te dragen.
2.9 Bij e-mail van 4 augustus 2025 heeft verweerder klaagsters vader als volgt bericht:
“Geachte heer [klaagsters vader],
Hartelijk dank voor uw reactie. Zoals eerder aangegeven hebben ook [ER] en [GG] uw
zaak inhoudelijk behandeld en was [FM] uw contactpersoon en het gezicht van de zaak.
[ER] is strafrechtelijk afgestudeerd en Spaans jurist en [GG] is als Spaans advocaat
ingeschreven in Spanje, vanwaar zij uiteraard ook als procesadvocaat bij de rechtbank
heeft opgetreden voor [klaagster].
[FM] is niet strafrechtelijk afgestudeerd, maar heeft bij [verweerders kantoor]
wel enkele strafzaken behandeld onder toeziend oog van [GG] gelet op het feit dat
zij de proces advocaat was. Het is natuurlijk vreemd dat u binnen 24 uur besluit het
vertrouwen in [verweerders kantoor] op te zeggen, enkel wanneer [FM] pas enkele uren
niet meer actief op kantoor aanwezig was. Zoals aangegeven is [FM] tot op heden nog
altijd in dienst van [verweerders kantoor]. Het is uiteraard aan u om te kiezen voor
een geschikte advocaat en als u wilt dat [AGS] de nieuwe advocaat zal worden van [klaagster],
dan geven wij daar uiteraard gehoor aan. Wij hebben alleen geen website kunnen vinden
van deze advocaat en ook is deze advocaat niet actief op Linkedin. Het is uiteraard
aan u om met deze advocaat in zee te gaan, maar wij kennen hem in ieder geval niet
en kunnen niet bevestigen dat hij ook daadwerkelijk een advocaat is. Voor de volledigheid
wil ik wel opmerken dat wij niet eerder onze medewerking kunnen verlenen aan de overdracht
van het dossier, voordat de openstaande factuur is betaald. Zodra u deze hebt betaald,
wordt het dossier overgedragen. De eindafrekening hebt u zojuist ontvangen.
Voor de volledigheid wil ik u er op wijzen dat het [FM] sinds 29 juli 2025 tot en met heden niet is toegestaan om contact met u te onderhouden. Het feit dat dit ogenschijnlijk wel is gebeurd, is dan ook aan te merken als een onrechtmatige daad. Dit is een discussie tussen ondergetekende en [FM], maar ik wil u daarbij ook aangeven dat het haar ten strengste is verboden om tijdens haar dienstverband buiten ons kantoor voor klanten te werken van [verweerders kantoor]. Evengoed wanneer zij eventueel niet meer in dienst is bij [verweerders kantoor]. [FM] heeft u ogenschijnlijk benaderd om een andere procesadvocaat in te schakelen, zodat zij op een later moment de zaak inhoudelijk weer kan overnemen. Het alsdan medewerking verlenen aan deze handelwijze, maakt dat u alsdan eveneens onrechtmatig handelt. Zeker in een zaak als die van [klaagster] waar de media bij betrokken is, zal het moeilijk zijn dit binnenskamers te houden. De betrokkenheid van [FM] zal altijd uitkomen, via de rechtbank dan wel via de media. Hierbij stel ik u reeds nu voor alsdan aansprakelijk voor alle financiële schade die wij lijden door deze handelswijze waarbij [FM] op de achtergrond dan wel voorgrond betrokken is bij de behandeling van de strafzaak van [klaagster]. Deze financiële schade zal in ieder geval gelijk zijn aan het misgelopen honorarium per moment overdracht van het dossier. U doet er dus verstandig aan geen medewerking te verlenen aan een dergelijke onrechtmatige handelswijze.
Zodra u de factuur van [verweerders kantoor] hebt betaald en het dossier is overgedragen aan [AGS] mag [FM] dus op geen enkele manier meer betrokken zijn bij de strafzaak. Doet zij dit wel, dan zal dit dus ook voor u gevolgen hebben.
Het leek mij goed u hier op voorhand op te wijzen en voor het overige wens ik u veel succes in hoger beroep.”
2.10 Op 20 augustus 2025 heeft klaagster tegen verweerder een klacht ingediend bij de deken.
3 KLACHT
3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klaagster verwijt
verweerder het volgende:
1. Verweerder heeft de directe overdracht van het dossier aan AGS tegengewerkt,
terwijl hij wist of moest weten dat volgens het Spaanse recht het dossier onmiddellijk
moet worden overgedragen om geen rechten te verliezen en er bovendien geen geldige
reden was om te twijfelen aan de kwalificaties van AGS;
2. Verweerder heeft klaagster met zijn e-mail van 4 augustus 2025 geïntimideerd, doordat hij heeft gedreigd om de zaak via de media openbaar te maken en doordat hij heeft gedreigd met juridische stappen als klaagster contact zou onderhouden met FM.
4 VERWEER
4.1 Verweerder heeft verweer gevoerd. De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
5 BEOORDELING
5.1 Toetsingskader
De klacht heeft betrekking op het optreden van verweerder in zijn hoedanigheid van kantoordirecteur. Het tuchtrecht is bedoeld om te waarborgen dat advocaten hun beroep behoorlijk uitoefenen. Het tuchtrecht kan ook volledig gelden wanneer een advocaat optreedt in een andere hoedanigheid dan die van advocaat, terwijl er wel voldoende aanknopingspunten zijn tussen (i) de gedraging waarvan hem een verwijt wordt gemaakt en (ii) de uitoefening van het beroep van advocaat. Zijn die aanknopingspunten er niet, of niet voldoende, dan beoordeelt de tuchtrechter slechts of de advocaat het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.
5.2 Klachtonderdeel 1 – tegenwerken overdracht dossier?
Klaagster verwijt verweerder dat hij de directe overdracht van het dossier aan AGS heeft tegengewerkt. Verweerder heeft dit klachtonderdeel weersproken. Verweerder heeft in zijn verweer naar voren gebracht dat hij in zijn e-mail van 4 augustus 2025 aan klaagsters vader wel kanttekeningen bij de overname van de zaak door AGS heeft geplaatst, maar dat hij vervolgens wel zijn medewerking heeft verleend aan de overdracht van het dossier. De raad overweegt als volgt.
5.3 Naar het oordeel van de raad blijkt uit de overgelegde stukken niet dat verweerder de overdracht van het dossier heeft tegengewerkt. In de e-mail van 4 augustus 2025 heeft verweerder wel zijn visie op de overdracht aan AGS en diens kwalificaties kenbaar gemaakt aan klaagsters vader, maar dat kan niet als tegenwerken worden gekwalificeerd. Nu verweerder vervolgens zijn medewerking aan de overdracht van het dossier heeft verleend, bestaat naar het oordeel van de raad voor het maken van een tuchtrechtelijk verwijt aan verweerder geen aanleiding. De raad zal klachtonderdeel 1 dan ook ongegrond verklaren.
5.4 Klachtonderdeel 2 – dreigen met openbaarmaking en juridische stappen?
Klaagster verwijt verweerder verder dat hij haar met zijn e-mail van 4 augustus 2025 heeft geïntimideerd, doordat hij heeft gedreigd om de zaak via de media openbaar te maken en doordat hij heeft gedreigd met juridische stappen als klaagster contact zouden onderhouden met FM. Verweerder heeft ook dit onderdeel van de klacht weersproken. Verweerder heeft ontkend dat hij heeft gedreigd om de zaak via de media openbaar te maken. Verweerder heeft gesteld dat hij enkel heeft willen aangeven dat, als FM bij de zaak betrokken zou blijven, dit zeker aan het licht zou komen, omdat de zaak door de media werd gevolgd. De raad volgt verweerder in zijn verweer. De raad leest in verweerders e-mail van 4 augustus 2025 geen dreigement dat hij de zaak in de media openbaar zal maken. In zoverre is dit klachtonderdeel ongegrond.
5.5 Verweerder heeft voorts weersproken dat hij klaagster heeft geïntimideerd doordat hij heeft gedreigd met juridische stappen. Verweerder heeft in dat verband het onderliggende arbeidsgeschil met FM toegelicht en heeft aangegeven dat hij klaagster er enkel op heeft willen wijzen dat zij mogelijk onrechtmatig zou handelen als FM bij de zaak betrokken zou blijven. De raad overweegt als volgt.
5.6 De door verweerder geschetste context van het arbeidsconflict met FM en zijn vermoeden dat FM voornemens was om (op de achtergrond) bij klaagsters zaak betrokken te blijven en dat FM samenspande met cliënten, waaronder klaagster, vormen wellicht een verklaring voor verweerders opstelling, maar zijn daarvoor geen rechtvaardiging. Ook uit verweerders houding ter zitting van de raad blijkt dat verweerder zich te veel heeft laten meevoeren door het hoog opgelopen arbeidsconflict met FM en dat hij onvoldoende oog heeft gehad voor de advocaat-cliënt relatie tussen FM en klaagster. Zeker in een gevoelige zaak als die waarin klaagster door FM werd bijgestaan had verweerder zich moeten onthouden van het onder dreiging met juridische stappen verbieden van klaagster om contact te hebben met de advocaat die de zaak tot voor kort in behandeling had. Het enkele feit dat dat juridisch mogelijk is maakt nog niet dat het daarom ook een weg is die onder de gegeven omstandigheden passend is. Daarbij komt dat verweerder zijn vermeende belangen voldoende kon beschermen door zijn werkneemster FM rechtstreeks aan te spreken. De raad is van oordeel dat verweerder met de inhoud en toonzetting van zijn e-mail van 4 augustus 2025 tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. In zoverre is de klacht gegrond.
6 MAATREGEL
6.1 Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij klaagster op ontoelaatbare wijze heeft aangeschreven. De raad acht in deze een waarschuwing een passende maatregel.
7 GRIFFIERECHT EN KOSTENVEROORDELING
7.1 Omdat de raad de klacht deels gegrond verklaart, moet verweerder op grond van artikel 46e lid 5 Advocatenwet het door klaagster betaalde griffierecht van € 50,- aan haar vergoeden binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden. Klaagster geeft binnen twee weken na de datum van deze beslissing haar rekeningnummer schriftelijk aan verweerder door.
7.2 Nu de raad een maatregel oplegt, zal de raad verweerder daarnaast op grond
van artikel 48ac lid 1 Advocatenwet veroordelen in de volgende proceskosten:
a) € 50,- reiskosten van klaagster;
b) € 750,- kosten van de Nederlandse Orde van Advocaten en
c) € 500,- kosten van de Staat.
7.3 Verweerder moet het bedrag van € 50,- aan reiskosten binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, betalen aan klaagster. Klaagster geeft binnen twee weken na de datum van deze beslissing haar rekeningnummer schriftelijk aan verweerder door.
7.4 Verweerder moet het bedrag van € 1.250,- (het totaal van de in 7.2 onder b en c genoemde kosten) binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, overmaken naar rekeningnummer lBAN: NL85 lNGB 0000 079000, BIC: INGBNL2A, Nederlandse Orde van Advocaten, Den Haag, onder vermelding van “kostenveroordeling raad van discipline" en het zaaknummer.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart klachtonderdeel 1 ongegrond;
- verklaart klachtonderdeel 2 gegrond, voor zover het klachtonderdeel ziet op het verwijt dat verweerder heeft gedreigd met juridische stappen als klaagster contact zou onderhouden met FM, en voor het overige ongegrond;
- legt aan verweerder de maatregel van waarschuwing op;
- veroordeelt verweerder tot betaling van het griffierecht van € 50,- aan klaagster op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.1;
- veroordeelt verweerder tot betaling van de reiskosten van € 50,- aan klaagster, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.3;
- veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van € 1.250,- aan de Nederlandse Orde van Advocaten, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.4.
Aldus beslist door mr. R.A.J. van Leeuwen, voorzitter, mrs. M.J. Hoekstra, J.A.J.A.
Luijten, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber-van de Langenberg als griffier, en
uitgesproken op 13 juli 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 13 juli 2026